Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij
De Partijen bij het Verdrag,
Zich bewust van de noodzaak tot behoud van het milieu in het algemeen en van het mariene milieu in het bijzonder,
Erkennend dat het opzettelijk, onachtzaam, dan wel bij ongeluk, lozen van olie en andere schadelijke stoffen door schepen een ernstige bron van verontreiniging vormt,
Voorts erkennend het belang van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door olie, 1954, als de eerste multilaterale overeenkomst die werd gesloten met de bescherming van het milieu als voornaamste oogmerk en haar waardering uitsprekende voor de belangrijke bijdrage die genoemd Verdrag heeft geleverd aan het behoeden van de zeeën en de kustgebieden voor verontreiniging,
Geleid door de wens een einde te maken aan de opzettelijke verontreiniging van het mariene milieu door olie en andere schadelijke stoffen, en de lozing bij ongeluk van dergelijke stoffen tot een minimum te beperken,
Overwegende dat dit doel het beste kan worden bereikt door het opstellen van regels met een universele strekking die niet beperkt zijn tot verontreiniging door olie,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1. Algemene verplichtingen krachtens het Verdrag
(1). De Partijen bij het Verdrag verbinden zich uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Verdrag en van die Bijlagen daarbij door welke zij zijn gebonden, ter voorkoming van de verontreiniging van het mariene milieu door het lozen van schadelijke stoffen of vloeistoffen die dergelijke stoffen bevatten, in strijd met dit Verdrag.
(2). Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald houdt elke verwijzing naar dit Verdrag tegelijkertijd een verwijzing in naar de Protocollen en Bijlagen daarbij.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag hebben de onderstaande uitdrukkingen de volgende betekenis, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald:
- (1). „Voorschriften”: de voorschriften vervat in de Bijlagen bij dit Verdrag.
- (2). „Schadelijke stof”: elke stof die, indien zij in de zee terechtkomt, gevaar kan opleveren voor de gezondheid van de mens, schade kan toebrengen aan de zeeflora en -fauna, de recreatiemogelijkheid die de zee biedt kan schaden of storend kan werken op ander rechtmatig gebruik van de zee; de term omvat elke stof die op grond van dit Verdrag aan toezicht is onderworpen.
- (3).
- (a). „Lozen”, wanneer het betrekking heeft op schadelijke stoffen of vloeistoffen die dergelijke stoffen bevatten: elk vrijkomen van dergelijke stoffen van een schip, hoe ook veroorzaakt, met inbegrip van ontsnappen, over boord zetten, wegvloeien, lekken, pompen, storten of ledigen;
- (b). onder „lozen” wordt niet verstaan:
- (i). het storten in de zin van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door het storten van afval en vuil, gedaan te Londen op 13 november 1972; of
- (ii). het vrijkomen van schadelijke stoffen als rechtstreeks gevolg van de exploratie, exploitatie en bijbehorende verwerking op zee van mineralen die zich in de zeebodem bevinden; of
- (iii). het vrijkomen van schadelijke stoffen ten behoeve van rechtmatig wetenschappelijk onderzoek gericht op het bestrijden of beperken van verontreiniging.
- (4). „Schip”: elk vaartuig, van welk type ook, dat in het mariene milieu opereert, waaronder begrepen: draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen, vaartuigen in drijvende toestand, alsmede vaste en drijvende platforms.
- (5). „Administratie”: de Regering van de Staat aan wiens gezag het schip is onderworpen. Wat betreft schepen die gerechtigd zijn de vlag van een Staat te voeren, is „Administratie” de Regering van de betrokken Staat. Wat betreft vaste of drijvende platforms bestemd voor de exploratie en exploitatie van de aan de kust grenzende zeebodem en de ondergrond daarvan, waarover de kuststaat soevereine rechten uitoefent ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van hun natuurlijke rijkdommen, is de „Administratie” de Regering van de betrokken kuststaat.
- (6). „Voorval”: een gebeurtenis die er daadwerkelijk toe leidt of er vermoedelijk toe zal leiden dat schadelijke stoffen dan wel vloeistoffen welke dergelijke stoffen bevatten, in zee worden geloosd.
- (7). „Organisatie”: de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie.
Artikel 3. Toepassing
(1). Dit Verdrag is van toepassing op:
- (a). schepen die gerechtigd zijn de vlag van een Partij bij het Verdrag te voeren, en
- (b). schepen die niet gerechtigd zijn de vlag van een Partij te voeren, maar wel aan het gezag van een Partij zijn onderworpen.
