Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren
De Verdragsluitende Partijen,
Zich bewust van het belang van het behoud van het milieu en van de handhaving van de ongerepte staat van het ecosysteem van de zeeën rond Antarctica;
Gezien de concentratie van levende rijkdommen in de Antarctische wateren en de toegenomen belangstelling voor de mogelijkheden die deze rijkdommen bieden als bron voor de eiwitvoorziening;
Beseffend dat er dringend maatregelen moeten worden genomen om de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren te waarborgen;
Overwegende dat het van essentieel belang is de kennis van het Antarctische mariene ecosysteem en de onderdelen daarvan te verruimen, zodat bij de besluitvorming over de exploitatie kan worden uitgegaan van betrouwbare wetenschappelijke gegevens;
Van oordeel zijnde dat voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren internationale samenwerking vereist is, met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag inzake Antarctica en met de actieve deelneming van alle Staten die betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek of exploitatie in de Antarctische wateren;
Zich bewust van de hoofdverantwoordelijkheid van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica voor de bescherming en instandhouding van het Antarctische milieu en inzonderheid van de verantwoordelijkheid die krachtens artikel IX, eerste lid, onder f), van het Verdrag inzake Antarctica op hen rust ten aanzien van de bescherming en instandhouding van de fauna en flora in Antarctica;
Verwijzende naar de maatregelen die de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica reeds hebben genomen, inzonderheid naar de overeengekomen maatregelen voor de instandhouding van de fauna en flora op Antarctica (Agreed Measures for the Conservation of Antarctic Fauna and Flora) en de bepalingen van het Verdrag inzake de instandhouding van Antarctische zeehonden (Convention for the Conservation of Antarctic Seals);
Indachtig de bezorgdheid die ten aanzien van de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren door de Consultatieve Partijen is uitgesproken tijdens de Negende Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica, en het belang van de bepaligen van Aanbeveling IX-22)[Red: Tekst op blz. 4 e.v. van Trb. 1978, 141.], die hebben geleid tot de opstelling van dit Verdrag;
In de overtuiging dat het in het belang van de gehele mensheid is dat de wateren rond het Antarctische continent uitsluitend voor vreedzame doeleinden worden gebruikt en niet het toneel worden van strijd, noch het voorwerp van internationale geschillen;
Erkennende, in het licht van het voorgaande, dat het wenselijk is een gepaste regeling vast te stellen voor het aanbevelen, stimuleren, goedkeuren en coördineren van de maatregelen en wetenschappelijke studies die nodig zijn voor de instandhouding van de levende organismen in de Antarctische wateren;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I
Dit Verdrag is van toepassing op de levende rijkdommen in de Antarctische wateren in het gebied bezuiden 60° zuiderbreedte en op de levende rijkdommen in de Antarctische wateren in het gebied tussen die breedtegraad en de Antarctische convergentie die deel uitmaken van het mariene ecosysteem van Antarctica.
Onder levende rijkdommen in de Antarctische wateren wordt verstaan de populaties van vinvissen, weekdieren, schaaldieren en alle andere soorten levende organismen, met inbegrip van vogels, die voorkomen ten zuiden van de Antarctische convergentie.
Onder het Antarctische mariene ecosysteem wordt verstaan het geheel van relaties van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren met elkaar en met hun fysisch milieu.
Onder de Antarctische convergentie wordt verstaan een lijn die de volgende punten verbindt langs breedte- en lengtecirkels:
50° ZB, 0°; 50° ZB, 30° OL; 45° ZB, 30° OL; 45° ZB, 80° OL; 55° ZB 80°OL;55°ZB, 150°OL;60°ZB, 150° OL; 60°ZB, 50°WL;50°ZB,50° WL; 50° ZB, 0°.
Artikel II
Het doel van dit Verdrag is de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren.
In dit Verdrag wordt onder instandhouding mede rationeel gebruik verstaan.
De exploitatie en daarmee samenhangende activiteiten in het gebied waarop dit Verdrag van toepassing is, moeten plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en met inachtneming van de volgende instandhoudingsbeginselen:
- a). een populatie mag door de exploitatie niet zodanig in omvang teruglopen dat een stabiele aanwas niet gewaarborgd is; daarom mag de populatiegrootte niet komen te liggen onder een peil dat dicht ligt bij de omvang waarbij de grootste jaarlijkse netto-aangroei gewaarborgd is;
- b). de ecologische relaties tussen geëxploiteerde populaties van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en de daarvan afhankelijke en daarmee verwante populaties moeten in stand worden gehouden, en uitgedunde populaties moeten weer worden gebracht op het peil als bedoeld onder a); en
- c). veranderingen of de kans op veranderingen in het mariene ecosysteem die niet potentieel omkeerbaar zijn in twee of drie decennia moeten worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt; daarbij moet rekening worden gehouden met de stand van de beschikbare kennis over de directe en indirecte gevolgen van de exploitatie, het gevolg van de invoering van vreemde soorten, de gevolgen van daarmee samenhangende activiteiten voor het mariene ecosysteem en de gevolgen van veranderingen in het milieu, ten einde een duurzame instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren mogelijk te maken.
