← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst tot oprichting van het Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie

Geldende tekst a fecha 1974-07-04

Het Koninkrijk Denemarken

De Bondsrepubliek Duitsland

De Franse Republiek

De Staat Israël

De Italiaanse Republiek

Het Koninkrijk der Nederlanden

De Republiek Oostenrijk

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Het Koninkrijk Zweden

De Zwitserse Bondsstaat,

partijen bij de Overeenkomst tot instelling van de Europese Conferentie inzake Moleculaire Biologie (hierna te noemen „ECMB”), ondertekend te Genève op 13 februari 1969;

Overwegende dat de bestaande internationale samenwerking op het gebied van de moleculaire biologie uitgebreid dient te worden door de oprichting van een Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie en gelet op de hiertoe strekkende voorstellen ingediend door de Europese Organisatie inzake Moleculaire Biologie (hierna te noemen „EMBO”);

Gelet op het besluit van 28 juni 1972 waarbij de ECMB haar goedkeuring heeft gehecht aan het plan voor een zodanig Laboratorium overeenkomstig het derde lid van artikel II van genoemde Overeenkomst, krachtens hetwelk Bijzondere Projecten kunnen worden uitgevoerd;

Geleid door de wens de voorwaarden en bedingen waaronder het Laboratorium wordt opgericht en geëxploiteerd zodanig vast te leggen dat enige wijziging in de Overeenkomst tot instelling van de ECMB daarop niet van invloed kan zijn;

Gelet op de aanvaarding door de ECMB van de bepalingen in deze Overeenkomst voor zover deze op haar zelf betrekking hebben;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I. Oprichting van het Laboratorium
1.

Hierbij wordt een Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie opgericht (hierna te noemen „het Laboratorium”) als een intergouvernementele instelling.

2.

De zetel van het Laboratorium is gevestigd te Heidelberg in de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel II. Doeleinden en middelen
1.

Het Laboratorium bevordert de samenwerking tussen de Europese Staten in het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, in de ontwikkeling van een geavanceerd instrumentarium en in onderwijs op hoog niveau in de moleculaire biologie alsook op andere daarmede wezenlijk verband houdende terreinen van onderzoek en richt hiertoe zijn activiteiten op werk dat gewoonlijk niet of niet licht wordt verricht in nationale instellingen. De resultaten van het experimentele en theoretische werk van het Laboratorium worden gepubliceerd of op andere wijze algemeen toegankelijk gemaakt.

2.

Ten einde deze doeleinden te verwezenlijken voert het Laboratorium een programma uit dat voorziet in:

3.

Het Laboratorium kan de voor zijn programma noodzakelijke installaties bouwen en exploiteren.

Het Laboratorium omvat:

4.

Het Laboratorium organiseert en bevordert de internationale samenwerking, in de ruimst mogelijke zin, op de terreinen en binnen het programma van activiteiten omschreven in het eerste en tweede lid van dit artikel, en in overeenstemming met het Algemene Programma van de ECMB. Deze samenwerking omvat met name het bevorderen van contacten tussen en de uitwisseling van wetenschapsmensen en de verspreiding van kennis. Binnen het kader van zijn doelstellingen streeft het Laboratorium ook naar samenwerking, in de ruimst mogelijke zin, met instellingen voor onderzoek en wel door medewerking en verstrekking van adviezen. Het Laboratorium dient duplicering te vermijden van werk dat reeds in de genoemde instellingen wordt verricht.

Artikel III. Lidmaatschap

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst zijn de Lid-Staten van het Laboratorium.

Artikel IV. Samenwerking
1.

Het Laboratorium onderhoudt een nauwe samenwerking met de ECMB.

2.

Het Laboratorium kan samenwerking overeenkomen met niet-Lid-Staten, nationale lichamen in deze Staten, internationale gouvernementele of niet-gouvernementele organisaties. De totstandkoming, voorwaarden en bedingen van een zodanige samenwerking worden door de Raad, met eenparigheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen, vastgesteld, telkens naar gelang van de omstandigheden.

