Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee
De Verdragsluitende Regeringen:
Verlangend het verkeer ter zee te vergemakkelijken door de met de aankomst, het verblijf en het vertrek van schepen die internationale reizen maken, samenhangende formaliteiten, vereiste documenten en procedures te vereenvoudigen en tot een minimum te beperken;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I
De Verdragsluitende Regeringen nemen de verplichting op zich overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en de daarbij behorende Bijlage, alle passende maatregelen te nemen om het internationale verkeer ter zee te vergemakkelijken en te bespoedigen, en om onnodige vertragingen voor de schepen en de zich aan boord daarvan bevindende personen en goederen te voorkomen.
Artikel II
De Verdragsluitende Regeringen nemen de verplichting op zich, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, samen te werken bij het opstellen en uitvoeren van maatregelen voor het vergemakkelijken van de aankomst, het verblijf en het vertrek van schepen. Deze maatregelen mogen, voor zover ook maar enigszins mogelijk, niet minder gunstig zijn dan maatregelen die van toepassing zijn ten aanzien van andere internationale middelen van vervoer; wel kunnen zij, ten gevolge van bijzondere eisen, van die maatregelen verschillen.
De maatregelen voor het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee voorzien in dit Verdrag en de daarbij behorende Bijlage zijn zowel van toepassing op schepen van kuststaten als op die van andere dan kuststaten, voor zover de Regeringen van die landen Partij zijn bij dit Verdrag.
De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op oorlogsschepen of plezierjachten.
Artikel III
De Verdragsluitende Regeringen nemen de verplichting op zich samen te werken bij het tot stand brengen van een zo groot mogelijke uniformiteit in de formaliteiten, vereiste documenten en procedures in alle aangelegenheden waarbij deze uniformiteit leidt tot vergemakkelijking en verbetering van het internationale verkeer ter zee, alsmede tot een zo groot mogelijke beperking van eventuele wijzigingen in formaliteiten, vereiste documenten en procedures die nodig zijn om aan bijzondere eisen van binnenlandse aard te kunnen voldoen.
Artikel IV
Teneinde de in de voorgaande artikelen van dit Verdrag vervatte doeleinden te verwezenlijken, nemen de Verdragsluitende Regeringen de verplichting op zich, hetzij onderling, hetzij door tussenkomst van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie1)De naam van de Organisatie is veranderd in „Internationale Maritieme Organisatie” uit hoofde van wijzigingen van het Verdrag van de Organisatie die op 22 mei 1982 in werking zijn getreden.(hierna te noemen de „Organisatie”), samen te werken in aangelegenheden betrekking hebbende op formaliteiten, vereiste documenten en procedures, alsmede de toepassing daarvan op het internationale verkeer ter zee.
Artikel V
Geen bepaling van dit Verdrag of de daarbij behorende Bijlage mag worden uitgelegd als zijnde een beletsel voor verdergaande faciliteiten die een Verdragsluitende Regering krachtens haar nationale wet of de bepalingen van enige andere internationale overeenkomst met betrekking tot het internationale verkeer ter zee verleent of in de toekomst kan verlenen.
Geen bepaling van dit Verdrag of de daarbij behorende Bijlage mag worden uitgelegd als zijnde een belemmering voor een Verdragsluitende Regering tijdelijke maatregelen toe te passen, die door die Regering noodzakelijk worden geoordeeld ter handhaving van de openbare zeden, orde en veiligheid of ter voorkoming van het binnendringen of van de verbreiding van ziekten of plagen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid, voor dieren of voor planten.
Alle aangelegenheden waarin dit Verdrag niet uitdrukkelijk voorziet blijven onderworpen aan de wetten van de Verdragsluitende Regeringen.
Artikel VI
Voor de toepassing van dit Verdrag en de daarbij behorende Bijlage wordt verstaan onder:
- a. Normen, de maatregelen waarvan de uniforme toepassing door de Verdragsluitende Regeringen overeenkomstig het Verdrag noodzakelijk en uitvoerbaar is, teneinde het internationale verkeer ter zee te vergemakkelijken;
- b. Aanbevolen werkwijzen, de maatregelen waarvan de toepassing door de Verdragsluitende Regeringen wenselijk is, teneinde het internationale verkeer ter zee te vergemakkelijken.
Artikel VII
De Bijlage bij dit Verdrag kan door de Verdragsluitende Regeringen worden gewijzigd, hetzij op voorstel van een van hen, hetzij door een Conferentie die daartoe speciaal is bijeengeroepen.
Elk van de Verdragsluitende Regeringen kan een voorstel doen tot wijziging van de Bijlage door toezending van een ontwerpwijziging aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen de „Secretaris-Generaal”):
- a. Elke overeenkomstig dit lid voorgestelde wijziging zal door de Vereenvoudigingscommissie van de Organisatie in overweging worden genomen, mits een dergelijk voorstel ten minste drie maanden voor de bijeenkomst van de Commissie is rondgezonden. Indien een wijziging wordt aangenomen door twee derde van de in de Commissie aanwezige en hun stem uitbrengende Verdragsluitende Regeringen, zal hiervan door de Secretaris-Generaal aan alle Verdragsluitende Regeringen worden kennisgegeven.
- b. Elke overeenkomstig het in dit lid bepaalde tot stand gekomen wijziging van de Bijlage wordt van kracht vijftien maanden na kennisgeving van het voorstel daartoe aan alle Verdragsluitende Regeringen door de Secretaris-Generaal, tenzij binnen twaalf maanden na de kennisgeving ten minste een derde van de Verdragsluitende Regeringen de Secretaris-Generaal schriftelijk heeft bericht het voorstel niet te aanvaarden.
- c. De Secretaris-Generaal geeft alle Verdragsluitende Regeringen kennis van elke overeenkomstig het bepaalde in paragraaf b ontvangen mededeling, alsmede van de datum waarop de wijziging van kracht wordt.
- d. De Verdragsluitende Regeringen die een wijziging niet aanvaarden worden niet door die wijziging gebonden, maar dienen de in Artikel VIII van dit Verdrag bepaalde procedure te volgen.
Een Conferentie van Verdragsluitende Regeringen ter bestudering van wijzigingen van de Bijlage wordt door de Secretaris-Generaal bijeengeroepen op verzoek van ten minste een derde van deze Regeringen. Elke wijziging die door deze Conferentie wordt aanvaard met tweederdemeerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Verdragsluitende Regeringen, wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de Verdragsluitende Regeringen in kennis stelt van het aanvaarden van de wijziging.
De Secretaris-Generaal geeft alle ondertekenende Regeringen onverwijld kennis van het aanvaarden en van kracht worden van elke overeenkomstig de bepalingen van dit artikel tot stand gekomen wijziging.
Artikel VIII
Elke Verdragsluitende Regering die het niet mogelijk acht aan een norm te voldoen door haar eigen formaliteiten, documenten of procedures daarmee geheel in overeenstemming te brengen of die het om bijzondere redenen nodig oordeelt voorschriften te stellen die van die norm verschillen, stelt de Secretaris-Generaal daarvan in kennis, onder mededeling van de punten van verschil tussen de door haar gevolgde werkwijze en die norm. Een dergelijke kennisgeving wordt gedaan zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit Verdrag voor de desbetreffende Regering of na de invoering van bedoelde afwijkende formaliteiten, documenten of procedures.
Kennisgeving door een Verdragsluitende Regering van een dergelijk verschil in het geval van een wijziging in een norm of van een nieuw aanvaarde norm dient zo spoedig mogelijk na het van kracht worden van een gewijzigde of nieuw aanvaarde norm, of na het besluit tot invoering van dergelijke afwijkende formaliteiten, documenten of procedures, te worden gedaan aan de Secretaris-Generaal, waarbij tevens kan worden aangegeven welke maatregelen worden overwogen teneinde de formaliteiten, documenten of procedures in volledige overeenstemming te brengen met de gewijzigde of nieuwe norm.
Bij de Verdragsluitende Regeringen wordt erop aangedrongen hun formaliteiten, documenten en procedures zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de aanbevolen werkwijze. Zodra een Verdragsluitende Regering haar eigen formaliteiten, documenten en procedures in overeenstemming brengt met een aanbevolen werkwijze, stelt zij de Secretaris-Generaal daarvan in kennis.
De Secretaris-Generaal doet de Verdragsluitende Regeringen mededeling van elke aan hem overeenkomstig de bepalingen van de voorafgaande leden van dit artikel gedane kennisgeving.
