Overeenkomst tussen bepaalde Europese Regeringen en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek betreffende de uitvoering van het Ariane draagraketprogramma

Type Verdrag
Publication 1979-02-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Regeringen van de Lid Staten van de Europese Ruimteconferentie die deze Overeenkomst hebben ondertekend (hierna te noemen de „Deelnemers”) en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek, opgericht krachtens het op 14 juni 1962 voor ondertekening opengestelde Verdrag (hierna onderscheidenlijk te noemen „de Organisatie” en „het Verdrag”),

Herinnerende aan de door de Europese Ruimteconferentie (ERC) op 20 december 1972 aangenomen Resolutie, krachtens welke de ERC in beginsel haar goedkeuring hecht aan het binnen een gemeenschappelijk Europees kader doen uitvoeren en beheren van het project voor de ontwikkeling van een draagraket, voorgesteld door de Franse Regering na het laten varen van het project Europa III, en in overweging nemend de besluiten, genomen door de Europese Ruimteconferentie tijdens haar vergadering van 31 juli 1973;

Overwegende dat het Europese Ruimte-Agentschap, bedoeld in genoemde Resolutie (hierna te noemen „het Agentschap”) bestemd is te voorzien in het gemeenschappelijk Europese kader voor dit tijdelijk aan de zorgen van de Organisatie toevertrouwde programma,

Overwegende dat het een Europees belang is in het begin van de tachtiger jaren van deze eeuw te kunnen beschikken over een eigen economisch concurrerend vermogen voor het plaatsen van satellieten, in het bijzonder applicatiesatellieten, in een baan om de aarde,

Overwegende dat het voor de Europese Staten nuttig zou zijn, de op het gebied van draagraketten verworven bekwaamheden op peil te houden en gebruik te maken van de in die Staten ter beschikking staande ruimtetechnologie,

Gelet op het door de Franse Regering aan de Ministers van de Europese Ruimteconferentie overgelegde verslag van 15 april 1973,

Gelet op de door de vertegenwoordigers van de bovengenoemde Regeringen in de Raad van de Organisatie afgelegde Verklaring van 1 augustus 1973 (ESRO/C/LIX/Dec. 1),

Gelet op de door de Raad van de Organisatie tijdens zijn 59ste vergadering aangenomen Resolutie, waarbij werd ingestemd met het verzoek om uitvoering van dit programma binnen het kader van de Organisatie, in afwachting van de oprichting van het Europese Ruimte-Agentschap (ESRO/C/LIX/Res. 1),

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I

De Deelnemers verbinden zich tot het krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst uitvoeren van de eerste fase van een programma, dat ten doel heeft de ontwikkeling, met inbegrip van geschiktheidsproeven, van een drager voor satellieten, genaamd Ariane, bestemd voor het plaatsen van nuttige ladingen in de orde van grootte van 1500 kg in een overgangsbaan en, met behulp van een daartoe geschikte apogeummotor, voor het plaatsen van satellieten in de orde van grootte van 750 kg in een geostationaire baan. Dit programma omvat een tweede fase, die de produktie van deze draagraket ten doel heeft en waarover op een later tijdstip een beslissing zal worden genomen.

Artikel II
1.

De ontwikkelingsfase van het in artikel I bedoelde programma wordt uitgevoerd in het kader van het Agentschap bedoeld in de Resolutie van de ERC van 20 december 1972. In afwachting van de oprichting van dit Agentschap wordt deze fase uitgevoerd in het kader van de Organisatie, overeenkomstig de bepalingen van de Bijlagen bij deze Overeenkomst.

2.

Tenzij in deze Overeenkomst of in de in het derde lid van dit artikel bedoelde Overeenkomst anders is bepaald, wordt deze fase van het programma uitgevoerd overeenkomstig de in de Organisatie van kracht zijnde regels en procedures.

3.

De deelnemers dragen, door tussenkomst van de Organisatie, aan het Nationale Centrum voor Ruimteonderzoek (CNES), een door de Franse Regering ingesteld Frans overheidsorgaan, de uitvoering op van de eerste fase van het in artikel I bedoelde programma, en zij dragen het namens hen uit te voeren toezicht op aan de Organisatie. De Organisatie en het CNES sluiten een Overeenkomst tot het vaststellen van de gedetailleerde regelingen voor hun samenwerking, nodig voor het bereiken van de doeleinden van deze Overeenkomst.

Artikel III
1.

