Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

Type Verdrag
Publication 1977-04-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij het Verdrag,

Geleid door de wens de beveiliging van schepen in het algemeen en de beveiliging van vissersvaartuigen in het bijzonder te bevorderen,

Indachtig de voortreffelijke bijdrage van de Internationale Verdragen voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee alsmede van de Internationale Verdragen betreffende de Uitwatering van Schepen tot het bevorderen van de veiligheid van schepen,

Erkennend dat vissersvaartuigen zijn vrijgesteld van vrijwel alle dwingende bepalingen van genoemde Internationale Verdragen,

Derhalve geleid door de wens in onderlinge overeenstemming eenvormige beginselen en voorschriften vast te stellen betreffende de constructie en uitrusting van vissersvaartuigen dienende tot de beveiliging van zodanige vaartuigen en hun bemanningen,

Overwegend dat dit doel het best kan worden bereikt door het sluiten van een Verdrag,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Algemene verplichtingen krachtens het Verdrag

De Partijen zullen uitvoering geven aan de bepalingen van dit Verdrag, en van de Bijlage daarbij, die een integrerend deel vormt van dit Verdrag. Tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, houdt een verwijzing naar het Verdrag terzelfder tijd een verwijzing naar de Bijlage in.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Bij de toepassing van het Verdrag wordt, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder:

Artikel 3. Toepassing

Het Verdrag is van toepassing op zeegaande vissersvaartuigen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een Staat die Partij is.

Artikel 4. Afgifte van certificaten en Controle

(1). Behoudens de bepalingen van het tweede lid wordt een overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag onder gezag van een Partij afgegeven certificaat door de andere Partijen erkend en voor alle doeleinden die bij dit Verdrag zijn geregeld, geacht dezelfde geldigheid te bezitten als een certificaat dat zij zelf hebben afgegeven.

(2). Elk vaartuig dat een certificaat heeft, afgegeven op grond van de Voorschriften 7 of 8, is in de havens van andere Partijen onderworpen aan controle door bevoegde ambtenaren van deze Partijen, voor zover deze controle erop gericht is zekerheid te verkrijgen dat er een geldig certificaat aan boord is. Een zodanig certificaat wordt aanvaard, tenzij er duidelijke redenen bestaan om aan te nemen dat de toestand van het vaartuig of van zijn uitrusting in belangrijke mate afwijkt van de gegevens van dat certificaat. In dat geval of indien er geen geldig certificaat aanwezig is, stelt de controlerende ambtenaar de consul of, bij diens afwezigheid, de diplomatieke vertegenwoordiger van de Partij wier vlag het vaartuig gerechtigd is te voeren terstond in kennis van alle omstandigheden waaromtrent corrigerende maatregelen door die Partij noodzakelijk worden geacht en worden de feiten aan de Organisatie gerapporteerd. De controlerende ambtenaar moet zodanige stappen ondernemen dat het zeker is dat het vaartuig niet zal vertrekken voordat het zonder gevaar voor vaartuig of opvarenden zee kan kiezen.

Artikel 5. Overmacht

(1). Een vaartuig dat bij de aanvang van een reis niet is onderworpen aan de bepalingen van het Verdrag of dat niet verplicht is een certificaat aan boord te hebben overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, zal hieraan ook niet worden onderworpen tengevolge van enige afwijking van zijn voorgenomen route die te wijten is aan slecht weer of aan enige andere vorm van overmacht.

(2). Personen die aan boord van een vaartuig zijn door overmacht of tengevolge van de verplichtingen schipbreukelingen of andere personen te vervoeren, mogen niet in aanmerking worden genomen bij de vraag of het vaartuig voldoet aan de bepalingen van het Verdrag.

Artikel 6. Verstrekking van inlichtingen

(1). De Partijen zenden aan de Organisatie:

(2). De Organisatie stelt alle Partijen in kennis van de ontvangst van elke mededeling die op grond van het eerste lid, letter (a), is gedaan en geeft hun kennis van alle inlichtingen die haar op grond van het eerste lid, letters (b) en (c) zijn verstrekt.

Artikel 7. Ongevallen aan vissersvaartuigen overkomen

(1). Elke Partij stelt een onderzoek in naar elk ongeval dat haar vaartuigen waarop de bepalingen van het Verdrag van toepassing zijn, mocht overkomen, wanneer zij van oordeel is dat een zodanig onderzoek kan bijdragen tot het doen overwegen welke wijzigingen in het Verdrag wenselijk zouden kunnen zijn.

