Overeenkomst tot oprichting van het Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie
Het Koninkrijk Denemarken
De Bondsrepubliek Duitsland
De Franse Republiek
De Staat Israël
De Italiaanse Republiek
Het Koninkrijk der Nederlanden
De Republiek Oostenrijk
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Het Koninkrijk Zweden
De Zwitserse Bondsstaat,
partijen bij de Overeenkomst tot instelling van de Europese Conferentie inzake Moleculaire Biologie (hierna te noemen „ECMB”), ondertekend te Genève op 13 februari 1969;
Overwegende dat de bestaande internationale samenwerking op het gebied van de moleculaire biologie uitgebreid dient te worden door de oprichting van een Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie en gelet op de hiertoe strekkende voorstellen ingediend door de Europese Organisatie inzake Moleculaire Biologie (hierna te noemen „EMBO”);
Gelet op het besluit van 28 juni 1972 waarbij de ECMB haar goedkeuring heeft gehecht aan het plan voor een zodanig Laboratorium overeenkomstig het derde lid van artikel II van genoemde Overeenkomst, krachtens hetwelk Bijzondere Projecten kunnen worden uitgevoerd;
Geleid door de wens de voorwaarden en bedingen waaronder het Laboratorium wordt opgericht en geëxploiteerd zodanig vast te leggen dat enige wijziging in de Overeenkomst tot instelling van de ECMB daarop niet van invloed kan zijn;
Gelet op de aanvaarding door de ECMB van de bepalingen in deze Overeenkomst voor zover deze op haar zelf betrekking hebben;
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I. Oprichting van het Laboratorium
Hierbij wordt een Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie opgericht (hierna te noemen „het Laboratorium”) als een intergouvernementele instelling.
De zetel van het Laboratorium is gevestigd te Heidelberg in de Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel II. Doeleinden en middelen
Het Laboratorium bevordert de samenwerking tussen de Europese Staten in het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, in de ontwikkeling van een geavanceerd instrumentarium en in onderwijs op hoog niveau in de moleculaire biologie alsook op andere daarmede wezenlijk verband houdende terreinen van onderzoek en richt hiertoe zijn activiteiten op werk dat gewoonlijk niet of niet licht wordt verricht in nationale instellingen. De resultaten van het experimentele en theoretische werk van het Laboratorium worden gepubliceerd of op andere wijze algemeen toegankelijk gemaakt.
Ten einde deze doeleinden te verwezenlijken voert het Laboratorium een programma uit dat voorziet in:
- a. de toepassing van moleculaire begrippen en methoden bij het onderzoek van fundamentele biologische processen;
- b. de ontwikkeling en het gebruik van het noodzakelijke instrumentarium en de vereiste technologie;
- c. arbeidsruimten en onderzoeksfaciliteiten voor bezoekende wetenschapsmensen;
- d. opleiding en onderwijs op hoog niveau.
Het Laboratorium kan de voor zijn programma noodzakelijke installaties bouwen en exploiteren.
Het Laboratorium omvat:
- a. de uitrusting die voor de uitvoering van het programma door het Laboratorium noodzakelijk is;
- b. de noodzakelijke gebouwen waarin de in letter a hierboven bedoelde uitrusting wordt opgesteld en de diensten voor het beheer van het Laboratorium en voor de uitoefening van zijn andere functies worden ondergebracht.
Het Laboratorium organiseert en bevordert de internationale samenwerking, in de ruimst mogelijke zin, op de terreinen en binnen het programma van activiteiten omschreven in het eerste en tweede lid van dit artikel, en in overeenstemming met het Algemene Programma van de ECMB. Deze samenwerking omvat met name het bevorderen van contacten tussen en de uitwisseling van wetenschapsmensen en de verspreiding van kennis. Binnen het kader van zijn doelstellingen streeft het Laboratorium ook naar samenwerking, in de ruimst mogelijke zin, met instellingen voor onderzoek en wel door medewerking en verstrekking van adviezen. Het Laboratorium dient duplicering te vermijden van werk dat reeds in de genoemde instellingen wordt verricht.
Artikel III. Lidmaatschap
De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst zijn de Lid-Staten van het Laboratorium.
Artikel IV. Samenwerking
Het Laboratorium onderhoudt een nauwe samenwerking met de ECMB.
