Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Singapore

Type Verdrag
Publication 1973-09-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Singapore,

Verlangende hun traditionele vriendschapsbanden nauwer aan te halen, hun economische betrekkingen uit te breiden en te intensiveren en investeringen op basis van gelijkheid te bevorderen ten einde de industriële en commerciële activiteiten van hun landen te ontwikkelen;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I

In deze Overeenkomst

omvat „investering” alle vermogensbestanddelen, in het bijzonder:

betekent „onderdanen” wat betreft elk der Overeenkomstsluitende Partijen:

betekent „intellectuele eigendom” de rechten betreffende:

Artikel II

(1). De Overeenkomstsluitende Partijen bevorderen en ontwikkelen de economische samenwerking tussen hun onderscheiden landen.

(2). In het bijzonder verbinden zij zich de samenwerking tussen hun onderdanen te bevorderen en, in het kader van hun onderscheiden wetgeving, de deelneming van hun onderdanen bij het verrichten van industriële en commerciële activiteiten en bij de verlening van diensten binnen hun onderscheiden landen die zouden kunnen bijdragen tot de verbetering van de levensstandaard in en tot de voorspoed van hun landen, te vergemakkelijken.

Artikel III

(1). Ten einde te bevorderen dat de doeleinden van deze Overeenkomst worden bereikt is elke Overeenkomstsluitende Partij bereid, binnen de grenzen van haar wetgeving, haar onderdanen vergunning te verlenen tot het leveren van kapitaalgoederen aan en het uitvoeren van openbare werken ten behoeve van de Overheids- en particuliere ondernemingen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, een en ander tegen betalingen in termijnen.

(2). Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent overeenkomstig haar wetgeving vergunning tot de overmaking van opeisbare bedragen die verschuldigd zijn aan de crediteuren die onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn.

Artikel IV

(1). De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich de ontwikkeling van de internationale koopvaardij te bevorderen. Daarbij handhaven zij de normale, vrije mededinging. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen onthoudt zich van het nemen van enige discriminatoire maatregel gericht tegen, en van elke beperking in de vrije deelneming aan het internationale verkeer van, koopvaardijschepen die de vlag voeren van de andere Overeenkomstsluitende Partij en die geëxploiteerd worden door onderdanen van die Overeenkomstsluitende Partij of koopvaardijschepen die in charter verhuurd zijn aan onderdanen van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

(2). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent in haar havens aan koopvaardijschepen die de vlag voeren van de andere Overeenkomstsluitende Partij en die geëxploiteerd worden door onderdanen van die Overeenkomstsluitende Partij of aan koopvaardijschepen die in charter verhuurd zijn aan onderdanen van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, dezelfde behandeling als zij aan haar eigen schepen verleent. Deze bepaling is, onverminderd de bepalingen van internationale verdragen, die beide Overeenkomstsluitende Partijen verbinden, van toepassing op douaneformaliteiten, havenrechten en havengelden, de vrije toegang tot de havens, de toewijzing van ligplaatsen, laad- en losfaciliteiten en alle andere faciliteiten die worden verleend aan de scheepvaart en ten behoeve van economische activiteiten in verband met koopvaardijschepen, hun bemanningen, hun passagiers en de door hen vervoerde lading.

(3). Van het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel zijn uitgezonderd:

Artikel V

Onverminderd de bepalingen van internationale verdragen, die ter zake de Overeenkomstsluitende Partijen verbinden, genieten onderdanen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen, wat de bescherming van de intellectuele eigendom betreft, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij een bescherming die niet minder gunstig is dan die welke onderdanen van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij genieten.

Artikel VI

Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich, in de mate waarin zulks ingevolge haar wetgeving is toegestaan en onverminderd de bepalingen van de internationale verdragen welke voor de Overeenkomstsluitende Partijen verbindend zijn, ten opzichte van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vergemakkelijken:

Artikel VII

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt de eerlijke en billijke behandeling van de investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet door ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregelen het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot daarvan, of de beschikking daarover door die onderdanen.

(2). Met name kent elke Overeenkomstsluitende Partij aan zodanige investeringen dezelfde zekerheid en bescherming toe als zij toekent aan die van haar eigen onderdanen of aan die van onderdanen van derde landen, indien deze laatste behandeling voor die investeerder gunstiger is.

Artikel VIII

Het beginsel van de vrije overmaking erkennend, staat elke Overeenkomstsluitende Partij met inachtneming van haar gunstigste wetten en voorschriften ter zake de overmaking toe, zonder onnodige beperking of vertraging, naar het land van de andere Overeenkomstsluitende Partij en in de valuta van dat land, van betalingen die voortvloeien uit investeringsactiviteiten, en in het bijzonder van:

Artikel IX

Geen der Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij direct of indirect hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Artikel X

De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een investering is gedaan, ten aanzien van welke investering de andere Overeenkomstsluitende Partij of een onderdaan daarvan enige financiële zekerheid tegen niet-commerciële risico's heeft gesteld, erkent de subrogatie van degene die deze zekerheid heeft gesteld in de rechten van de investeerder met betrekking tot schadevergoeding indien op grond van deze zekerheid betalingen zijn gedaan.