Artikel IX
Op verzoek van ten minste een derde van het aantal Verdragsluitende Regeringen, roept de Secretaris-Generaal een Conferentie van Verdragsluitende Regeringen bijeen ter herziening of wijziging van dit Verdrag. Een herziening of wijziging wordt aangenomen met een meerderheid van twee derde van het aantal door de Conferentie uitgebrachte stemmen en vervolgens gewaarmerkt en door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Regeringen ter aanvaarding. Een jaar na aanvaarding van de herziening of de wijzigingen door twee derde van het aantal Verdragsluitende Regeringen, wordt elke herziening of wijziging van kracht voor alle Verdragsluitende Regeringen, met uitzondering van die Regeringen die, alvorens deze herziening of wijziging van kracht wordt, verklaren dat zij deze niet aanvaarden. Met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen kan de Conferentie bij het aanvaarden van een herziening of wijziging bepalen dat die van zodanige aard is dat elke Verdragsluitende Regering die een dergelijke verklaring heeft ingediend en die de herziening of wijziging niet binnen een termijn van een jaar nadat de herziening of wijziging van kracht wordt, aanvaardt, na afloop van die termijn ophoudt Partij te zijn bij het Verdrag.
Artikel X
Dit Verdrag staat open voor ondertekening gedurende zes maanden na de datum van dit Verdrag en staat daarna open voor toetreding.
De Regeringen van de Staten die lid zijn van de Verenigde Naties of van een of meer van de gespecialiseerde organisaties, of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, dan wel Partij zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof kunnen Partij worden bij dit Verdrag door:
- a. ondertekening zonder voorbehoud ten aanzien van aanvaarding;
- b. ondertekening onder voorbehoud ten aanzien van aanvaarding gevolgd door aanvaarding; of
- c. toetreding.
Aanvaarding of toetreding geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal.
De Regering van een Staat die niet gerechtigd is Partij te worden krachtens het tweede lid van dit artikel, kan door tussenkomst van de Secretaris-Generaal een aanvraag indienen Partij te mogen worden en wordt overeenkomstig het tweede lid als Partij toegelaten, mits haar aanvraag is goedgekeurd door twee derde van het aantal leden van de Organisatie, niet zijnde Geassocieerde Leden.
Artikel XI
Dit Verdrag treedt in werking zestig dagen na de datum waarop de Regeringen van ten minste tien Staten het hebben ondertekend zonder voorbehoud ten aanzien van aanvaarding, of akten van aanvaarding of toetreding hebben nedergelegd. Voor een Regering die daarna tot aanvaarding of toetreding overgaat, treedt het in werking zestig dagen na nederlegging van de akte van aanvaarding of toetreding.
Artikel XII
Drie jaar nadat dit Verdrag voor een Verdragsluitende Regering in werking is getreden, kan die Regering het opzeggen door daarvan schriftelijk kennis te geven aan de Secretaris-Generaal, die alle Verdragsluitende Regeringen kennis geeft van de inhoud en de datum van ontvangst van bedoelde kennisgeving. Deze opzegging wordt van kracht een jaar, of zoveel later als in de kennisgeving wordt vermeld, na ontvangst daarvan door de Secretaris-Generaal.
Artikel XIII
- a. De Verenigde Naties, voor zover deze het besturend lichaam voor een gebied zijn, of een Verdragsluitende Regering die verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen van een gebied, treden zo spoedig mogelijk in overleg met een dergelijk gebied teneinde te trachten dit Verdrag tot dat gebied uit te breiden, en kunnen te allen tijde, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal, verklaren dat het Verdrag eveneens voor dat gebied geldt.
- b. Met ingang van de datum waarop de kennisgeving is ontvangen of met ingang van een in de kennisgeving eventueel genoemde andere datum, geldt dit Verdrag eveneens voor het daarin genoemde gebied.
- c. De bepalingen van artikel VIII van dit Verdrag zijn van toepassing op elk gebied waartoe dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in dit artikel wordt uitgebreid; onder de uitdrukking „zijn eigen formaliteiten, documenten en procedures” dienen in dit geval mede te worden begrepen de voorschriften welke binnen dat gebied van kracht zijn.
- d. Dit Verdrag houdt op van toepassing te zijn voor een bepaald gebied, één jaar na ontvangst door de Secretaris-Generaal van een daartoe strekkende kennisgeving, of met ingang van een daarin bepaalde latere datum.
De Secretaris-Generaal geeft alle Verdragsluitende Regeringen kennis van de uitbreiding van dit Verdrag krachtens het eerste lid van dit artikel tot een bepaald gebied, telkens met vermelding van de datum met ingang waarvan het Verdrag daartoe is uitgebreid.
Artikel XIV
De Secretaris-Generaal stelt alle ondertekenende Regeringen, alle Verdragsluitende Regeringen en alle leden van de Organisatie in kennis van:
- a. de op dit Verdrag gestelde ondertekeningen, alsmede de data waarop deze zijn gesteld;
- b. de nederlegging van akten van aanvaarding en toetreding, alsmede de data waarop deze zijn nedergelegd;
- c. de datum waarop het Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel XI in werking treedt;
- d. eventuele kennisgevingen ontvangen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen XII en XIII, alsmede de data waarop deze zijn ontvangen;
- e. de bijeenroeping van een conferentie op grond van de artikelen VII of IX.
Artikel XV
Dit Verdrag en de daarbij behorende Bijlage worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal, die gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen aan de ondertekenende en toetredende Regeringen. Zodra dit Verdrag in werking treedt, wordt het overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties door de Secretaris-Generaal geregistreerd.
Artikel XVI
Dit Verdrag en de daarbij behorende Bijlage worden opgesteld in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek. Er zullen officiële vertalingen van dit Verdrag in de Russische en de Spaanse taal worden vervaardigd en tezamen met de ondertekende teksten worden nedergelegd.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorized by their respective Governments for that purpose have signed the present Convention.
DONE at London this ninth day of April 1965.
DEEL 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN ALGEMENE BEPALINGEN
A. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van de bepalingen van deze Bijlage dient onder de volgende uitdrukkingen te worden verstaan:
- Werkelijke tijd van aankomst (ATA). De datum en het tijdstip waarop een schip in een haven afmeert, hetzij door voor anker te gaan of ligplaats te nemen langs een kade.
- Werkelijke tijd van vertrek (ATD). De datum en het tijdstip waarop een schip vertrekt van een locatie in een haven, hetzij vanaf de locatie waar het voor anker is gegaan of de ligplaats langs een kade.
- Voor de afvaart ontdekte verstekeling. Een persoon die zich verborgen houdt op een schip, of in lading die vervolgens aan boord van een schip wordt geladen, zonder de toestemming van de reder of de gezagvoerder of enige andere verantwoordelijke persoon, en die wordt ontdekt aan boord van het schip voordat het de haven verlaat.
- Waarmerken. Vaststellen en verifiëren van een opgegeven identiteit van de informatieverstrekker of verifiëren dat het (de) uitgewisselde bericht(en) echt is (zijn).
- Lading. Alle goederen, waren, koopmansgoederen en artikelen van welke aard ook die per schip worden vervoerd, niet zijnde poststukken, scheepsvoorraad, scheepsreserveonderdelen, scheepsuitrustingsstukken, ladingvervoerseenheden die niet worden vervoerd op grond van een vervoersovereenkomst met een verzender, persoonlijke eigendommen van de bemanning en reisbagage van de passagiers.
- Ladingvervoerseenheid (CTU). Een vrachtcontainer, wissellaadbak, voertuig, spoorvoertuig of soortgelijke eenheid.
- Douaneafhandeling. Vervullen van de douaneformaliteiten en andere formaliteiten die noodzakelijk zijn om:
- a. goederen in te kunnen voeren, uit te kunnen voeren of onder een andere douaneregeling te kunnen plaatsen (zogeheten in- en uitklaring),
- b. personen toe te staan het grondgebied van een staat binnen te komen, of
- c. een schip toe te staan een haven op het grondgebied van een staat binnen te varen of uit te varen.
- Persoonlijke eigendommen van de bemanning. Kleding, persoonlijke artikelen voor dagelijks gebruik en alle andere artikelen, waaronder begrepen geldmiddelen, die het eigendom van de bemanning zijn en zich aan boord van het schip bevinden.
- Bemanningslid. Iedere persoon die aan boord van een schip tijdens een reis is belast met werkzaamheden op enigerlei wijze verband houdend met het schip en die voorkomt op de bemanningslijst.
- Cruiseschip. Een schip dat een internationale reis maakt en passagiers vervoert die aan boord verblijven teneinde georganiseerde tijdelijke toeristische uitstapjes te maken in een of meer havens, en dat gedurende de reis in de regel:
- a. geen andere passagiers aan boord neemt of laat ontschepen;
- b. geen lading laadt of lost.