De in artikel I gestelde doelen van het programma, te weten een beschrijving van de draagraket en een beschrijving van de ontwikkelingsfase van het programma, zijn neergelegd in Bijlage A bij deze Overeenkomst. De beslissing inzake het overgaan tot de produktiefase van het programma zal worden genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel V.

2.

Het doel van de definitiefase van de ontwikkelingsfase is het vaststellen van het gedetailleerde bestek voor de draagraket op basis van de technische gegevens in Bijlage A bij deze Overeenkomst, het opstellen van een gedetailleerd ontwikkelingsplan, het geven van opdrachten aan industrieën en het aanpassen van de financiële bijdragen van iedere Deelnemer aan het programma, overeenkomstig de in artikel X van deze Overeenkomst omschreven procedure.

3.

De elementen van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde uitvoerige analyse maken de uitvoering van de ontwikkelingsfase mogelijk. Die fase zal zijn voltooid met de na afloop van de proefvluchten vast te stellen geschiktheid van de draagraket.

Artikel IV
1.

Een Programmaraad, bestaande uit vertegenwoordigers van de Deelnemers, is verantwoordelijk voor het programma en neemt alle desbetreffende beslissingen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.

2.

In aangelegenheden die van invloed zijn op dit en op enig ander programma van de Organisatie, treedt de Programmaraad op als adviesorgaan van de Raad van de Organisatie, aan wie hij alle nodige aanbevelingen in zodanige aangelegenheden doet.

3.

De Programmaraad neemt alle beslissingen betreffende het programma in overeenstemming met deze Overeenkomst en hij heeft met name de volgende taken:

4.

De Programmaraad kan de adviesorganen instellen die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn taak.

5.

Behalve waar in deze Overeenkomst anders is bepaald, worden de besluiten van de Programmaraad genomen met een eenvoudige meerderheid van stemmen van de Deelnemers.

Artikel V
1.

De Programmaraad verschaft de gegevens die nodig zijn voor de door de Deelnemers te nemen beslissing over te gaan tot de produktiefase van het programma. Diegenen onder de Deelnemers die hebben verklaard dat zij wensen deel te nemen aan de produktiefase, sluiten een nieuwe Overeenkomst ter vastlegging van de inhoud van deze fase, van de financiële regelingen voor haar uitvoering en van de verdeling der werkzaamheden. Deze laatste dient zoveel mogelijk overeen te komen met die, welke is vastgesteld met betrekking tot de ontwikkelingsfase.

2.

De Deelnemers trachten gedurende de produktiefase de tijdens de ontwikkelingsfase opgezette industriële installaties in stand te houden en zij doen niets dat het gebruik van deze installaties zou kunnen belemmeren, ongeacht of zij al dan niet Deelnemers zijn in de nieuwe Overeenkomst.

Artikel VI
1.

De uitgaven voortvloeiende uit de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma krachtens deze Overeenkomst worden gedragen door de Deelnemers overeenkomstig de bepalingen van Bijlage B bij deze Overeenkomst.

2.

De Deelnemers komen overeen op basis van een financieel raam van 380.391.165 r.e. bij te dragen aan:

De kosten van het project-team en van het assisterende technische personeel van het CNES komen ten laste van de Franse Regering.

3.

De Deelnemers dragen aan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde uitgaven bij overeenkomstig de verdeelsleutel, vervat in Bijlage B bij deze Overeenkomst en met inachtneming van het bepaalde in artikel VII. Derhalve bedraagt, indien het bepaalde in het tweede lid van artikel VII wordt toegepast op de in het tweede lid, letter a, van dit artikel bedoelde uitgaven, de totale bijdrage van de Deelnemers 454.569.398 r.e., zulks niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid en het tweede lid, letter b, van artikel VIL

4.

De jaarlijkse begrotingen voor de ontwikkelingsfase van het programma worden goedgekeurd door de Programmaraad met een twee derde meerderheid van stemmen van de Deelnemers, die tevens ten minste twee derde van de in paragraaf 2.3 van Bijlage B bedoelde stemmen vertegenwoordigen, tot het financiële plafond bedoeld in het tweede lid van dit artikel. De Deelnemers verbinden zich ertoe de Organisatie de nodige fondsen te verschaffen voor de uitvoering van het programma overeenkomstig de procedures en tijdschema's, gegeven in Bijlage B bij deze Overeenkomst; deze tijdschema's dienen jaarlijks op hetzelfde tijdstip als de begroting te worden bijgewerkt en voorgelegd aan de Programmaraad.