Artikel V. Organen

De organen van het Laboratorium zijn de Raad en de Directeur-Generaal.

Artikel VI. De Raad
1.

De Raad bestaat uit alle Lid-Staten van het Laboratorium. Elke Lid-Staat wordt vertegenwoordigd door ten hoogste twee afgevaardigden, die door raadgevers kunnen worden vergezeld.

De Raad kiest een Voorzitter en twee Vice-Voorzitters die deze functie een jaar bekleden en niet meer dan twee achtereenvolgende malen mogen worden herkozen.

3.

De Raad:

4.

De Raad kan het programma bedoeld in het tweede lid van artikel II van deze Overeenkomst wijzigen bij een met eenparigheid van stemmen van de aanwezige Lid-Staten die hun stem uitbrengen genomen besluit.

5.

De Raad komt ten minste eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen. Hij kan tevens in buitengewone zitting bijeenkomen. De zittingen worden gehouden in het Hoofdkwartier van het Laboratorium, tenzij de Raad anders beslist.

Artikel VII. Directeur-Generaal en personeel
2.

De Directeur-Generaal is de hoogste uitvoerende functionaris en de wettige vertegenwoordiger van het Laboratorium.

4.

De Directeur-Generaal wordt bijgestaan door het wetenschappelijke, technische en met het beheer belaste personeel en het kantoorpersoneel dat door de Raad is toegestaan.

5.

De Directeur-Generaal benoemt en ontslaat het personeel. De Raad hecht zijn goedkeuring aan de benoeming en het ontslag van het hogere personeel zoals deze categorie is omschreven in het Personeelsstatuut. Elke benoeming en beëindiging van een aanstelling geschiedt overeenkomstig het Personeelsstatuut. Personen die niet tot het personeel behoren en die worden uitgenodigd in het Laboratorium te werken, zijn onderworpen aan het gezag van de Directeur-Generaal en aan de door de Raad goedgekeurde algemene voorwaarden.

6.

Elke Lid-Staat eerbiedigt het uitsluitend internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Directeur-Generaal en het personeel ten aanzien van het Laboratorium. Bij de uitoefening van hun functies vragen noch aanvaarden zij instructies van een Lid-Staat of een regering of van enige andere autoriteit buiten het Laboratorium.

Artikel VIII. Wetenschappelijke Adviescommissie
1.

De Wetenschappelijke Adviescommissie ingesteld overeenkomstig het zevende lid van artikel VI van deze Overeenkomst geeft de Raad advies, met name ten aanzien van voorstellen van de Directeur-Generaal inzake de uitvoering van het programma van het Laboratorium.

2.

De Commissie is samengesteld uit vooraanstaande wetenschapsmensen, die worden benoemd in hun persoonlijke hoedanigheid en niet als vertegenwoordigers van de Lid-Staten. De leden van de Commissie dienen te worden gekozen uit wetenschapsmensen werkzaam op een breed terrein van in aanmerking komende gebieden van wetenschap ten einde voor zover mogelijk zowel het gebied van de moleculaire biologie als andere passende takken van wetenschap te bestrijken. Na behoorlijk overleg met inzonderheid de Raad van de EMBO en daarvoor in aanmerking komende nationale instellingen, stelt de Directeur-Generaal aan de Raad een lijst van kandidaten voor, waarmede de Raad rekening houdt bij de benoeming van de leden van de Commissie.

Artikel IX. Begroting
1.

Het boekjaar van het Laboratorium loopt van 1 januari tot en met 31 december.

2.

Elk jaar legt de Directeur-Generaal uiterlijk op 1 oktober de Raad ter overweging en goedkeuring een begroting voor, waaruit de uitvoerige ramingen van inkomsten en uitgaven van het Laboratorium voor het volgende boekjaar blijken.

3.