Artikel III
De Verdragsluitende Partijen, ongeacht of zij Partij zijn bij het Verdrag inzake Antarctica, komen overeen dat zij geen activiteiten zullen ontplooien in het gebied van het Verdrag inzake Antarctica die strijdig zijn met de beginselen en doeleinden van dat Verdrag en dat zij in hun onderlinge betrekkingen gebonden zijn door de verplichtingen die vervat zijn in de artikelen I en V van het Verdrag inzake Antarctica.
Artikel IV
Ten aanzien van het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, zijn alle Verdragsluitende Partijen, ongeacht of zij Partij zijn bij het Verdrag inzake Antarctica, in hun onderlinge betrekkingen gebonden door de Artikelen IV en VI van het Verdrag inzake Antarctica.
Geen enkele bepaling van dit Verdrag en geen enkele handeling of activiteit tijdens de geldigheidsduur van dit Verdrag:
- a). levert een grond op voor het doen gelden, ondersteunen of betwisten van aanspraken op territoriale soevereiniteit in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, of schept soevereiniteitsrechten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is;
- b). mag worden uitgelegd als zou één der Verdragsluitende Partijen geheel of gedeeltelijk afstand doen van rechten, aanspraken of gronden waarop aanspraken zijn gebaseerd om krachtens internationaal recht als kuststaat jurisdictie uit te oefenen in het gebied waarop dit Verdrag van toepassing is, of als een aantasting van die rechten, aanspraken of gronden;
- c). mag worden uitgelegd als een aantasting van het standpunt van een Verdragsluitende Partij ten aanzien van de erkenning of niet-erkenning van rechten, aanspraken of gronden waarop aanspraken zijn gebaseerd;
- d). mag afbreuk doen aan de in artikel IV, tweede lid, van het Verdrag inzake Antarctica vervatte bepaling dat zolang het Verdrag inzake Antarctica van kracht is, geen nieuwe aanspraken op uitbreiding van reeds bestaande aanspraken op territoriale soevereiniteit in Antarctica geldend kunnen worden gemaakt.
Artikel V
De Verdragsluitende Partijen die geen Partij zijn bij het Verdrag inzake Antarctica erkennen de bijzondere verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica ten aanzien van de bescherming en instandhouding van het milieu in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
De Verdragsluitende Partijen die geen Partij zijn bij het Verdrag inzake Antarctica komen overeen dat zij zich bij hun activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, wanneer en in zoverre dat nodig is, zullen houden aan de overeengekomen maatregelen voor de instandhouding van de Antarctische fauna en flora (Agreed Measures for the Conservation of Antarctic Fauna and Flora) en aan alle andere maatregelen die de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica hebben aanbevolen in het kader van de op hen rustende verantwoordelijkheid om het Antarctische milieu te beschermen tegen alle vormen van schadelijk ingrijpen van de mens.
In dit Verdrag wordt onder Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica verstaan de Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica wier vertegenwoordigers aan de vergaderingen deelnemen krachtens artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica.
Artikel VI
Geen enkele bepaling van dit Verdrag doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen ingevolge het Verdrag tot regeling van de walvisvangst en het Verdrag inzake de instandhouding van Antarctische zeehonden.
Artikel VII
De Verdragsluitende Partijen komen overeen de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, hierna „de Commissie” te noemen, in te stellen en in stand te houden.
De regels voor het lidmaatschap van de Commissie luiden als volgt:
- a). elke Verdragsluitende Partij die heeft deelgenomen aan de vergadering waarop dit Verdrag is aangenomen, is lid van de Commissie;
- b). elke Staat (Partij) die tot dit Verdrag is toegetreden overeenkomstig artikel XXIX, heeft recht op het lidmaatschap van de Commissie gedurende de tijd dat die toegetreden Partij betrokken is bij onderzoek naar of exploitatie van de mariene levende rijkdommen waarop dit Verdrag van toepassing is;
- c). elke organisatie voor regionale economische integratie die tot dit Verdrag is toegetreden overeenkomstig artikel XXIX, heeft recht op het lidmaatschap van de Commissie gedurende de tijd dat haar Lid-Staten daar recht op hebben;
- d). een Verdragsluitende Partij die op grond van de letters b) en c) van dit lid wenst deel te nemen aan het werk van de Commissie, dient de Depositaris in kennis te stellen van de gronden waarop zij lid van de Commissie wenst te worden en van haar bereidheid de geldende instandhoudingsmaatregelen te aanvaarden. De Depositaris doet elk lid van de Commissie mededeling van die kennisgeving en van de begeleidende gegevens. Binnen twee maanden na ontvangst van een dergelijke mededeling van de Depositaris kan elk lid van de Commissie een verzoek indienen om een speciale vergadering van de Commissie te houden ter bestudering van de kwestie. Na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek, roept de Depositaris een dergelijke vergadering bijeen. Indien er geen verzoek tot het houden van een vergadering wordt ingediend, wordt de Verdragsluitende Partij die de kennisgeving heeft verricht, geacht te hebben voldaan aan de vereisten voor het lidmaatschap van de Commissie.
