Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de financiering van bepaalde uitwisselingsprogramma's voor onderwijsdoeleinden
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
De Regering van de Verenigde Staten van Amerika;
Overwegende dat programma's ter bevordering van het wederzijds begrip tussen de volken van de beide Staten door contacten op onderwijsgebied ten uitvoer zijn gelegd overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend te 's-Gravenhage op 17 mei 1949 en gewijzigd bij een notawisseling op 22 juni 1966 (hierna te noemen „de gewijzigde Overeenkomst van 1949”);
Overwegende dat de uitvoering van zodanige programma's werd vergemakkelijkt door de Amerikaanse Onderwijsstichting in Nederland, ingesteld bij de gewijzigde Overeenkomst van 1949;
Gelet op de wederkerige voordelen die de bedoelde programma's hebben opgeleverd;
Geleid door de wens de programma's voort te zetten en uit te breiden ter verdere versterking van de internationale betrekkingen en samenwerking en geleid door de wens de bovengenoemde Stichting hiertoe te hervormen en te reorganiseren,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
Wanneer in deze Overeenkomst de benaming „Minister van Buitenlandse Zaken” wordt gebruikt, is daaronder te verstaan de Minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten van Amerika of elke ambtenaar of beambte van de Regering der Verenigde Staten van Amerika die door hem is aangewezen om namens hem te handelen.
Wanneer in deze Overeenkomst de benaming „de Minister” wordt gebruikt, is daaronder te verstaan de Nederlandse Minister van Onderwijs en Wetenschappen, handelend in overleg met de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 2
De Amerikaanse Onderwijsstichting in Nederland, opgericht bij de gewijzigde Overeenkomst van 1949, wordt hierbij omgezet in de Nederland-Amerika Commissie voor Uitwisselingen op Onderwijsgebied (hierna te noemen de NACEE), wier hoofddoel is de vergemakkelijking van de uitvoering van de onderwijsprogramma's bedoeld in deze Overeenkomst, en die wordt gefinancierd met behulp van gelden ter beschikking gesteld krachtens deze Overeenkomst.
Op de NACEE zijn de bepalingen van de Overeenkomst van toepassing.
Artikel 3
Het kantoor van de NACEE wordt gevestigd in Nederland op een door de Raad te bepalen plaats.
De NACEE heeft rechtspersoonlijkheid. Met name heeft zij krachtens deze Overeenkomst de bevoegdheid overeenkomsten aan te gaan, roerende en onroerende goederen te verwerven, te bezitten en te vervreemden en rechtsvorderingen in te stellen.
De Directeur van de NACEE bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder (b), van deze Overeenkomst is de wettige vertegenwoordiger van de Stichting, voor zover de Raad niemand anders heeft aangewezen om uit naam van en namens de NACEE te handelen.
Behalve zoals bepaald in artikel 10 van deze Overeenkomst valt de NACEE in de Verenigde Staten van Amerika en in het Koninkrijk der Nederlanden buiten de werking der nationale en monetaire wetten voor zover deze betrekking hebben op het besteden en uitgeven van betaalmiddelen en valutakredieten en de verwerving en het gebruik van eigendommen voor de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 4
De krachtens deze Overeenkomst ter beschikking gestelde gelden worden, op de voorwaarden en binnen de beperkingen zoals hieronder aangegeven, door de NACEE aangewend ten behoeve van:
- a. het bekostigen van studie, wetenschappelijk onderzoek, onderricht en andere werkzaamheden op onderwijsgebied door of voor onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika in het Koninkrijk der Nederlanden en door of voor onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden aan Amerikaanse scholen en onderwijsinstellingen, hetzij in de Verenigde Staten van Amerika, hetzij daarbuiten;
- b. het bekostigen van bezoeken aan en uitwisselingen tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden van daarvoor in aanmerking komende personen, vooral studenten, stagiairs, wetenschappelijke onderzoekers, leraren, instructeurs en professoren; en
- c. het bekostigen van andere daarmede verband houdende programma's en activiteiten zoals voorzien in de overeenkomstig artikel 10 goedgekeurde begrotingen.
Artikel 5
De ambtenaar die aan het hoofd staat van de diplomatieke missie der Verenigde Staten van Amerika in Nederland (hierna te noemen „Hoofd der Missie”) en de Minister zijn Ere-Voorzitters van de NACEE.
De organen van de NACEE zijn:
- a. de Raad;
- b. de Directeur.
Artikel 6
De Raad bestaat uit twaalf leden, van wie zes onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika en zes onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden.
De benoeming en het ontslag van onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika als lid van de Raad worden verricht door het Hoofd der Missie. De benoeming en het ontslag van onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden als lid van de Raad worden verricht door de Minister.