Het Laboratorium wordt gefinancierd uit:

4.

De begroting van het Laboratorium is uitgedrukt in rekeneenheden met een gewicht van 0,88867088 gram fijn goud.

Artikel X. Bijdragen en accountantsonderzoek
1.

Elke Lid-Staat draagt jaarlijks bij in de kapitaalsuitgaven en in de lopende exploitatiekosten van het Laboratorium tot een totaal bedrag aan inwisselbare valuta overeenkomstig een om de drie jaar door de Raad met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten vast te stellen verdeelsleutel, die is gebaseerd op het gemiddelde netto nationale inkomen tegen factorkosten van elk Lid-Staat over de laatste drie voorafgaande kalenderjaren, waarover gegevens beschikbaar zijn.

2.

De Raad kan met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten besluiten rekening te houden met eventuele bijzondere omstandigheden van een Lid-Staat en zijn bijdragen dienovereenkomstig aan te passen. Voor de toepassing van deze bepaling heeft de uitdrukking „bijzondere omstandigheden” met name betrekking op een toestand waarin het nationale inkomen van een Lid-Staat per hoofd van de bevolking lager is dan een bedrag dat door de Raad met een twee-derde meerderheid van stemmen wordt vastgesteld, of een toestand waarin van een Lid-Staat wordt verlangd dat hij meer dan dertig procent van het totale bedrag bijdraagt dat door de Raad is bepaald overeenkomstig de verdeelsleutel bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

4.

Indien, nadat deze Overeenkomst in werking is getreden, een Staat Partij bij de Overeenkomst wordt of ophoudt Partij bij de Overeenkomst te zijn, wordt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verdeelsleutel voor de bijdragen gewijzigd. De nieuwe sleutel wordt van kracht met de aanvang van het daaropvolgende boekjaar.

5.

De Directeur-Generaal deelt de Lid-Staten mede welk bedrag zij als jaarlijkse bijdrage moeten betalen en, met instemming van de Financiële Commissie, op welke tijdstippen zij deze dienen te voldoen.

6.

De Directeur-Generaal houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven.

7.

De Raad benoemt accountants voor het controleren van de boeken van het Laboratorium. De accountants leggen de Raad een verslag voor over de jaarrekeningen.

8.

De Directeur-Generaal verstrekt de accountants alle inlichtingen en verleent alle hulp die zij, voor de uitvoering van hun taak, kunnen nodig hebben.

Artikel XI. Juridische status

Het Laboratorium bezit rechtspersoonlijkheid. In het bijzonder heeft het de bevoegdheid overeenkomsten aan te gaan, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden en rechtsgedingen aan te spannen. De Staat waar het Laboratorium is gevestigd sluit met het Laboratorium een overeenkomst inzake de zetel, die door de Raad moet worden goedgekeurd met een twee-derde meerderheid der stemmen van alle Lid-Staten, betreffende de status van het Laboratorium, alsmede de voorrechten en immuniteiten van het Laboratorium en zijn personeel die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doeleinden en de uitoefening van zijn functies.

Artikel XII. Regeling van geschillen

Elk geschil tussen twee of meer Lid-Staten met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet kan worden geregeld door tussenkomst van de Raad wordt, op verzoek van een der partijen bij het geschil, voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof, tenzij de betrokken Lid-Staten binnen drie maanden na de datum waarop de Voorzitter van de Raad verklaart dat het geschil niet door tussenkomst van de Raad kan worden geregeld, overeenstemming bereiken over een andere wijze van regeling van het geschil.

Artikel XIII. Wijzigingen
1.

Een voorstel van een Lid-Staat tot wijziging van deze Overeenkomst wordt geplaatst op de agenda van de eerstvolgende gewone zitting nadat het voorstel bij de Directeur-Generaal is nedergelegd. Voor de behandeling van een zodanig voorstel kan ook een buitengewone zitting worden bijeengeroepen.

2.

