← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen

Geldende tekst a fecha 2009-06-03

De Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden), die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden,

en

de Republiek Armenië

hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partijen”,

ernaar strevend de overname van personen die onregelmatig op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij verblijven, d.w.z. die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, en de doorgeleiding van te repatriëren personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities en werkingssfeer
1.

In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder grondgebied van

2.

In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder:

Artikel 2. Overname van eigen onderdanen
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de onregelmatig verblijvende persoon over wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft.

2.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 binnen een termijn van drie werkdagen de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.

3.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden over, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had.

Artikel 3. Overname van onderdanen van een derde Staat of van staatlozen
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zonder formaliteiten de onderdanen van een derde Staat of staatlozen over die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze personen, op het ogenblik waarop hun onregelmatig verblijf op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is vastgesteld, het recht hadden om regelmatig op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij te verblijven.

2.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 binnen een termijn van drie werkdagen de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.

Artikel 4. Identiteit en nationaliteit
1.

De identiteit en de nationaliteit van een overeenkomstig de in lid (1) van artikel 2 en lid (1) van artikel 3 opgenomen procedures over te nemen persoon kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten:

2.

De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten:

3.

Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:

Artikel 5. Indiening van het verzoek om overname
1.

Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:

2.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.

3.

Het verzoek om overname wordt bij de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ingediend en omvat de in het verzoek om overname opgesomde documenten. Er wordt een verslag van indiening/ontvangst van het verzoek en van de bij het verzoek gevoegde stukken opgesteld.

Artikel 6. Termijnen
1.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt onverwijld, en in ieder geval binnen een termijn van maximaal 30 dagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.

2.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van één maand, over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd voor de tijd dat er nog juridische of praktische belemmeringen zijn.

Artikel 7. Verval van de verplichting tot overname
1.

Het verzoek om overname van een onderdaan van één der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde worden ingediend.

2.

Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat of een staatloze dient uiterlijk binnen één jaar na vaststelling door de Overeenkomstsluitende Partij van de binnenkomst en de aanwezigheid van deze persoon op haar grondgebied te worden ingediend.

Artikel 8. Doorgeleiding
1.

Onverminderd artikel 12 staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat of staatlozen over hun grondgebied toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis door eventuele derde Staten en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd is.

2.

Het is niet absoluut noodzakelijk dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een transitvisum afgeeft.

3.

De doorgeleiding kan door de Overeenkomstsluitende Partijen worden geweigerd wanneer de onderdanen van een derde Staat of staatlozen in de Staat van bestemming of in een andere Staat van doorreis dreigen blootgesteld te worden aan marteling, onmenselijke of onterende behandeling, doodstraf, vervolging op grond van ras, godsdienst, herkomst of nationaliteit, lidmaatschap van een maatschappelijke groepering of politieke overtuiging.

4.

Ondanks verleende toestemming kunnen voor doorgeleiding overgenomen personen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij worden teruggegeven, indien zich later omstandigheden als bedoeld in lid (3), van dit artikel of in artikel 12 voordoen of bekend worden, die doorgeleiding in de weg staan, of indien de verdere reis of de overname door de Staat van bestemming niet meer verzekerd is.

5.

De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid (1) hierboven, te beperken tot onderdanen van een derde Staat of staatlozen voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar de Staat van bestemming niet mogelijk is.

Artikel 9. Gegevensbescherming

De verstrekking van persoonsgegevens geschiedt uitsluitend wanneer deze verstrekking noodzakelijk is voor de toepassing van deze Overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen. Het gebruik van persoonsgegevens met betrekking tot een individueel geval wordt aan de interne wetgeving van de Republiek Armenië onderworpen en wanneer de controle door een bevoegde autoriteit van één der Benelux-Staten uitgeoefend wordt, aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en aan de nationale wetgeving van die Staat die ter uitvoering van genoemde Richtlijn is vastgesteld. Bovendien gelden hierbij de volgende uitgangspunten:

Artikel 10. Kosten
1.

De kosten verbonden aan het overbrengen van personen die volgens de artikelen 2 en 3 worden overgenomen komen tot aan de grens van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, alsmede de kosten in verband met de overname als bedoeld in artikel 2, lid (3).

2.

De kosten verbonden aan de doorgeleiding tot aan de grens van de Staat van bestemming, alsmede de eventueel uit de teruggeleiding voortvloeiende kosten, komen overeenkomstig artikel 8 ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 11. Comité van deskundigen
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat:

2.

De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor, de voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.

3.

Het Comité bestaat uit drie vertegenwoordigers voor de Benelux en een vertegenwoordiger voor de Republiek Armenië. De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan en wijzen tegelijkertijd plaatsvervangende leden aan. Bij het overleg kunnen nog andere deskundigen worden betrokken.

4.

Het Comité komt, zo nodig, op voorstel van één der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen.

Artikel 12. Betrekking tot andere verdragen

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:

Artikel 13. Uitvoeringsprotocol

Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsprotocol vastgelegd.

Artikel 14. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door een kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.

Artikel 15. Inwerkingtreding
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de Overeenkomstsluitende Partijen de Regering van het Koninkrijk België ter kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten te hebben nageleefd.

2.