- Verklaring. Informatie die elektronisch, of in uitzonderlijke omstandigheden niet-elektronisch, wordt verstrekt om te voldoen aan de rapportagevereisten in overeenstemming met norm 2.1.
- Verwachte tijd van aankomst (ETA). De datum en het tijdstip waarop een schip verwacht aan te komen bij een specifieke geografische positie, bijvoorbeeld een haven, een ankerplaats of een gebied waar de loods aan boord kan komen in de nabijheid van een haven.
- Verwachte tijd van vertrek (ETD). De datum en het tijdstip waarop een schip verwacht te vertrekken van een specifieke geografische positie, bijvoorbeeld een haven of een ankerplaats in de nabijheid van een haven.
- Vrachtcontainer. Een hulpmiddel bij het vervoer dat van permanente aard is en daarom sterk genoeg voor herhaald gebruik; speciaal ontworpen om het vervoer van goederen door een of meer middelen van vervoer, zonder tussentijds opnieuw laden, te vergemakkelijken; ontworpen om vastgezet te worden en/of gemakkelijk te worden behandeld, en daartoe voorzien van inrichtingen, en goedgekeurd in overeenstemming met de internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC), 1972, zoals gewijzigd. Onder het begrip „vrachtcontainer” wordt noch een voertuig noch een verpakking verstaan; een vrachtcontainer geplaatst op een onderstel valt echter wel onder de uitdrukking.
- Manifest. Samenvatting van diverse gegevens van de vrachtbrieven en andere vervoersdocumenten die zijn afgegeven voor het vervoer van goederen aan boord van schepen.
- Gezagvoerder. Degene die het bevel voert over een schip.
- Passagier op doorreis. Een passagier die per schip uit het buitenland arriveert met het doel zijn of haar reis per schip of ander vervoermiddel voort te zetten naar een ander land.
- Door de passagiers meegenomen bagage. Eigendommen, waaronder geldmiddelen kunnen zijn begrepen, die voor een passagier met hetzelfde schip worden vervoerd als waarmee de passagier zelf wordt vervoerd, ongeacht of zij al dan niet onder zijn of haar persoonlijke berusting zijn, voor zover deze niet worden vervoerd op grond van een vervoersovereenkomst of een andere soortgelijke overeenkomst.
- Haven. Elk(e) haven, terminal/voorziening, offshore-terminal, schip, scheepswerf of rede die respectievelijk dat in de regel wordt gebruikt voor het laden en lossen van lading, inscheping en ontscheping van passagiers, repareren en voor anker liggen van schepen, of enige andere plaats die een schip kan aandoen.
- Poststukken. Briefpost en postpakketten als beschreven in de Akten van de Wereldpostunie die op dit moment van kracht zijn, die worden aangeboden om door een schip te worden vervoerd teneinde te worden verzonden door de aangewezen aanbieder van het land van herkomst en bestemd om te worden afgeleverd aan de aangewezen aanbieder van het land van bestemming in de aanloophavens van het schip.
- Openbaar gezag. De organen of functionarissen in een Staat die verantwoordelijk zijn voor het toepassen en doen naleven van de wetten en voorschriften van die Staat, voor zover deze betrekking hebben op enig aspect van de normen en aanbevolen werkwijzen als vervat in deze Bijlage.
- Gereglementeerd artikel. Plant, dierlijk product, voedselproduct of plantaardig product, opslagplaats, verpakking, transportmiddel, container, bodem en elk ander organisme, voorwerp of materiaal dat plagen of ziekten kan bevatten of verspreiden, waarvoor sanitaire of fytosanitaire maatregelen nodig worden geacht, met name wanneer het gaat om internationaal vervoer over zee.
- Vrijgave. Door de douaneautoriteiten verrichte handelingen om goederen die in- of uitgeklaard zijn ter beschikking van de betrokken personen te stellen.
- Veiligheidsmaatregelen. Maatregelen ontwikkeld en geïmplementeerd in overeenstemming met internationale overeenkomsten en nationale regelgeving ter verbetering van de veiligheid aan boord van schepen, in en om havens en havenfaciliteiten en van goederen in de internationale logistieke keten ter opsporing en voorkoming van wederrechtelijke gedragingen.
- Scheepsagent. De partij die de reder en/of bevrachter (de opdrachtgever) vertegenwoordigt in de haven. Indien hij daartoe opdracht krijgt is de agent ten behoeve van de opdrachtgever verantwoordelijk voor het, in samenspraak met de haven, regelen van een ligplaats aan de kade, alle relevante havendiensten en overige praktische zaken, het voldoen aan de behoeften van de gezagvoerder en bemanning, het inklaren van het schip in de haven en bij de andere autoriteiten (met inbegrip van het voorbereiden en indienen van de juiste documenten) en het vrijgeven of in ontvangst nemen van lading namens de opdrachtgever.
- Reder. De eigenaar van het schip of elke andere organisatie of persoon zoals de beheerder of de rompbevrachter die is belast met de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het schip, alsmede elke persoon, niet zijnde de scheepsagent, die handelt namens hem.
- Scheepsdocumenten. Certificaten en overige documenten, ook in elektronische vorm, die de gezagvoerder dient te overleggen teneinde aan te tonen dat het schip aan de internationale of nationale regelgeving voldoet.
- Scheepsuitrustingsstukken. Artikelen, niet zijnde tot het schip behorende reserveonderdelen, die zich aan boord van het schip bevinden om daar te worden gebruikt, voor zover deze verplaatsbaar zijn, doch niet verbruikt kunnen worden, daaronder begrepen voorwerpen zoals reddingsboten, reddingsmiddelen, meubelen, scheepstuigage en dergelijke.
- Scheepsreserveonderdelen. Artikelen voor reparatie of vervanging, bestemd om deel te gaan uitmaken van het schip waarmee zij worden vervoerd.
- Scheepsvoorraad. Goederen bestemd om te worden gebruikt aan boord van een schip, waaronder begrepen verbruiksgoederen, goederen die worden vervoerd met de bedoeling deze te verkopen aan passagiers en bemanningsleden, brandstof en smeermiddelen, met uitsluiting evenwel van scheepsuitrustingsstukken en scheepsreserveonderdelen.
- Verzender. De partij die op het cognossement of de vrachtbrief als verzender staat vermeld en/of die een vervoersovereenkomst met een vervoerder sluit (of in wier naam of namens wie een vervoersovereenkomst is gesloten). De verzender wordt ook wel verscheper genoemd.
- Walverlof. Toestemming aan een bemanningslid om gedurende het verblijf van het schip in een haven aan wal te gaan. Het openbaar gezag kan besluiten hieraan indien van toepassing geografische of tijdsbeperkingen te stellen.
- Eén loket. Een omgeving die het mogelijk maakt de gestandaardiseerde en geharmoniseerde informatie en verklaringen bij één punt in te dienen of te verstrekken, doorgaans langs elektronische weg.
- Verstekeling. Een persoon die zich verborgen houdt op een schip, of in lading die vervolgens aan boord van een schip wordt geladen, zonder de toestemming van de reder of de gezagvoerder of enige andere verantwoordelijke persoon, en die wordt ontdekt aan boord van het schip nadat het de haven heeft verlaten, of in de lading terwijl deze wordt gelost in de haven van aankomst.
- Tijdelijke invoer. De douaneregeling ingevolge welke bepaalde goederen in een douanegebied kunnen worden binnengebracht met volledige of gedeeltelijke voorwaardelijke ontheffing van de invoerrechten en -heffingen en zonder toepassing van invoerverboden of -beperkingen van economische aard; dergelijke goederen moeten worden ingevoerd voor een specifiek doel en moeten bestemd zijn om binnen een bepaalde termijn weder te worden uitgevoerd zonder enige wijziging te hebben ondergaan, behoudens de normale waardedaling als gevolg van het gebruik dat ervan wordt gemaakt.
- Vervoersdocument. Informatie waaruit blijkt dat er een vervoersovereenkomst bestaat tussen een reder en een verzender, zoals een zeevrachtbrief, een cognossement of een document voor gecombineerd vervoer.
B. Algemene bepalingen
Overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel V van het Verdrag beletten de bepalingen van de Bijlage het openbaar gezag niet de door dat gezag passend geoordeelde maatregelen te nemen, waaronder begrepen het vragen van nadere informatie, hetgeen nodig zou kunnen zijn in gevallen waarin het vermoeden bestaat van fraude of in verband met problemen van bijzondere aard die een ernstige bedreiging vormen voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid, waaronder wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeescheepvaart en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, of om het binnendringen of de verspreiding tegen te gaan van ziekten en hun vectoren of plagen die schadelijk zijn voor de mens, voor dieren of voor planten.
