Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht

Type Verdrag
Publication 1985-05-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

In overweging nemend de fundamentele rol van verdragen in de geschiedenis van de internationale betrekkingen,

Zich bewust van het steeds toenemend belang van verdragen als bron van volkenrecht en als middel ter ontwikkeling van de vreedzame samenwerking tussen de naties, ongeacht hun constitutionele en sociale stelsels,

Vaststellend dat de beginselen van vrijwillige instemming en van goede trouw en de regel pacta sunt servanda algemeen erkend worden,

Bevestigend dat geschillen betreffende verdragen, evenals andere internationale geschillen, dienen te worden geregeld langs vreedzame weg en overeenkomstig de beginselen van gerechtigheid en het volkenrecht,

Herinnerend aan de vastbeslotenheid van de volken van de Verenigde Naties tot het scheppen van de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor het handhaven van de gerechtigheid en de eerbiediging van de uit verdragen voortvloeiende verplichtingen,

Indachtig de beginselen van het volkenrecht, neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, als daar zijn de beginselen van de gelijkgerechtigdheid der volken en hun recht op zelfbeschikking, de soevereine gelijkheid en de onafhankelijkheid van alle Staten, het zich niet mengen in binnenlandse aangelegenheden van Staten, het verbod van het dreigen met of het gebruikmaken van geweld en de universele en daadwerkelijke eerbied voor de rechten van de mens en fundamentele vrijheden voor allen,

Van oordeel zijnde dat de codificatie en de geleidelijke ontwikkeling van het in dit Verdrag neergelegde verdragenrecht de in het Handvest omschreven doelstellingen van de Verenigde Naties zullen bevorderen, te weten: het handhaven van de internationale vrede en veiligheid, het ontwikkelen van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties en de verwezenlijking van de internationale samenwerking,

Bevestigend dat de vraagstukken die niet door de bepalingen van dit Verdrag worden geregeld, zullen worden beheerst door de regels van het internationale gewoonterecht,

Zijn overeengekomen als volgt:

DEEL I. Inleiding

Artikel 1. Werkingssfeer van dit Verdrag

Dit Verdrag is van toepassing op verdragen tussen Staten.

Artikel 2. Gebezigde uitdrukkingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag betekent

2.

De bepalingen van het eerste lid aangaande de in dit Verdrag gebezigde uitdrukkingen laten onverlet het gebruik van deze termen of de betekenis die er in het nationale recht van een Staat aan kan worden gehecht.

Artikel 3. Internationale overeenkomsten die buiten de werkingssfeer van dit Verdrag vallen

Het feit dat dit Verdrag noch op internationale overeenkomsten gesloten tussen Staten en andere subjecten van volkenrecht of tussen deze andere subjecten van volkenrecht, noch op niet in geschrifte tot stand gebrachte internationale overeenkomsten van toepassing is, doet geen afbreuk aan:

Artikel 4. De niet-terugwerkende kracht van dit Verdrag

Onverminderd de toepassing van de in dit Verdrag vastgelegde regels waaraan verdragen krachtens het volkenrecht los van dit Verdrag zouden zijn onderworpen, is dit Verdrag slechts van toepassing op verdragen gesloten door Staten na zijn inwerkingtreding voor die Staten.

Artikel 5. Verdragen ter oprichting van internationale organisaties en verdragen aangenomen binnen een internationale organisatie

Dit Verdrag is van toepassing op elk verdrag dat de oprichtingsakte van een internationale organisatie vormt en op elk verdrag, aangenomen binnen een internationale organisatie, behoudens de ter zake dienende regels van de organisatie.

DEEL II. Het sluiten en de inwerkingtreding van verdragen

AFDELING 1. HET SLUITEN VAN VERDRAGEN

Artikel 6. Bevoegdheid der Staten tot het sluiten van verdragen

Elke Staat is bevoegd tot het sluiten van verdragen.

Artikel 7. Volmacht
1.

Een persoon wordt beschouwd een Staat te vertegenwoordigen ter zake van de aanneming of de authentificatie van een verdragstekst of om de instemming van de Staat door een verdrag gebonden te worden tot uitdrukking te brengen, indien:

2.

Op grond van hun functies en zonder dat zij een volmacht behoeven te tonen, worden als vertegenwoordiger van hun Staat beschouwd:

Artikel 8. Bevestiging achteraf van een zonder machtiging verrichte handeling

Een handeling met betrekking tot het sluiten van een verdrag, verricht door een persoon die niet krachtens artikel 7 beschouwd kan worden gemachtigd te zijn een Staat ten dezen te vertegenwoordigen, is zonder rechtsgevolg tenzij zij achteraf door die Staat wordt bevestigd.

Artikel 9. Aanneming van de tekst
1.

De aanneming van een verdragstekst geschiedt door de instemming van alle Staten die betrokken zijn bij het opstellen, met uitzondering van gevallen voorzien in het tweede lid.