De leden hebben zitting van het tijdstip van hun benoeming tot en met 31 december van het daaropvolgende jaar en kunnen worden herbenoemd. Vacatures ontstaan door aftreden, vestiging buiten Nederland, het verstrijken van de zittingstermijn, of anderszins, worden vervuld overeenkomstig de benoemingsprocedure vervat in dit artikel.
De leden ontvangen geen vergoeding voor hun diensten, doch de Raad is bevoegd de noodzakelijke onkosten gemaakt door de leden voor het bijwonen van zijn vergaderingen en het verrichten van andere door hem opgedragen officiële taken te vergoeden.
De Raad kiest uit zijn leden een Voorzitter en een Vice-Voorzitter, alsmede - met goedkeuring van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister - een Penningmeester en een plaatsvervangend Penningmeester.
Zeven van de leden, waaronder ten minste drie van elke nationaliteit, vormen een quorum.
Met inachtneming van het zesde lid moet voor alle besluiten van de Raad de meerderheid der aanwezige leden die hun stem uitbrengen hebben voorgestemd.
Alle leden van de Raad, met inbegrip van de Voorzitter en de Vice-Voorzitter, de Penningmeester en de plaatsvervangend Penningmeester, hebben stemrecht.
De vergaderingen van de Raad en van zijn commissies bedoeld in artikel 7, onder (i), van deze Overeenkomst worden gehouden op een door de Raad te bepalen plaats.
De Ere-Voorzitters van de NACEE hebben het recht vergaderingen van de Raad of van zijn commissies bedoeld in artikel 7, onder (i), van deze Overeenkomst als waarnemer bij te wonen.
Artikel 7
Behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst is de Raad gemachtigd al het nodige te verrichten om het doel van de NACEE te verwezenlijken en in het bijzonder tot:
- a. het opstellen, aannemen en uitvoeren van programma's;
- b. het aanwijzen - in samenwerking met de Raad voor Buitenlandse Studiebeurzen van de Verenigde Staten van Amerika en een soortgelijk orgaan dat in het Koninkrijk der Nederlanden kan worden opgericht - van de personen bedoeld in artikel 4 onder (b), van deze Overeenkomst die onderdaan zijn van of hun vaste verblijfplaats hebben in de Verenigde Staten van Amerika of het Koninkrijk der Nederlanden, voor deelneming aan de programma's;
- c. het bepalen - in samenwerking met de Raad voor Buitenlandse Studiebeurzen van de Verenigde Staten van Amerika en een soortgelijk orgaan dat in het Koninkrijk der Nederlanden kan worden opgericht - van de door hem noodzakelijk geachte vereisten bij de keuze van deelnemers aan de programma's;
- d. het machtigen van de Directeur, in samenwerking met de Penningmeester of de plaatsvervangend Penningmeester, wiens benoeming is onderworpen aan de goedkeuring van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister, tot het in ontvangst nemen van op bankrekeningen ten name van de NACEE te deponeren gelden bij een of meer door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister goedgekeurde deposito-instellingen;
- e. het machtigen tot het verstrekken van fondsen, het verlenen van toelagen en voorschotten, met inbegrip van reiskosten, school- en collegegelden, levensonderhoud en andere daarmede samenhangende uitgaven;
- f. het nemen van maatregelen voor periodieke controle van de rekeningen van de NACEE door accountants welke zijn goedgekeurd door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister;
- g. het machtigen van de Directeur tot het, in samenwerking met de Penningmeester of de plaatsvervangend Penningmeester, verwerven, bezitten en vervreemden van eigendommen ten name van de NACEE, met dien verstande evenwel dat voor het verwerven en vervreemden van onroerend goed de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister wordt vereist;
- h. het uitvoeren of helpen uitvoeren of op andere wijze bevorderen van programma's en activiteiten die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, doch die niet worden bekostigd uit gelden die in het kader van deze Overeenkomst beschikbaar zijn gesteld, met dien verstande evenwel dat die programma's en activiteiten en de daarbij door de NACEE te spelen rol volledig worden omschreven in jaarverslagen en bijzondere verslagen te zenden aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister zoals bepaald in artikel 9, en verder onder het voorbehoud dat noch door de Minister van Buitenlandse Zaken, noch door de Minister bezwaar wordt gemaakt tegen de rol die de NACEE daarbij speelt of voornemens is te spelen;
- i. het vaststellen van een huishoudelijk reglement dat niet in strijd is met de bepalingen van de Overeenkomst, en het benoemen van commissies al naar hij noodzakelijk acht;
- j. het benoemen van een Directeur en van ander leidinggevend personeel en kantoorpersoneel, het vaststellen van hun arbeidsvoorwaarden en het doen van de noodzakelijke administratieve uitgaven.
