Internationaal Verdrag van Nairobi inzake het opruimen van wrakken, 2007
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag,
Zich bewust van het feit dat wrakken die niet worden opgeruimd, gevaar kunnen opleveren voor de scheepvaart of het mariene milieu,
Overtuigd van de noodzaak uniforme internationale regels en procedures aan te nemen om te waarborgen dat wrakken onverwijld en op doeltreffende wijze worden opgeruimd en dat de daarmee gemoeide kosten worden vergoed,
Vaststellend dat veel wrakken zich kunnen bevinden binnen het grondgebied van Staten, met inbegrip van de territoriale zee,
De voordelen onderkennend die verwezenlijkt kunnen worden door middel van uniformiteit in de rechtsstelsels die van toepassing zijn op de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor het opruimen van gevaarlijke wrakken,
Indachtig het belang van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982, en van het internationaal gewoonterecht van de zee, en de daaruit voortvloeiende noodzaak dit Verdrag in overeenstemming daarmee te implementeren,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
-
- wordt verstaan onder „Verdragsgebied” de exclusieve economische zone van een Staat die Partij is, vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, of, indien een Staat die Partij is een dergelijke zone niet heeft vastgesteld, een gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee van die Staat, door die Staat vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, en dat zich niet verder uitstrekt dan 200 zeemijl van de basislijnen vanwaar de breedte van zijn territoriale zee wordt gemeten;
-
- wordt verstaan onder „schip” een zeeschip, ongeacht het type, met inbegrip van draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen, drijvende vaartuigen en drijvende platforms, met uitzondering van platforms die ingezet worden bij de exploratie, exploitatie of productie van minerale rijkdommen van de zeebodem;
-
- wordt verstaan onder „maritiem ongeval” een aanvaring, stranding of een ander navigatieincident of een ander voorval aan boord van een schip of daarbuiten dat leidt tot materiële schade of dreigend gevaar van materiële schade aan een schip of zijn lading;
-
- wordt verstaan onder „wrak” als gevolg van een maritiem ongeval:
- a. een gezonken of gestrand schip; of
- b. een deel van een gezonken of gestrand schip, met inbegrip van zaken die zich aan boord van dat schip bevinden of hebben bevonden; of
- c. een zaak die op zee verloren is door een schip en is gestrand, gezonken of op zee op drift is geraakt; of
- d. een schip dat op het punt staat te zinken of te stranden of dat, naar redelijkerwijs verwacht kan worden, zal zinken of stranden, indien niet reeds doeltreffende maatregelen worden genomen om hulp te verlenen aan het in gevaar verkerend schip of andere zaak;
-
- wordt verstaan onder „gevaar” elke situatie of dreiging die:
- a. een gevaar of belemmering vormt voor de scheepvaart; of
- b. naar redelijkerwijs verwacht kan worden zal uitmonden in grote schadelijke gevolgen voor het mariene milieu of schade aan de kustlijn of daarmee samenhangende belangen van een of meer Staten;
-
- worden verstaan onder „daarmee samenhangende belangen” de belangen van een kuststaat die rechtstreeks worden getroffen of bedreigd door een wrak, zoals:
- a. maritieme activiteiten aan de kust, in een haven en in zeemondingen, met inbegrip van de visserij, die een essentieel middel van bestaan vormen voor de betrokken personen;
- b. toeristische attracties en andere economische belangen in het betrokken gebied;
- c. de gezondheid van de bevolking aan de kust en het welzijn van het betrokken gebied, met inbegrip van het behoud van de levende mariene rijkdommen en van de flora en fauna; en
- d. infrastructuur buitengaats en onder water;
-
- wordt verstaan onder „opruiming” elke vorm van voorkomen, beperken of ongedaan maken van het gevaar dat ontstaat door een wrak. “Opruimen” en “opgeruimd” worden dienovereenkomstig uitgelegd;
-
- wordt verstaan onder „geregistreerde eigenaar” de persoon of personen die als eigenaar van het schip is of zijn ingeschreven of, bij het ontbreken van registratie, de persoon of personen die eigenaar was of waren van het schip op het tijdstip van het maritieme ongeval. Indien evenwel een schip eigendom is van een Staat en geëxploiteerd wordt door een maatschappij die in die Staat is geregistreerd als exploitant van het schip, wordt onder „geregistreerde eigenaar” die maatschappij verstaan;
-
- wordt verstaan onder „exploitant van het schip” de eigenaar van het schip of elke andere organisatie of persoon, zoals de manager of rompbevrachter, die namens de eigenaar de verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de exploitatie van het schip en die bij de aanvaarding van die verantwoordelijkheid de verplichting op zich heeft genomen zich te kwijten van alle bijbehorende taken en verantwoordelijkheden die worden opgelegd door de Internationale Veiligheidsbeleidscode (ISM-code), zoals gewijzigd;1)[Red: Zie de International Management Code for the Safe Operation of Ships and for Pollution Prevention (internationale code voor de veilige exploitatie van schepen en voor de voorkoming van vervuiling), bij Resolutie A.741(18), zoals gewijzigd, aangenomen door de Vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie.]
