Protocol inzake tekens op het wegdek, aanvulling op de Europese Overeenkomst tot aanvulling van het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld
De Overeenkomstsluitende Partijen, die tevens Partij zijn bij het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld en bij de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag, die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld,
Geleid door de wens in Europa een grotere eenvormigheid te bereiken in de regels betreffende tekens op het wegdek,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
De Overeenkomstsluitende Partijen, die tevens Partij zijn bij het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld en bij de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag, die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld, nemen passende maatregelen opdat het op hun grondgebieden geldende stelsel van tekens op het wegdek overeenkomt met de bepalingen in de Bijlage bij dit Protocol.
Artikel 2
Dit Protocol is tot 1 maart 1974 opengesteld voor ondertekening door Staten die het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en die de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld, hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties of in een adviserende hoedanigheid tot de Commissie zijn toegelaten overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van de Commissie.
Dit Protocol dient te worden bekrachtigd nadat de betrokken Staat het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld en de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag, die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld, heeft bekrachtigd of daartoe is toegetreden. De akten van bekrachtiging dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Dit Protocol blijft opengesteld voor toetreding door alle Staten bedoeld in het eerste lid van dit artikel die Partij zijn bij het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld en bij de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag, die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld. De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.
Artikel 3
Elke Staat kan bij de ondertekening of bekrachtiging van dit Protocol, of bij toetreding daartoe, alsook te allen tijde daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving, verklaren dat het Protocol van toepassing wordt voor een of meer der gebieden voor weleer buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is. Het Protocol wordt van toepassing voor het gebied of de gebieden genoemd in de kennisgeving dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal dan wel op de datum waarop het Protocol in werking treedt voor de Staat die de kennisgeving heeft gedaan, indien dit tijdstip later valt.
Elke Staat die een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan op elk later tijdstip door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving, verklaren dat het Protocol niet langer van toepassing zal zijn voor het in de kennisgeving genoemde gebied en het Protocol zal dan niet langer van toepassing zijn voor dit gebied met ingang van een jaar te rekenen van de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.
Artikel 4
Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum van nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging of toetreding.
Voor elke Staat die dit Protocol bekrachtigt of daartoe toetreedt nadat de tiende akte van bekrachtiging of toetreding is nedergelegd, treedt het Protocol in werking twaalf maanden na de datum waarop deze Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.
Indien de datum van inwerkingtreding die van toepassing is krachtens het eerste en het tweede lid van dit artikel voorafgaat aan die welke het gevolg is van de toepassing van artikel 39 van het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld, treedt dit Protocol in werking in de zin van het eerste lid van dit artikel op die van beide data welke het laatst valt.
Artikel 5
Bij zijn inwerkingtreding beëindigt en vervangt dit Protocol in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen de bepalingen betreffende het Protocol nopens de verkeerstekens vervat in de Europese Overeenkomst houdende aanvulling van het Verdrag nopens het wegverkeer en het Protocol nopens de verkeerstekens van 1949, ondertekend te Genève op 16 september 1950, de Overeenkomst nopens de verkeerstekens ter aanduiding van werken op de weg, ondertekend te Genève op 16 december 1955, en de Europese Overeenkomst betreffende aanduidingen op het wegdek, ondertekend te Genève op 13 december 1957.
Artikel 6
Nadat dit Protocol twaalf maanden van kracht is geweest, kan elke Overeenkomstsluitende Partij een of meer wijzigingen in dit Protocol voorstellen. De tekst van de wijzigingsvoorstellen, vergezeld van een memorie van toelichting, wordt toegezonden aan de Secretaris-Generaal, die deze ter kennis van alle Overeenkomstsluitende Partijen brengt. De Overeenkomstsluitende Partijen hebben de gelegenheid hem, binnen een tijdvak van twaalf maanden te rekenen van de datum van kennisgeving, mede te delen of zij: (a) de wijziging aanvaarden; of (b) de wijziging verwerpen; of (c) wensen dat een conferentie wordt bijeengeroepen ter bestudering van de wijziging. De Secretaris-Generaal doet de tekst van de voorgestelde wijziging tevens toekomen aan alle andere Staten als bedoeld in artikel 2 van dit Protocol.
