Internationaal Verdrag van Nairobi inzake het opruimen van wrakken, 2007

Type Verdrag
Publication 2016-04-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag,

Zich bewust van het feit dat wrakken die niet worden opgeruimd, gevaar kunnen opleveren voor de scheepvaart of het mariene milieu,

Overtuigd van de noodzaak uniforme internationale regels en procedures aan te nemen om te waarborgen dat wrakken onverwijld en op doeltreffende wijze worden opgeruimd en dat de daarmee gemoeide kosten worden vergoed,

Vaststellend dat veel wrakken zich kunnen bevinden binnen het grondgebied van Staten, met inbegrip van de territoriale zee,

De voordelen onderkennend die verwezenlijkt kunnen worden door middel van uniformiteit in de rechtsstelsels die van toepassing zijn op de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor het opruimen van gevaarlijke wrakken,

Indachtig het belang van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982, en van het internationaal gewoonterecht van de zee, en de daaruit voortvloeiende noodzaak dit Verdrag in overeenstemming daarmee te implementeren,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 2. Doelstellingen en algemene beginselen
1.

Een Staat die Partij is kan in overeenstemming met dit Verdrag maatregelen nemen voor het opruimen van een wrak dat een gevaar vormt in het Verdragsgebied.

2.

De maatregelen die de getroffen Staat treft in overeenstemming met het eerste lid dienen in verhouding te staan tot het gevaar.

3.

Deze maatregelen mogen hetgeen redelijkerwijs noodzakelijk is om een wrak dat een gevaar vormt op te ruimen, niet overstijgen en dienen beëindigd te worden zodra het wrak opgeruimd is; zij mogen de rechten en belangen van andere Staten, met inbegrip van die van de Staat waar het schip geregistreerd is of van een betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon niet onnodig schaden.

4.

Aan de toepassing van dit Verdrag binnen het Verdragsgebied kan een Staat die partij is niet het recht ontlenen soevereiniteit of soevereine rechten uit te oefenen over een deel van de volle zee.

5.

De Staten die Partij zijn dienen zich in te spannen samen te werken wanneer de gevolgen van een maritiem ongeval dat leidt tot een wrak ook een andere Staat dan de getroffen Staat treffen.

Artikel 3. Toepassingsgebied
1.

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op wrakken in het Verdragsgebied.

2.

Met inachtneming van artikel 4, vierde lid, kan een Staat die Partij is de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot wrakken die zich binnen zijn grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, bevinden.

In dat geval stelt hij de Secretaris-Generaal daarvan in kennis op het tijdstip waarop hij zijn instemming om door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt of op enig later tijdstip.

Indien een Staat die Partij is kennisgeving heeft gedaan van het feit dat hij dit Verdrag toepast op wrakken binnen zijn grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, geldt dit onverminderd de rechten en verplichtingen van die Staat maatregelen te nemen met betrekking tot wrakken die zich binnen zijn grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, bevinden, anders dan het lokaliseren, markeren en opruimen in overeenstemming met dit Verdrag. De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 van dit Verdrag zijn uitsluitend van toepassing op aldus getroffen maatregelen als bedoeld in de artikelen 7, 8 en 9 van dit Verdrag.

3.

Indien een Staat die Partij is een kennisgeving uit hoofde van het tweede lid heeft gedaan, omvat het Verdragsgebied van de getroffen Staat het grondgebied met inbegrip van de territoriale zee, van die Staat die Partij is.

4.

Een kennisgeving uit hoofde van het tweede lid van dit artikel gedaan voordat dit Verdrag voor die Staat die Partij is in werking is getreden, wordt voor die Staat die Partij is van kracht bij de inwerkingtreding. Indien de kennisgeving wordt gedaan nadat dit Verdrag voor die Staat die Partij is in werking is getreden, wordt die van kracht zes maanden na de ontvangst ervan door de Secretaris-Generaal.

5.

Een Staat die Partij is die een kennisgeving uit hoofde van het tweede lid heeft gedaan, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving van intrekking aan de Secretaris-Generaal. Deze kennisgeving van intrekking wordt van kracht zes maanden na de ontvangst ervan door de Secretaris-Generaal, tenzij de kennisgeving een latere datum vermeldt.