- 1.1. Norm.Met betrekking tot de formaliteiten, vereiste documenten en procedures voor de aankomst, het verblijf en het vertrek van schepen die internationale reizen maken, verlangt het openbaar gezag slechts een minimum aan benodigde gegevens.
- 1.1.1. *Niet in gebruik.*
- 1.2. Niet in gebruik.
- 1.3. Aanbevolen werkwijze.Door de Verdragsluitende Regeringen opgelegde maatregelen en procedures ten behoeve van de veiligheid of het voorkomen van de handel in verdovende middelen zouden doelmatig moeten zijn. Dergelijke maatregelen en procedures (bijv. risicobeheer en wederzijds controleren van informatie) zouden zodanig geïmplementeerd moeten worden dat de hinder voor schepen, lading en personen of eigendommen aan boord tot een minimum wordt beperkt en onnodige vertragingen worden voorkomen.
C. Systemen voor de elektronische uitwisseling van informatie
1.3bis. Norm.Het openbaar gezag richt systemen voor de elektronische uitwisseling van informatie in en onderhoudt en gebruikt deze.
1.3ter. Norm.Bij het invoeren of wijzigen van systemen voor de elektronische uitwisseling van informatie ter ondersteuning van de douaneafhandeling verstrekt het openbaar gezag reders en andere betrokken partijen de benodigde informatie over de systeemeisen en zorgt het voor een toereikende overgangsperiode voordat het gebruik van de systemen verplicht wordt gesteld. Vanaf de datum van publicatie van alle functionele en technische specificaties geldt er een periode van ten minste 12 maanden voor overgang naar een nieuw systeem.
Elk nieuw of gewijzigd systeem is technologisch neutraal en compatibel met andere systemen.
1.3quart. Norm.Het openbaar gezag biedt tijdens de overgangsperiode bedoeld in 1.3ter de mogelijkheid de vereiste informatie voor de douaneafhandeling op verschillende manieren in te dienen.
Bij de invoering van nieuwe formats voor elektronisch berichtenverkeer, moet het openbaar gezag het gebruik van bestaande formats voor elektronisch berichtenverkeer blijven toestaan gedurende een tijdvak dat vastgesteld wordt in overleg met de betrokken partijen.
1.3quin. Norm.Het openbaar gezag voert regelingen in die het mogelijk maken alle informatie die verlangd wordt in overeenstemming met norm 2.1 in te dienen bij één loket, via elektronische weg.
Ook moet worden overwogen dit ene loket het mechanisme te maken voor het communiceren door het openbaar gezag van besluiten en overige informatie die onder dit Verdrag vallen en andere bepalingen, al naargelang van toepassing.
1.3sext. Norm.Het openbaar gezag combineert of coördineert de elektronische uitwisseling van gegevens die vereist zijn over de aankomst, het verblijf en het vertrek van schepen om ervoor te zorgen dat de informatie slechts eenmalig worden ingediend of verstrekt en zoveel mogelijk wordt hergebruikt.
1.4. Niet in gebruik.
1.5. Niet in gebruik.
1.6. Niet in gebruik.
1.6bis. Norm.Voor de elektronische uitwisseling van informatie om de douaneafhandeling te vergemakkelijken, wordt de door het openbaar gezag gevraagde informatie over de aankomst, het verblijf en het vertrek van het schip, de personen en de vracht ingediend overeenkomstig internationaal overeengekomen normen, waaronder de VN-normen voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer (UN/EDIFACT), het gegevensmodel van de Wereld Douane Organisatie (WDO) of de normen van de Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO), met inachtneming van de door de Organisatie ontwikkelde richtlijnen.
1.6ter. Niet in gebruik.
1.7. Aanbevolen werkwijze.Bij het plannen, invoeren of wijzigen van systemen voor de elektronische uitwisseling van informatie ten behoeve van de douaneafhandeling, zou het openbaar gezag ernaar moeten streven:
- a. alle betrokken partijen vanaf het begin de gelegenheid tot overleg te geven;
- b. bestaande procedures te evalueren en de overbodige af te schaffen;
- c. vast te stellen welke procedures gedigitaliseerd dienen te worden;
- d. deze systemen geschikt te maken voor gecombineerd vervoer;
- e. passende stappen te nemen om de implementatiekosten van deze systemen voor alle betrokken partijen zo laag mogelijk te houden; en
- f. te zorgen voor compatibiliteit en interoperabiliteit met andere relevante informatiesystemen.
1.7.1. Aanbevolen werkwijze.De Verdragsluitende Regeringen zouden het openbaar gezag en overige betrokken partijen aan moeten moedigen samen te werken bij of rechtstreeks deel te nemen aan de ontwikkeling van elektronische systemen die gebruik maken van internationaal overeengekomen normen teneinde de uitwisseling van informatie inzake de aankomst, het verblijf en het vertrek van schepen, personen en lading te verbeteren en de interoperabiliteit tussen de systemen van het openbaar gezag en overige betrokken partijen te waarborgen.
1.8. Norm.Elektronische uitwisseling van vereiste informatie wordt aanvaard van elke locatie zolang de informatieverstrekker gecertificeerd en gewaarmerkt is overeenkomstig de van toepassing zijnde vereisten. Gebruik van een dienstverlener in het rechtsgebied waaraan de informatie wordt verstrekt is mogelijk niet vereist.
1.8.1. Aanbevolen werkwijze.Informatie inzake certificerings- en waarmerkingsvereisten zou openbaar en elektronisch beschikbaar moeten zijn.
1.8.2. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt de in norm 2.1 bedoelde verklaringen wanneer zij op een voor het betrokken openbaar gezag aanvaardbare wijze zijn gewaarmerkt.
D. Illegale activiteiten
1.9. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou moeten streven naar samenwerkingsregelingen met reders en andere betrokken partijen om hun vermogen om illegale activiteiten te bestrijden te verbeteren, met inbegrip van maar niet beperkt tot, drugssmokkel en de illegale handel in wilde dieren, waarbij vergemakkelijking wordt aangemoedigd. Dergelijke regelingen zouden kunnen worden gebaseerd op de Memoranda van Overeenstemming van de Wereld Douane Organisatie, de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) en de bijbehorende richtlijnen.
E. Maritieme corruptie
1.9bis. Norm.De Verdragsluitende Regeringen moedigen het openbaar gezag aan de risico’s van corruptie die gepaard gaan met de schip-wal-interface in havens te beoordelen en aan te pakken door preventieve maatregelen ter versterking van integriteit, transparantie en verantwoording te ontwikkelen en toe te passen. Het openbaar gezag coördineert ook inspanningen om via nationale en internationale samenwerking corruptie in verband met het aanlopen van schepen in de haven op te sporen, te onderzoeken en te bestraffen.
1.10. Norm.Wanneer het openbaar gezag, reders en andere betrokken partijen in het kader van samenwerkingsregelingen toegang krijgen tot gevoelige commerciële en andere informatie, wordt deze informatie vertrouwelijk behandeld.
DEEL 2. AANKOMST, VERBLIJF EN VERTREK VAN HET SCHIP
A. Algemeen
2.1. Norm.Het openbaar gezag verlangt niet dat bij aankomst of vertrek van schepen waarop dit Verdrag van toepassing is andere documenten dan die waarop dit deel betrekking heeft worden overgelegd.
Deze documenten zijn:
- •. generale verklaring
- •. aangifte van de lading
- •. aangifte van de scheepsvoorraad
- •. aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning
- •. bemanningslijst
- •. passagierslijst
- •. manifest van gevaarlijke stoffen
- •. het document dat wordt vereist voor postzendingen krachtens het Algemene Postverdrag
- •. maritieme gezondheidsverklaring
- •. beveiligingsinformatie zoals vereist door SOLAS-voorschrift XI-2/9.2.2
- •. vooraf elektronische ingediende ladinggegevens ten behoeve van risicoanalyse door de douane
- •. formulier voor voorafgaande kennisgeving van de afgifte van afval bij ontvangstfaciliteiten in havens, wanneer dit aan de Organisatie is medegedeeld.
2.1.1. Norm.Verdragsluitende Regeringen vereisen geen consulaire formaliteiten, heffingen of lasten in verband met documenten voor de in- en uitklaring van schepen, met inbegrip van de elektronische indiening van documenten.
2.1.2. Norm.Het openbaar gezag ontwikkelt procedures voor het indienen van informatie die aan de aankomst en het vertrek voorafgaat om het verwerken van deze informatie te vergemakkelijken ten behoeve van het versnellen van de daaropvolgende vrijgave/in- of uitklaring van lading en personen.