Het Laboratorium kan samenwerking overeenkomen met niet-Lid-Staten, nationale lichamen in deze Staten, internationale gouvernementele of niet-gouvernementele organisaties. De totstandkoming, voorwaarden en bedingen van een zodanige samenwerking worden door de Raad, met eenparigheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen, vastgesteld, telkens naar gelang van de omstandigheden.
Artikel V. Organen
De organen van het Laboratorium zijn de Raad en de Directeur-Generaal.
Artikel VI. De Raad
De Raad bestaat uit alle Lid-Staten van het Laboratorium. Elke Lid-Staat wordt vertegenwoordigd door ten hoogste twee afgevaardigden, die door raadgevers kunnen worden vergezeld.
De Raad kiest een Voorzitter en twee Vice-Voorzitters die deze functie een jaar bekleden en niet meer dan twee achtereenvolgende malen mogen worden herkozen.
- a. Staten die geen Partij zijn bij deze Overeenkomst mogen de zittingen van de Raad als waarnemer bijwonen op de volgende voorwaarden:
- i. de leden van de ECMB van rechtswege;
- ii. de Staten die geen lid zijn van de ECBM, op grond van een besluit van de Raad genomen met eenparigheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen,
- b. De EMBO en andere waarnemers kunnen de zittingen van de Raad bijwonen overeenkomstig het Huishoudelijk Reglement dat de Raad krachtens het derde lid, letter j, van dit artikel vaststelt. Bevoegdheden
De Raad:
- a. bepaalt het beleid van het Laboratorium op wetenschappelijk en technisch gebied en in beheersaangelegenheden, met name door het verstrekken van richtlijnen aan de Directeur-Generaal;
- b. hecht zijn goedkeuring aan een globaal plan voor de uitvoering van het programma bedoeld in het tweede lid van artikel II van deze Overeenkomst en stelt de duur daarvan vast. Bij het goedkeuren van dit plan bepaalt de Raad, met eenparigheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen, een minimum periode voor deelneming aan het genoemd programma, alsmede tot welk maximum bedrag gedurende dat tijdsbestek betalingsverplichtingen kunnen worden aangegaan of uitgaven kunnen worden gedaan. Deze periode en dit bedrag mogen nadien niet meer worden gewijzigd, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen, daartoe besluit. Na het verstrijken van genoemde periode stelt de Raad op dezelfde wijze het maximum bedrag der kredieten vast voor een door de Raad te bepalen nieuwe periode;
- c. hecht met een twee-derde meerderheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen zijn goedkeuring aan de jaarlijkse begroting met dien verstande dat hetzij de bijdragen van die Lid-Staten niet minder dan twee-derde belopen van de totale bijdragen aan de begroting van het Laboratorium, hetzij de goedkeurende stemmen worden uitgebracht door alle aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen op één na;
- d. hecht met een twee-derde meerderheid der stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen zijn goedkeuring aan de voorlopige raming der kosten voor de volgende twee jaar;
- e. aanvaardt met een twee-derde meerderheid der stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen het Financiële Reglement voor het Laboratorium;
- f. hecht zijn goedkeuring aan de door een accountant gecontroleerde jaarrekeningen en publiceert deze;
- g. hecht zijn goedkeuring aan het door de Directeur-Generaal overgelegde jaarverslag;
- h. beslist over de vereiste personeelssterkte;
- i. stelt met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten het Personeelsstatuut vast;
- j. beslist met een twee-derde meerderheid der stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen inzake de instelling van onderzoekgroepen en de totstandkoming van faciliteiten van het Laboratorium buiten zijn zetel;
- k. stelt zijn Huishoudelijk Reglement vast;
- l. heeft alle overige bevoegdheden en vericht alle overige taken die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden van het Laboratorium als vervat in deze Overeenkomst.
De Raad kan het programma bedoeld in het tweede lid van artikel II van deze Overeenkomst wijzigen bij een met eenparigheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen genomen besluit.
De Raad komt ten minste eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen. Hij kan tevens in buitengewone zitting bijeenkomen. De zittingen worden gehouden in het Hoofdkwartier van het Laboratorium, tenzij de Raad anders beslist.
- a.
- i. Elke Lid-Staat heeft in de Raad één stem.