Artikel 4. Uitsluitingen
1.

Dit Verdrag is niet van toepassing op maatregelen genomen uit hoofde van het Internationaal Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken, 1969, zoals gewijzigd, of het Protocol inzake het optreden in volle zee in gevallen van verontreiniging door andere stoffen dan olie, 1973, zoals gewijzigd.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op oorlogsschepen of andere schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een Staat zolang ze uitsluitend worden gebruikt voor niet-commerciële overheidsdoeleinden, tenzij die Staat anders beslist.

3.

Indien een Staat die Partij is besluit dit Verdrag toe te passen op zijn oorlogsschepen of andere schepen zoals omschreven in het tweede lid, stelt hij de Secretaris-Generaal daarvan in kennis, onder vermelding van de voorwaarden van de toepassing.

Artikel 5. Melden van wrakken
1.

Een Staat die Partij is verlangt van de kapitein en de exploitant van een schip dat zijn vlag voert en betrokken is geraakt bij een maritiem ongeval dat geleid heeft tot een wrak dit onverwijld te melden aan de getroffen Staat. Zodra door de kapitein of de exploitant van het schip aan de meldplicht uit hoofde van dit artikel is voldaan, is de ander daarvan ontslagen.

2.

In deze meldingen worden de naam en het hoofdkantoor van de geregistreerde eigenaar en alle relevante gegevens aangegeven die nodig zijn voor de getroffen Staat teneinde te bepalen of het wrak een gevaar vormt in overeenstemming met artikel 6, waaronder:

Artikel 6. Vaststelling van gevaar

Bij het vaststellen of een wrak een gevaar vormt, dient de getroffen Staat de volgende criteria in acht te nemen:

Artikel 7. Lokaliseren van wrakken
1.

Indien bekend wordt dat er een wrak is, stelt de getroffen Staat met spoed al hetgeen haalbaar is in het werk, met inbegrip van de hulp van Staten en organisaties om zeelieden en de betrokken Staten te waarschuwen voor de aard en locatie van het wrak.

2.

Indien de getroffen Staat redenen heeft om aan te nemen dat een wrak een gevaar vormt, ziet hij erop toe dat alle praktische maatregelen worden getroffen om de precieze locatie van het wrak vast te stellen.

Artikel 8. Markeren van wrakken
1.

Indien de getroffen Staat vaststelt dat een wrak een gevaar vormt, ziet hij erop toe dat alle redelijke maatregelen worden getroffen om het wrak te markeren.

2.

Bij het markeren van het wrak worden alle praktische maatregelen getroffen om te waarborgen dat de markeringen voldoen aan het internationaal aanvaarde systeem voor bebakening dat gehanteerd wordt in het gebied waar het wrak zich bevindt.

3.

De getroffen Staat verspreidt de bijzonderheden van de markering van het wrak door middel van alle gepaste middelen, met inbegrip van de juiste zeevaartkundige publicaties.

Artikel 9. Maatregelen ter vereenvoudiging van het opruimen van wrakken
1.

Indien de getroffen Staat vaststelt dat een wrak een gevaar vormt, dient deze Staat onverwijld:

2.

De geregistreerde eigenaar dient een wrak waarvan is vastgesteld dat het een gevaar vormt op te ruimen.

3.

Indien vastgesteld is dat een wrak een gevaar vormt, dient de geregistreerde eigenaar of een andere belanghebbende partij aan de bevoegde autoriteit van de getroffen Staat een bewijs van verzekering of andere financiële zekerheid zoals vereist op grond van artikel 12, te overleggen.

4.

De geregistreerde eigenaar kan namens de eigenaar een overeenkomst sluiten met een hulpverlener of andere persoon teneinde het wrak op te ruimen waarvan is vastgesteld dat het een gevaar vormt. Alvorens het opruimen aanvangt, kan de getroffen Staat voorwaarden vastleggen voor dit opruimen uitsluitend voor zover zulks noodzakelijk is om te waarborgen dat het opruimen geschiedt op een wijze die verenigbaar is met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.