Overeenkomst inzake de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van het zeevervoer van nucleaire stoffen
De Hoge Overeenkomstsluitende Partijen,
Overwegende dat het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie en het Aanvullend Protocol bij dat Verdrag van 28 januari 1964 (hierna te noemen: „het Verdrag van Parijs”) en het Verdrag van Wenen van 21 mei 1963 inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade (hierna te noemen: „het Verdrag van Wenen”) erin voorzien dat in geval van schade, veroorzaakt door een kernongeval dat zich voordoet tijdens het zeevervoer van nucleaire stoffen waarop deze Verdragen van toepassing zijn, de exploitant van een kerninstallatie de voor zodanige schade aansprakelijke persoon is,
Overwegende dat soortgelijke bepalingen voorkomen in de van kracht zijnde nationale wetgeving van enkele Staten,
Overwegende dat de toepassing van elke eerdere internationale Overeenkomst op het gebied van zeevervoer evenwel wordt gehandhaafd,
Geleid door de wens te bewerkstelligen dat uitsluitend de exploitant van een kerninstallatie aansprakelijk zal zijn voor schade veroorzaakt door een kernongeval dat zich voordoet tijds het zeevervoer van nucleaire stoffen,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Elke persoon die krachtens een internationale overeenkomst of een nationale wet betreffende zeevervoer aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die is veroorzaakt door een kernongeval, wordt van deze aansprakelijkheid ontheven:
- a. indien de exploitant van een kerninstallatie voor zodanige schade aansprakelijk is krachtens het Verdrag van Parijs of het Verdrag van Wenen, of
- b. indien de exploitant van een kerninstallatie voor zodanige schade aansprakelijk is krachtens een nationale wet die de aansprakelijkheid voor zodanige schade regelt, mits deze wet voor degenen die schade lijden in alle opzichten even gunstig is als het Verdrag van Parijs of het Verdrag van Wenen.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde ontheffing van aansprakelijkheid is eveneens van toepassing op schade veroorzaakt door een kernongeval,
- a. aan de kerninstallatie zelf of aan alle goederen op het terrein van die installatie die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt in verband met die installatie, of
- b. aan het vervoermiddel waarin de betrokken nucleaire stoffen zich op het tijdstip van het kernongeval bevonden,
waardoor de exploitant van de kerninstallatie niet aansprakelijk is omdat zijn aansprakelijkheid voor zodanige schade is uitgesloten krachtens de bepalingen van het Verdrag van Parijs of het Verdrag van Wenen, of, in gevallen als bedoeld in het eerste artikel, letter b door soortgelijke bepalingen van de daarin bedoelde nationale wet.
Het bepaalde in het eerste lid laat echter onverlet de aansprakelijkheid van natuurlijke personen die de schade hebben veroorzaakt door een handelen of nalaten met het opzet schade te veroorzaken.
Artikel 3
De bepalingen van deze Overeenkomst laten onverlet de aansprakelijkheid van de exploitant van een nucleair schip voor schade veroorzaakt door een kernongeval waarbij splijtstoffen van, of radioactieve produkten of afvalstoffen voortgebracht op dat schip zijn betrokken.
Artikel 4
Deze Overeenkomst vervangt internationale overeenkomsten betreffende zeevervoer die op de datum waarop deze Overeenkomst is opengesteld voor ondertekening, van kracht zijn of openstaan voor ondertekening, bekrachtiging of toetreding, doch uitsluitend voor zover deze overeenkomsten er mede in strijd zouden zijn; het bepaalde in dit artikel laat nochtans de uit bedoelde internationale overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de onderhavige Overeenkomst tegenover niet-Overeenkomstsluitende Staten onverlet.
Artikel 5
Deze Overeenkomst wordt te Brussel voor ondertekening opengesteld en staat open voor ondertekening te Londen op het Hoofdkwartier van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (hierna te noemen „de Organisatie”) tot 31 december 1972 en staat daarna open voor toetreding.
