Internationaal verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001
De staten die partij zijn bij dit verdrag,
Herinnerend aan artikel 194 van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1982 inzake het recht van de zee, waarin wordt bepaald dat de Staten alle maatregelen dienen te nemen die nodig zijn ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het mariene milieu,
Tevens herinnerend aan artikel 235 van dat verdrag, waarin wordt bepaald dat de Staten, met het doel onverwijlde en toereikende vergoeding te verzekeren met betrekking tot alle door verontreiniging van het mariene milieu veroorzaakte schade, samenwerken bij de verdere ontwikkeling van de toepasselijke voorschriften van het internationale recht,
Nota nemend van het succes van het Internationaal Verdrag van 1992 inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie en het Internationaal Verdrag van 1992 betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, die waarborgen hebben geschapen voor vergoeding aan personen die schade lijden door verontreiniging ten gevolge van het ontsnappen of doen wegvloeien van door schepen over zee in bulk vervoerde olie,
Tevens nota nemend van de aanvaarding van het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen om te voorzien in een passende, onverwijlde en doeltreffende vergoeding voor schade veroorzaakt door voorvallen in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen,
Het belang erkennend van de vaststelling van een strikte aansprakelijkheid voor alle vormen van olieverontreiniging in samenhang met een passende beperking van dat aansprakelijkheidsniveau,
Overwegende dat aanvullende maatregelen nodig zijn om betaling te garanderen van een toereikende, onverwijlde en doeltreffende vergoeding van schade veroorzaakt door verontreiniging ten gevolge van het ontsnappen of doen wegvloeien van bunkerolie uit schepen,
De wens koesterend eenvormige internationale regels en procedures aan te nemen voor het nemen van beslissingen in kwesties van aansprakelijkheid en het verschaffen van een toereikende vergoeding in zodanige gevallen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit verdrag:
-
- wordt onder „schip” verstaan: alle zeeschepen en zeegaande vaartuigen van welk type ook;
-
- wordt onder „persoon” verstaan: iedere natuurlijke of rechtspersoon of maatschap, alsmede ieder publiekrechtelijk of privaatrechtelijk lichaam, al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittend, hieronder begrepen een staat of zijn staatsrechtelijke onderdelen;
-
- wordt onder „scheepseigenaar” verstaan: de eigenaar, hieronder begrepen de geregistreerde eigenaar, rompbevrachter, beheerder of degene in wiens handen de exploitatie van het schip is gelegd;
-
- wordt onder „geregistreerde eigenaar” verstaan: de persoon of personen die als eigenaar van het schip zijn geregistreerd of, indien er geen registratie heeft plaatsgevonden, de persoon of personen die het schip in eigendom hebben. Indien evenwel een schip eigendom is van een staat en geëxploiteerd wordt door een maatschappij die in die staat geregistreerd staat als de exploitant van het schip, betekent „geregistreerde eigenaar” een zodanige maatschappij;
-
- wordt onder „bunkerolie” verstaan: alle uit koolwaterstoffen bestaande minerale oliën, hieronder begrepen smeerolie, die gebruikt worden of bedoeld zijn om gebruikt te worden voor de exploitatie of de aandrijving van het schip, alsmede alle residuen daarvan;
-
- wordt onder „Aansprakelijkheidsverdrag” verstaan: het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1992, als gewijzigd;
-
- wordt onder „preventieve maatregelen” verstaan: alle na een voorval door een persoon genomen redelijke maatregelen ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging;
-
- wordt onder „voorval” verstaan: elk feit of elke opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, waardoor schade door verontreiniging wordt veroorzaakt, of waardoor een ernstige en onmiddellijke dreiging ontstaat dat zodanige schade zal worden veroorzaakt;
-
- wordt onder „schade door verontreiniging” verstaan:
- a. verlies of schade buiten het schip veroorzaakt door bevuiling ten gevolge van het ontsnappen of doen wegvloeien van bunkerolie uit het schip, waar zulk ontsnappen of doen wegvloeien ook mag plaatsvinden, met dien verstande dat vergoeding voor andere schade aan het milieu dan winstderving ten gevolge van deze schade wordt beperkt tot de kosten van redelijke maatregelen tot herstel die daadwerkelijk worden ondernomen of zullen worden ondernomen; en
- b. de kosten van preventieve maatregelen alsmede verlies of schade veroorzaakt door die maatregelen;
-
- wordt onder „staat waar het schip is geregistreerd” verstaan ten aanzien van een geregistreerd schip: de staat waarin het schip is geregistreerd, en ten aanzien van een niet geregistreerd schip: de staat onder wiens vlag het schip gerechtigd is te varen;
-
- wordt onder „brutotonnage” verstaan: de brutotonnage berekend overeenkomstig de voorschriften voor de meting vervat in Bijlage I van het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, 1969;
-
- wordt onder „organisatie” verstaan: de Internationale Maritieme Organisatie;
-
- wordt onder „secretaris-generaal” verstaan: de secretaris-generaal van de organisatie.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Dit verdrag is uitsluitend van toepassing op:
- a. schade door verontreiniging veroorzaakt:
- i. op het grondgebied, de territoriale zee daaronder begrepen, van een staat die partij is, en
- ii. binnen de exclusieve economische zone van een staat die partij is, vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, of, indien een staat die partij is een zodanige zone niet heeft vastgesteld, binnen een gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee van die staat, door die staat vastgesteld overeenkomstig het internationale recht en die zich niet verder uitstrekt dan 200 zeemijl van de basislijnen waarvan de breedte van zijn territoriale zee wordt gemeten;
- b. preventieve maatregelen, waar ook genomen, ter voorkoming of ter beperking van zodanige schade.