- ii. Staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend, doch haar nog niet hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, kunnen zich voor een tijdvak van twee jaar te rekenen van het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst overeenkomstig het vierde lid, letter a, van artikel XV, op de zittingen van de Raad doen vertegenwoordigen en aan zijn werkzaamheden deelnemen zonder dat zij stemrecht hebben.
- iii. Een Lid-Staat die achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen heeft geen stemrecht in een zitting van de Raad waarin de Directeur-Generaal verklaart dat het bedrag van zijn achterstalligheid gelijk is aan of meer beloopt dan de bedragen van de door hem verschuldigde bijdragen voor de voorafgaande twee boekjaren.
- b. Tenzij in deze Overeenkomst anders wordt bepaald, worden de besluiten van de Raad genomen met een meerderheid der stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen.
- c. Om op een zitting van de Raad een quorum te vormen is de aanwezigheid van afgevaardigden van de meerderheid van alle Lid-Staten noodzakelijk. Ondergeschikte organen
- a. De Raad stelt, bij besluit genomen met een twee-derde meerderheid van stemmen van alle Lid-Staten, een Wetenschappelijke Adviescommissie, een Financiële Commissie en enig ander noodzakelijk gebleken ondergeschikt orgaan in,
- b. Het besluit tot instelling van de Wetenschappelijke Adviescommissie omvat bepalingen betreffende het lidmaatschap, het rouleren van de leden en het mandaat van die Commissie overeenkomstig artikel VIII van deze Overeenkomst en bepaalt de voorwaarden waaronder haar leden hun functie vervullen.
- c. Het besluit tot instelling van de Financiële Commissie of van andere ondergeschikte organen omvat bepalingen betreffende het lidmaatschap en het mandaat van deze organen.
- d. Ondergeschikte organen stellen hun eigen huishoudelijk reglement vast.
Artikel VII. Directeur-Generaal en personeel
- a. De Raad benoemt met een twee-derde meerderheid van alle Lid-Staten een Directeur-Generaal voor een vastgesteld tijdvak en ontslaat hem met dezelfde meerderheid van stemmen,
- b. Wanneer zich een vacature voordoet, kan de Raad de benoeming van de Directeur-Generaal voor een door hem noodzakelijk geachte periode uitstellen. In dat geval stelt hij een persoon aan die optreedt in de plaats van de Directeur-Generaal, waarbij de aldus benoemde persoon de bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft die de Raad bepaalt.
De Directeur-Generaal is de hoogste uitvoerende functionaris en de wettige vertegenwoordiger van het Laboratorium.
- a. De Directeur-Generaal legt aan de Raad de volgende stukken voor:
- i. het ontwerp van het globale plan bedoeld in het derde lid, letter b, van artikel VI van deze Overeenkomst;
- ii. de begroting en de voorlopige raming der kosten bedoeld in het derde lid, letters c en d, van artikel VI van deze Overeenkomst;
- iii. de gecontroleerde jaarrekeningen en het jaarverslag bedoeld in het derde lid, letters f en g, van artikel VI van deze Overeenkomst.
- b. De Directeur-Generaal zendt het door de Raad overeenkomstig het derde lid, letter g, van artikel VI van deze Overeenkomst goedgekeurde jaarverslag ter kennisneming toe aan de ECMB.
De Directeur-Generaal wordt bijgestaan door het wetenschappelijke, technische en met het beheer belaste personeel en het kantoorpersoneel dat door de Raad is toegestaan.
De Directeur-Generaal benoemt en ontslaat het personeel. De Raad hecht zijn goedkeuring aan de benoeming en het ontslag van het hogere personeel zoals deze categorie is omschreven in het Personeelsstatuut. Elke benoeming en beëindiging van een aanstelling geschiedt overeenkomstig het Personeelsstatuut. Personen die niet tot het personeel behoren en die worden uitgenodigd in het Laboratorium te werken, zijn onderworpen aan het gezag van de Directeur-Generaal en aan de door de Raad goedgekeurde algemene voorwaarden.
Elke Lid-Staat eerbiedigt het uitsluitend internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Directeur-Generaal en het personeel ten aanzien van het Laboratorium. Bij de uitoefening van hun functies vragen noch aanvaarden zij instructies van een Lid-Staat of een regering of van enige andere autoriteit buiten het Laboratorium.