(2). Niets in dit artikel mag zo worden uitgelegd dat het afbreuk doet of uitbreiding geeft aan de soevereine rechten die de Partijen krachtens internationaal recht op de aan hun kusten grenzende zeebodem en de ondergrond daarvan hebben ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van hun natuurlijke rijkdommen.
(3). Dit Verdrag is niet van toepassing op oorlogsschepen, schepen in gebruik als marine-hulpschepen of andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Staat die, tijdelijk, uitsluitend worden ingezet voor niet-commerciële overheidsdienst. Elke Partij waarborgt evenwel, door het nemen van passende maatregelen die de werkzaamheden of de operationele kwaliteiten van dergelijke schepen in haar eigendom of beheer niet aantasten, dat dergelijke schepen, voor zover redelijk en uitvoerbaar, opereren in overeenstemming met dit Verdrag.
Artikel 4. Overtreding
(1). Elke overtreding van de bepalingen van dit Verdrag wordt verboden en strafbaar gesteld krachtens de wetgeving van de Administratie van het betrokken schip, ongeacht waar de overtreding zich voordoet. Indien de Administratie van een dergelijke overtreding op de hoogte is gesteld en ervan overtuigd is dat voldoende bewijsmateriaal voorhanden is om een rechtsvervolging in te stellen met betrekking tot de beweerde overtreding, neemt zij ten spoedigste dergelijke stappen overeenkomstig haar wetgeving.
(2). Elke overtreding van de bepalingen van dit Verdrag binnen de rechtsmacht van een Partij bij het Verdrag wordt verboden en strafbaar gesteld krachtens de wetgeving van die Partij. Wanneer zich een dergelijke overtreding voordoet,
- (a). stelt de betrokken Partij een rechtsvervolging in krachtens de eigen wet, ofwel
- (b). verschaft de betrokken Partij de Administratie van het schip de inlichtingen en het bewijsmateriaal waarover zij beschikt, om aan te tonen dat zich een overtreding heeft voorgedaan.
(3). In gevallen waarin de inlichtingen of het bewijsmateriaal met betrekking tot enige schending van dit Verdrag door een schip, worden verschaft aan de Administratie van dat schip, stelt de Administratie de Partij die de inlichtingen of het bewijsmateriaal heeft verschaft, alsmede de Organisatie, onverwijld in kennis van de genomen stappen.
(4). De ingevolge dit artikel krachtens de wetten van een Partij vastgestelde straffen dienen streng genoeg te zijn om schending van dit Verdrag tegen te gaan; zij dienen even streng te zijn, ongeacht het gebied waar de schending zich voordoet.
Artikel 5. Certificaten en bijzondere regels voor de inspectie van schepen
(1). Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt een certificaat, afgegeven op gezag van een Partij bij het Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van de Voorschriften, door de overige Partijen aanvaard en voor alle doeleinden van dit Verdrag beschouwd als gelijkwaardig aan een door hen afgegeven certificaat.
(2). Een schip dat krachtens de bepalingen van de Voorschriften een dergelijk certificaat moet bezitten, is, wanneer het zich in de haven of op een laad- of losplaats buitengaats onder de rechtsmacht van een Partij bevindt, onderworpen aan inspectie door terzake bevoegde ambtenaren van die Partij. Een dergelijke inspectie dient beperkt te blijven tot het nagaan of zich een geldig certificaat aan boord bevindt, tenzij er duidelijke redenen bestaan om aan te nemen, dat de staat van het schip of van zijn uitrusting niet wezenlijk overeenstemt met de gegevens van dat certificaat. In dat geval, of indien het schip geen geldig certificaat aan boord heeft, zal de inspecterende Partij de noodzakelijke maatregelen nemen teneinde te verzekeren dat het schip niet uitvaart totdat het in staat is zee te kiezen zonder een buitensporige bedreiging te vormen voor het mariene milieu. De betrokken Partij kan echter een dergelijk schip toestemming geven de haven of de laad- of losplaats buitengaats te verlaten om naar de dichtstbijzijnde geschikte reparatiewerf te varen.
(3). Indien een Partij een buitenlands schip de toegang tot een haven of een laad- of losplaats buitengaats onder haar rechtsmacht ontzegt, dan wel maatregelen tegen een dergelijk schip neemt omdat het niet voldoet aan de bepalingen van dit Verdrag, geeft die Partij daarvan onverwijld kennis aan de consul of de diplomatieke vertegenwoordiger van de Partij waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren of, zo dit niet mogelijk is, aan de Administratie van het betrokken schip. Alvorens de toegang te ontzeggen of dergelijke stappen te ondernemen, kan de Partij verzoeken om overleg met de Administratie van het betrokken schip.