Wijzigingen van deze Overeenkomst dienen door de Lid-Staten met eenparigheid van stemmen te worden aangenomen. Zij stellen de Zwitserse Bondsraad schriftelijk in kennis van hun aanvaarding.

3.

Wijzigingen worden dertig dagen na nederlegging van de laatste schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van kracht.

Artikel XIV. Opheffing

Het Laboratorium wordt opgeheven indien er op enig tijdstip minder dan drie Lid-Staten zijn. Met inachtneming van eventuele afspraken tussen de Lid-Staten op het tijdstip van de liquidatie is de Staat waar de zetel van het Laboratorium is gevestigd verantwoordelijk voor de liquidatie. Tenzij de Lid-Staten anders beslissen, wordt het overschot tussen de Staten die Lid van het Laboratorium zijn op het tijdstip van de liquidatie verdeeld naar rato van alle door hen verrichte betalingen. In het geval dat er een tekort is, wordt dit door de Lid-Staten aangezuiverd op basis van dezelfde verdeelsleutel als die welke gold bij het vaststellen van hun bijdragen voor het lopende boekjaar.

Artikel XV. Ondertekening, bekrachtiging, toetreding, inwerkingtreding
1.

Deze Overeenkomst staat open ter ondertekening door de Lid-Staten van de ECMB tot de datum van haar inwerkingtreding overeenkomstig het vierde lid, letter a, van dit artikel.

2.

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De desbetreffende akten worden nedergelegd bij de Zwitserse Bondsraad.

Artikel XVI. Opzegging
1.

Nadat deze Overeenkomst zes jaar van kracht is geweest, kan een Staat die Partij is bij de Overeenkomst, onder voorbehoud van het bepaalde in het derde lid, letter b, van artikel VI van deze Overeenkomst, haar opzeggen door van zijn voornemen daartoe kennis te geven aan de Zwitserse Bondsraad. Een zodanige opzegging wordt van kracht aan het eind van het daaropvolgende boekjaar.

2.

Indien een Lid-Staat zijn verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst niet nakomt, kan hem, bij besluit van de Raad genomen met een twee-derde meerderheid van stemmen van alle Lid-Staten, zijn lidmaatschap worden ontnomen. De Directeur-Generaal stelt de ondertekenende en toetredende Staten van een zodanig besluit in kennis.

Artikel XVII. Kennisgevingen en registratie
1.

De Zwitserse Bondsraad geeft de ondertekenende en toetredende Staten kennis van:

2.

De Zwitserse Bondsraad laat deze Overeenkomst, nadat zij in werking is getreden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.

Artikel XVIII. Overgangsbepalingen
1.

Voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de daaropvolgende eenendertigste december, treft de Raad regelingen voor de begroting en worden de uitgaven bestreden uit aan de Lid-Staten opgelegde aanslagen, vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de volgende twee leden.

2.

Staten die bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst Partij daarbij zijn, alsmede Staten die tot 31 december daaropvolgend er Partij bij worden, betalen gezamenlijk alle uitgaven voorzien in de voorlopige begroting die door de Raad overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kan worden aangenomen.

3.

De aan de Staten opgelegde aanslagen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, worden op een voorlopige basis, naar gelang van de behoeften en in overeenstemming met het bepaalde in het eerste en tweede lid van artikel X van deze Overeenkomst, vastgesteld. Na afloop van het tijdvak aangegeven in het eerste lid van dit artikel, wordt een definitieve verdeling van de kosten over deze Staten vastgesteld op basis van de feitelijke uitgaven. Betalingen door een Staat die uitgaan boven zijn aldus vastgesteld definitief aandeel, worden op het credit van diens rekening geplaatst.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned plenipotentiaries having been duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Geneva, this 10 May 1973, in the English, French and German languages, the three texts being equally authoritative, in a single original which shall be deposited in the archives of the Government of Switzerland which shall transmit certified copies to all signatory and acceding States.