Artikel 3. Aansprakelijkheid van de scheepseigenaar
De scheepseigenaar op het tijdstip van het voorval is, behoudens het bepaalde in het derde en het vierde lid, aansprakelijk voor schade door verontreiniging, veroorzaakt door bunkerolie aan boord of afkomstig van het schip, mits, zo het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, de scheepseigenaar op het tijdstip van het eerste feit aansprakelijk is.
Indien meerdere personen aansprakelijk zijn overeenkomstig het eerste lid, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.
De scheepseigenaar is niet aansprakelijk voor schade door verontreiniging, indien de scheepseigenaar bewijst dat:
- a. de schade het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard, of
- b. de schade geheel en al werd veroorzaakt door een handelen of nalaten van derden, met het opzet schade te veroorzaken, of
- c. de schade geheel en al werd veroorzaakt door onzorgvuldigheid of een andere onrechtmatige handeling van een regering of andere autoriteit, verantwoordelijk voor het onderhoud van lichten of andere hulpmiddelen bij de navigatie in de uitoefening van die functie.
Indien de scheepseigenaar bewijst dat de schade door verontreiniging geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet de schade te veroorzaken, of van de schuld van die persoon, kan de scheepseigenaar geheel of gedeeltelijk worden ontheven van zijn aansprakelijkheid tegenover die persoon.
Geen vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging kan tegen de scheepseigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met dit verdrag.
Geen bepaling van dit verdrag doet afbreuk aan enig recht van verhaal van de scheepseigenaar dat onafhankelijk van dit verdrag bestaat.
Artikel 4. Uitsluitingen
Dit verdrag is niet van toepassing op schade door verontreiniging zoals omschreven in het Aansprakelijkheidsverdrag, ongeacht of ten aanzien van die schade wel of geen schadevergoeding verschuldigd is ingevolge dat verdrag.
Behoudens het bepaalde in het derde lid, zijn de bepalingen van dit verdrag niet van toepassing op oorlogsschepen, ondersteuningsschepen van de marine of andere schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een staat die in de betrokken periode uitsluitend werden gebruikt in overheidsdienst voor andere dan handelsdoeleinden.
Een staat die partij is kan besluiten dit verdrag toe te passen op zijn oorlogsschepen of andere schepen bedoeld in het tweede lid, in welk geval hij de secretaris-generaal hiervan kennisgeving doet onder vermelding van de voorwaarden van deze toepassing.
Met betrekking tot schepen die eigendom zijn van een staat die partij is en die gebruikt worden voor handelsdoeleinden, kan elke staat in rechte worden aangesproken voor de rechter die ingevolge artikel 9 bevoegd is, en doet hij afstand van enig verweer dat is gegrond op zijn hoedanigheid van soevereine staat.
Artikel 5. Voorvallen waarbij twee of meer schepen zijn betrokken
Wanneer zich een voorval voordoet waarbij twee of meer schepen zijn betrokken en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging is ontstaan, zijn de scheepseigenaren van alle betrokken schepen, tenzij zij ingevolge artikel 3 van aansprakelijkheid zijn ontheven, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is.
Artikel 6. Beperking van de aansprakelijkheid
Niets in dit verdrag staat in de weg aan het recht van de scheepseigenaar en de persoon of personen die verzekeren of een andere financiële zekerheid stellen om de aansprakelijkheid te beperken uit hoofde van enige toepasselijke nationale of internationale regeling, zoals het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, 1976, als gewijzigd.
Artikel 7. Verplichte verzekering of financiële zekerheid
De geregistreerde eigenaar van een schip met een brutotonnage van meer dan 1000 dat geregistreerd is in een staat die partij is, is gehouden een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie of een door een soortgelijke financiële instantie afgegeven garantie, in stand te houden tot dekking van de aansprakelijkheid van de geregistreerde eigenaar voor schade door verontreiniging, tot een bedrag gelijk aan het maximum van aansprakelijkheid krachtens de toepasselijke nationale of internationale beperkingsregeling, doch in geen geval hoger dan een bedrag berekend in overeenstemming met het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, 1976, als gewijzigd.
