Overeenkomst tussen de Beneluxlanden en de Republiek Tsjaad betreffende de afschaffing van visa voor de houders van diplomatieke paspoorten

Type Verdrag
Publication 1977-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van de Beneluxlanden, gezamenlijk optredend op grond van de op 11 april 1960 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied,

en

De Regering van de Republiek Tsjaad,

Verlangende de formaliteiten met betrekking tot het reisverkeer van hun onderscheiden onderdanen te vereenvoudigen, zulks met inachtneming van de regelingen die voortvloeien uit de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

In deze Overeenkomst wordt verstaan:

onder „de Beneluxlanden”: het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;

onder „het Beneluxgebied”: de gezamenlijke grondgebieden in Europa van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 2

Onderdanen van de Beneluxlanden die in het bezit zijn van een geldig diplomatiek paspoort mogen, ongeacht de plaats van vertrek, voor een verblijf van ten hoogste drie maanden zonder visum de Republiek Tsjaad binnenkomen. Ook voor hun vertrek uit dit land is het bezit van dit paspoort voldoende.

Artikel 3

Onderdanen van de Republiek Tsjaad die in het bezit zijn van een geldig diplomatiek paspoort mogen, ongeacht de plaats van vertrek, voor een verblijf van ten hoogste drie maanden zonder visum het Beneluxgebied binnenkomen. Ook voor hun vertrek uit dit gebied is het bezit van dit paspoort voldoende.

Artikel 4

Met uitzondering van functionarissen van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, alsmede functionarissen van internationale organisaties die zijn aangewezen om hun functie uit te oefenen in een der landen van de ondertekenende Regeringen, dienen de in de artikelen 2 en 3 bedoelde personen voor een ononderbroken verblijf van meer dan drie maanden, daartoe voor hun vertrek toestemming te hebben verlegen door tussenkomst van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het land waarheen zij zich willen begeven.

Artikel 5

Elke Regering behoudt zich het recht voor de toegang tot haar land te weigeren aan personen die als ongewenst zijn gesignaleerd of beschouwd worden als personen die de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen.

Artikel 6

Behoudens de voorgaande bepalingen blijven de in de Beneluxlanden en in de Republiek Tsjaad van kracht zijnde wetten en voorschriften met betrekking tot de binnenkomst, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsmede met betrekking tot het verrichten van enigerlei werkzaamheid, onverlet.

Artikel 7

Elke Regering verplicht zich de houders van een in de artikelen 2 en 3 bedoeld paspoort dat door de betrokken Regering is afgegeven, te allen tijde en zonder enige formaliteit tot haar grondgebied toe te laten.

Elke Regering laat eveneens toe personen die niet meer in bezit zijn van een paspoort, indien is vastgesteld dat zij het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn binnengekomen op vertoon van een paspoort zoals bedoeld in het voorgaande lid.

Artikel 8

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen door middel van een kennisgeving van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Regering van de Republiek Tsjaad.

Artikel 9

Elk der ondertekenende Regeringen kan, door middel van een langs diplomatieke weg tot de Belgische Regering gerichte kennisgeving, de toepassing van deze Overeenkomst schorsen.

De schorsing door een der ondertekenende Regeringen heeft eveneens schorsing voor de andere ondertekenende Regeringen tot gevolg.

De schorsing laat evenwel het bepaalde in de artikelen 7 en 10 van deze Overeenkomst onverlet.

De Belgische Regering stelt de andere ondertekenende Regeringen in kennis van de ontvangst van de in dit artikel bedoelde kennisgeving. Hetzelfde geldt voor de intrekking van bedoelde maatregel.

Artikel 10

Deze Overeenkomst treedt in werking op 1 december 1977 voor de duur van één jaar. Indien de Overeenkomst niet dertig dagen voor het verstrijken van die periode is opgezegd, wordt zij geacht voor onbepaalde tijd te zijn verlengd. Na de eerste periode van een jaar kan elk der ondertekenende Regeringen de Overeenkomst opzeggen door dertig dagen tevoren de Belgische Regering hiervan mededeling te doen.

De opzegging door één van de ondertekenende Regeringen heeft de beëindiging van de Overeenkomst tot gevolg.

De Belgische Regering stelt de andere ondertekenende Regeringen in kennis van de ontvangst van de in dit artikel bedoelde mededeling.

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à N'Djamena, le 22 Octobre 1977, en quatre exemplaires en langue française.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.