Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Turks- en Caicoseilanden inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
en
de Regering van de Turks- en Caicoseilanden,
Overwegend dat bevestigd wordt dat de Regering van de Turks- en Caicoseilanden krachtens de voorwaarden van de Entrustment van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gerechtigd is met het Koninkrijk der Nederlanden te onderhandelen over een verdrag tot uitwisseling van informatie betreffende belastingen, dit te sluiten en te beëindigen,
Geleid door de wens het volgende verdrag te sluiten dat uitsluitend de verplichtingen van de verdragsluitende partijen bevat,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Reikwijdte van het Verdrag
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verdragsluitende partijen die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, met inbegrip van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de bepaling, vaststelling, verificatie, tenuitvoerlegging, invordering of inning van belastingvorderingen ten aanzien van personen die deze belastingen verschuldigd zijn of betreffende het onderzoek of de vervolging ter zake van belastingzaken met betrekking tot dergelijke personen. Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en wordt vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 8.
Artikel 2. Rechtsmacht
Ten behoeve van de juiste uitvoering van dit Verdrag, verstrekt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij in overeenstemming met dit Verdrag de informatie:
- a. ongeacht of de persoon op wie de informatie betrekking heeft inwoner of onderdaan van een partij is of de persoon in wiens bezit de informatie is een inwoner of onderdaan van een partij is; en
- b. op voorwaarde dat de informatie zich binnen het grondgebied van de aangezochte partij bevindt, of in het bezit of in de macht is van een persoon op wie haar rechtsmacht van toepassing is.
Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is zijn:
- a. in het geval van Nederland: en
- i. inkomstenbelasting, inclusief inkomensafhankelijke toeslagen op grond van regelgeving inzake toeslagen;
- ii. loonbelasting;
- iii. vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de regering in de netto-winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet;
- iv. dividendbelasting;
- v. schenkingsrecht;
- vi. successierecht;
- vii. omzetbelasting;
- vii. kansspelbelasting;
- viii. motorrijtuigenbelasting, inclusief provinciale opcenten;
- ix. belastingen op milieugrondslag, inclusief energiebelastingen;
- x. assurantiebelasting;
- xi. onroerendezaakbelasting;
- xii. heffingen, rechten, boetes of vrijstellingen in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, alsmede verboden, beperkingen en andere soortgelijke controles op het vervoer van aan regulering onderworpen goederen over de landsgrenzen heen;
- b. in het geval van de Turks- en Caicoseilanden:
- i. zegelrecht (stamp duty);
- ii. accommodation tax;
- iii. heffingen, rechten, boetes of vrijstellingen in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, alsmede verboden, beperkingen en andere soortgelijke controles op het vervoer van aan regulering onderworpen goederen over de landsgrenzen heen.
- a. Met inachtneming van onderdeel b van dit lid is dit Verdrag ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in de plaats van de in het eerste lid genoemde belastingen door een van beide verdragsluitende partijen worden geheven.
- b. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen doen elkaar mededeling van alle relevante wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie waarop dit Verdrag van toepassing is.
De verdragsluitende partijen kunnen in onderling overleg andere belastingen toevoegen aan de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is.
