Internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC)

Type Verdrag
Publication 2014-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Overeenkomstsluitende Partijen,

De noodzaak erkennende tot het handhaven van een hoge graad van veiligheid voor mensen bij het hanteren, stapelen en vervoeren van containers,

Zich bewust van de noodzaak tot het vergemakkelijken van het internationale containervervoer,

In verband hiermee de voordelen erkennende van het vorm geven aan gemeenschappelijke internationale veiligheidseisen,

Overwegende dat dit doel het best kan worden bereikt door het sluiten van een overeenkomst,

Hebben besloten tot het formaliseren van aan de constructie te stellen eisen ter waarborging van de veiligheid bij het hanteren, stapelen en vervoeren van containers tijdens normale werkzaamheden en zijn te dien einde

Overeengekomen als volgt:

Artikel I. Algemene verplichting krachtens deze Overeenkomst

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich tot het geven van uitvoering aan de bepalingen van deze Overeenkomst en van de daaraan gehechte Bijlagen, die een integrerend deel uitmaken van deze Overeenkomst.

Artikel II. Definities

Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent, tenzij nadrukkelijk anders is vermeld:

Artikel III. Toepassing
1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op nieuwe en bestaande containers, gebruikt in internationaal vervoer, met uitzondering van speciaal voor luchtvervoer ontworpen containers.

2.

Elke nieuwe container dient te worden goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen voor het beproeven van typen of voor het stuksgewijze beproeven, zoals omschreven in Bijlage I.

3.

Elke bestaande container dient binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst te worden goedgekeurd overeenkomstig de desbetreffende bepalingen voor goedkeuring van bestaande containers, vermeld in Bijlage I.

Artikel IV. Beproeving, inspectie, goedkeuring en onderhoud
1.

Voor het doen naleven van de bepalingen van Bijlage I dient elke Administratie een doeltreffende procedure vast te stellen voor het beproeven, inspecteren en goedkeuren van containers overeenkomstig de in deze Overeenkomst vastgelegde normen, met dien verstande evenwel dat een Administratie dit beproeven, inspecteren en goedkeuren mag toevertrouwen aan daartoe naar behoren gemachtigde organisaties.

2.

Een Administratie die dit beproeven, inspecteren en goedkeuren toevertrouwt aan een organisatie, geeft hiervan kennis aan de Secretaris-Generaal van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie ter mededeling aan de Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

Aanvragen voor goedkeuring kunnen worden gericht tot de Administratie van elke Overeenkomstsluitende Partij.

4.

Elke container dient in een veilige staat te worden gehouden overeenkomstig de bepalingen van Bijlage I.

5.

Indien een goedgekeurde container in feite niet voldoet aan de voorschriften van de Bijlagen I en II, dient de betrokken Administratie de door haar noodzakelijk geachte maatregelen te nemen opdat de container alsnog gaat voldoen aan die voorschriften, of de goedkeuring in te trekken.

Artikel V. Aanvaarding van goedkeuring
1.

Goedkeuring onder het gezag van een Overeenkomstsluitende Partij, verleend krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst, wordt door de andere Overeenkomstsluitende Partijen aanvaard voor alle in deze Overeenkomst vermelde doeleinden. Deze goedkeuring wordt door de andere Overeenkomstsluitende Partijen beschouwd dezelfde kracht te hebben als een door hen verleende goedkeuring.

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij mag geen andere veiligheidseisen betreffende de constructie of beproevingen van containers voorschrijven dan die waarin door deze Overeenkomst wordt voorzien, met dien verstande evenwel dat niets in deze Overeenkomst de toepassing uitsluit van bepalingen van nationale voorschriften of wetten of van internationale overeenkomsten, die aanvullende veiligheidseisen betreffende de constructie of beproevingen voorschrijven van containers, die speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of van voorzieningen die uitsluitend gelden voor containers voor vervoer van vloeistoffen in bulk of voor containers gebruikt voor luchtvervoer. De term „gevaarlijke stoffen” heeft hier de betekenis die daaraan in internationale overeenkomsten wordt gegeven.

Artikel VI. Controle
1.

Elke container die is goedgekeurd op grond van artikel III is op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen onderworpen aan controle door ambtenaren die daartoe naar behoren zijn gemachtigd door de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen. Deze controle is beperkt tot het nagaan of de container voorzien is van een geldig veiligheidskeurmerk, zoals dat op grond van deze Overeenkomst is vereist, tenzij er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat de toestand van de container zodanig is dat een kennelijk veiligheidsrisico ontstaat. In dat geval moet de met de controle belaste ambtenaar deze controle slechts uitvoeren voor zover noodzakelijk om zeker te stellen dat de container weer in een veilige staat wordt gebracht alvorens hij verder wordt gebruikt.

2.

Wanneer een container onveilig blijkt te zijn geworden als gevolg van een gebrek, dat kan hebben bestaan toen de container werd goedgekeurd, dient de voor die goedkeuring verantwoordelijke Administratie te worden ingelicht door de Overeenkomstsluitende Partij die het gebrek ontdekte.

