Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Barbados inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 1994-11-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Barbados,

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ter ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;

Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de internationale burgerluchtvaart;

Geleid door de wens een Overeenkomst te sluiten met het doel tussen en via hun onderscheiden grondgebieden luchtdiensten in te stellen, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de Bijlage daarbij wordt aan de onderstaande uitdrukkingen, tenzij de context anders vereist, de volgende betekenis toegekend:

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij:

2.

Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij(en) van een Overeenkomstsluitende Partij het recht te verlenen deel te nemen aan het luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3. Verandering van luchtvaartuig
1.

Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan op iedere vlucht of op alle vluchten op de overeengekomen diensten van luchtvaartuig veranderen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of op enig punt langs de omschreven routes, mits:

2.

Bij verandering van luchtvaartuig kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij gebruik maken van haar eigen uitrusting en, met inachtneming van de nationale voorschriften, van geleaste uitrusting, en zij kan daartoe commerciële overeenkomsten met een andere luchtvaartmaatschappij aangaan.

3.

Een luchtvaartmaatschappij kan verschillende of dezelfde vluchtnummers gebruiken voor de sectoren waarop haar verandering van luchtvaartuig betrekking heeft.

Artikel 4. Aanwijzing en verlening van vergunningen
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een diplomatieke nota aan de andere Overeenkomstsluitende Partij één of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen ten behoeve van de exploitatie van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en een reeds eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij door een andere te vervangen.

2.

Na ontvangst van deze kennisgeving verleent elke Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, een aldus door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij onverwijld de nodige exploitatievergunningen.

3.

Na ontvangst van de exploitatievergunning bedoeld in het tweede lid van dit artikel kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk tijdstip de overeengekomen diensten beginnen te exploiteren, geheel of ten dele, mits zij voldoet aan de bepalingen van deze Overeenkomst en er tarieven voor die diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 6 van deze Overeenkomst.

4.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de verlening van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of bij verlening van de vergunning noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde rechten, indien niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op, die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen.

Artikel 5. Intrekking of opschorting van de vergunning
1.

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht de in artikel 4 bedoelde vergunningen niet te verlenen aan een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, deze vergunning in te trekken of op te schorten of daaraan voorwaarden te verbinden:

2.

Tenzij onmiddellijk optreden noodzakelijk is ten einde verdere inbreuk op bovengenoemde wetten en voorschriften en de bepalingen van deze Overeenkomst te voorkomen, worden de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij in overeenstemming met artikel 16 van deze Overeenkomst.

Artikel 6. Tarieven
1.

De tarieven die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen in rekening worden gebracht voor het vervoer tussen hun grondgebieden dienen die tarieven te zijn welke zijn goedgekeurd door de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen en dienen te worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle ter zake dienende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen voor enig deel van de omschreven route.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven dienen zo mogelijk te worden overeengekomen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen. De luchtvaartmaatschappijen kunnen andere luchtvaartmaatschappijen raadplegen die de routes, geheel of ten dele, exploiteren. Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij geen luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, worden de tarieven opgesteld door de aangewezen luchtvaartmaatschappij (en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij.In ieder geval dienen de tarieven te worden goedgekeurd door de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

Alle aldus overeengekomen tarieven worden ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen ten minste vijfenveertig (45) dagen voor de voorgestelde datum van invoering daarvan, behalve wanneer genoemde autoriteiten overeenkomen deze termijn in bijzondere gevallen te bekorten.

4.

De goedkeuring van tarieven kan uitdrukkelijk worden gegeven; doch indien geen van beide luchtvaartautoriteiten kennis van afkeuring heeft gegeven binnen dertig (30) dagen na de datum van voorlegging, overeenkomstig het derde lid van dit artikel, worden de tarieven geacht te zijn goedgekeurd.

Ingeval de termijn voor voorlegging wordt bekort, zoals bepaald in het derde lid van dit artikel, kunnen de luchtvaartautoriteiten overeenkomen dat de termijn waarbinnen kennisgeving van afkeuring moet geschieden, overeenkomstig wordt bekort.

5.

Indien geen tarief kan worden overeengekomen in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel of indien gedurende de krachtens het vierde lid van dit artikel van toepassing zijnde termijn de ene luchtvaartautoriteit de andere luchtvaartautoriteit kennisgeeft van haar afkeuring van een in overeenstemming met de bepalingen van het tweede lid van dit artikel overeengekomen tarief, trachten de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg het tarief vast te stellen.

6.

Indien de luchtvaartautoriteiten geen overeenstemming kunnen bereiken over een krachtens het derde lid van dit artikel aan hen voorgelegd tarief of over de vaststelling van een tarief krachtens het vijfde lid van dit artikel, wordt het geschil geregeld overeenkomstig artikel 17 van deze Overeenkomst.

7.

Krachtens dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld.

8.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen mogen geen tarieven in rekening brengen die verschillen van die welke zijn goedgekeurd in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.

Artikel 7. Commerciële activiteiten
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen mogen:

2.

Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene Overeenkomstsluitende Partij toegestaan het voor het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

In deze behoefte aan personeel kan naar goeddunken van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) worden voorzien door haar eigen personeel, dan wel door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar bedrijf uitoefent en gemachtigd is deze diensten op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij te verrichten.

4.

Bovengenoemde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

5.

Beide Overeenkomstsluitende Partijen zien af van het vereiste van arbeidsvergunningen, bezoekervisa of andere soortgelijke documenten voor personeel dat bepaalde tijdelijke diensten of taken verricht, behalve in door de betrokken nationale autoriteiten te bepalen bijzondere omstandigheden. Wanneer zulke vergunningen, visa of documenten vereist zijn, worden zij onverwijld en kosteloos verstrekt, opdat de binnenkomst van het betrokken personeel in de Staat niet wordt vertraagd.

Artikel 8. Eerlijke concurrentie
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen worden op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan het internationale luchtvervoer waarop deze Overeenkomst betrekking heeft.

2.

Elke Partij neemt alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht om alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiemethoden weg te nemen die de concurrentiepositie van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij nadelig beïnvloeden.

Artikel 9. Dienstregeling
1.

De door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) legt (leggen) 45 dagen tevoren de voorgestelde dienstregeling van haar voorgenomen diensten ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, onder vermelding van de frequentie, het type luchtvaartuig, de indeling en het aantal zitplaatsen dat beschikbaar zal zijn voor het publiek.

Bedoelde goedkeuring wordt niet op onredelijke gronden geweigerd.

2.

Verzoeken om toestemming voor het uitvoeren van extra vluchten kunnen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) rechtstreeks aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij ter goedkeuring worden voorgelegd.

Artikel 10. Douanerechten en andere heffingen
1.

Luchtvaartuigen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van een der Overeenkomstsluitende Partijen worden geëxploiteerd op internationale luchtdiensten alsmede hun normale uitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, en proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) aan boord, alsmede alle reclame- en promotiemateriaal aan boord van die vliegtuigen, zijn bij aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke nationale of plaatselijke heffingen en belastingen, mits die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven tot het tijdstip waarop zij weder worden uitgevoerd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.