-
- wordt verstaan onder „getroffen Staat” de Staat in het Verdragsgebied waarvan het wrak zich bevindt;
-
- wordt verstaan onder „Staat waar het schip geregistreerd is” met betrekking tot een geregistreerd schip, de Staat waarin het schip is geregistreerd en met betrekking tot een niet- geregistreerd schip, de Staat waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren;
-
- wordt verstaan onder „Organisatie” de Internationale Maritieme Organisatie;
-
- wordt verstaan onder de „Secretaris-Generaal” de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Artikel 2. Doelstellingen en algemene beginselen
Een Staat die Partij is kan in overeenstemming met dit Verdrag maatregelen nemen voor het opruimen van een wrak dat een gevaar vormt in het Verdragsgebied.
De maatregelen die de getroffen Staat treft in overeenstemming met het eerste lid dienen in verhouding te staan tot het gevaar.
Deze maatregelen mogen hetgeen redelijkerwijs noodzakelijk is om een wrak dat een gevaar vormt op te ruimen, niet overstijgen en dienen beëindigd te worden zodra het wrak opgeruimd is; zij mogen de rechten en belangen van andere Staten, met inbegrip van die van de Staat waar het schip geregistreerd is of van een betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon niet onnodig schaden.
Aan de toepassing van dit Verdrag binnen het Verdragsgebied kan een Staat die partij is niet het recht ontlenen soevereiniteit of soevereine rechten uit te oefenen over een deel van de volle zee.
De Staten die Partij zijn dienen zich in te spannen samen te werken wanneer de gevolgen van een maritiem ongeval dat leidt tot een wrak ook een andere Staat dan de getroffen Staat treffen.
Artikel 3. Toepassingsgebied
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op wrakken in het Verdragsgebied.
Met inachtneming van artikel 4, vierde lid, kan een Staat die Partij is de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot wrakken die zich binnen zijn grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, bevinden.
In dat geval stelt hij de Secretaris-Generaal daarvan in kennis op het tijdstip waarop hij zijn instemming om door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt of op enig later tijdstip.
Indien een Staat die Partij is kennisgeving heeft gedaan van het feit dat hij dit Verdrag toepast op wrakken binnen zijn grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, geldt dit onverminderd de rechten en verplichtingen van die Staat maatregelen te nemen met betrekking tot wrakken die zich binnen zijn grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, bevinden, anders dan het lokaliseren, markeren en opruimen in overeenstemming met dit Verdrag. De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 van dit Verdrag zijn uitsluitend van toepassing op aldus getroffen maatregelen als bedoeld in de artikelen 7, 8 en 9 van dit Verdrag.
Indien een Staat die Partij is een kennisgeving uit hoofde van het tweede lid heeft gedaan, omvat het Verdragsgebied van de getroffen Staat het grondgebied met inbegrip van de territoriale zee, van die Staat die Partij is.