Artikel VIII. Wetenschappelijke Adviescommissie
De Wetenschappelijke Adviescommissie ingesteld overeenkomstig het zevende lid van artikel VI van deze Overeenkomst geeft de Raad advies, met name ten aanzien van voorstellen van de Directeur-Generaal inzake de uitvoering van het programma van het Laboratorium.
De Commissie is samengesteld uit vooraanstaande wetenschapsmensen, die worden benoemd in hun persoonlijke hoedanigheid en niet als vertegenwoordigers van de Lid-Staten. De leden van de Commissie dienen te worden gekozen uit wetenschapsmensen werkzaam op een breed terrein van in aanmerking komende gebieden van wetenschap ten einde voor zover mogelijk zowel het gebied van de moleculaire biologie als andere passende takken van wetenschap te bestrijken. Na behoorlijk overleg met inzonderheid de Raad van de EMBO en daarvoor in aanmerking komende nationale instellingen, stelt de Directeur-Generaal aan de Raad een lijst van kandidaten voor, waarmede de Raad rekening houdt bij de benoeming van de leden van de Commissie.
Artikel IX. Begroting
Het boekjaar van het Laboratorium loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Elk jaar legt de Directeur-Generaal uiterlijk op 1 oktober de Raad ter overweging en goedkeuring een begroting voor, waaruit de uitvoerige ramingen van inkomsten en uitgaven van het Laboratorium voor het volgende boekjaar blijken.
Het Laboratorium wordt gefinancierd uit:
- a. de financiële bijdragen van de Lid-Staten;
- b. enige schenking van Lid-Staten, afgezien van hun financiële bijdragen, tenzij de Raad, met een twee-derde meerderheid der stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen, besluit dat een zodanige schenking strijdig is met de doeleinden van het Laboratorium, en
- c. alle andere middelen, met name schenkingen door particuliere organisaties of personen, zulks onder voorbehoud van aanvaarding door goedkeuring van de Raad met een twee-derde meerderheid der stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen.
De begroting van het Laboratorium is uitgedrukt in rekeneenheden met een gewicht van 0,88867088 gram fijn goud.
Artikel X. Bijdragen en accountantsonderzoek
Elke Lid-Staat draagt jaarlijks bij in de kapitaalsuitgaven en in de lopende exploitatiekosten van het Laboratorium tot een totaal bedrag aan inwisselbare valuta overeenkomstig een om de drie jaar door de Raad met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten vast te stellen verdeelsleutel, die is gebaseerd op het gemiddelde netto nationale inkomen tegen factorkosten van elk Lid-Staat over de laatste drie voorafgaande kalenderjaren, waarover gegevens beschikbaar zijn.
De Raad kan met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten besluiten rekening te houden met eventuele bijzondere omstandigheden van een Lid-Staat en zijn bijdragen dienovereenkomstig aan te passen. Voor de toepassing van deze bepaling heeft de uitdrukking „bijzondere omstandigheden” met name betrekking op een toestand waarin het nationale inkomen van een Lid-Staat per hoofd van de bevolking lager is dan een bedrag dat door de Raad met een twee-derde meerderheid van stemmen wordt vastgesteld, of een toestand waarin van een Lid-Staat wordt verlangd dat hij meer dan dertig procent van het totale bedrag bijdraagt dat door de Raad is bepaald overeenkomstig de verdeelsleutel bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
- a. Staten die Partij bij deze Overeenkomst worden na de eenendertigste december volgend op haar inwerkingtreding leveren, naast een bijdrage in de toekomstige kapitaalsuitgaven en lopende exploitatiekosten, een speciale bijdrage in reeds gedane kapitaalsuitgaven van het Laboratorium. Het bedrag van deze speciale bijdrage wordt vastgesteld door de Raad met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten.
- b. Alle bijdragen verricht overeenkomstig het bepaalde onder letter a van dit lid worden in mindering gebracht op de bijdragen van de andere Lid-Staten, tenzij de Raad met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten anders beslist.
Indien, nadat deze Overeenkomst in werking is getreden, een Staat Partij bij de Overeenkomst wordt of ophoudt Partij bij de Overeenkomst te zijn, wordt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verdeelsleutel voor de bijdragen gewijzigd. De nieuwe sleutel wordt van kracht met de aanvang van het daaropvolgende boekjaar.