2.1.3. Aanbevolen werkwijze.De nationale wetgeving zou de voorwaarden moeten vaststellen voor het indienen van informatie die aan de aankomst en het vertrek voorafgaat. Wat betreft het tijdstip waarop de aan de aankomst voorafgaande informatie moet worden ingediend geldt dat dit normaliter niet voor het tijdstip waarop het schip het land van vertrek verlaat zou moeten liggen. In de nationale wetgeving zouden echter, in aanvulling op de basisregel, tevens de uitzonderingen op dit beginsel kunnen worden vastgesteld, bijvoorbeeld voor reizen van korte duur.
2.1.3bis. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou, voor het vooraf elektronisch indienen van ladinggegevens ten behoeve van risicoanalyse door de douane, rekening moeten houden met de termijnen omschreven in het SAFE Framework of Standards van de WDO.
2.1.4. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou niet de indiening van een afzonderlijke generale verklaring, aangifte van de lading, bemanningslijst, passagierslijst en manifest van gevaarlijke stoffen moeten verlangen indien de gegevens van deze documenten reeds in de aan de aankomst of het vertrek voorafgaande informatie of in het manifest van het schip zijn begrepen.
2.1.5. Norm.Het openbaar gezag gebruikt de aan de aankomst en het vertrek voorafgaande informatie opnieuw in volgende procedures wanneer dergelijke gegevens gevraagd worden.
B. Inhoud en betekenis van de documenten
2.2. Norm.De generale verklaring is het basisdocument bij aankomst en vertrek dat de door het openbaar gezag verlangde gegevens met betrekking tot een schip bevat.
2.2.1. Aanbevolen werkwijze.Zowel voor de aankomst als voor het vertrek van een schip zou hetzelfde model van generale verklaring moeten worden aanvaard.
2.2.2. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag eist niet dat de generale verklaring meer bevat dan de volgende gegevens:
- •. naam, type en IMO-nummer van het schip
- •. roepnaam
- •. vlaggenstaat van het schip
- •. reisnummer
- •. bijzonderheden met betrekking tot de registratie
- •. bijzonderheden met betrekking tot de tonnage
- •. naam van de gezagvoerder
- •. naam en contactgegevens van de scheepsagent
- •. korte omschrijving van de lading
- •. aantal bemanningsleden
- •. aantal passagiers
- •. beknopte gegevens betreffende de reis
- •. datum en tijd van aankomst/vertrek
- •. haven van aankomst/vertrek
- •. vereisten van het schip in termen van ontvangstfaciliteiten voor afval en residuen
- •. vorige aanloophaven/volgende aanloophaven.
2.2.3. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt dat de generale verklaring wordt gedateerd en ondertekend door de gezagvoerder, de scheepsagent of een andere persoon die daartoe door de gezagvoerder naar behoren is gemachtigd, dan wel wordt gelegaliseerd op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag.
2.3. Norm.De aangifte van lading is het basisdocument bij aankomst en vertrek dat de door het openbaar gezag verlangde gegevens met betrekking tot de lading bevat. Er kan echter worden verlangd dat bijzonderheden met betrekking tot een eventueel gevaarlijke lading afzonderlijk worden verstrekt.
2.3.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag eist niet dat de aangifte van de lading meer bevat dan de volgende gegevens:
- a. bij aankomst
- •. naam en IMO-nummer van het schip
- •. vlaggenstaat van het schip
- •. naam van de gezagvoerder
- •. reisnummer
- •. haven van laden
- •. haven waar rapport is opgesteld
- •. identificatie van de vrachtcontainer(s), wanneer van toepassing; markeringen en nummers en soort van de colli; hoeveelheid en omschrijving van de goederen of, indien beschikbaar, de Code van het Geharmoniseerd Systeem (HS-Code)
- •. vervoersdocumentnummers voor lading die in de desbetreffende haven moet worden gelost
- •. havens waar de aan boord gebleven lading zal worden gelost
- •. oorspronkelijke haven(s) van verzending bij goederen die onder een document voor multimodaal vervoer of vrachtbrieven worden verzonden.
- b. bij vertrek
- •. naam en IMO-nummer van het schip
- •. vlaggenstaat van het schip
- •. naam van de gezagvoerder
- •. reisnummer
- •. haven van lossen
- •. met betrekking tot goederen die in de desbetreffende haven zijn ingeladen: identificatie van de container(s), wanneer van toepassing; merken en nummers; aantal en soort van de colli; hoeveelheid en omschrijving van de goederen of, indien beschikbaar, de Code van het Geharmoniseerd Systeem (HS-Code)
- •. vervoersdocumentnummers voor lading die in de desbetreffende haven is ingeladen.
2.3.2. Norm.Met betrekking tot de aan boord gebleven lading, verlangt het openbaar gezag slechts een globale opsomming van een zo klein mogelijk aantal belangrijke gegevens.
2.3.3. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt dat de aangifte van de lading wordt gedateerd en ondertekend door de gezagvoerder, de reder die het vervoersdocument afgeeft, de scheepsagent of een andere persoon die daartoe door de gezagvoerder naar behoren is gemachtigd, dan wel wordt gelegaliseerd op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag.
2.3.4. Norm.In plaats van de aangifte van de lading aanvaardt het openbaar gezag een afschrift van het manifest van het schip, mits dit ten minste de gegevens bevat die overeenkomstig aanbevolen werkwijze 2.3.1 en norm 2.3.2 worden verlangd en mits ondertekend of gelegaliseerd en gedateerd overeenkomstig het bepaalde in norm 2.3.3.
2.3.4.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag kan als alternatief voor norm 2.3.4 ook genoegen nemen met een afschrift van het overeenkomstig norm 2.3.3 ondertekende of gelegaliseerde, of voor eensluidend gewaarmerkte, vervoersdocument, indien de aard en hoeveelheid van de lading dit toelaten en mits alle gegevens die overeenkomstig aanbevolen werkwijze 2.3.1 en norm 2.3.2 worden verlangd en geïdentificeerd, voor zover deze niet in deze documenten voorkomen, eveneens op andere wijze worden verstrekt en naar behoren worden gewaarmerkt.
2.3.5. Norm.Het openbaar gezag keurt goed dat niet op het manifest vermelde pakketten in het bezit van de gezagvoerder op de aangifte van de lading worden weggelaten, mits bijzonderheden over deze pakketten afzonderlijk worden verstrekt.
2.4. Norm.De aangifte van de scheepsvoorraad is het basisdocument bij aankomst en vertrek dat de door het openbaar gezag verlangde gegevens met betrekking tot de scheepsvoorraad bevat.
2.4.1. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt dat de aangifte van de scheepsvoorraad wordt gedateerd en ondertekend door de gezagvoerder of door een andere scheepsofficier die daartoe door de gezagvoerder naar behoren is gemachtigd en persoonlijk bekend is met de feiten die op de scheepsvoorraad betrekking hebben, dan wel wordt gelegaliseerd op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag.
2.5. Norm.De aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning is het basisdocument dat de door het openbaar gezag verlangde gegevens bevat voor zover die betrekking hebben op de persoonlijke bezittingen van de bemanning. Bij vertrek wordt deze aangifte niet verlangd.
2.5.1. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt dat de aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning wordt gedateerd en ondertekend door de gezagvoerder of een andere scheepsofficier die daartoe door de gezagvoerder naar behoren is gemachtigd, dan wel wordt gelegaliseerd op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag. Ten behoeve van de verificatie aan boord kan het openbaar gezag tevens van elk bemanningslid verlangen dat deze de aangifte van zijn/haar persoonlijke eigendommen ondertekent of bevestigt op een wijze die aanvaardbaar is voor het openbaar gezag.
2.5.2. Aanbevolen werkwijze.In de regel zou het openbaar gezag slechts gegevens moeten verlangen met betrekking tot de persoonlijke eigendommen van bemanningsleden die niet in aanmerking zouden komen voor vrijstelling van douanerechten en -heffingen of waarop verbodsbepalingen of beperkingen van toepassing zijn.
2.6. Norm.De bemanningslijst is het basisdocument dat het openbaar gezag verlangt en dat gegevens bevat die betrekking hebben op het aantal leden van de bemanning en de samenstelling van de bemanning bij aankomst of vertrek van een schip.
2.6.1. Norm.Het openbaar gezag eist niet dat de bemanningslijst meer bevat dan de volgende gegevens:
- •. naam en IMO-nummer van het schip
- •. vlaggenstaat van het schip
- •. roepnaam
- •. reisnummer
- •. achternaam
- •. voornamen
- •. nationaliteit
- •. rang of klasse
- •. sekse
- •. geboortedatum en -plaats
- •. soort en nummer van het identiteitsbewijs
- •. staat die het identiteitsbewijs heeft afgegeven
- •. datum van verstrijken geldigheidsduur identiteitsbewijs
- •. haven en datum van aankomst/vertrek van het schip
- •. vorige aanloophaven.