Een kennisgeving uit hoofde van het tweede lid van dit artikel gedaan voordat dit Verdrag voor die Staat die Partij is in werking is getreden, wordt voor die Staat die Partij is van kracht bij de inwerkingtreding. Indien de kennisgeving wordt gedaan nadat dit Verdrag voor die Staat die Partij is in werking is getreden, wordt die van kracht zes maanden na de ontvangst ervan door de Secretaris-Generaal.
Een Staat die Partij is die een kennisgeving uit hoofde van het tweede lid heeft gedaan, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving van intrekking aan de Secretaris-Generaal. Deze kennisgeving van intrekking wordt van kracht zes maanden na de ontvangst ervan door de Secretaris-Generaal, tenzij de kennisgeving een latere datum vermeldt.
Artikel 4. Uitsluitingen
Dit Verdrag is niet van toepassing op maatregelen genomen uit hoofde van het Internationaal Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken, 1969, zoals gewijzigd, of het Protocol inzake het optreden in volle zee in gevallen van verontreiniging door andere stoffen dan olie, 1973, zoals gewijzigd.
Dit Verdrag is niet van toepassing op oorlogsschepen of andere schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een Staat zolang ze uitsluitend worden gebruikt voor niet-commerciële overheidsdoeleinden, tenzij die Staat anders beslist.
Indien een Staat die Partij is besluit dit Verdrag toe te passen op zijn oorlogsschepen of andere schepen zoals omschreven in het tweede lid, stelt hij de Secretaris-Generaal daarvan in kennis, onder vermelding van de voorwaarden van de toepassing.
- a. Indien een Staat die Partij is een kennisgeving uit hoofde van artikel 3, tweede lid, heeft gedaan zijn de volgende bepalingen van dit Verdrag niet van toepassing binnen zijn grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee:
- i. artikel 2, vierde lid
- ii. artikel 9, eerste, vijfde, zevende, achtste, negende en tiende lid
- iii. artikel 15
- b. en luidt artikel 9, vierde lid, voor zover het van toepassing is op het grondgebied met inbegrip van de territoriale zee van een Staat die Partij is: „Onverminderd het nationale recht van de getroffen Staat, kan de geregistreerde eigenaar, namens de eigenaar, een overeenkomst aangaan met een hulpverlener of een andere persoon teneinde een wrak op te ruimen waarvan is vastgesteld dat het een gevaar vormt. Alvorens het opruimen aanvangt, kan de getroffen Staat voor het opruimen voorwaarden stellen, uitsluitend voor zover zulks noodzakelijk is om te waarborgen dat het opruimen geschiedt op een wijze die verenigbaar is met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.”
Artikel 5. Melden van wrakken
Een Staat die Partij is verlangt van de kapitein en de exploitant van een schip dat zijn vlag voert en betrokken is geraakt bij een maritiem ongeval dat geleid heeft tot een wrak dit onverwijld te melden aan de getroffen Staat. Zodra door de kapitein of de exploitant van het schip aan de meldplicht uit hoofde van dit artikel is voldaan, is de ander daarvan ontslagen.
In deze meldingen worden de naam en het hoofdkantoor van de geregistreerde eigenaar en alle relevante gegevens aangegeven die nodig zijn voor de getroffen Staat teneinde te bepalen of het wrak een gevaar vormt in overeenstemming met artikel 6, waaronder:
- a. de precieze locatie van het wrak;
- b. het type, de omvang en constructie van het wrak;
- c. de aard van de schade aan en de toestand van het wrak;
- d. de aard en kwantiteit van de lading, in het bijzonder alle gevaarlijke en schadelijke stoffen; en
- e. de hoeveelheden en soorten olie, met inbegrip van bunkerolie en smeerolie, aan boord.