De Directeur-Generaal deelt de Lid-Staten mede welk bedrag zij als jaarlijkse bijdrage moeten betalen en, met instemming van de Financiële Commissie, op welke tijdstippen zij deze dienen te voldoen.
De Directeur-Generaal houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven.
De Raad benoemt accountants voor het controleren van de boeken van het Laboratorium. De accountants leggen de Raad een verslag voor over de jaarrekeningen.
De Directeur-Generaal verstrekt de accountants alle inlichtingen en verleent alle hulp die zij, voor de uitvoering van hun taak, kunnen nodig hebben.
Artikel XI. Juridische status
Het Laboratorium bezit rechtspersoonlijkheid. In het bijzonder heeft het de bevoegdheid overeenkomsten aan te gaan, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden en rechtsgedingen aan te spannen. De Staat waar het Laboratorium is gevestigd sluit met het Laboratorium een overeenkomst inzake de zetel, die door de Raad moet worden goedgekeurd met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten, betreffende de status van het Laboratorium, alsmede de voorrechten en immuniteiten van het Laboratorium en zijn personeel die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doeleinden en de uitoefening van zijn functies.
Artikel XII. Regeling van geschillen
Elk geschil tussen twee of meer Lid-Staten met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet kan worden geregeld door tussenkomst van de Raad wordt, op verzoek van een der partijen bij het geschil, voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof, tenzij de betrokken Lid-Staten binnen drie maanden na de datum waarop de Voorzitter van de Raad verklaart dat het geschil niet door tussenkomst van de Raad kan worden geregeld, overeenstemming bereiken over een andere wijze van regeling van het geschil.
Artikel XIII. Wijzigingen
Een voorstel van een Lid-Staat tot wijziging van deze Overeenkomst wordt geplaatst op de agenda van de eerstvolgende gewone zitting nadat het voorstel bij de Directeur-Generaal is nedergelegd. Voor de behandeling van een zodanig voorstel kan ook een buitengewone zitting worden bijeengeroepen.
Wijzigingen van deze Overeenkomst dienen door de Lid-Staten met eenparigheid van stemmen te worden aangenomen. Zij stellen de Zwitserse Bondsraad schriftelijk in kennis van hun aanvaarding.
Wijzigingen worden dertig dagen na nederlegging van de laatste schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van kracht.
Artikel XIV. Opheffing
Het Laboratorium wordt opgeheven indien er op enig tijdstip minder dan drie Lid-Staten zijn. Met inachtneming van eventuele afspraken tussen de Lid-Staten op het tijdstip van de liquidatie is de Staat waar de zetel van het Laboratorium is gevestigd verantwoordelijk voor de liquidatie. Tenzij de Lid-Staten anders beslissen, wordt het overschot tussen de Staten die Lid van het Laboratorium zijn op het tijdstip van de liquidatie verdeeld naar rato van alle door hen verrichte betalingen. In het geval dat er een tekort is, wordt dit door de Lid-Staten aangezuiverd op basis van dezelfde verdeelsleutel als die welke gold bij het vaststellen van hun bijdragen voor het lopende boekjaar.
Artikel XV. Ondertekening, bekrachtiging, toetreding, inwerkingtreding
Deze Overeenkomst staat open ter ondertekening door de Lid-Staten van de ECMB tot de datum van haar inwerkingtreding overeenkomstig het vierde lid, letter a, van dit artikel.
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De desbetreffende akten worden nedergelegd bij de Zwitserse Bondsraad.
- a. Een Staat die Lid is van de ECMB doch deze Overeenkomst niet heeft ondertekend, kan op elk later tijdstip toetreden,
- b. Indien de Overeenkomst tot instelling van de ECMB wordt beëindigd, vormt dit voor een Staat die voordien partij daarbij was of ten aanzien waarvan krachtens het tweede lid van artikel III van die Overeenkomst een besluit werd genomen deze Staat toe te staan tot die Overeenkomst toe te treden, geen beletsel toe te treden tot de onderhavige Overeenkomst.
- c. De akte van toetreding wordt nedergelegd bij de Zwitserse Bondsraad.