2.6.2. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt dat de bemanningslijst wordt gedateerd en ondertekend door de gezagvoerder of een andere scheepsofficier die daartoe door de gezagvoerder naar behoren is gemachtigd, dan wel wordt gelegaliseerd op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag.
2.6.3. Niet in gebruik
2.6.4. Aanbevolen werkwijze.In gevallen waarin een schip, dat een regelmatige dienst onderhoudt, ten minste eenmaal per 14 dagen dezelfde haven aandoet en er slechts kleine veranderingen in de samenstelling van de bemanning hebben plaatsgevonden, zou het openbaar gezag in de regel niet moeten verlangen dat er een nieuwe complete bemanningslijst wordt ingediend, maar zou het de bestaande bemanningslijst met daarop aangegeven de wijzigingen moeten aanvaarden.
2.7. Norm.De passagierslijst is het basisdocument dat het openbaar gezag verlangt bij aankomst of vertrek van een schip en dat gegevens bevat met betrekking tot de passagiers.
2.7.1. Niet in gebruik
2.7.2. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou naast de passagierslijsten geen inschepings- of ontschepingskaarten moeten verlangen met betrekking tot passagiers wier namen op die lijsten voorkomen. Indien het openbaar gezag evenwel met bijzondere problemen geconfronteerd wordt die een ernstige bedreiging inhouden voor de volksgezondheid, kan van die persoon op een internationale zeereis bij aankomst verlangd worden dat hij zijn adres van bestemming schriftelijk mededeelt.
2.7.3. Norm.Het openbaar gezag eist niet dat de passagierslijst meer bevat dan de volgende gegevens:
- •. naam en IMO-nummer van het schip
- •. roepnaam
- •. vlaggenstaat van het schip
- •. reisnummer
- •. achternaam
- •. voornamen
- •. nationaliteit
- •. geboortedatum
- •. geboorteplaats
- •. sekse
- •. soort identiteitsbewijs of reisdocument
- •. serienummer van het identiteitsbewijs of reisdocument
- •. staat die het identiteitsbewijs of reisdocument heeft afgegeven
- •. datum van verstrijken geldigheidsduur identiteitsbewijs of reisdocument
- •. haven van inscheping
- •. visumnummer, indien van toepassing
- •. haven van ontscheping
- •. haven en datum van aankomst van het schip
- •. passagier op doorreis of niet.
2.7.4. Aanbevolen werkwijze.Een door de reders voor eigen gebruik opgestelde lijst zou moeten worden aanvaard in plaats van een passagierslijst, mits deze ten minste de overeenkomstig norm 2.7.3 verlangde gegevens bevat en overeenkomstig de in 2.7.5 gegeven norm is gedateerd en ondertekend of gelegaliseerd.
2.7.5. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt dat de passagierslijst wordt gedateerd en ondertekend door de gezagvoerder, de scheepsagent of een andere persoon die daartoe door de gezagvoerder naar behoren is gemachtigd, dan wel wordt gelegaliseerd op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag.
2.8. Norm.Het manifest van gevaarlijke stoffen is het basisdocument dat het openbaar gezag voorziet van informatie over gevaarlijke stoffen.
2.8.1. Norm.Het openbaar gezag eist niet dat het manifest van gevaarlijke stoffen meer bevat dan de volgende gegevens:
- •. naam van het schip
- •. IMO-nummer
- •. roepnaam
- •. reisnummer
- •. vlaggenstaat van het schip
- •. haven van laden
- •. haven van lossen
- •. plaats waar lading is gestuwd
- •. referentienummer
- •. merken en nummers
- –. vrachtcontaineridentificatienummer(s)
- –. kentekennummer(s) van de voertuigen
- •. VN-nummer
- •. juiste vervoersnaam/(technische specificaties)
- •. klasse/(bijkomend(e) risico(”s))
- •. verpakkingsgroep
- •. aanvullende informatie/mariene-milieuverontreinigende stof/vlampunt/etc.
- •. aantal en soort van de colli
- •. massa (kg) of volume (L)
- •. noodmaatregelen en procedures (EmS)
- •. scheepsagent
2.9. Norm.Het openbaar gezag verlangt bij aankomst of vertrek van het schip geen andere schriftelijke verklaring met betrekking tot poststukken anders dan de verklaring vereist volgens het Algemeen Postverdrag, op voorwaarde dat laatstgenoemde verklaring ook daadwerkelijk wordt overgelegd. Bij het ontbreken van een dergelijk document moeten de poststukken (aantal en gewicht) worden vermeld op de aangifte van de lading.
2.10. Norm.De maritieme gezondheidsverklaring is het basisdocument dat de door de havengezondheidsdienst verlangde gegevens bevat die betrekking hebben op de gezondheidstoestand aan boord van een schip gedurende de reis en bij aankomst in een haven.
C. Documenten bij aankomst
2.11. Norm.Totdat de in norm 1.3ter bedoelde overgangsperiode is verstreken verlangt het openbaar gezag met betrekking tot de aankomst van een schip in de haven slechts:
- •. 5 afschriften van de generale verklaring
- •. 4 afschriften van de aangifte van de lading
- •. 4 afschriften van de aangifte van de scheepsvoorraad
- •. 2 afschriften van de aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning
- •. 4 afschriften van de bemanningslijst
- •. 4 afschriften van de passagierslijst
- •. 1 afschrift van het manifest van gevaarlijke stoffen
- •. 1 afschrift van de maritieme gezondheidsverklaring
- •. 1 afschrift van de beveiligingsinformatie zoals vereist door SOLAS-voorschrift XI-2/9.2.2
- •. 1 afschrift van het formulier voor voorafgaande kennisgeving van de afgifte van afval bij ontvangstfaciliteiten in havens, wanneer dit aan de Organisatie is medegedeeld.
Na het verstrijken van de overgangsperiode worden geen papieren afschriften meer verlangd, behalve in geval van overmacht wanneer er geen middelen van elektronische verzending beschikbaar zijn.
D. Documenten bij vertrek
2.12. Norm. Totdat de in norm 1.3ter bedoelde overgangsperiode is verstreken verlangt het openbaar gezag met betrekking tot het vertrek van een schip uit de haven slechts:
- •. 5 afschriften van de generale verklaring
- •. 4 afschriften van de aangifte van de lading
- •. 3 afschriften van de aangifte van de scheepsvoorraad
- •. 2 afschriften van de bemanningslijst
- •. 2 afschriften van de passagierslijst
- •. 1 afschrift van het manifest van gevaarlijke stoffen.
Na het verstrijken van de overgangsperiode worden geen papieren afschriften meer verlangd, behalve in geval van overmacht wanneer er geen middelen van elektronische verzending beschikbaar zijn.
2.12.1. Norm.Er wordt geen nieuwe aangifte van de lading verlangd bij vertrek uit een haven met betrekking tot lading waarvoor reeds bij aankomst in die haven een aangifte is gedaan en die aan boord is gebleven.
2.12.2. Aanbevolen werkwijze.Bij vertrek zou geen afzonderlijke aangifte van de scheepsvoorraad moeten worden verlangd met betrekking tot scheepsvoorraad waarvoor reeds bij aankomst een aangifte is gedaan, noch met betrekking tot scheepsvoorraad die in die haven aan boord is genomen en gedekt is door een ander douanedocument dat daartoe in de betrokken haven is aangeboden.
2.12.3. Norm.In gevallen waarin het openbaar gezag gegevens verlangt omtrent de bemanning van een schip bij het vertrek daarvan uit de haven, wordt een van de afschriften van de bemanningslijst die bij aankomst waren aangeboden bij het vertrek aanvaard, op voorwaarde dat deze opnieuw is ondertekend door de gezagvoerder of door een door hem/haar naar behoren gemachtigde scheepsofficier, en goedgekeurd of gelegaliseerd op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag, en is aangetekend dat het aantal bemanningsleden of de samenstelling daarvan bij vertrek van het schip is veranderd of dat een dergelijke wijziging tijdens het verblijf van het schip in de haven niet heeft plaatsgevonden.
2.13. Niet in gebruik
E. Achtereenvolgens aandoen van twee of meer havens in dezelfde Staat
2.14. Norm.Rekening houdend met de procedures die worden toegepast bij aankomst van een schip in de eerste aanloophaven op het grondgebied van een Staat, worden reders uitsluitend verplicht de gevraagde informatie één keer bij het openbaar gezag van een Staat in te dienen. De formaliteiten en documenten die door het openbaar gezag worden verlangd in elke volgende aanloophaven die in dat land wordt aangedaan zonder dat eerst een haven in een ander land wordt aangedaan, worden tot een minimum beperkt.