Artikel XI

De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij investeringen doen of voornemens zijn zulks te doen, stemt, na de uitputting van alle nationale administratieve en gerechtelijke middelen, in met elk verzoek van de zijde van zodanige onderdanen om geschillen die zouden kunnen rijzen in verband met investeringen ter bemiddeling of arbitrage voor te leggen aan het Centrum, opgericht bij het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten.

Artikel XII

(1). Deze Overeenkomst is van toepassing:

(2). Het in het voorgaande lid van dit artikel bepaalde is van toepassing op alle daarin bedoelde investeringen, ongeacht of deze investeringen gedaan zijn voor of na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel XIII

(1). De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen een Gemeenschappelijke Commissie in te stellen, welke, ten verzoeke van een der Overeenkomstsluitende Partijen, bijeenkomt ten einde:

(2). De samenstelling en de procedure van de Gemeenschappelijke Commissie worden wederzijds door de Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen.

Artikel XIV

Ten aanzien van door deze Overeenkomst beheerste aangelegenheden belet niets in deze Overeenkomst dat onderdanen van een Overeenkomstsluitende Partij enig voor hen gunstiger recht genieten dat is toegekend door de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel XV

(1). Enig geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet binnen een redelijke termijn door middel van diplomatieke onderhandelingen kan worden beslecht, wordt, op verzoek van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, voorgelegd aan een scheidsgerecht bestaande uit drie leden. Elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een lid en de beide aldus benoemde scheidsmannen benoemen te zamen een derde scheidsman die geen onderdaan is van een der Partijen tot hun voorzitter.

(2). Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen binnen twee maanden nadat de andere Overeenkomstsluitende Partij haar heeft uitgenodigd een zodanige benoeming te verrichten, kan de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

(3). Indien de beide scheidsmannen niet binnen twee maanden na hun benoeming tot overeenstemming komen inzake de keuze van de derde scheidsman, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

(4). Indien in de gevallen voorzien in het tweede en het derde lid van dit artikel de President van het Internationaal Gerechtshof verhinderd is deze functie uit te oefenen of indien hij onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen, doet de Vice-President de noodzakelijke benoeming. Indien de Vice-President verhinderd is deze functie uit te oefenen of onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen, doet het lid van het Hof dat het hoogst in anciënniteit is en dat geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen de noodzakelijke benoemingen.

(5). Het scheidsgerecht doet een uitspraak op grondslag van de eerbiediging van het recht. Alvorens uitspraak te doen kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding de Overeenkomstsluitende Partijen een minnelijke schikking voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen indien de Overeenkomstsluitende Partijen daarmede instemmen.

(6). Tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.

(7). Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Deze uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen.

(8). Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen scheidsman en van haar vertegenwoordigers bij de scheidsrechterlijke procedure. De kosten van de voorzitter en de andere kosten worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

Artikel XVI

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is de onderhavige Overeenkomst van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk, op Suriname en op de Nederlandse Antillen, tenzij de diplomatieke nota van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden voorzien in het eerste lid van artikel XVII van de onderhavige Overeenkomst, anders bepaalt.

Artikel XVII

(1). Deze Overeenkomst treedt in werking op de dertigste (30ste) dag na de datum van de wisseling door de Overeenkomstsluitende Partijen van diplomatieke nota's waarin wordt bevestigd dat aan alle formaliteiten voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in de onderscheiden landen is voldaan, en blijft van kracht gedurende een tijdvak van vijf (5) jaren. Tenzij de Overeenkomst door een de Overeenkomstsluitende Partijen ten minste zes maanden voor de datum van beëindiging van haar geldigheid schriftelijk is opgezegd wordt deze Overeenkomst stilzwijgend verlengd voor een volgend tijdvak van vijf (5) jaren, en zo vervolgens, waarbij elk der Overeenkomstsluitende Partijen zich het recht voorbehoudt deze Overeenkomst te beëindigen door middel van een schriftelijke mededeling daartoe ten minste zes maanden voor de datum van beëindiging van het dan lopende tijdvak van geldigheid.

(2). Met inachtneming van de tijdvakken genoemd in het eerste lid van dit artikel is de Regering van Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van de onderhavige Overeenkomst afzonderlijk te beëindigen voor Suriname of de Nederlandse Antillen.

(3). Ongeacht het bepaalde in het eerste en het tweede lid van dit artikel blijven de bepalingen van de onderhavige Overeenkomst van toepassing op investeringen die zijn gedaan voor de datum van haar beëindiging en wel gedurende een tijdvak van vijftien (15) jaren vanaf die datum.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives, duly authorized thereto, have signed the present Agreement.

DONE at Singapore this sixteenth day of May 1972, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) PEKELHARING

(R. C. Pekelharing)

For the Government of the Republic of Singapore:

(sd.) G. E. BOGAARS

(G. E. Bogaars)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.