Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname

Type Verdrag
Publication 1978-03-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Suriname,

de wens koesterend de samenwerking tussen beide landen op het gebied van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur in brede zin te bevorderen,

ervan overtuigd dat deze samenwerking mede zal bijdragen tot een beter begrip tussen de volken van de beide landen,

hebben besloten een culturele overeenkomst te sluiten en zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I

Teneinde de samenwerking tussen de beide landen op het gebied van de wetenschapsbeoefening en het onderwijs te bevorderen, verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich met name ertoe op basis van wederkerigheid:

Artikel II

Teneinde in hun onderscheiden landen een betere kennis van de cultuur in brede zin van het andere land te bevorderen, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen wederkerig aanmoedigen:

Artikel III

Teneinde in beide landen de beschikbaarstelling van Nederlandstalige teksten van zoveel mogelijk verschillende geschriften te bevorderen verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich de uitwisseling te bevorderen van in het Nederlands vertaalde geschriften, die in een andere dan de Nederlandse taal zijn gesteld.

Artikel IV

In elk land zal een commissie worden ingesteld bestaande uit ten hoogste zes leden die tot taak zal hebben de Regering voorstellen te doen die betrekking hebben op de verwezenlijking van deze overeenkomst.

Haar leden zullen worden aangewezen door de daartoe bevoegde Ministers.

Elke commissie vergadert steeds wanneer daartoe aanleiding bestaat en tenminste eenmaal per jaar.

Artikel V

De beide commissies zullen tenminste eenmaal in de, twee jaren bijeenkomen, beurtelings in Suriname en in Nederland.

De leden kunnen zich ter vergadering doen bijstaan door een beperkt aantal deskundigen.

De bijeenkomsten zullen worden voorgezeten door een commissielid van het land waar zij worden gehouden.

Artikel VI

Nadere regelingen die voor de verwezenlijking van de doelstelling van deze Overeenkomst nodig zijn, worden in onderling overleg door de bevoegde Ministers der Overeenkomstsluitende Partijen getroffen.

Artikel VII

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, zal de onderhavige overeenkomst gelden voor het Rijk in Europa.

Artikel VIII

Deze Overeenkomst treedt in werking, nadat beide partijen elkaar hebben medegedeeld dat in hun land aan de terzake geldende constitutionele vereisten is voldaan.

Artikel IX

De onderhavige overeenkomst zal van kracht blijven voor een tijdvak van vijf jaar.

Indien zij niet zes maanden voor de datum van beëindiging is opgezegd, zal zij stilzwijgend worden verlengd, met dien verstande dat elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zich in dat geval het recht voorbehoudt haar op ieder tijdstip op te zeggen met inachtneming van een termijn van zes maanden.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 5 februari 1976, in tweevoud in de Nederlandse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) L. J. BRINKHORST

Voor de Regering van de Republiek Suriname,

(w.g.) R. VENETIAAN

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.