Artikel VII. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
1.

Deze Overeenkomst staat tot 15 januari 1973 ten kantore van de Verenigde Naties te Genève en daarna van 1 februari 1973 tot en met 31 december 1973 ten hoofdkantore van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie te Londen (hierna te noemen de „Organisatie”) open voor ondertekening door alle Lid-Staten van de Verenigde Naties of Leden van de Gespecialiseerde Organisaties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie of door Partijen bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof en door alle andere Staten die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties worden uitgenodigd Partij te worden bij deze Overeenkomst.

2.

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten die haar hebben ondertekend.

3.

Deze Overeenkomst blijft openstaan voor toetreding door de in het eerste lid bedoelde Staten.

4.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (hierna te noemen de „Secretaris-Generaal”).

Artikel VIII. Inwerkingtreding
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking twaalf maanden na de datum van de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Voor elke Staat die deze Overeenkomst bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of daartoe toetreedt na de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding treedt deze Overeenkomst in werking twaalf maanden na de nederlegging door die Staat van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

3.

Een Staat die Partij wordt bij deze Overeenkomst na het van kracht worden van een wijziging wordt, indien die Staat geen ander voornemen te kennen geeft,

Artikel IX. Procedure voor het wijzigen van een deel of van delen van deze Overeenkomst
1.

Deze Overeenkomst kan worden gewijzigd op voorstel van een Overeenkomstsluitende Partij door middel van een der in dit artikel aangegeven procedures.

2.

Wijziging na overweging in de Organisatie:

3.

Wijziging door een Conferentie:

Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij, waarmee wordt ingestemd door ten minste een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt door de Secretaris-Generaal een Conferentie bijeengeroepen, waarvoor de in artikel VII bedoelde Staten worden uitgenodigd.

Artikel X. Bijzondere procedure voor het wijzigen van de Bijlagen
1.

Een door een Overeenkomstsluitende Partij voorgestelde wijziging van de Bijlagen wordt op verzoek van die Partij door de Organisatie in overweging genomen.

2.

Een zodanige wijziging wordt, indien zij is aangenomen met een twee derde meerderheid van de hun stem uitbrengende aanwezigen in de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie, waarvoor alle Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgenodigd deel te nemen en hun stem uit te brengen, en indien tot een zodanige meerderheid een twee derde meerderheid behoort van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen, door de Secretaris-Generaal medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding.

3.

Een zodanige wijziging wordt van kracht op een door de Maritieme Veiligheidscommissie ten tijde van haar aanvaarding vast te stellen datum, tenzij op een door de Maritieme Veiligheidscommissie te bepalen eerdere datum tezelfdertijd een vijfde of vijf van de Overeenkomstsluitende Partijen, welk van de beide aantallen geringer is, de Secretaris-Generaal kennis geeft of geven van hun bezwaar tegen de wijziging. Het bepalen door de Maritieme Veiligheidscommissie van de in dit lid bedoelde data geschiedt bij een twee derde meerderheid van de hun stem uitbrengende aanwezigen, tot welke meerderheid een twee derde meerderheid behoort van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen.

4.

Bij het van kracht worden van een wijziging vervangt zij en treedt zij voor alle Overeenkomstsluitende Partijen die geen bezwaar hebben gemaakt tegen die wijziging, in de plaats van de voorafgaande bepaling, waarnaar deze wijziging verwijst; een door een Overeenkomstsluitende Partij gemaakt bezwaar is niet bindend voor andere Overeenkomstsluitende Partijen ten aanzien van de aanvaarding van containers waarop deze Overeenkomst van toepassing is.

5.

De Secretaris-Generaal geeft alle Overeenkomstsluitende Partijen en Leden van de Organisatie kennis van verzoeken en mededelingen op grond van dit artikel en van de datum waarop een wijziging van kracht wordt.

6.

Indien een voorgestelde wijziging van de Bijlagen door de Maritieme Veiligheidscommissie in overweging is genomen, maar niet is aanvaard, kan een Overeenkomstsluitende Partij de bijeenroeping verzoeken van een Conferentie, waartoe de in artikel VII bedoelde Staten worden uitgenodigd. Na ontvangst van een kennisgeving van instemming van ten minste een derde van de overige Overeenkomstsluitende Partijen wordt een zodanige Conferentie door de Secretaris-Generaal bijeengeroepen ter overweging van wijzigingen van de Bijlagen.

Artikel XI. Opzegging
1.

Een Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door het nederleggen van een akte bij de Secretaris-Generaal. De opzegging wordt van kracht een jaar na de nederlegging van een zodanige kennisgeving bij de Secretaris-Generaal.

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij die mededeling heeft gedaan van een bezwaar tegen een wijziging van de Bijlagen, kan deze Overeenkomst opzeggen en een dergelijke opzegging wordt van kracht op de datum van het van kracht worden van een zodanige wijziging.

Artikel XII. Beëindiging

Deze Overeenkomst houdt op van kracht te zijn als het aantal Overeenkomstsluitende Partijen gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden minder is dan vijf.

Artikel XIII. Beslechting van geschillen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.