- (a). Elke voorgestelde wijziging waarvan overeenkomstig het eerste lid van dit artikel kennis is gegeven, wordt geacht te zijn aanvaard, indien, binnen het tijdvak van twaalf maanden bedoeld in het voorgaande lid, minder dan een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal heeft medegedeeld dat zij de wijziging verwerpen, dan wel dat zij wensen dat een conferentie wordt bijeengeroepen ter bestudering van de wijziging. De Secretaris-Generaal stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van elke aanvaarding of verwerping van elke voorgestelde wijziging en van verzoeken om een conferentie bijeen te roepen. Indien het totale aantal van dergelijke verwerpingen en verzoeken die gedurende het voorgeschreven tijdvak van twaalf maanden zijn ontvangen minder dan een derde bedraagt van het totale aantal Overeenkomstsluitende Partijen, stelt de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen ervan in kennis dat de wijziging van kracht zal worden zes maanden na afloop van het tijdvak van twaalf maanden bedoeld in het eerste lid van dit artikel en wel voor alle Overeenkomstsluitende Partijen met uitzondering van die welke gedurende het voorgeschreven tijdvak de wijziging hebben verworpen of hebben verzocht een conferentie bijeen te roepen om haar te bestuderen.
- (b). Elke Overeenkomstsluitende Partij die gedurende genoemd tijdvak van twaalf maanden een voorgestelde wijziging heeft verworpen of heeft verzocht een conferentie bijeen te roepen om haar bestuderen, kan te allen tijde na afloop van bedoeld tijdvak de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat zij de wijziging aanvaardt en de Secretaris-Generaal deelt deze kennisgeving aan alle andere Overeenkomstsluitende Partijen mede. De wijziging wordt dan ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partij die kennis heeft gegeven van het aanvaarden daarvan, van kracht zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.
Indien een voorgestelde wijziging niet is aanvaard overeenkomstig het tweede lid van dit artikel en indien binnen het tijdvak van twaalf maanden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel minder dan de helft van het totale aantal Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal heeft medegedeeld dat zij de voorgestelde wijziging verwerpen en indien ten minste een derde van het totale aantal Overeenkomstsluitende Partijen, maar niet minder dan vijf, hem mededeelt haar te aanvaarden dan wel wenst dat een conferentie wordt bijeengeroepen om haar te bestuderen, roept de Secretaris-Generaal een conferentie bijeen ten einde de voorgestelde wijziging of ieder ander voorstel te bestuderen, dat hem wordt voorgelegd overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.
Indien een conferentie is bijeengeroepen overeenkomstig het derde lid van dit artikel, nodigt de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen en de andere Staten bedoeld in artikel 2 van dit Protocol daartoe uit. Hij verzoekt alle tot de conferentie uitgenodigde Staten hem uiterlijk zes maanden voor de openingsdatum van de conferentie alle voorstellen voor te leggen die zij behalve de voorgestelde wijziging ook door de conferentie wensen te laten bestuderen en hij deelt dergelijke voorstellen uiterlijk drie maanden voor de openingsdatum van de conferentie mede aan alle tot de conferentie uitgenodigde Staten.
- (a). Elke wijziging op dit Protocol wordt geacht te zijn aanvaard indien zij is aanvaard door een twee derde meerderheid van de ter conferentie vertegenwoordigde Staten, mits deze meerderheid ten minste twee derde bedraagt van de ter conferentie vertegenwoordigde Overeenkomstsluitende Partijen. De Secretaris-Generaal stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van het aanvaarden van de wijziging en de wijziging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van deze kennisgeving en wel voor alle Overeenkomstsluitende Partijen met uitzondering van die, welke gedurende dit tijdvak de Secretaris-Generaal ervan in kennis hebben gesteld dat zij de wijziging verwerpen.
- (b). Een Overeenkomstsluitende Partij die de wijziging gedurende genoemd tijdvak van twaalf maanden heeft verworpen kan de Secretaris-Generaal te allen tijde ervan in kennis stellen dat zij de wijziging aanvaardt, en de Secretaris-Generaal deelt deze kennisgeving mede aan alle andere Overeenkomstsluitende Partijen. De wijziging wordt ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partij die kennis heeft gegeven van het aanvaarden daarvan, van kracht zes maanden na ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal, of aan het eind van genoemd tijdvak van twaalf maanden, welke van beide data het laatst valt.
Indien de voorgestelde wijziging niet wordt geacht te zijn aanvaard overeenkomstig het tweede lid van dit artikel en indien aan de in het derde lid van dit artikel voorgeschreven voorwaarden met betrekking tot het bijeenroepen van een conferentie niet is voldaan, wordt de voorgestelde wijziging geacht te zijn verworpen.
