Culturele Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Japan
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Japan,
Herinnerende aan de historische culturele betrekkingen tussen beide landen,
Geleid door de wens de culturele samenwerking in de breedste zin tussen beide landen te bevorderen en te ontwikkelen,
Overtuigd dat deze samenwerking zal bijdragen tot de bevordering van wederzijds begrip en vriendschap tussen beide landen,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel I
Beide Regeringen moedigen de uitwisseling tussen beide landen aan van geleerden, docenten, onderzoekers, studenten, kunstenaars, leden van instellingen van cultuur, onderwijs en onderzoek en van andere personen die zich bezighouden op het gebied van cultuur, onderwijs en onderzoek.
Beide Regeringen moedigen een nauwe samenwerking aan tussen de instellingen van cultuur, onderwijs en onderzoek van beide landen.
Artikel II
Elke Regering vergemakkelijkt de oprichting en ontwikkeling van culturele instellingen van het andere land in haar eigen land.
Artikel III
Elke Regering streeft ernaar aan onderdanen van het andere land studiebeurzen te verstrekken alsmede andere voorzieningen te treffen voor studie of onderzoek in haar land.
Artikel IV
Elke Regering moedigt in haar land het onderwijs in en het onderzoek van de geschiedenis, met inbegrip van de historische culturele betrekkingen tussen beide landen, de talen, literatuur, geografie, economie, het maatschappelijke werk en de cultuur in het algemeen van het andere land aan universiteiten en andere instellingen van onderwijs en onderzoek aan.
Artikel V
Elke Regering vergemakkelijkt voor onderdanen van het andere land die voor studiedoeleinden haar land bezoeken in zo groot mogelijke mate de toegang tot musea, bibliotheken, archieven, documentatiecentra en andere instellingen met een cultureel karakter in haar land.
Artikel VI
Elke Regering moedigt begrip aan en vergemakkelijkt het begrip van de cultuur, geschiedenis, instellingen en van het leven in het algemeen van het andere land, in het bijzonder door middel van:
- (a). boeken, tijdschriften en andere geschriften;
- (b). radio- en televisieprogramma's;
- (c). films, beeld- en geluidsbanden, grammofoonplaten en ander audiovisueel materiaal;
- (d). kunst- en nijverheidstentoonstellingen en andere tentoonstellingen met een cultureel karakter;
- (e). lezingen, seminaries en congressen;
- (f). concerten en andere uitvoerende kunsten;
- (g). festivals en internationale concoursen met een cultureel karakter.
Artikel VII
Elke Regering moedigt in haar land de vertaling, reproductie en publicatie aan van werken van letterkunde, kunst, muziek of wetenschap, die door onderdanen of organisaties van het andere land zijn voortgebracht.
Artikel VIII
Beide Regeringen vergemakkelijken de uitwisseling op het gebied van de pers, radio, televisie en cinematografie.
Artikel IX
Beide Regeringen vergemakkelijken de uitwisseling op het gebied van het jeugdwerk.
Artikel X
Beide Regeringen vergemakkelijken de uitwisseling op het gebied van de sport.
Artikel XI
Beide Regeringen moedigen de uitwisseling op het gebied van het behoud van cultuurgoederen aan.
Artikel XII
Beide Regeringen plegen op verzoek van één van beide, beurtelings in het Koninkrijk der Nederlanden en in Japan, overleg met elkaar ten einde de voortgang van de samenwerking en uitwisselingen voorzien in deze Overeenkomst te bespreken en verdere maatregelen ter uitvoering ervan te bezien.
Artikel XIII
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze Overeenkomst voor het deel van het Rijk in Europa.
Artikel XIV
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen te 's-Gravenhage worden uitgewisseld. De Overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag te rekenen vanaf de datum van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.
Artikel XV
Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een tijdvak van vijf jaar en daarna tot een jaar verstreken is te rekenen vanaf de dag waarop een van de Regeringen schriftelijk te kennen geeft de Overeenkomst te willen beëindigen.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement.
DONE in duplicate at Tokyo, this twenty-second day of April, 1980, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands:
(sd.) JOHAN KAUFMANN
For the Government of Japan:
(sd.) MAZAYOSHI ITO
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.