Protocol van 2003 bij het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992

Type Verdrag
Publication 2005-09-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Staten die partij zijn bij dit Protocol,

Indachtig het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1992 (hierna „het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992”),

Bestudeerd hebbend het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992 (hierna „het Fondsverdrag, 1992”),

Het belang bevestigend van de handhaving van de levensvatbaarheid van het internationale stelsel van aansprakelijkheid voor verontreiniging door olie en van vergoeding van schade,

Vaststellend dat het door het Fondsverdrag, 1992, toegekende maximumbedrag aan vergoeding onder bepaalde omstandigheden in een aantal Verdragsluitende Staten die partij zijn bij dat verdrag, niet toereikend zou kunnen zijn voor de vergoeding van de schade,

Erkennend dat een aantal Verdragsluitende Staten bij het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, en het Fondsverdrag, 1992, het noodzakelijk achten de hoogste prioriteit te geven aan het beschikbaar stellen van bijkomende gelden voor schadevergoeding door de instelling van een aanvullend stelsel waartoe Staten kunnen toetreden indien zij dit wensen,

Ervan overtuigd dat het aanvullend stelsel erop gericht moet zijn te waarborgen dat personen die schade hebben geleden door verontreiniging door olie volledig schadeloos worden gesteld voor hun verliezen of schade, en tevens voor verlichting moet zorgen van de problemen waarmee slachtoffers worden geconfronteerd in gevallen waarin het bedrag dat uit hoofde van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, en het Fondsverdrag, 1992, beschikbaar is voor schadevergoeding niet toereikend dreigt te zijn om erkende vorderingen volledig te betalen en dat dientengevolge het Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992, voorlopig heeft besloten dat het slechts een deel van de erkende vordering zal betalen,

Overwegend dat toetreding tot het aanvullend stelsel uitsluitend open staat voor Verdragsluitende Staten die partij zijn bij het Fondsverdrag, 1992,

Zijn het volgende overeengekomen:

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Protocol:

Artikel 2
1.

Hierbij wordt een Internationaal Aanvullend Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 2003, (hierna „het Aanvullend Fonds”) opgericht.

2.

Het Aanvullend Fonds wordt in elke Verdragsluitende Staat erkend als een rechtspersoon die ingevolge de wetten van die Staat bevoegd is rechten en plichten te aanvaarden en partij te zijn bij gedingen voor de gerechten van die Staat. Elke Verdragsluitende Staat erkent de Directeur van het Aanvullend Fonds als wettelijke vertegenwoordiger van het Aanvullend Fonds.

Artikel 3

Dit Protocol is uitsluitend van toepassing:

AANVULLENDE VERGOEDING

Artikel 4
1.

Het Aanvullend Fonds betaalt schadevergoeding aan iedere persoon die schade door verontreiniging heeft geleden indien deze persoon niet in staat is geweest volledige en passende vergoeding van een erkende vordering voor dergelijke schade te verkrijgen uit hoofde van de bepalingen van het Fondsverdrag, 1992, omdat de totale schade de van toepassing zijnde vergoedingsgrens zoals vervat in artikel 4, vierde lid, van het Fondsverdrag, 1992, ten aanzien van een voorval overtreft, of dreigt te overtreffen.

3.

Wanneer het bedrag van erkende vorderingen tegen het Aanvullend Fonds het totale bedrag dat ingevolge het tweede lid betaald moet worden te boven gaat, wordt het bedrag dat beschikbaar is zodanig verdeeld dat de verhouding tussen een erkende vordering en het bedrag aan vergoeding dat de schuldeiser daadwerkelijk krijgt toegewezen uit hoofde van dit Protocol voor alle schuldeisers hetzelfde is.

4.

Door het Aanvullend Fonds worden uitsluitend schadevergoedingen betaald betreffende erkende vorderingen zoals omschreven in artikel 1, achtste lid.

Artikel 5

Het Aanvullend Fonds betaalt schadevergoeding wanneer de Algemene Vergadering van het Fonds 1992 van mening is dat het totale bedrag van de erkende vorderingen het totale bedrag dat beschikbaar is voor schadevergoeding ingevolge artikel 4, vierde lid, van het Fondsverdrag, 1992, zal overschrijden of dreigt te overschrijden, en dat dientengevolge de Algemene Vergadering van het Fonds 1992 het voorlopige of definitieve besluit heeft genomen dat slechts een deel van de erkende vordering zal worden betaald. De Algemene Vergadering van het Aanvullend Fonds besluit in dat geval of en in welke mate het Aanvullend Fonds het gedeelte van de erkende vordering zal betalen dat niet wordt betaald uit hoofde van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, en het Fondsverdrag, 1992.

Artikel 6
1.

Met inachtneming van artikel 15, tweede en derde lid, vervallen rechten op schadevergoeding jegens het Aanvullend Fonds uitsluitend indien zij ook vervallen jegens het Fonds 1992 ingevolge artikel 6 van het Fondsverdrag, 1992.