De Administratie wordt ook ingelicht indien een schip geen geldig certificaat overeenkomstig de bepalingen van de Voorschriften aan boord heeft.
(4). Ten aanzien van de schepen van Staten die geen Partij zijn bij het Verdrag passen de Partijen de bepalingen van dit Verdrag toe, voor zover nodig is om te verzekeren dat dergelijke schepen geen gunstiger behandeling krijgen.
Artikel 6. Opsporing van overtredingen en handhaving van de bepalingen van het Verdrag
(1). De Partijen bij het Verdrag werken samen bij de opsporing van overtredingen en de handhaving van de bepalingen van dit Verdrag, daarbij gebruik makend van alle passende en uitvoerbare maatregelen van opsporing en milieubewaking en van doeltreffende methoden voor het rapporteren en het verzamelen van bewijsmateriaal.
(2). Een schip waarop dit Verdrag van toepassing is kan in elke haven of op elke laad- en losplaats buitengaats van een Partij worden onderworpen aan inspectie door ambtenaren die door die Partij zijn aangesteld of gemachtigd om na te gaan of het betrokken schip schadelijke stoffen heeft geloosd in strijd met de bepalingen van de Voorschriften. Indien bij de inspectie schending van het Verdrag blijkt, wordt de Administratie een rapport toegezonden met het oog op het nemen van passende maatregelen.
(3). Alle Partijen verschaffen de Administratie het bewijsmateriaal, indien voorhanden, dat het schip in strijd met de bepalingen van de Voorschriften schadelijke stoffen of vloeistoffen die dergelijke stoffen bevatten heeft geloosd.
Indien mogelijk stelt het bevoegde gezag van de betrokken Partij de gezagvoerder van het schip in kennis van de beweerde overtreding.
(4). Na ontvangst van dergelijk bewijsmateriaal stelt de Administratie een onderzoek in, waarbij de andere Partij kan worden verzocht om aanvullend of beter bewijsmateriaal te leveren met betrekking tot de beweerde overtreding. Indien de Administratie ervan overtuigd is dat voldoende bewijsmateriaal voorhanden is om een rechtsvervolging in te stellen met betrekking tot de beweerde overtreding, stelt zij ten spoedigste een dergelijke rechtsvervolging in overeenkomstig de eigen wetgeving. De Administratie stelt de Partij die de beweerde overtreding heeft gerapporteerd, alsmede de Organisatie, onverwijld in kennis van de genomen stappen.
(5). Een Partij kan tevens een schip waarop dit Verdrag van toepassing is inspecteren wanneer dit een haven of een laad- of losplaats buitengaats onder haar rechtsmacht binnenvaart, indien een verzoek tot het instellen van een onderzoek van enige Partij is ontvangen, te zamen met voldoende bewijsmateriaal dat het schip ergens schadelijke stoffen, of vloeistoffen die dergelijke stoffen bevatten, heeft geloosd. Het rapport betreffende een dergelijk onderzoek wordt toegezonden aan de Partij die heeft verzocht dit onderzoek in te stellen en aan de Administratie, opdat krachtens de bepalingen van dit Verdrag de juiste stappen kunnen worden genomen.
Artikel 7. Onnodig oponthoud van schepen
(1). Al het mogelijke wordt gedaan om te vermijden dat een schip door de toepassing van de artikelen 4, 5 of 6 van dit Verdrag onnodig wordt opgehouden of vertraagd.
(2). Indien, door de toepassing van de artikelen 4, 5 of 6 van dit Verdrag, een schip onnodig wordt opgehouden of vertraagd, is het gerechtigd aanspraak te maken op vergoeding van enig geleden verlies of schade.
Artikel 8. Melding van voorvallen met schadelijke stoffen
(1). Een voorval wordt onverwijld en zo uitgebreid mogelijk gemeld overeenkomstig de bepalingen van Protocol I bij dit Verdrag.
(2). Elke Partij bij het Verdrag dient:
- (a). alle noodzakelijke regelingen te treffen zodat een ter zake kundig ambtenaar of orgaan alle meldingen omtrent voorvallen ontvangt en verwerkt; en
- (b). de Organisatie in kennis te stellen van de volledige bijzonderheden van dergelijke regelingen, ter verspreiding onder de andere Partijen en Lid-Staten van de Organisatie.
(3). Wanneer een Partij een melding ontvangt krachtens de bepalingen van dit artikel, zendt zij deze melding onverwijld door aan:
- (a). de Administratie van het betrokken schip; en
- (b). elke andere Staat die erbij betrokken kan zijn.