De Regering van het Koninkrijk België stelt ieder der Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in lid (1) bedoelde notificaties en van de datum van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 16. Schorsing, opzegging
1.

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

2.

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Republiek Armenië kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel, brengen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte.

3.

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Republiek Armenië kunnen deze Overeenkomst, na mededeling aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen opzeggen met inachtneming van de volkenrechtelijke bepalingen en beginselen.

4.

De schorsing of opzegging van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in respectievelijk lid (2) en lid (3) door de Regering van het Koninkrijk België is ontvangen.

Artikel 17. Depositaris

De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst.

De Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië met het oog op de toepassing van de Overeenkomst van 3 juni 2009 tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen, zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Verzoek
1.

De verzoeken om overname worden gedaan, wanneer de identiteit en de nationaliteit van de over te nemen persoon zijn aangetoond of aannemelijk gemaakt krachtens artikel 4 van de Overeenkomst. Deze verzoeken dienen te worden ingediend conform artikel 5 van de Overeenkomst.

2.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij richt een verzoek tot de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Het verzoek bevat:

4.

De te verstrekken gegevens over de over te nemen persoon zijn de volgende:

5.

Gegevens betreffende de minderjarige kinderen:

Bijgevoegd worden:

Artikel 2. Antwoord op het verzoek
1.

Het antwoord op het verzoek wordt door de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij aan de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij conform de in artikel 6 van de Overeenkomst gestelde termijnen overgemaakt.

2.

Het antwoord op het verzoek bevat:

of

Artikel 3. Reisdocument
1.

De bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij overhandigt de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij het positieve antwoord op het verzoek met het oog op de afgifte van het reisdocument.

2.

De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij geeft op grond van het positieve antwoord op het verzoek het reisdocument af voor de persoon van wie de overname is toegestaan.

3.

Het reisdocument heeft een geldigheidsduur van tenminste één (1) maand.

4.

Wanneer de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet in staat is een persoon vóór de datum waarop het reisdocument verloopt over te dragen dient zij de betrokken bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarvan in kennis te stellen. Zodra de effectieve overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden dient de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een nieuw reisdocument te verstrekken met opnieuw een geldigheidsduur van één (1) maand en dit binnen de vijf (5) werkdagen die volgen op een verzoek daartoe van de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 4. Overnameprocedure
1.

De bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zal de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij van de teruggeleiding van de betrokkene drie (3) werkdagen vóór de geplande teruggeleiding in kennis stellen.

2.

Deze inkennisstelling geschiedt schriftelijk met opgave van de onderstaande gegevens:

3.

Indien de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in de onmogelijkheid verkeert de in artikel 6, lid (2), van de Overeenkomst vermelde termijn voor de overdracht van de betrokkene in acht te nemen, dient zij de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarvan onverwijld in kennis te stellen. Zodra de effectieve overdracht van betrokkene kan plaatsvinden, dient de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarvan binnen de onder lid (1) van dit artikel gestelde termijnen in kennis te stellen.

Artikel 5. Grensovergangen

De plaatsen waar personen daadwerkelijk kunnen worden overdragen en overgenomen krachtens de Overeenkomst zijn:

Artikel 6. Bevoegde instanties
1.

De bevoegde instanties van de Belgische Overeenkomstsluitende Partij zijn:

2.

De bevoegde instantie van de Luxemburgse Overeenkomstsluitende Partij is:

Ministère des Affaires étrangères et de l’Immigration

Direction de l’Immigration

Boîte postale 752

L – 2017 Luxembourg

Telefoon: ++ 352 478 45 74

++ 352 478 45 46

Fax: ++ 352 22 16 08

3.

De bevoegde instantie van de Nederlandse Overeenkomstsluitende Partij is:

Ministerie van Justitie

IND – Immigratie- en Naturalisatiedienst

Bureau Dublin

Postbus 449

NL – 6900 AK Zevenaar

Telefoon: ++ 31 31 636 87 24

Fax: ++ 31 31 636 86 49

4.

De bevoegde instantie van de Armeense Overeenkomstsluitende Partij is:

Ministère des Affaires étrangères

Place de la République

Maison de Gouvernement – 2, Erevan 0010

République d’Arménie

Telefoon: ++ 37410 544041 (301)

Fax: ++ 37410 543925

Artikel 7. Comité van deskundigen

De bevoegde instanties van de Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkaar binnen de dertig (30) dagen na de inwerkingtreding van de Overeenkomst in kennis van de samenstelling van hun delegatie in het krachtens artikel 11 van de Overeenkomst ingestelde Comité van deskundigen.

Artikel 8. Taal

De Overeenkomstsluitende Partijen communiceren met elkaar in de Franse taal.

Artikel 9. Slotbepaling

Dit Protocol zal van toepassing zijn vanaf de dag van de inwerkingtreding van de Overeenkomst, gesloten tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen.

TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 3 juni 2009, in de Nederlandse, Franse en Armeense taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek. In geval van uiteenlopende interpretatie is de Franse tekst doorslaggevend.

Het origineel zal worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan aan alle Overeenkomstsluitende Partijen toezendt.

Voor het Koninkrijk België:

A. TURTELBOOM

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

A. BERNS

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

J. H. M. POLLMANN-ZAAL

Voor de Republiek Armenië:

V. TCHITECHIAN