Artikel 8
De Directeur is verantwoordelijk voor de leiding van en het toezicht op de uitvoering van de volgens de besluiten en richtlijnen van de Raad op te stellen programma's en werkzaamheden. De Directeur woont de vergaderingen van de Raad bij, doch heeft geen stemrecht.
Artikel 9
Jaarlijks worden naar vorm en inhoud aanvaardbare verslagen over de werkzaamheden van de NACEE uitgebracht aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister. Naar goeddunken van de Raad of op verzoek van de Minister van Buitenlandse Zaken of de Minister kunnen veelvuldiger bijzondere verslagen worden uitgebracht.
Artikel 10
Alle verbintenissen, verplichtingen en uitgaven van de NACEE worden aangegaan en verricht uit hoofde van een door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister goedgekeurde jaarlijkse begroting, met inachtneming van eventueel door dezen voorgeschreven regelingen.
Artikel 11
De gelden en eigendommen van de Amerikaanse Onderwijsstichting in Nederland, ingesteld bij de gewijzigde Overeenkomst van 1949, worden het eigendom van de NACEE en dienen te worden gebruikt voor de doelstellingen van deze Overeenkomst.
De Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden komen overeen dat voor de doeleinden van deze Overeenkomst tevens kunnen worden gebruikt gelden in het bezit van of beschikbaar voor uitgaven door een der beide Regeringen voor zodanige doeleinden, en bijdragen aan de NACEE uit andere in dit artikel niet nader aangegeven bronnen.
De Minister van Buitenlandse Zaken is voornemens voor de doeleinden van deze Overeenkomst de NACEE een bedrag in U.S. dollars en/of Nederlandse guldens ter beschikking te stellen gelijk aan vijftig procent van de goedgekeurde jaarlijkse begroting. Het nakomen van deze verbintenis is afhankelijk van de beschikbaarheid van toewijzingen aan de Minister van Buitenlandse Zaken wanneer zulks door de van kracht zijnde wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika is vereist.
De Minister is voornemens voor de doeleinden van deze Overeenkomst de NACEE een bedrag in Nederlandse guldens en/of U.S. dollars ter beschikking te stellen gelijk aan vijftig procent van de goedgekeurde jaarlijkse begroting. Het nakomen van deze verbintenis is afhankelijk van de beschikbaarheid van toewijzingen aan de Minister wanneer zulks door de van kracht zijnde wetgeving in het Koninkrijk der Nederlanden is vereist.
Alle zodanige gelden en inkomsten, zoals rente of anderszins, voortvloeiende uit investeringen of ander gebruik daarvan zijn beschikbaar voor uitgaven door de NACEE voor de doeleinden van deze Overeenkomst, binnen de grenzen van de begroting zoals deze zijn vastgesteld krachtens artikel 10.
Artikel 12
De Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zullen alles in het werk stellen om de programma's waarin deze Overeenkomst voorziet te bevorderen en de moeilijkheden die zich bij de uitvoering daarvan mochten voordoen, op te lossen.
Artikel 13
Bij beëindiging van deze Overeenkomst worden alle gelden en eigendommen van de NACEE het eigendom van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, behoudens eventuele voorwaarden, beperkingen en aansprakelijkheden welke daaraan kunnen worden verbonden voordat de Overeenkomst wordt beëindigd. Deze gelden en eigendommen worden tussen de beide Regeringen verdeeld in verhouding tot hun onderscheiden bijdragen aan de NACEE tijdens de looptijd van deze Overeenkomst. Bij het vaststellen van de onderscheiden bijdragen worden de gelden en eigendommen die krachtens artikel 11, eerste lid, overgaan in het eigendom van de NACEE, eveneens tussen de beide Regeringen verdeeld naar verhouding van hun onderscheiden bijdragen.
Artikel 14
Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt de gewijzigde Overeenkomst van 1949 beëindigd en vervangen.
Artikel 15
Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van ontvangst door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika van een schriftelijke kennisgeving van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden waarin wordt medegedeeld dat aan de constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst is voldaan.
De Overeenkomst kan door elk der Partijen worden beëindigd door middel van een daartoe strekkende aan de andere Partij gerichte schriftelijke kennisgeving, welke kennisgeving van kracht wordt dertig dagen na afloop van het eerste academische jaar in Nederland dat aanvangt na de datum van zodanige kennisgeving.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized by their respective Governments, have signed the present Agreement.
DONE at The Hague, this 16th day of October 1972.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands:
(sd.) W. K. N. SCHMELZER
For the Government of the United States of America:
(sd.) J. WILLIAM MIDDENDORF II
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.