(4). Elke Partij bij het Verdrag verbindt zich ertoe, aan haar inspectievaartuigen en -vliegtuigen, alsmede aan andere hiertoe geëigende diensten instructies uit te vaardigen, om aan haar bevoegde instanties elk voorval te melden als bedoeld in Protocol I bij dit Verdrag. Indien zij daartoe aanleiding ziet, brengt deze Partij dienovereenkomstig verslag uit aan de Organisatie, alsmede aan elke andere betrokken Partij.
Artikel 9. Andere Verdragen en Uitlegging
(1). Na inwerkingtreding vervangt dit Verdrag het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door olie, 1954, zoals gewijzigd, ten aanzien van de Partijen bij laatstgenoemd Verdrag.
(2). Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de codificatie en de ontwikkeling van het zeerecht door de Conferentie van de Verenigde Naties over het Zeerecht, bijeengeroepen ingevolge Resolutie 2750 C(XXV) van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, noch aan de huidige en toekomstige aanspraken en juridische opvattingen van enige Staat met betrekking tot het zeerecht en de aard en omvang van de rechtsmacht van kuststaten en vlaggestaten.
(3). De term „rechtsmacht” wordt in dit Verdrag uitgelegd in overeenstemming met het internationaal recht, geldend ten tijde van toepassing of uitlegging van dit Verdrag.
Artikel 10. Beslechting van geschillen
Elk geschil tussen twee of meer Partijen bij het Verdrag over de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, dat niet door onderhandeling tussen de betrokken Partijen kan worden beslecht, wordt, tenzij de Partijen anders beslissen, op verzoek van een der Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht overeenkomstig het bepaalde in Protocol II bij dit Verdrag.
Artikel 11. Verstrekken van inlichtingen
(1). De Partijen bij het Verdrag verbinden zich tot het mededelen aan de Organisatie van:
- (a). de teksten van wetten, besluiten, beschikkingen en voorschriften, alsmede andere akten, uitgevaardigd met betrekking tot de verschillende aangelegenheden binnen de werkingssfeer van dit Verdrag;
- (b). een lijst van benoemde experts of van erkende organisaties die gemachtigd zijn namens de Partij op te treden bij de uitvoering van aangelegenheden verband houdend met het ontwerp, de bouw, de uitrusting en het gebruik van schepen die schadelijke stoffen vervoeren overeenkomstig de bepalingen van de Voorschriften, welke lijst aan de Partijen wordt verstrekt ter voorlichting van hun ambtenaren. De Administratie licht derhalve de Organisatie in omtrent de bijzondere verantwoordelijkheden en de voorwaarden verbonden aan de bevoegdheden van benoemde experts of erkende organisaties;
- (c). een voldoende aantal voorbeelden van de certificaten door hen uitgegeven krachtens de bepalingen van de Voorschriften;
- (d). een lijst van ontvangstinstallaties met aanduiding van hun ligging, capaciteiten en beschikbare faciliteiten, alsmede van andere gegevens;
- (e). officiële rapporten, of samenvattingen daarvan, voor zover daarin de resultaten van de toepassing van dit Verdrag zijn weergegeven; en
- (f). een statistisch jaaroverzicht, in een door de Organisatie vastgestelde standaardvorm, van wegens overtreding van Voorschriften van dit Verdrag opgelegde straffen.
(2). De Organisatie stelt de Partijen in kennis van de ontvangst van alle mededelingen gedaan krachtens dit artikel en verspreidt alle haar krachtens het eerste lid, onder (b) t/m (f) van dit artikel medegedeelde gegevens onder alle Partijen.
Artikel 12. Scheepsongevallen
(1). Elke Administratie verbindt zich tot het instellen van een onderzoek naar alle ongevallen waarbij een van haar schepen betrokken is waarop de bepalingen van de Voorschriften van toepassing zijn, indien een dergelijk ongeval een zeer schadelijke invloed heeft veroorzaakt op het mariene milieu.
(2). Elke Partij bij het Verdrag verbindt zich ertoe de Organisatie gegevens te verstrekken omtrent de resultaten van een dergelijk onderzoek, wanneer deze Partij van mening is dat deze gegevens van nut kunnen zijn bij het vaststellen welke wijzigingen in dit Verdrag wenselijk zouden kunnen zijn.
Artikel 13. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
(1). Dit Verdrag staat van 15 januari 1974 tot 31 december 1974 op de zetel van de Organisatie open voor ondertekening en blijft daarna open voor toetreding. Staten kunnen Partij bij dit Verdrag worden door:
- (a). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- (b). ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- (c). toetreding.
(2). Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.