Artikel 6. Vaststelling van gevaar
Bij het vaststellen of een wrak een gevaar vormt, dient de getroffen Staat de volgende criteria in acht te nemen:
- a. het type, de omvang en constructie van het wrak;
- b. diepte van het water in het gebied;
- c. getijverschil en stromingen in het gebied;
- d. bijzonder kwetsbare gebieden die in overeenstemming met de door de Organisatie aangenomen richtlijnen2)[Red: Zie de herziene Richtlijnen voor de erkenning en aanwijzing van bijzonder kwetsbare zeegebieden, bij resolutie A.982(24) door de Vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie aangenomen, zoals gewijzigd.] zijn erkend en indien van toepassing, aangewezen, of een duidelijk omschreven gebied van de exclusieve economische zone waar bijzondere verplichte maatregelen zijn aangenomen uit hoofde van artikel 211, zesde lid, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, 1982;
- e. nabijheid van scheepvaartroutes of vastgestelde verkeersroutes;
- f. verkeersdichtheid en frequentie;
- g. soort verkeer;
- h. aard en kwantiteit van de lading van het wrak, de hoeveelheid en soorten olie (bijvoorbeeld bunkerolie en smeerolie) aan boord van het wrak en in het bijzonder de schade die waarschijnlijk kan ontstaan indien de lading of olie vrijkomt in het mariene milieu;
- i. de kwetsbaarheid van de havenvoorzieningen;
- j. de heersende meteorologische en hydrografische omstandigheden;
- k. de submariene topografie van het gebied;
- l. de hoogte van het wrak boven of onder het wateroppervlak bij het laagste astromisch getij;
- m. de akoestische en magnetische profielen van het wrak;
- n. de nabijheid van installaties, pijpleidingen, telecommunicatiekabels en vergelijkbare structuren buitengaats; en
- o. andere omstandigheden die zouden kunnen noodzaken tot berging van het wrak.
Artikel 7. Lokaliseren van wrakken
Indien bekend wordt dat er een wrak is, stelt de getroffen Staat met spoed al hetgeen haalbaar is in het werk, met inbegrip van de hulp van Staten en organisaties om zeelieden en de betrokken Staten te waarschuwen voor de aard en locatie van het wrak.
Indien de getroffen Staat redenen heeft om aan te nemen dat een wrak een gevaar vormt, ziet hij erop toe dat alle praktische maatregelen worden getroffen om de precieze locatie van het wrak vast te stellen.
Artikel 8. Markeren van wrakken
Indien de getroffen Staat vaststelt dat een wrak een gevaar vormt, ziet hij erop toe dat alle redelijke maatregelen worden getroffen om het wrak te markeren.
Bij het markeren van het wrak worden alle praktische maatregelen getroffen om te waarborgen dat de markeringen voldoen aan het internationaal aanvaarde systeem voor bebakening dat gehanteerd wordt in het gebied waar het wrak zich bevindt.
De getroffen Staat verspreidt de bijzonderheden van de markering van het wrak door middel van alle gepaste middelen, met inbegrip van de juiste zeevaartkundige publicaties.
Artikel 9. Maatregelen ter vereenvoudiging van het opruimen van wrakken
Indien de getroffen Staat vaststelt dat een wrak een gevaar vormt, dient deze Staat onverwijld:
- a. de Staat waar het schip geregistreerd is en de geregistreerde eigenaar te informeren; en
- b. met de Staat waar het schip geregistreerd is alsmede met andere door het wrak getroffen Staten te overleggen over de te treffen maatregelen met betrekking tot het wrak.
De geregistreerde eigenaar dient een wrak waarvan is vastgesteld dat het een gevaar vormt op te ruimen.
Indien vastgesteld is dat een wrak een gevaar vormt, dient de geregistreerde eigenaar of een andere belanghebbende partij aan de bevoegde autoriteit van de getroffen Staat een bewijs van verzekering of andere financiële zekerheid zoals vereist op grond van artikel 12, te overleggen.
De geregistreerde eigenaar kan namens de eigenaar een overeenkomst sluiten met een hulpverlener of andere persoon teneinde het wrak op te ruimen waarvan is vastgesteld dat het een gevaar vormt. Alvorens het opruimen aanvangt, kan de getroffen Staat voorwaarden vastleggen voor dit opruimen uitsluitend voor zover zulks noodzakelijk is om te waarborgen dat het opruimen geschiedt op een wijze die verenigbaar is met overwegingen betreffende de veiligheid en de bescherming van het mariene milieu.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.