Elk lid van de Commissie wordt vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger, die mag worden vergezeld door plaatsvervangers en adviseurs.
Artikel VIII
De Commissie heeft rechtspersoonlijkheid en beschikt op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen over de handelingsbekwaamheid die nodig is voor het uitoefenen van haar taken en voor het bereiken van de doeleinden van dit Verdrag. De voorrechten en immuniteiten die de Commissie en haar personeelsleden op het grondgebied van een Staat (Partij) genieten, worden in overleg tussen de Commissie en de betrokken Staat (Partij) vastgesteld.
Artikel IX
De Commissie heeft tot taak te ijveren voor de verwezenlijking van het doel en de beginselen die vermeld zijn in artikel II van dit Verdrag. Daartoe zorgt zij voor:
- a). het vergemakkelijken van onderzoek naar en van uitgebreide studies over de levende rijkdommen inde Antarctische wateren en over het Antarctische mariene ecosysteem;
- b). het samenstellen van gegevens over de situatie van en de veranderingen in populaties van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en over de factoren die van invloed zijn op de verspreiding, het overvloedig voorkomen en de productiviteit van geëxploiteerde soorten en daarvan afhankelijke of daarmee verwante soorten of populaties;
- c). het verzamelen van statistieken over de vangst en de vangstprestatie met betrekking tot de geëxploiteerde populaties;
- d). het analyseren, verspreiden en publiceren van de onder b) en c) hierboven bedoelde gegevens en van de rapporten van het Wetenschappelijk Comité;
- e). het aangeven van de onderwerpen waarvoor instandhoudingsmaatregelen moeten worden genomen en het bestuderen van.de doeltreffendheid van reeds vastgestelde instandhoudingsmaatregelen;
- f). het uitwerken, vaststellen en herzien van instandhoudingsmaatregelen op grond van de beste ten dienste staande wetenschappelijke gegevens, met inachtneming van het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel;
- g). het ten uitvoer leggen van de krachtens artikel XXIV van dit Verdrag vastgestelde waarnemings- en inspectieregeling;
- h). het verrichten van andere activiteiten die nodig zijn om het in dit Verdrag gestelde doel te bereiken.
De in het eerste lid, onder f), bedoelde instandhoudingsmaatregelen omvatten:
- a). vaststelling van de hoeveelheid van een soort die mag worden geëxploiteerd in het gebied waarop dit Verdrag van toepassing is;
- b). vaststelling van gebieden en deelgebieden op grond van de verspreiding van de populaties van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren;
- c). vaststelling van de hoeveelheid die mag worden gevangen bij de exploitatie van de populaties in de gebieden en deelgebieden;
- d). aanwijzing van beschermde soorten;
- e). vaststelling van de grootte, de leeftijd en eventueel het geslacht van de soorten die mogen worden geëxploiteerd;
- f). vaststelling van open en gesloten seizoenen voor exploitatie;
- g). vaststelling van voorschriften met betrekking tot het openen en sluiten van gebieden en deelgebieden voor wetenschappelijk onderzoek of instandhouding, met inbegrip van speciale gebieden voor bescherming en wetenschappelijk onderzoek;
- h). regulering van de vangstprestatie en vangstmethoden, met inbegrip van het vistuig, ten einde onder meer een te grote concentratie van de exploitatie in een bepaald gebied of deelgebied te voorkomen;
- i). vaststelling van andere instandhoudingsmaatregelen die de Commissie nodig acht voor het bereiken van het bij dit Verdrag gestelde doel, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot het effect van de exploitatie en daarmee samenhangende activiteiten op andere onderdelen van het mariene ecosysteem dan de geëxploiteerde populaties.
De Commissie publiceert alle geldende instandhoudingsmaatregelen en houdt daarvan een register bij.
Bij de uitoefening van de in het eerste lid hierboven omschreven functies houdt de Commissie ten volle rekening met de aanbevelingen en adviezen van het Wetenschappelijk Comité.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.