Artikel 4. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:
- a. wordt verstaan onder „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de zeebodem, de ondergrond daarvan en de bovengelegen wateren en hun natuurlijke rijkdommen;
- b. wordt verstaan onder de „Turks- en Caicoseilanden” het grondgebied van de Turks- en Caicoseilanden met inbegrip van de territoriale zee en gebieden binnen de maritieme grenzen van de Turks- en Caicoseilanden en elk gebied waarbinnen, in overeenstemming met het internationale recht, de rechten van de Turks- en Caicoseilanden met betrekking tot de zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen kunnen worden uitgeoefend;
- c. wordt verstaan onder „collectieve beleggingsregeling”, elke gezamenlijke beleggingsregeling of elk gezamenlijk beleggingsfonds of beleggingsinstrument, ongeacht de rechtsvorm;
- d. wordt verstaan onder „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- e. wordt verstaan onder „bevoegde autoriteit”,
- i. wat betreft Nederland, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. wat betreft de Turks- en Caicoseilanden, de Permanente Secretaris van het ministerie van Financiën of een door hem schriftelijk aangewezen persoon of autoriteit;
- f. wordt verstaan onder „verdragsluitende partij” Nederland of de Turks- en Caicoseilanden, al naargelang de context vereist;
- g. wordt verstaan onder „strafwetten” alle strafrechtelijke bepalingen die krachtens de nationale wetgeving als zodanig worden aangeduid, ongeacht of zij zijn opgenomen in belastingwetten, het wetboek van strafrecht of andere wetten;
- h. wordt verstaan onder „strafrechtelijke belastingzaken” belastingzaken waarbij sprake is van opzettelijke gedragingen die vervolgd kunnen worden krachtens de strafwetten van de verzoekende partij;
- i. wordt verstaan onder „informatie” alle feiten, verklaringen, documenten of stukken ongeacht in welke vorm;
- j. wordt verstaan onder „maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie” wet- en regelgeving en bestuursrechtelijke procedures die een verdragsluitende partij in staat stellen de verzochte informatie te verkrijgen en te verstrekken;
- k. wordt verstaan onder „persoon” een individu („natuurlijke persoon”), een lichaam of een elke andere vereniging of groep van personen;
- l. wordt verstaan onder „openbare collectieve beleggingsregeling” elke collectieve beleggingsregeling waarbij de aankoop, verkoop of aflossing van aandelen of andere belangen niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- m. wordt verstaan onder „aangezochte partij” de partij bij dit Verdrag die verzocht wordt informatie te verstrekken of dit reeds gedaan heeft naar aanleiding van een verzoek;
- n. wordt verstaan onder „verzoekende partij” de partij bij dit Verdrag die verzoekt om informatie of deze heeft ontvangen van de aangezochte partij;
- o. wordt verstaan onder „belasting” elke belasting waarop dit Verdrag van toepassing is.
Wat betreft de toepassing, op enig moment, van dit Verdrag door een verdragsluitende partij, heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die verdragsluitende partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die verdragsluitende partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die verdragsluitende partij aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij verstrekt op schriftelijk verzoek informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doeleinden. Dergelijke informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze op het grondgebied van de aangezochte partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte partij als strafbaar feit zouden worden aangemerkt. Indien de informatie die door de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij is ontvangen niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij hiervan in kennis en verzoekt zij om de aanvullende informatie die nodig kan zijn om het verzoek naar behoren te kunnen behandelen.
Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft de aangezochte partij alle relevante maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.
Indien de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.
Elke verdragsluitende partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteit voor de toepassing van dit Verdrag over de bevoegdheid beschikt op verzoek het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:
- a. informatie die berust bij banken, overige financiële instellingen en personen die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreden, met inbegrip van gevolmachtigden en trustees;
- b. informatie met betrekking tot de juridische en feitelijke eigendom van lichamen, samenwerkingsverbanden, trusts, stichtingen, „Anstalten” en andere personen, met inbegrip van, binnen de beperkingen van artikel 2, informatie inzake de eigendom met betrekking tot al deze personen binnen een eigendomsketen; en in het geval van trusts, informatie met betrekking tot instellers, trustees en begunstigden en borgen; en in het geval van stichtingen, informatie met betrekking tot stichters, leden van het bestuur en begunstigden.
Niettegenstaande de voorgaande leden schept dit Verdrag geen verplichting voor de verdragsluitende partijen tot het verkrijgen of verstrekken van:
- i. informatie met betrekking tot de eigendom van beursgenoteerde ondernemingen of openbare collectieve beleggingsregelingen, tenzij deze informatie zonder onevenredige moeilijkheden kan worden verkregen;
- ii. informatie die ouder is dan een wettelijke bewaartermijn voor deze informatie in het rechtsgebied van de aangezochte partij en waar deze informatie niet langer bewaard wordt.