Onafhankelijk van de wijzigingsprocedure voorgeschreven in het eerste tot en met het zesde lid van dit artikel, kan de Bijlage bij dit Protocol bij overeenkomst tussen de bevoegde administraties van alle Overeenkomstsluitende Partijen worden gewijzigd. Indien de administratie van een Overeenkomstsluitende Partij verklaart dat haar nationale wetgeving haar verplicht haar instemming afhankelijk te stellen van de verlening van een bijzondere machtiging of van de goedkeuring van een wetgevend lichaam, wordt de bevoegde administratie van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij beschouwd eerst met de wijziging van de Bijlage te hebben ingestemd op het tijdstip waarop zij de Secretaris-Generaal ervan in kennis heeft gesteld dat zij de vereiste machtiging of goedkeuring heeft verkregen. De overeenkomst tussen de bevoegde administraties kan bepalen dat tijdens een overgangsperiode de vroegere bepalingen van de Bijlage geheel of gedeeltelijk van kracht zullen blijven naast de nieuwe bepalingen. De Secretaris-Generaal bepaalt de datum van inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen.
Elke Staat deelt op het tijdstip van ondertekening of bekrachtiging van of toetreding tot dit Protocol de Secretaris-Generaal de naam en het adres mede van zijn ter zake van de overeenkomst bevoegde administratie zoals bedoeld in het zevende lid van dit artikel.
Artikel 7
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan dit Protocol opzeggen door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte schriftelijke kennisgeving. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal. Elke Overeenkomstsluitende Partij die ophoudt Partij te zijn bij het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld en bij de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag, die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld, houdt op dezelfde datum op Partij te zijn bij dit Protocol.
Artikel 8
Dit Protocol houdt op van kracht te zijn indien het aantal Overeenkomstsluitende Partijen gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden minder is dan vijf, of op het tijdstip waarop het Verdrag inzake verkeerstekens dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld, of de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag, die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld, ophoudt van kracht te zijn.
Artikel 9
Elk geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Protocol en dat door de partijen bij het geschil niet door onderhandelingen of door andere middelen tot regeling van een geschil kan worden opgelost, wordt onderworpen aan arbitrage indien een der bij het geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen zulks verzoekt en wordt hiertoe voorgelegd aan een of meer scheidsmannen die in onderlinge overeenstemming tussen de partijen bij het geschil wordt of worden gekozen. Indien de partijen bij het geschil niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage tot overeenstemming kunnen komen omtrent de keuze van een scheidsman of van scheidsmannen, kan een van die partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken een enkele scheidsman te benoemen, aan wie het geschil ter oplossing wordt voorgelegd.
De uitspraak van de overeenkomstig het eerste lid van dit artikel benoemde scheidsman of scheidsmannen is bindend voor de bij een geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 10
Niets in dit Protocol mag zo worden uitgelegd dat een Overeenkomstsluitende Partij daardoor zou worden belet de maatregelen te nemen die deze Partij noodzakelijk acht voor haar buitenlandse of binnenlandse veiligheid en die verenigbaar zijn met de bepalingen van het Handvest der Verenigde Naties en beperkt blijven tot de vereisten der gegeven omstandigheden.
Artikel 11
Elke Staat kan bij de ondertekening van dit Protocol of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding verklaren dat hij zich niet gebonden acht door artikel 9 van dit Protocol. Andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn niet gebonden door artikel 9 met betrekking tot een Overeenkomstsluitende Partij die een zodanige verklaring heeft afgelegd.
Elk voorbehoud ten aanzien van dit Protocol, met uitzondering van het voorbehoud bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is toegestaan, op voorwaarde dat het schriftelijk wordt gemaakt en dat het, indien het is gemaakt voor de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding, in die akte wordt bevestigd.
Elke Staat stelt bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging van dit Protocol of bij toetreding daartoe de Secretaris-Generaal schriftelijk ervan in kennis in hoeverre een voorbehoud gemaakt ten aanzien van het Verdrag inzake verkeerstekens, dat op 8 november 1968 te Wenen voor ondertekening werd opengesteld, of ten aanzien van de Europese Overeenkomst tot aanvulling van dat Verdrag, die op 1 mei 1971 te Genève voor ondertekening werd opengesteld, tevens op dit Protocol van toepassing is. Voorbehouden ten aanzien van het Verdrag inzake verkeerstekens die niet zijn genoemd in de kennisgeving gedaan bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging van dit Protocol of bij toetreding daartoe worden als niet van toepassing op dit Protocol beschouwd.
De Secretaris-Generaal deelt de voorbehouden en kennisgevingen krachtens dit artikel mede aan alle Staten bedoeld in artikel 2 van dit Protocol.
Elke Staat die een verklaring heeft afgelegd, een voorbehoud heeft gemaakt of een kennisgeving heeft gedaan krachtens dit artikel kan deze te allen tijde intrekken door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving.
Elk voorbehoud gemaakt overeenkomstig het tweede lid of ter kennis gebracht overeenkomstig het derde lid van dit artikel,
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.