Artikel VII
1.

Ten einde, in geval van veranderingen in het prijspeil, het in het tweede lid van artikel VI bedoelde financiële raam te kunnen herzien, komen de Deelnemers - tenzij anders bepaald in paragraaf 2.4 van Bijlage B bij deze Overeenkomst - overeen:

2.

Indien naar het oordeel van de Programmaraad het in het tweede lid, letter a van artikel VI bedoelde bedrag aan uitgaven om andere redenen dan veranderingen in het prijspeil dient te worden herzien, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

Artikel VIII

Intellectuele eigendomsrechten, voortvloeiende uit de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma, evenals toegang tot technische gegevens die aldus worden verkregen, zijn voorbehouden aan de Deelnemers, maar de Organisatie heeft het recht daar kosteloos gebruik van te maken voor het geheel van haar programma's.

Artikel IX
1.

De Deelnemers stellen via de Organisatie aan het CNES de vastleggings- en betalingskredieten, welke nodig zijn voor de uitvoering van het programma overeenkomstig de door de Programmaraad goedgekeurde begroting en overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2.4 van Bijlage B van deze Overeenkomst, ter beschikking.

2.

De bijdragen van de Deelnemers worden door de Organisatie afgeroepen op basis van de gangbare regels, overeenkomstig de bepalingen van Bijlage B bij deze Overeenkomst.

Artikel X
1.

Het CNES sluit de contracten die nodig zijn voor de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma. Bij het plaatsen van contracten en subcontracten voor de uitvoering van deze fase wordt voorrang gegeven aan uitvoering van de werkzaamheden op het grondgebied van de Deelnemers en vervolgens aan de uitvoering op het grondgebied van andere Staten die lid zijn van de Organisatie of, nadien, van het Agentschap.

2.

Het CNES legt, voor het einde der definitiefase, aan de Programmaraad de verdeling der werkzaamheden op basis van de in paragraaf 2.1 van Bijlage B vermelde bijdragen voor. De verdeling heeft betrekking op de werkzaamheden van vaststaand technologisch belang overeenkomstig de door de Programmaraad aangenomen definitie, welke werkzaamheden 80 pet. vertegenwoordigen van het in het tweede lid, letter a) van artikel VI, bedoelde bedrag aan rechtstreekse uitgaven.

3.

Het CNES verstrekt aan de Deelnemers contracten waarvan de waarde in verhouding staat tot de bijdragen van de Deelnemers in de kosten van de hierboven omschreven werkzaamheden. Indien ten aanzien van een of verscheidene Deelnemers dit doel niet kan worden bereikt, wordt de bijdrage van de betrokken Deelnemer vóór het einde van de definitiefase naar verhouding verminderd. Indien door een dergelijke vermindering een tekort aan middelen voor de ontwikkelingsfase ontstaat, is de Franse Regering verantwoordelijk voor de aanvulling daarvan.

Met betrekking tot de in het tweede lid, letter a) van artikel VII genoemde bijkomende uitgaven, dient het CNES bij het plaatsen van de contracten al het mogelijke te doen om het billijke werkaandeel van de Deelnemers niet aan te tasten en een zo rechtvaardige werkverdeling als redelijkerwijs mogelijk te bereiken, daarbij rekening houdende met de bijzondere aard van het werk, de moeilijkheid van het toepassen van dezelfde regels voor de werkverdeling en de noodzaak tot het handhaven van een ongestoord verloop van de uitvoering der ontwikkelingsfase.

4.

De contracten betreffende de werkzaamheden van minder technologisch belang, zoals infrastructuurwerkzaamheden of leveringen van verbruiksartikelen, worden geplaatst op basis van mededinging. Te dien einde verzoekt het CNES om inschrijvingen door firma's, waarvan de namen hem zijn verstrekt door de Deelnemers.

5.

Bij de vaststelling van de geografische spreiding van de contracten onder de Deelnemers worden de contracten betreffende de werkzaamheden uitgevoerd op het grondgebied van een Staat die geen lid is van de Organisatie buiten beschouwing gelaten.

6.

De contractuele bepalingen zijn gebaseerd op de door het CNES toegepaste regels en procedures. De Organisatie bepaalt evenwel de inhoud van de clausules die de nakoming van de artikelen VIII en XII van deze Overeenkomst waarborgen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.