Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout, 2006

Type Verdrag
Publication 2011-12-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Partijen bij deze Overeenkomst,

In herinnering brengend de Verklaring en het Actieprogramma inzake de vestiging van een nieuwe internationale economische orde, het geïntegreerde grondstoffenprogramma, het Nieuwe Partnerschap voor Ontwikkeling alsmede de „Geest van São Paulo” en de „Consensus van São Paulo”, zoals aangenomen door de UNCTAD XI;

Eveneens in herinnering brengend de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout, 1983, en de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout, 1994, en erkennend het werk van de Internationale Organisatie voor tropisch hout en de sinds haar oprichting bereikte resultaten, waaronder een strategie om te komen tot internationale handel in tropisch hout uit duurzaam beheerde bronnen;

Voorts in herinnering brengend de Verklaring van Johannesburg en het tenuitvoerleggingsplan daarvan die door de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in september 2002 zijn aangenomen, het in oktober 2000 ingestelde Bossenforum van de Verenigde Naties en de daarmee samenhangende instelling van het Samenwerkingspartnerschap inzake bossen (CPF), waarvan de Internationale Organisatie voor tropisch hout lid is, alsmede de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling, de niet juridisch bindende gezaghebbende verklaring inzake beginselen voor een mondiale consensus aangaande het beheer, het behoud en duurzame ontwikkeling van alle soorten bossen, en de desbetreffende hoofdstukken van Agenda 21, zoals aangenomen door de VN-Conferentie inzake milieu en ontwikkeling in juni 1992, het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering, het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit en het VN-Verdrag ter bestrijding van woestijnvorming;

Erkennend dat de staten, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van het internationaal recht, het soevereine recht hebben hun eigen hulpbronnen overeenkomstig hun eigen milieubeleid te exploiteren en dat het tot hun verantwoordelijkheid behoort erop toe te zien dat binnen hun rechtsgebied en onder hun gezag plaatsvindende activiteiten geen schade toebrengen aan het milieu van andere staten of buiten hun nationale rechtsgebied gelegen gebieden, zoals bepaald in beginsel 1(a) van de niet juridisch bindende gezaghebbende verklaring inzake beginselen voor een mondiale consensus aangaande het beheer, het behoud en duurzame ontwikkeling van alle soorten bossen;

Erkennend het belang van hout en het daarmee samenhangende handelsverkeer voor de economie van houtproducerende landen;

Eveneens erkennend het belang van de veelvuldige economische, maatschappelijke en milieuvoordelen die bossen in de context van duurzaam bosbeheer op plaatselijk, nationaal en mondiaal niveau opleveren, met inbegrip van hout, andere bosproducten dan hout en milieudiensten, alsook de bijdrage van duurzaam bosbeheer tot duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding en het bereiken van internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen, inclusief die welke vervat zijn in de Millenniumverklaring;

Voorts erkennend de noodzaak van het bevorderen en toepassen van vergelijkbare criteria en indicatoren voor duurzaam bosbeheer als belangrijke instrumenten voor alle leden met het oog op de beoordeling, bewaking en bevordering van de vooruitgang op het stuk van duurzaam beheer van hun bossen;

Rekening houdend met het verband tussen de handel in tropisch hout en de internationale houtmarkt en de wereldeconomie als geheel, alsmede de noodzaak van een mondiale invalshoek teneinde de doorzichtigheid van de internationale handel in hout te verbeteren;

Herbevestigend hun toezegging om zo snel mogelijk te komen tot een situatie waarbij de uitvoer van tropisch hout en houtproducten plaatsvindt vanuit duurzaam beheerde bronnen (ITTO-doelstelling 2000), en herinnerend aan de instelling van het Bali-partnerschapsfonds;

Herinnerend aan de door de verbruikende leden in januari 1994 gedane toezegging om voort te gaan met of te komen tot duurzaam beheer van hun bossen;

Nota nemend van de rol van goede governance, duidelijke regelingen inzake grondpacht en -eigendom en sectoroverschrijdende coördinatie voor de totstandbrenging van duurzaam bosbeheer en houtexport uit legale bronnen;

Erkennend het belang van samenwerking tussen de leden, internationale organisaties, de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van inheemse en plaatselijke gemeenschappen, en andere belanghebbende partijen bij de bevordering van duurzaam bosbeheer;

Eveneens erkennend het belang van dit soort samenwerking ter verbetering van de handhaving van het bosrecht en ter bevordering van de handel in legaal gewonnen hout;

Erop wijzend dat een vergroting van de capaciteit van de van de bossen afhankelijke inheemse en plaatselijke gemeenschappen, met inbegrip van die welke de bossen in eigendom en beheer hebben, kan bijdragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van deze Overeenkomst;

Eveneens nota nemend van de noodzaak om de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden in de bosbouwsector te verbeteren, rekening houdend met de toepasselijke internationaal erkende beginselen terzake alsmede de toepasselijke overeenkomsten en instrumenten van de Internationale Arbeidsorganisatie;

Erop wijzend dat hout in vergelijking met concurrerende producten een energie-efficiënte, hernieuwbare en milieuvriendelijke grondstof is;

Erkennend de noodzaak van een verhoogde investering in duurzaam bosbeheer, mede door herinvestering van de inkomsten uit bossen, inclusief die welke voortvloeien uit de handel in hout;

Eveneens erkennend de voordelen van marktprijzen die de kosten van duurzaam bosbeheer weerspiegelen;

Voorts erkennend de noodzaak van versterkte en betrouwbare financiering door een uitgebreide donorgemeenschap om de doelstellingen van de Overeenkomst te helpen verwezenlijken;

Nota nemend van de specifieke behoeften van de minst ontwikkelde tropisch hout producerende landen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN

Artikel 1. Doelstellingen

De doelstellingen van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout, 2006 (hierna te noemen „deze Overeenkomst”), zijn de bevordering van de uitbreiding en diversificatie van de internationale handel in tropisch hout uit duurzaam beheerde en legaal geëxploiteerde bossen en de bevordering van het duurzame beheer van houtproducerende tropische bossen door:

HOOFDSTUK II. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK III. ORGANISATIE EN ADMINISTRATIE

Artikel 3. Zetel en structuur van de Internationale Organisatie voor tropisch hout
1.

De Internationale Organisatie voor tropisch hout, opgericht bij de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout, 1983, blijft voortbestaan teneinde de bepalingen van deze Overeenkomst uit te voeren en toezicht uit te oefenen op de werking van deze Overeenkomst.

2.

De werkzaamheden van de Organisatie worden verricht door de krachtens artikel 6 ingestelde Raad, de in artikel 26 bedoelde commissies en andere ondergeschikte organen, en de uitvoerend directeur en het personeel.

3.

De zetel van de Organisatie dient te allen tijde te zijn gevestigd op het grondgebied van een lid.

4.

De zetel van de Organisatie bevindt zich te Yokohama, tenzij de Raad bij bijzondere stemming overeenkomstig artikel 12 anders beslist.

5.

Er kunnen regionale bureaus van de Organisatie worden opgericht indien de Raad bij bijzondere stemming overeenkomstig artikel 12 daartoe beslist.

Artikel 4. Lidmaatschap van de Organisatie

Er bestaan twee categorieën leden van de Organisatie, te weten:

Artikel 5. Lidmaatschap van intergouvernementele organisaties

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.