(2). Elke Partij verstrekt de Organisatie, ter kennisgeving aan alle Partijen, inlichtingen betreffende de resultaten van een zodanig onderzoek. Rapporten of aanbevelingen van de Organisatie die gebaseerd zijn op dergelijke inlichtingen, mogen niet de identiteit of nationaliteit van de betrokken vaartuigen onthullen, of op enigerlei wijze een vaartuig of een persoon verantwoordelijk stellen of de verantwoordelijkheid daarvan veronderstellen.

Artikel 8. Andere verdragen en interpretatie

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de codificatie en de ontwikkeling van het zeerecht door de Conferentie van de Verenigde Naties over het Zeerecht, bijeengeroepen ingevolge Resolutie 2750 (XXV) van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, noch aan de huidige en toekomstige aanspraken en juridische opvattingen van enige Staat met betrekking tot het zeerecht en de aard en omvang van de rechtsmacht van kuststaten en vlaggestaten.

Artikel 9. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

(1). Het Verdrag blijft open voor ondertekening op het Hoofdkantoor van de Organisatie van 1 oktober 1977 tot 30 juni 1978 en blijft daarna open voor toetreding. Alle Staten kunnen partij bij dit Verdrag worden door:

(2). Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een hiertoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.

(3). De Secretaris-Generaal doet alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden mededeling van iedere ondertekening of van de nederlegging van iedere nieuwe akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsmede van de datum van nederlegging daarvan.

Artikel 10. Inwerkingtreding

(1). Dit Verdrag treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop niet minder dan vijftien Staten, waarvan de gezamenlijke vissers vloten niet minder dan vijftig percent van de wereldvloot van vissersvaartuigen met een lengte van vierentwintig meter en meer vormen, dit hetzij hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, hetzij overeenkomstig artikel 9 de vereiste akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd.

(2). De Organisatie stelt de Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden in kennis van de datum van inwerkingtreding.

(3). Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag hebben nedergelegd nadat aan de voorwaarden voor inwerkingtreding is voldaan, doch vóór de datum van inwerkingtreding, wordt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van kracht op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, dan wel drie maanden na de datum van nederlegging van de akte, indien deze datum later valt.

(4). Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, treedt het Verdrag in werking drie maanden na de datum waarop de akte is nedergelegd.

(5). Na de datum waarop is voldaan aan alle in artikel 11 genoemde voorwaarden om wijzigingen van dit Verdrag in werking te doen treden, heeft elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding betrekking op het Verdrag, zoals gewijzigd.

Artikel 11. Wijzigingen

(1). Het Verdrag kan worden gewijzigd door middel van een van de twee der in dit artikel genoemde procedures.

(2). Wijzigingen na bestudering binnen de Organisatie:

(3). Wijziging door een Conferentie:

(4). Iedere Partij die heeft geweigerd de wijziging van de Bijlage te aanvaarden, wordt geacht geen Partij te zijn wat de toepassing van die wijziging betreft.

(5). Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, is een wijziging van het Verdrag, die betrekking heeft op de constructie van een vaartuig, alleen van toepassing op vaartuigen waarvan op of na de datum waarop die wijziging in werking treedt:

(6). Elke verklaring van aanvaarding van of van bezwaar tegen een wijziging, of elke kennisgeving gedaan krachtens het bepaalde in het tweede lid, letter (g) (ii), wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal, die alle Partijen in kennis stelt van een zodanige kennisgeving en van de datum van ontvangst ervan.

(7). De Secretaris-Generaal stelt alle Partijen in kennis van wijzigingen die in werking treden, alsmede van de datum waarop elke wijziging in werking treedt.

Artikel 12. Opzegging

(1). Een Partij kan het Verdrag na verloop van vijf jaar na de datum waarop het voor die Partij in werking is getreden, te allen tijde opzeggen.

(2). Opzegging geschiedt door middel van schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal, die alle andere Partijen van de ontvangst van zodanige kennisgevingen van de datum van ontvangst op de hoogte stelt.

(3). Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Secretaris-Generaal of na verloop van een langere periode die in de kennisgeving kan worden aangegeven.

Artikel 13. Nederlegging en registratie

(1). Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan alle Staten die het hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.

(2). Zodra dit Verdrag in werking treedt, wordt de tekst door de Secretaris-Generaal toegezonden aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 14. Talen

Het Verdrag is opgesteld in een enkel exemplaar in de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Er zullen officiële vertalingen worden vervaardigd in de Arabische, de Duitse en de Italiaanse taal, welke vertalingen worden nedergelegd bij het ondertekende origineel.

HOOFDSTUK I. - ALGEMENE VOORZIENINGEN

Voorschrift 1. Toepassing
Voorschrift 2. Omschrijvingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.