Een certificaat houdende verklaring dat een overeenkomst van verzekering of een andere financiële zekerheid in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag van kracht is, wordt aan elk schip afgegeven, nadat de bevoegde autoriteit van een staat die partij is heeft vastgesteld dat aan de eisen van het eerste lid is voldaan. Met betrekking tot een schip geregistreerd in een staat die partij is, wordt zulk een certificaat afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van de staat waar het schip is geregistreerd; met betrekking tot een schip dat niet is geregistreerd in een staat die partij is, kan het worden afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van een staat die partij is. Dit certificaat heeft de vorm van het aan dit verdrag gehechte model en bevat de navolgende gegevens:
- a. naam van het schip, onderscheidingsnummer of -letters en plaats van registratie;
- b. naam en adres van het hoofdkantoor van de geregistreerde eigenaar;
- c. IMO-scheepsidentificatienummer;
- d. aard en duur van de zekerheid;
- e. naam en adres van het hoofdkantoor van de verzekeraar of andere persoon die de zekerheid stelt en, waar nodig, het adres van het kantoor waar de verzekering is gesloten of de zekerheid is gesteld;
- f. geldigheidsduur van het certificaat, die niet langer kan zijn dan de geldigheidsduur van de verzekering of andere zekerheid.
- a. Een staat die partij is kan een door hem erkende instelling of organisatie machtigen het in het tweede lid bedoelde certificaat af te geven. Die instelling of organisatie stelt die staat in kennis van de afgifte van ieder certificaat. In alle gevallen waarborgt de staat die partij is onverkort de volledigheid en juistheid van het aldus afgegeven certificaat en verbindt hij zich ertoe de nodige regelingen te treffen om deze verplichting na te komen.
- b. Een staat die partij is, doet de secretaris-generaal kennisgeving van: Een machtiging wordt niet eerder van kracht dan drie maanden na de datum waarop daarvan kennisgeving is gedaan aan de secretaris-generaal.
- i. de specifieke verantwoordelijkheden en voorwaarden van de machtiging die hij aan een door hem erkende instelling of organisatie verleent;
- ii. de intrekking van zulk een machtiging; en
- iii. de datum waarop zulk een machtiging of de intrekking daarvan van kracht wordt.
- c. De instelling of organisatie die in overeenstemming met dit lid gemachtigd is certificaten af te geven, moet ten minste bevoegd zijn die certificaten in te trekken als niet wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder zij zijn afgegeven. De instelling of organisatie meldt zulk een intrekking in alle gevallen aan de staat namens wie het certificaat is afgegeven.
Het certificaat wordt gesteld in de officiële taal of de officiële talen van de staat waar het wordt afgegeven. Indien de gebruikte taal noch de Engelse, noch de Franse, noch de Spaanse is, moet de tekst een vertaling in een van deze talen bevatten en kan, indien de staat daartoe besluit, de officiële taal van de staat worden weggelaten.
Het certificaat moet zich aan boord van het schip bevinden en een afschrift moet worden nedergelegd bij de autoriteiten die het register houden waarin het schip staat geregistreerd of, indien het schip niet geregistreerd is in een staat die partij is, bij de autoriteit van de staat die het certificaat afgeeft of waarmerkt.
Een verzekering of een andere financiële zekerheid voldoet niet aan de eisen van dit artikel, indien zij, om andere redenen dan het verstrijken van haar geldigheidsduur zoals vermeld in het certificaat ingevolge het tweede lid van dit artikel, kan vervallen alvorens drie maanden zijn verlopen sinds de datum waarop aan de autoriteiten bedoeld in het vijfde lid van dit artikel mededeling is gedaan van haar beëindiging, tenzij het certificaat bij deze autoriteiten is ingeleverd, dan wel binnen bedoelde termijn een nieuw certificaat is afgegeven. Het vorenstaande is eveneens van toepassing op alle wijzigingen die ten gevolge hebben dat de verzekering of zekerheid niet langer voldoet aan de eisen van dit artikel.
Behoudens het in dit artikel bepaalde, stelt de staat waar het schip is geregistreerd de voorwaarden vast betreffende de afgifte en geldigheid van het certificaat.
Niets in dit verdrag kan zo worden uitgelegd dat het een staat die partij is, belet zich te verlaten op informatie die verkregen is van andere staten of de organisatie of andere internationale organisaties met betrekking tot de financiële draagkracht van verzekeraars of personen die financiële zekerheid stellen voor de toepassing van dit verdrag. In die gevallen wordt de staat die partij is en die zich op zulke informatie verlaat, niet ontheven van zijn verantwoordelijkheid als staat die het krachtens het tweede lid vereiste certificaat afgeeft.
Certificaten, afgegeven of gewaarmerkt onder het gezag van een staat die partij is, worden voor de toepassing van dit verdrag erkend door andere staten die partij zijn, als bezittende dezelfde geldigheid als door deze afgegeven of gewaarmerkte certificaten, zelfs indien zij zijn afgegeven of gewaarmerkt met betrekking tot een schip dat niet is geregistreerd in een staat die partij is. Een staat die partij is kan te allen tijde verzoeken om overleg met de staat die het certificaat heeft afgegeven of gewaarmerkt, indien hij reden heeft aan te nemen dat de in het certificaat genoemde verzekeraar of degene die de garantie heeft gesteld financieel niet in staat is te voldoen aan de hem door dit verdrag opgelegde verplichtingen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.