De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij verstrekt de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij wanneer de eerstgenoemde partij uit hoofde van dit Verdrag een verzoek om informatie doet, teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zal zijn voor het verzoek:
- a. de identiteit van de persoon op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft;
- b. het tijdvak waarvoor om informatie wordt verzocht;
- c. de aard van en het soort verzochte informatie, met inbegrip van een beschrijving van de specifieke informatie waarom verzocht wordt en de vorm waarin de verzoekende partij de informatie bij voorkeur wenst te ontvangen;
- d. de belastingdoeleinden waarvoor om de informatie wordt verzocht en de redenen om aan te nemen dat de verzochte informatie naar verwachting relevant is voor toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verzoekende partij;
- e. redelijke gronden om te veronderstellen dat de verzochte informatie op het grondgebied van de aangezochte partij is of in het bezit of in de macht is van een persoon die onder de rechtsmacht van de aangezochte partij valt;
- f. de naam en adresgegevens, voor zover bekend, van personen van wie verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van of kunnen beschikken over de verzochte informatie;
- g. een verklaring dat het verzoek in overeenstemming is met dit Verdrag en de wetgeving en de bestuursrechtelijke praktijk van de verzoekende partij, en dat indien de verzochte informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende partij zou bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij deze informatie volgens de wetten van de verzoekende partij of volgens de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk zou kunnen verkrijgen;
- h. een verklaring dat het verzoekende gebied op haar grondgebied alles in het werk heeft gesteld om de informatie te verkrijgen, tenzij dit zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij doet de verzochte informatie zo spoedig mogelijk toekomen aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij. Teneinde een snel antwoord te waarborgen:
- a. bevestigt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij de ontvangst van een verzoek schriftelijk aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij en stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek in kennis van eventuele gebreken in het verzoek; en
- b. indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet in staat is de informatie binnen 90 dagen na ontvangst van het verzoek te verkrijgen en te verstrekken, onder meer omdat zij belemmeringen ondervindt bij het verstrekken van de informatie, of indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij weigert de informatie te verstrekken, stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij daarvan onverwijld op de hoogte, onder vermelding van de oorzaken van de onmogelijkheid, van de belemmeringen of voor haar weigering.
Artikel 6. Belastingcontrole (of -onderzoek) in het buitenland
Voor zover toegestaan ingevolge haar nationale recht kan de aangezochte partij, na een verzoek binnen een redelijke termijn van de verzoekende partij, vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij toestaan het grondgebied van de aangezochte partij binnen te komen teneinde personen te ondervragen en met voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokken personen stukken te onderzoeken. De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij in kennis van het tijdstip en de locatie van de beoogde bijeenkomst met de betrokken personen.
Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij kan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole op het grondgebied van de aangezochte partij.
Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de autoriteit of functionaris die bevoegd is de controle uit te voeren en van de procedures en voorwaarden die bij de aangezochte partij vereist zijn voor de uitvoering van de controle. Alle beslissingen met betrekking tot de uitvoering van de controle worden genomen door de aangezochte partij die de controle uitvoert.
Artikel 7. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij kan weigeren bijstand te verlenen:
- a. indien het verzoek niet is gedaan in overeenstemming met dit Verdrag;
- b. indien de verzoekende partij niet alle op haar eigen grondgebied beschikbare middelen heeft aangewend om de informatie te verkrijgen, tenzij aanwending van die middelen zou leiden tot onevenredige moeilijkheden; of
- c. indien bekendmaking van de verzochte informatie in strijd zou zijn met de openbare orde van de aangezochte partij.
Dit Verdrag verplicht een verdragsluitende partij niet tot het verstrekken van informatie waardoor een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel, commercieel of beroepsgeheim of een handelsproces zou worden onthuld. De in artikel 5, vierde lid, omschreven informatie mag niet uitsluitend op grond daarvan als een geheim of een handelsproces worden aangemerkt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.