2.

Een vordering ingesteld tegen het Fonds 1992 wordt beschouwd als een vordering die door dezelfde eiser is ingesteld tegen het Aanvullend Fonds.

Artikel 7
1.

De bepalingen van artikel 7, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, van het Fondsverdrag, 1992, zijn van toepassing op vorderingen tot vergoeding van schade ingesteld tegen het Aanvullend Fonds overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van dit Protocol.

2.

Indien tegen een scheepseigenaar of zijn garant een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging bij de op grond van artikel IX van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, bevoegde rechter is ingesteld, is deze rechter bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering betreffende dezelfde schade tegen het Aanvullend Fonds tot vergoeding ingevolge het bepaalde in artikel 4 van dit Protocol. Indien echter een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging op grond van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, is ingesteld bij de rechter van een Verdragsluitende Staat die wel partij is bij het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, doch niet bij dit Protocol, moet een vordering tegen het Aanvullend Fonds ingevolge artikel 4 van dit Protocol, ter keuze van de schuldeiser, worden ingesteld hetzij bij de rechter van de Staat waar het Aanvullend Fonds zijn zetel heeft, hetzij bij een ingevolge artikel IX van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, bevoegde rechter van een Verdragsluitende Staat die partij is bij dit Protocol.

3.

Indien, niettegenstaande het eerste lid, een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging tegen het Fonds 1992, is ingesteld bij de rechter van een Verdragsluitende Staat die partij is bij het Fondsverdrag, 1992, doch niet bij dit Protocol, moet een samenhangende vordering tegen het Aanvullend Fonds, ter keuze van de schuldeiser, worden ingesteld hetzij bij de rechter van de Staat waar het Aanvullend Fonds zijn zetel heeft, hetzij bij een ingevolge het eerste lid bevoegde rechter van een Verdragsluitende Staat.

Artikel 8
1.

Met inachtneming van een besluit omtrent de verdeling bedoeld in artikel 4, derde lid, van dit Protocol, worden uitspraken betreffende het Aanvullend Fonds van een overeenkomstig artikel 7 van dit Protocol bevoegde rechter, wanneer deze voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn geworden in de Staat waar zij zijn gedaan en waartegen in die Staat geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, in elke Verdragsluitende Staat erkend en voor tenuitvoerlegging vatbaar op dezelfde voorwaarden als die vervat in artikel X van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992.

2.

Een Verdragsluitende Staat kan andere regels toepassen voor de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken, mits deze ertoe strekken te waarborgen dat uitspraken in ten minste dezelfde mate als ingevolge het eerste lid worden erkend of ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 9
1.

Het Aanvullend Fonds treedt voor elk bedrag dat het aan vergoeding van schade door verontreiniging op grond van artikel 4, eerste lid, van dit Protocol heeft betaald, bij wege van subrogatie in de rechten die de persoon wiens schade aldus is vergoed, op grond van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, zou kunnen doen gelden ten aanzien van de eigenaar of zijn garant.

2.

Het Aanvullend Fonds treedt bij wege van subrogatie in de rechten die de persoon wiens schade door hem is vergoed, op grond van het Fondsverdrag, 1992, zou kunnen doen gelden ten aanzien van het Fonds 1992.

3.

Niets in dit Protocol tast enig recht op verhaal of subrogatie aan dat het Aanvullend Fonds kan doen gelden ten aanzien van andere personen dan die bedoeld in de voorgaande leden. In elk geval zal het recht dat het Aanvullend Fonds bij wege van subrogatie ten aanzien van een dergelijke persoon heeft, ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van een verzekeraar van de persoon aan wie de schadevergoeding is betaald.

4.

Onverminderd elk ander recht van subrogatie of verhaal op het Aanvullend Fonds, treedt een Verdragsluitende Staat die, of een orgaan van deze Staat dat vergoeding heeft betaald voor schade door verontreiniging overeenkomstig de bepalingen van de wet van deze Staat, bij wege van subrogatie in de rechten die de persoon wiens schade aldus is vergoed, op grond van dit Protocol zou hebben gehad.

BIJDRAGEN

Artikel 10
1.

Voor elke Verdragsluitende Staat worden aan het Aanvullend Fonds jaarlijks bijdragen betaald door iedere persoon die, in het kalenderjaar bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel a of b, bijdragende olie heeft ontvangen in hoeveelheden die in totaal meer dan 150.000 ton bedragen, en wel:

2.

Het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van het Fondsverdrag, 1992, is van toepassing ten aanzien van de verplichting bij te dragen aan het Aanvullend Fonds.

Artikel 11
1.

Ter bepaling van het bedrag dat eventueel verschuldigd is aan jaarlijkse bijdragen, stelt de Algemene Vergadering, rekening houdend met de noodzaak van het beschikbaar zijn van voldoende liquide middelen, voor elk jaar een voorlopige begroting op van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.