F. Controletechnieken
1.11. Norm.Het openbaar gezag maakt gebruik van risicobeheer ter verbetering van zijn grenscontroleprocedures met betrekking tot:
- •. de vrijgave/in- en uitklaring van lading;
- •. veiligheidsvereisten; en
- •. zijn vermogen smokkel aan te pakken.
G. Bijzondere faciliterende maatregelen voor schepen die een haven aandoen teneinde zieke of gewonde bemanningsleden, passagiers, op zee geredde personen of andere personen aan wal te laten gaan voor een spoedeisende medische behandeling
2.20. Norm.Het openbaar gezag verzoekt om medewerking van de reders teneinde te waarborgen dat, wanneer een schip dat een haven wil aandoen uitsluitend om zieke of gewonde bemanningsleden, passagiers, op zee geredde personen of andere personen aan wal te laten gaan voor een spoedeisende medische behandeling, de gezagvoerder het openbaar gezag zo vroeg mogelijk van dit voornemen in kennis stelt en daarbij zo veel mogelijk bijzonderheden vermeldt omtrent de ziekte of verwonding en de identiteit van de personen.
2.21. Norm.Het openbaar gezag stelt de gezagvoerder langs de snelst mogelijke weg voor aankomst van het schip in kennis van de documenten en procedures die nodig zijn om zieke of gewonde personen snel aan wal te brengen en het schip onverwijld te laten inklaren.
2.22. Norm.In het geval van een schip dat met dit doel een haven aandoet en onmiddellijk daarna weer wil vertrekken, verleent het openbaar gezag het schip voorrang bij het aanmeren indien de toestand van de zieke persoon of de omstandigheden op zee van dien aard zijn dat een veilige ontscheping niet mogelijk is op de rede of de aanvaarroute naar de haven.
2.23. Norm.In het geval van een schip dat met dit doel een haven aandoet en onmiddellijk daarna weer wil vertrekken, verlangt het openbaar gezag niet het overleggen van de in norm 2.1 genoemde verklaringen, uitgezonderd de maritieme gezondheidsverklaring en, indien onontbeerlijk, de algemene verklaring. Het openbaar gezag houdt in dergelijke gevallen niet vast aan de termijnen, en eventuele van toepassing zijnde sancties, voor het verstrekken van de verklaringen.
2.24. Norm.In het geval van een schip dat met dit doel een haven aandoet en wanneer het openbaar gezag een algemene verklaring verlangt, bevat deze verklaring niet meer informatie dan die vermeld in Aanhangsel 1 en, wanneer mogelijk, minder.
2.25. Norm.Wanneer het openbaar gezag controlemaatregelen met betrekking tot de aankomst van een schip toepast voorafgaand aan het aan wal brengen van zieke of gewonde personen, hebben een spoedeisende medische behandeling en maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid voorrang boven deze controlemaatregelen.
2.25bis. Norm.Het openbaar gezag in het kader van de Internationale Gezondheidsregeling informeert de reder in een zo vroeg mogelijk stadium, over zijn voornemen volksgezondheidscontrolemaatregelen toe te passen op een schip, en verstrekt schriftelijke informatie, indien voorhanden, over de toe te passen werkwijzen.
2.26. Norm.Wanneer waarborgen of verbintenissen worden vereist ten aanzien van de kosten van behandeling of uiteindelijke verwijdering of repatriëring van de betreffende personen, wordt een spoedeisende medische behandeling niet tegengehouden of vertraagd terwijl deze waarborgen of verbintenissen worden verkregen.
2.27. Niet in gebruik.
H. Bijzondere faciliterende maatregelen voor schepen die een haven aandoen teneinde zieke of gewonde bemanningsleden, passagiers, op zee geredde personen of andere personen aan wal te laten gaan voor een spoedeisende medische behandeling
2.20. Norm.Het openbaar gezag verzoekt om medewerking van de reders teneinde te waarborgen dat, wanneer een schip dat een haven wil aandoen uitsluitend om zieke of gewonde bemanningsleden, passagiers, op zee geredde personen of andere personen aan wal te laten gaan voor een spoedeisende medische behandeling, de gezagvoerder het openbaar gezag zo vroeg mogelijk van dit voornemen in kennis stelt en daarbij zo veel mogelijk bijzonderheden vermeldt omtrent de ziekte of verwonding en de identiteit van de personen.
2.21. Norm.Het openbaar gezag stelt de gezagvoerder langs de snelst mogelijke weg voor aankomst van het schip in kennis van de documenten en procedures die nodig zijn om zieke of gewonde personen snel aan wal te brengen en het schip onverwijld te laten inklaren.
2.22. Norm.In het geval van een schip dat met dit doel een haven aandoet en onmiddellijk daarna weer wil vertrekken, verleent het openbaar gezag het schip voorrang bij het aanmeren indien de toestand van de zieke persoon of de omstandigheden op zee van dien aard zijn dat een veilige ontscheping niet mogelijk is op de rede of de aanvaarroute naar de haven.
2.23. Norm.In het geval van een schip dat met dit doel een haven aandoet en onmiddellijk daarna weer wil vertrekken, verlangt het openbaar gezag niet het overleggen van de in norm 2.1 genoemde documenten, uitgezonderd de maritieme gezondheidsverklaring en, indien onontbeerlijk, de generale verklaring. Het openbaar gezag houdt in dergelijke gevallen niet vast aan de termijnen voor het indienen van de documenten.
2.24. Norm.Wanneer het openbaar gezag een generale verklaring verlangt, bevat dit document niet meer gegevens dan die vermeld in aanbevolen werkwijze 2.2.2 en, wanneer mogelijk, minder.
2.25. Norm.Wanneer het openbaar gezag controlemaatregelen met betrekking tot de aankomst van een schip toepast voorafgaand aan het aan wal brengen van zieke of gewonde personen, hebben een spoedeisende medische behandeling en maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid voorrang boven deze controlemaatregelen.
2.26. Norm.Wanneer waarborgen of verbintenissen worden vereist ten aanzien van de kosten van behandeling of uiteindelijke verwijdering of repatriëring van de betreffende personen, wordt een spoedeisende medische behandeling niet tegengehouden of vertraagd terwijl deze waarborgen of verbintenissen worden verkregen.
2.27. Norm.Een spoedeisende medische behandeling en maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid hebben voorrang boven enige controlemaatregel die het openbaar gezag kan toepassen op zieke of gewonde personen die aan wal worden gebracht.
DEEL 3. – AANKOMST EN VERTREK VAN PERSONEN
A. Voorschriften en procedures bij aankomst en vertrek
3.1. Norm.Een geldig paspoort is het basisidentiteitsdocument dat het openbaar gezag informatie verstrekt met betrekking tot elk van de passagiers bij aankomst of vertrek van een schip.
3.1.1. Aanbevolen werkwijze.De Verdragsluitende Regeringen zouden er, voor zover mogelijk, door bilaterale of multilaterale overeenkomsten mee moeten instemmen dat in plaats van paspoorten genoegen wordt genomen met officiële identiteitsbewijzen.
3.2. Norm.Het openbaar gezag treft voorzieningen waarbij paspoorten, of in plaats daarvan aanvaarde officiële identiteitsbewijzen, van de passagiers van een schip door de immigratieautoriteiten slechts een keer bij aankomst en een keer bij vertrek gecontroleerd behoeven te worden. Bovendien kan verlangd worden dat deze paspoorten of officiële identiteitsbewijzen worden overgelegd voor verificatie- of identificatiedoeleinden verband houdende met douane- en andere formaliteiten bij aankomst en vertrek.
3.3. Norm.Nadat paspoorten of in de plaats daarvan aanvaarde officiële identiteitsbewijzen individueel zijn overgelegd, geeft het openbaar gezag deze documenten na controle terstond weer terug in plaats van deze achter te houden als extra controle, tenzij er iets is dat de toegang van een passagier tot het grondgebied in de weg staat.
3.3.1. Norm.Elke Verdragsluitende Regering verzekert dat het openbaar gezag frauduleuze, vervalste of nagemaakte reisdocumenten van personen die niet toegelaten kunnen worden, in beslag neemt. Deze documenten worden uit de roulatie genomen en zo mogelijk teruggezonden aan de bevoegde autoriteiten. De Staat die een document uit de roulatie neemt, geeft in plaats van het in beslag genomen document een begeleidende brief af, en voegt daarbij een fotokopie van de vervalste reisdocumenten, indien beschikbaar, alsmede eventueel belangrijke informatie. De begeleidende brief en de bijlagen erbij worden afgegeven aan de exploitant die zorg draagt voor de verwijdering van de persoon die niet toegelaten kan worden. De brief dient tot het verstrekken van informatie aan de autoriteiten op het transitopunt en/of het oorspronkelijke punt waar de betrokkene aan boord is gegaan.