Lid-Staten van de Verenigde Naties of van een der Gespecialiseerde Organisaties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, dan wel Staten die partij zijn bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof kunnen partij worden bij deze Overeenkomst door:
- a. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
- b. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- c. toetreding.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Artikel 6
Deze Overeenkomst treedt in werking op de negentigste dag na de datum waarop vijf Staten haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, dan wel akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Ten aanzien van elke Staat die deze Overeenkomst daarna ondertekent zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, dan wel zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft nedergelegd, treedt de Overeenkomst in werking op de negentigste dag na de datum van ondertekening of nederlegging.
Artikel 7
Een Overeenkomstsluitende Staat mag deze Overeenkomst na de datum waarop zij voor die Staat in werking is getreden, te allen tijde opzeggen.
Opzegging geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Een opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Organisatie of, wanneer de kennisgeving in een langere termijn voorziet, na verloop van die termijn.
Niettegenstaande een opzegging krachtens dit artikel door een Overeenkomstsluitende Partij blijven de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing op schade die is veroorzaakt door een kernongeval dat plaatsvindt voordat de opzegging van kracht wordt.
Artikel 8
De Verenigde Naties, ingeval zij het beheer over een gebied uitoefenenen, of een Overeenkomstsluitende Partij die verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van een gebied, kunnen de Secretaris-Generaal van de Organisatie te allen tijde schriftelijk mededelen dat deze Overeenkomst ook op dat gebied van toepassing zal zijn.
Te rekenen van de datum van ontvangst van deze kennisgeving of van een andere in deze kennisgeving bepaalde datum, is deze Overeenkomst van toepassing op het daarin genoemde gebied.
De Verenigde Naties of een Overeenkomstsluitende Partij die een verklaring krachtens het eerste lid van dit artikel heeft afgelegd, kan te allen tijde na de datum waarop deze Overeenkomst aldus tot een gebied uitgebreid wordt, door middel van een schriftelijke kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie, verklaren dat deze Overeenkomst ophoudt van toepassing te zijn op het in de kennisgeving genoemde gebied.
Deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn op het in de kennisgeving genoemde gebied een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Organisatie of na een langere termijn, wanneer zulks in die kennisgeving is bepaald.
Artikel 9
De Organisatie kan een Conferentie tot herziening of wijziging van deze Overeenkomst bijeenroepen.
De Organisatie roept op verzoek van ten minste een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen een Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen bijeen tot herziening of wijziging van deze Overeenkomst.
Artikel 10
Een Overeenkomstsluitende Partij mag voorbehouden maken die overeenkomen met de voorbehouden die zij op geldige wijze heeft gemaakt ten aanzien van het Verdrag van Parijs of het Verdrag van Wenen. Een voorbehoud kan worden gemaakt op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Artikel 11
Deze Overeenkomst wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
De Secretaris-Generaal van de Organisatie:
- a. doet alle Staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden mededeling van:
- i. elke nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte en de datum daarvan;
- ii. elk voorbehoud dat in overeenstemming met deze Overeenkomst is gemaakt;
- iii. de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst;
- iv. elke opzegging van deze Overeenkomst en de datum waarop zij van kracht wordt;
- v. de uitbreiding van deze Overeenkomst tot een gebied ingevolge het eerste lid van artikel 8 en de beëindiging van een zodanige uitbreiding ingevolge het bepaalde in het vierde lid van dat artikel, waarbij in beide gevallen de datum wordt aangegeven waarop deze Overeenkomst is uitgebreid tot dit gebied of waarop die uitbreiding zal eindigen;
- b. doet voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van deze Overeenkomst toekomen aan alle ondertekenende Staten en aan alle Staten die tot deze Overeenkomst zijn toegetreden.
Zodra deze Overeenkomst in werking treedt, wordt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift door de Secretaris-Generaal van de Organisatie toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Artikel 12
Deze Overeenkomst is, in een enkel exemplaar, opgesteld in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek. Officiële vertalingen in de Russische en de Spaanse taal worden door het Secretariaat van de Organisatie vervaardigd en nedergelegd bij het ondertekende origineel.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorized by their respective Governments for that purpose have signed the present Convention.
DONE at Brussels this seventeenth day of December 1971.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.