Protocol inzake het optreden in volle zee in gevallen van verontreiniging door andere stoffen dan olie, 1973
De Partijen bij dit Protocol,
Partij zijnde bij het Internationaal Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken, gedaan te Brussel op 29 november 1969,
Gelet op de Resolutie inzake de Internationale Samenwerking betreffende andere verontreinigende stoffen dan olie, aanvaard door de Internationale Juridische Conferentie inzake schade door verontreiniging van de zee, 1969,
Voorts gelet op het feit dat ingevolge de Resolutie, de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie haar werkzaamheden heeft geïntensiveerd, in samenwerking met alle belanghebbende internationale organisaties, ter zake van alle aspecten van verontreiniging door andere stoffen dan olie,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
De Partijen bij dit Protocol kunnen in volle zee de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn ter voorkoming, vermindering of opheffing van ernstig en dreigend gevaar voor hun kust of daarmede samenhangende belangen door verontreiniging of dreigende verontreiniging door andere stoffen dan olie, na een ongeval op zee of na met zulk een ongeval verband houdende handelingen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zeer ernstige schade tot gevolg zullen hebben.
„Andere stoffen dan olie” zoals bedoeld in het eerste lid zijn:
- (a). de stoffen opgesomd in een lijst die wordt opgesteld door een door de Organisatie aangewezen ter zake bevoegde instantie, en die als bijlage aan dit Protocol wordt gehecht, en
- (b). de andere stoffen die de gezondheid van de mens in gevaar kunnen brengen, schade kunnen berokkenen aan de in zee voorkomende fauna en flora, een aantasting kunnen vormen van de mogelijkheden tot recreatie of een ander rechtmatig gebruik van de zee kunnen verhinderen.
Telkens wanneer een optredende Partij maatregelen neemt met betrekking tot een stof zoals bedoeld in het tweede lid, letter (b), rust op deze Partij de bewijslast dat de stof, onder de omstandigheden ten tijde van het optreden, naar redelijkerwijs kon worden aangenomen een ernstig en dreigend gevaar kon opleveren, overeenkomende met het gevaar dat een der andere stoffen opgesomd in de lijst bedoeld in het tweede lid, letter (a), oplevert.
Artikel II
De bepalingen van artikel I, tweede lid, en van de artikelen II tot VIII van het Internationaal Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken, 1969, en de Bijlage daarbij, voor zover zij betrekking hebben op olie, zijn van toepassing ten aanzien van de stoffen bedoeld in artikel I van dit Protocol.
Voor toepassing van de bepalingen van dit Protocol wordt de lijst van deskundigen, bedoeld in de artikelen III, letter (c), en IV van dat Verdrag, uitgebreid, zodat zij deskundigen omvat die bevoegd zijn tot het geven van advies inzake andere stoffen dan olie. De Lid-Staten van de Organisatie en Partijen bij dit Protocol kunnen voordrachten doen voor die lijst.
Artikel III
De in artikel I, tweede lid, letter a, bedoelde lijst wordt bijgehouden door de daartoe door de Organisatie aangewezen bevoegde instantie.
Elke wijziging op de lijst voorgesteld door een Partij bij dit Protocol, wordt aan de Organisatie voorgelegd en wordt door deze ten minste drie maanden vóór de bestudering daarvan door de ter zake bevoegde instantie aan alle leden van de Organisatie en alle Partijen bij dit Protocol toegezonden.
De Partijen bij dit Protocol, al dan niet lid van de Organisatie, zijn gerechtigd deel te nemen aan de besprekingen van de bevoegde instantie.
Wijzigingen worden aangenomen met een twee derde meerderheid van slechts die Partijen bij dit Protocol die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.
Indien aangenomen overeenkomstig het vierde lid, wordt de wijziging door de Organisatie ter aanvaarding medegedeeld aan alle Partijen bij dit Protocol.
De wijziging wordt geacht te zijn aanvaard aan het eind van een termijn van zes maanden nadat zij is medegedeeld, tenzij binnen die termijn bij de Organisatie bezwaar tegen de wijziging is aangetekend door ten minste een derde van de Partijen bij dit Protocol.
Een wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard overeenkomstig het zesde lid treedt in werking drie maanden na aanvaarding voor alle Partijen bij dit Protocol, met uitzondering van die Partijen die vóór die datum een verklaring van niet-aanvaarding van de betrokken wijziging hebben afgelegd.
Artikel IV
Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Staten die het Verdrag bedoeld in artikel II hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden, en door elke Staat die is uitgenodigd zich te doen vertegenwoordigen bij de Internationale Conferentie over verontreiniging van de zee, 1973. Het Protocol blijft van 15 januari 1974 tot 31 december 1974 op de zetel van de Organisatie opengesteld voor ondertekening.
Onder voorbehoud van het vierde lid van dit artikel dient dit Protocol te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten die het hebben ondertekend.
Onder voorbehoud van het vierde lid staat dit Protocol open voor toetreding door Staten die het niet hebben ondertekend.
Alleen Staten, die het Verdrag bedoeld in artikel II hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, of daartoe zijn toegetreden, kunnen dit Protocol bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren of ertoe toetreden.
Artikel V
De bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Alle akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd na de inwerkingtreding van een wijziging op dit Protocol ten aanzien van alle bestaande Partijen, of na de voltooiing van alle maatregelen, vereist voor de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van alle bestaande Partijen, worden geacht van toepassing te zijn op het aldus gewijzigde Protocol.
Artikel VI
Dit Protocol treedt in werking op de negentigste dag na de datum waarop vijftien Staten akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, met dien verstande evenwel dat dit Protocol niet in werking treedt voordat het in artikel II bedoelde Verdrag in werking treedt.
Ten aanzien van elke Staat die dit Protocol daarna bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt, treedt het Protocol in werking op de negentigste dag na nederlegging door die Staat van de daartoe strekkende akte.
Artikel VII
Na de datum waarop het voor een Partij in werking is getreden, kan die Partij dit Protocol te allen tijde opzeggen.
Opzegging geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
De opzegging wordt van kracht een jaar na de nederlegging van de akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie of na een langere termijn zoals in die akte is bepaald.
Een opzegging door een Partij van het Verdrag bedoeld in artikel II wordt geacht een opzegging van dit Protocol door die Partij te zijn. Een dergelijke opzegging wordt van kracht op dezelfde dag als waarop de opzegging van het Verdrag van kracht wordt overeenkomstig artikel XII, derde lid, van dat Verdrag.
Artikel VIII
De Organisatie kan een conferentie tot herziening of wijziging van dit Protocol bijeenroepen.
De Organisatie roept een conferentie van de Partijen bij dit Protocol bijeen tot herziening of wijziging van dit Protocol op verzoek van ten minste een derde van de Partijen.
Artikel IX
Dit Protocol wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
De Secretaris-Generaal van de Organisatie:
- (a). stelt alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden in kennis van:
- (i). elke nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte en de datum daarvan;
- (ii). de datum van inwerkingtreding van dit Protocol;
- (iii). de nederlegging van een akte van opzegging van dit Protocol met de datum van inwerkingtreding van de opzegging;
- (iv). iedere wijziging van dit Protocol of zijn Bijlage en ieder bezwaar tegen of verklaring van niet-aanvaarding van de wijziging;
- (b). doet voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Protocol toekomen aan alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden.
Artikel X
Zodra dit Protocol in werking treedt, wordt door de Secretaris-Generaal van de Organisatie een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Artikel XI
Dit Protocol is, in een enkel oorspronkelijk exemplaar, opgesteld in de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorized for that purpose have signed the present Protocol.
DONE at London this second day of November one thousand nine hundred and seventy-three.