3.3.2. Norm.De Verdragsluitende Regeringen moeten een persoon ter controle accepteren die van zijn of haar punt van ontscheping is teruggezonden nadat hem of haar de toegang is geweigerd indien deze persoon zich op hun grondgebied had ingescheept. De Verdragsluitende Regeringen mogen deze persoon niet terugzenden naar het land waar hem of haar eerder de toegang was geweigerd.
3.3.3. Norm.Voordat passagiers en bemanning worden aanvaard teneinde te onderzoeken of zij kunnen worden toegelaten tot de Staat, blijven zij onder de verantwoordelijkheid van de reder vallen.
3.3.4. Aanbevolen werkwijze.Na het aanvaarden van passagiers en bemanning voor onderzoek, hetzij voorwaardelijk hetzij onvoorwaardelijk en indien de betrokken personen onder fysiek toezicht van het openbaar gezag staan, zou het openbaar gezag voor hen verantwoordelijk moeten zijn tot het moment waarop zij worden toegelaten of hun de toegang wordt geweigerd.
3.3.5. Norm.De verplichting van een reder om een persoon buiten het grondgebied van een Staat te brengen, eindigt zodra die persoon definitief is toegelaten tot die Staat.
3.3.6. Norm.Wanneer een persoon de toegang is geweigerd, wordt de reder daarvan door het openbaar gezag, zonder onredelijke vertraging, op de hoogte gebracht, en geraadpleegd over de regelingen voor verwijdering. De reder is verantwoordelijk voor de kosten van verblijf en verwijdering van een persoon die niet kan worden toegelaten en de reder is, in het geval een persoon weer wordt overgedragen aan de reder, verantwoordelijk voor de onverwijlde verwijdering van deze persoon naar:
- •. het land van inscheping; of
- •. enige andere plaats waar de persoon wordt toegelaten.
3.3.7. Norm.De Verdragsluitende Regeringen en de reders dienen voor zover mogelijk samen te werken om de geldigheid en de echtheid van de paspoorten en visa vast te stellen.
3.4. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou noch van zich inschepende of zich ontschepende passagiers, noch van voor dezen optredende reders, aanvullende of steeds opnieuw schriftelijke informatie moeten verlangen, behalve die welke reeds aan hun paspoorten of officiële identiteitsbewijzen kunnen worden ontleend, tenzij deze informatie nodig is voor het invullen van enige in deze Bijlage bedoelde verklaring.
3.5. Aanbevolen werkwijze.In gevallen waarin het openbaar gezag aanvullende schriftelijke informatie verlangt van zich inschepende of ontschepende passagiers, niet zijnde gegevens benodigd voor het invullen van enig in deze Bijlage bedoelde verklaring, zou het zijn eisen tot nadere identificatie van de passagiers moeten beperken tot de in de aanbevolen werkwijze van 3.6 (inschepings-/ontschepingskaart) genoemde gegevens. Het openbaar gezag zou de inschepings-/ontschepingskaart wanneer deze door de passagier is ingevuld moeten aanvaarden en zou niet moeten verlangen dat deze kaart wordt ingevuld of gecontroleerd door de reder. Met leesbaar handschrift op de kaart zou genoegen moeten worden genomen, tenzij het gebruik van blokletters op de kaart wordt voorgeschreven. Van elke passagier mag slechts één exemplaar van de inschepings-/ontschepingskaart, eventueel met een of meer gelijktijdig gemaakte doorslagen, worden verlangd.
3.6. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou niet moeten eisen dat de inschepings-/ontschepingskaart meer bevat dan de volgende informatie:
- •. achternaam
- •. voornamen
- •. nationaliteit
- •. nummer en datum van verstrijken geldigheidsduur van paspoort of ander identiteitsbewijs
- •. geboortedatum
- •. geboorteplaats
- •. beroep
- •. haven van inscheping/ontscheping
- •. sekse
- •. plaats van bestemming (adres)
- •. handtekening.
3.7. Norm.Een reiziger die in het bezit is van een internationaal bewijs van vaccinatie of profylaxe dat voldoet aan de Internationale Gezondheidsregeling als bewijs van vaccinatie tegen gele koorts, wordt niet als verdacht behandeld, zelfs al is hij of zij afkomstig uit een gebied waar de Wereldgezondheidsorganisatie heeft vastgesteld dat er een risico van het overdragen van gele koorts aanwezig is.
De lijst van landen en gebieden die een bewijs van vaccinatie tegen gele koorts vereisen en de landen met een risico op gele koorts zijn beschikbaar op de openbare website van de WHO.
3.8. Aanbevolen werkwijze.Het geneeskundig onderzoek van personen die zich aan boord van een schip bevinden of van personen die een schip verlaten zou in het algemeen moeten worden beperkt tot personen voor wie er bewijs is voor een dreigend volksgezondheidsrisico. Deze onderzoeken moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale wetgeving en relevante artikelen van de Internationale Gezondheidsregeling.
3.9. Aanbevolen werkwijze.In de regel zou het openbaar gezag de douanecontrole op de reisbagage van binnenkomende passagiers moeten uitvoeren door middel van steekproeven of door selectie. Schriftelijke verklaringen met betrekking tot reisbagage van de passagiers zouden zoveel mogelijk achterwege moeten blijven.
3.9.1. Aanbevolen werkwijze.Indien enigszins mogelijk zou het openbaar gezag controle van de reisbagage van vertrekkende passagiers achterwege moeten laten, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de mogelijke noodzaak passende veiligheidsmaatregelen op te leggen, bij voorkeur geautomatiseerd om toetsing te vergemakkelijken.
3.9.2. Aanbevolen werkwijze.In gevallen waarin controle van de reisbagage van vertrekkende passagiers niet geheel achterwege kan worden gelaten, zou de controle in de regel door middel van steekproeven of door selectie moeten worden uitgevoerd.
3.10. Aanbevolen werkwijze.Bij de officiële identiteitsbewijzen dient een Verdragsluitende Regering ermee in te stemmen om in plaats van een paspoort, overeenkomstig aanbevolen werkwijze 3.1.1, als basisdocument dat het openbaar gezag voorziet van informatie over het individuele bemanningslid bij aankomst of vertrek van een schip, een identiteitsdocument te aanvaarden dat is afgegeven in overeenstemming met de relevante ILO-verdragen, of anders een geldig en naar behoren erkend identiteitsbewijs voor zeevarenden.
3.10.1. Norm.Het openbaar gezag eist niet dat het identiteitsbewijs voor zeevarenden meer bevat dan de volgende informatie:
- •. achternaam
- •. voornamen
- •. sekse
- •. geboortedatum en -plaats
- •. nationaliteit
- •. uiterlijke kenmerken
- •. foto (gewaarmerkt)
- •. handtekening
- •. (eventueel) einde van de geldigheidsduur
- •. bureau van afgifte.
3.10.2. Aanbevolen werkwijze.De Verdragsluitende Regeringen worden aangemoedigd om overeenkomsten aan te gaan om van zeevarenden in plaats van een paspoort een geldig identiteitsbewijs voor zeevarenden te aanvaarden, wanneer dit document het opnieuw toelaten van de houder tot het land dat het document heeft uitgegeven waarborgt. Dergelijke overeenkomsten kunnen voorzien in aanvaarding van een geldig identiteitsbewijs voor zeevarenden door het openbaar gezag voor gevallen waarin een zeevarende als passagier met een vervoermiddel een land moet binnenkomen of verlaten:
- a. om zich naar zijn of haar schip te begeven of over te gaan op ander schip; en
- b. om zich op doorreis te begeven naar zijn of haar zich in een ander land bevindend schip, of om te repatriëren, of voor enig ander doel dat de goedkeuring heeft van de autoriteiten van het desbetreffende land,
3.10.3. Aanbevolen werkwijze.In de regel zou het openbaar gezag van een Verdragsluitende Regering die een geldig identiteitsbewijs voor zeevarenden erkent als alternatief voor een paspoort – met betrekking tot leden van de bemanning – geen overlegging moeten verlangen van de persoonlijke identiteitsbewijzen noch het verstrekken van informatie als aanvulling op het identiteitsbewijs voor zeevarenden voor zover deze informatie niet op de bemanningslijst zijn vermeld.
B. Maatregelen ter vergemakkelijking van het in- en uitklaren van bagage en de douanebehandeling van passagiers en bemanning
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)