- a. Deze Overeenkomst treedt in werking nadat zij door de meerderheid van de in de Preambule van deze Overeenkomst genoemde Staten is bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, met inbegrip van de Staat waar het Hoofdkwartier van het Laboratorium is gelegen, en op voorwaarde dat het totaal der bijdragen van deze Staten ten minste zeventig procent vertegenwoordigt van het totaal der bijdragen voorkomend op de lijst die bij deze Overeenkomst is gevoegd.
- b. Nadat deze Overeenkomst in werking is getreden zoals bepaald in het vierde lid, letter a, van dit artikel, treedt zij, ten aanzien van een ondertekenende Staat die de Overeenkomst daarna bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, in werking op de datum waarop de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van die ondertekenende Staat is nedergelegd.
- c. Voor elke toetredende Staat treedt deze Overeenkomst in werking op de datum waarop zijn akte van toetreding is nedergelegd.
- d.
- i. Deze Overeenkomst blijft vooreerst gedurende zeven jaar van kracht. Daarna blijft zij voor onbepaalde tijd van kracht tenzij de Raad, uiterlijk één jaar voor afloop van de termijn van zeven jaar, met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten, besluit deze Overeenkomst voor een bepaalde termijn te verlengen dan wel haar te beëindigen, op voorwaarde dat de bijdragen van de vóórstemmende Lid-Staten niet minder dan twee-derde van de totale bijdragen aan de begroting van het Laboratorium belopen.
- ii. De beëindiging van de Overeenkomst tot instelling van de ECMB tast de geldigheid van deze Overeenkomst niet aan.
Artikel XVI. Opzegging
Nadat deze Overeenkomst zes jaar van kracht is geweest, kan een Staat die Partij is bij de Overeenkomst, onder voorbehoud van het bepaalde in het derde lid, letter b, van artikel VI van deze Overeenkomst, haar opzeggen door van zijn voornemen daartoe kennis te geven aan de Zwitserse Bondsraad. Een zodanige opzegging wordt van kracht aan het eind van het daaropvolgende boekjaar.
Indien een Lid-Staat zijn verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst niet nakomt, kan hem, bij besluit van de Raad genomen met een twee-derde meerderheid van stemmen van alle Lid-Staten, zijn lidmaatschap worden ontnomen. De Directeur-Generaal stelt de ondertekenende en toetredende Staten van een zodanig besluit in kennis.
Artikel XVII. Kennisgevingen en registratie
De Zwitserse Bondsraad geeft de ondertekenende en toetredende Staten kennis van:
- a. alle ondertekeningen;
- b. de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;
- c. de inwerkingtreding van deze Overeenkomst;
- d. alle schriftelijke aanvaardingen van wijzigingen, waarvan ingevolge het derde lid van artikel XIII van deze Overeenkomst kennis is gegeven;
- e. het van kracht worden van een wijziging;
- f. elke opzegging van deze Overeenkomst.
De Zwitserse Bondsraad laat deze Overeenkomst, nadat zij in werking is getreden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.
Artikel XVIII. Overgangsbepalingen
Voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de daaropvolgende eenendertigste december, treft de Raad regelingen voor de begroting en worden de uitgaven bestreden uit aan de Lid-Staten opgelegde aanslagen, vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de volgende twee leden.
Staten die bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst Partij daarbij zijn, alsmede Staten die tot 31 december daaropvolgend er Partij bij worden, betalen gezamenlijk alle uitgaven voorzien in de voorlopige begroting die door de Raad overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kan worden aangenomen.
De aan de Staten opgelegde aanslagen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, worden op een voorlopige basis, naar gelang van de behoeften en in overeenstemming met het bepaalde in het eerste en tweede lid van artikel X van deze Overeenkomst, vastgesteld. Na afloop van het tijdvak aangegeven in het eerste lid van dit artikel, wordt een definitieve verdeling van de kosten over deze Staten vastgesteld op basis van de feitelijke uitgaven. Betalingen door een Staat die uitgaan boven zijn aldus vastgesteld definitief aandeel, worden op het credit van diens rekening geplaatst.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned plenipotentiaries having been duly authorised thereto, have signed this Agreement.
DONE at Geneva, this 10 May 1973, in the English, French and German languages, the three texts being equally authoritative, in a single original which shall be deposited in the archives of the Government of Switzerland which shall transmit certified copies to all signatory and acceding States.