2.

De aanneming van een verdragstekst op een internationale conferentie geschiedt door een meerderheid van twee derden van de stemmen van de aanwezige en stemuitbrengende Staten, tenzij die Staten met dezelfde meerderheid besluiten een afwijkende regel toe te passen.

Artikel 10. Authentificatie van de tekst

De verdragstekst wordt als authentiek en definitief vastgesteld:

Artikel 11. Middelen om de instemming door een verdrag gebonden te worden tot uitdrukking te brengen

De instemming van een Staat door een verdrag gebonden te worden, kan tot uitdrukking worden gebracht door ondertekening, door uitwisseling van akten die een verdrag vormen, door bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of door ieder ander overeengekomen middel.

Artikel 12. Het door ondertekening tot uitdrukking brengen van instemming door een verdrag gebonden te worden
1.

De instemming van een Staat door een verdrag gebonden te worden, wordt tot uitdrukking gebracht door de ondertekening door de vertegenwoordiger van deze Staat, indien:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid:

Artikel 13. Het door uitwisseling van akten die een verdrag vormen tot uitdrukking brengen van de instemming door een verdrag gebonden te worden

De instemming van Staten gebonden te worden door een verdrag, dat wordt gevormd door tussen hen uitgewisselde akten, wordt tot uitdrukking gebracht door deze uitwisseling, indien:

Artikel 14. Het door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring tot uitdrukking brengen van de instemming door een verdrag gebonden te worden
1.

De instemming van een Staat door een verdrag gebonden te worden, wordt tot uitdrukking gebracht door bekrachtiging, indien:

2.

De instemming van een Staat door een verdrag gebonden te worden, wordt tot uitdrukking gebracht door aanvaarding of goedkeuring op soortgelijke voorwaarden als die welke gelden voor bekrachtiging.

Artikel 15. Het door toetreding tot uitdrukking brengen van instemming door een verdrag gebonden te worden

De instemming van een Staat door een verdrag gebonden te worden, wordt tot uitdrukking gebracht door toetreding, indien:

Artikel 16. Uitwisseling of nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding

Tenzij het verdrag anders bepaalt, leggen de akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding de instemming van een Staat vast om door een verdrag gebonden te worden op het ogenblik van:

Artikel 17. Instemming door een deel van een verdrag gebonden te worden en keuze tussen verschillende bepalingen
1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 19 tot 23 heeft de instemming van een Staat gebonden te worden door een deel van een verdrag slechts gevolgen indien het verdrag dit toelaat of indien de andere verdragsluitende Staten hiermede instemmen.

2.

De instemming van een Staat gebonden te worden door een verdrag dat een keuze veroorlooft uit verschillende bepalingen, heeft slechts gevolgen indien duidelijk is aangegeven op welke van de bepalingen de instemming betrekking heeft.

Artikel 18. Verplichting voorwerp en doel van een verdrag niet ongedaan te maken alvorens zijn inwerkingtreding

Een Staat moet zich onthouden van handelingen die een verdrag zijn voorwerp en zijn doel zouden ontnemen, indien:

AFDELING 2. VOORBEHOUDEN

Artikel 19. Het maken van voorbehouden

Een Staat kan op het ogenblik van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van een verdrag of toetreding tot een verdrag een voorbehoud maken, tenzij:

Artikel 20. Aanvaarding van en bezwaar tegen voorbehouden
1.

Een door een verdrag uitdrukkelijk toegestaan voorbehoud behoeft niet nadien door de andere verdragsluitende partijen te worden aanvaard, tenzij het verdrag dat voorschrijft.

2.

Indien uit het beperkte aantal Staten dat aan de onderhandelingen heeft deelgenomen en uit het voorwerp en doel van het verdrag blijkt, dat de toepassing van het verdrag in zijn geheel tussen alle partijen een wezenlijke voorwaarde is voor de instemming van elk hunner door het verdrag gebonden te worden, dient een voorbehoud door alle partijen te worden aanvaard.

3.

Indien een verdrag een oprichtingsakte van een internationale organisatie is en indien het niet anders bepaalt, dient een voorbehoud door het bevoegde orgaan van deze organisatie te worden aanvaard.

4.

In andere gevallen dan die waarin de voorgaande leden voorzien en indien het verdrag niet anders bepaalt:

5.

Voor de toepassing van het tweede en vierde lid en indien het verdrag niet anders bepaalt, wordt een voorbehoud geacht te zijn aanvaard door een Staat, indien deze geen bezwaar heeft gemaakt tegen het voorbehoud binnen twaalf maanden na de datum waarop hij de kennisgeving daarvan ontvangen heeft, of op de dag, waarop hij zijn instemming door het verdrag gebonden te worden tot uitdrukking heeft gebracht indien deze dag op een latere datum valt.

Artikel 21. Rechtsgevolgen van voorbehouden en bezwaren tegen voorbehouden

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.