Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek betreffende het internationaal wegvervoer

Type Verdrag
Publication 1973-08-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Portugese Republiek,

Verlangende het vervoer van personen en goederen over de weg tussen de beide Staten, alsmede het transitovervoer over hun grondgebied te vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1
1.

De in Nederland of in Portugal gevestigde ondernemingen zijn gemachtigd reizigers- of goederenvervoer te verrichten met motorvoertuigen die in een van beide landen zijn ingeschreven, hetzij tussen de grondgebieden van de beide landen, hetzij in transito over het grondgebied van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst omschreven.

2.

Binnenlands vervoer van reizigers of goederen tussen twee op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij gelegen plaatsen met een op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven voertuig, is verboden.

3.

Wat het goederenvervoer betreft, kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomen vervoer naar een derde land toe te staan op de voorwaarden nedergelegd in het in artikel 19 van deze Overeenkomst genoemde Protocol.

I. Reizigersvervoer

Artikel 2

Alle reizigersvervoer tussen de beide landen of in transito over hun grondgebied, verricht met voertuigen met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, is aan een stelsel van vooraf te verlenen vergunningen onderworpen, met uitzondering van vervoer als bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst.

Artikel 3
1.

Niet onderworpen aan een stelsel van vooraf te verlenen vergunningen zijn:

2.

De ondernemingen dienen een verklaring over te leggen volgens het door de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen goedgekeurde model.

Artikel 4
1.

De aanvraag om vergunning voor geregelde diensten dient te worden gericht aan de bevoegde autoriteit van het land waar het voertuig is ingeschreven en dient vergezeld te gaan van de gegevens vast te stellen in het in artikel 19 genoemde Protocol.

2.

Indien de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij waar het voertuig is ingeschreven, gevolg wil geven aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde aanvraag, doet zij daarvan een exemplaar toekomen aan de bevoegde autoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

De bevoegde autoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de vergunning voor het deel van het traject dat over haar grondgebied voert en stuurt onverwijld een afschrift van de vergunning aan de bevoegde autoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

4.

De bevoegde autoriteiten verlenen de vergunningen in beginsel op basis van wederkerigheid.

Artikel 5

De aanvragen om vergunning voor reizigersvervoer dat niet voldoet aan de in de artikelen 3 en 4 van deze Overeenkomst genoemde voorwaarden, dienen door de vervoerder te worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij door tussenkomst van de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij waar het voertuig is ingeschreven.

II. Goederenvervoer

Artikel 6

Wat het internationaal goederenvervoer betreft, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing op beroepsgoederenvervoer of op eigen vervoer van of naar het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, verricht met in het land van de andere Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven motorvoertuigen, evenals op transitovervoer uitgevoerd over het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen door een motorvoertuig dat in het land van de andere Overeenkomstsluitende Partij is ingeschreven.

Artikel 7

Voor het verrichten van het vervoer van goederen op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen dienen de in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven voertuigen te zijn voorzien van een vergunning.

Van een vergunning is echter vrijgesteld:

Artikel 8

Een vergunning, zij het zonder beperking in aantal, is vereist voor:

Artikel 9
1.

De vervoervergunningen worden aan de ondernemingen afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van inschrijving van de voertuigen waarmee het vervoer wordt verricht.

2.

De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen stellen in gezamenlijk overleg het aantal geldige vergunningen voor elk kalenderjaar vast, daarbij rekening houdend met de behoeften van het wegvervoer en op basis van wederkerigheid.

Artikel 10
1.

De vergunningen overeenkomstig een in gemeen overleg tussen de bevoegde autoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen vastgesteld model zijn tweeërlei:

2.

De vergunningen gaan vergezeld van hetzij een vrachtbrief (CMR), hetzij een vervoerverslag, door de vervoerder in te vullen vóór elke rit.

3.

De vervoervergunning verleent de vervoerder het recht goederen te laden voor de terugreis.

4.

De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen wisselen kosteloos blanco vergunningsformulieren uit.

Artikel 11

De vergunningen en eventueel de vervoerverslagen dienen door de vergunninghouders aan de dienst die ze heeft afgegeven te worden geretourneerd na gebruik of, indien er geen gebruik van is gemaakt, na het verstrijken van de geldigheidsduur.

III. Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 12

De vergunningen en verklaringen dienen in de voertuigen aanwezig te zijn en op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen te worden getoond.

Artikel 13

De vergunninghouders en hun personeelsleden zijn gehouden de regelingen inzake vervoer en wegverkeer die van kracht zijn op het grondgebied waarover de rit voert, te eerbiedigen; het vervoer dat zij verrichten, dient te geschieden conform de omschrijvingen van de vergunning.

Artikel 14
1.

Ter zake van gewichten en afmetingen van de voertuigen verbindt elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zich ertoe de voertuigen die zijn ingeschreven op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet te onderwerpen aan strengere eisen dan die welke aan voertuigen die in het eigen land zijn ingeschreven, zijn gesteld.

2.

Indien het gewicht of de afmetingen van het voertuig of van de lading de op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij toegestane grenzen overschrijden, dient het voertuig te zijn voorzien van een bijzondere vergunning, kosteloos af te geven door de bevoegde autoriteit van deze Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Indien de vergunning het voertuig slechts toelaat op een vastgestelde reisweg, mag het vervoer slechts via deze reisweg plaatsvinden.

Artikel 15

De fiscale voorschriften geldend voor vervoer in de zin van deze Overeenkomst, worden geregeld in het Protocol voorzien in artikel 19.

Artikel 16
1.

In geval van inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst, gepleegd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, nemen de bevoegde autoriteiten van het land waar het voertuig is ingeschreven de maatregelen waarin de nationale wetgeving voorziet.

2.

De autoriteiten die de maatregelen nemen, dienen de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij hiervan op de hoogte te stellen.

Artikel 17
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst de diensten aan die bevoegd zijn op haar grondgebied de door deze Overeenkomst bepaalde maatregelen te nemen en alle noodzakelijke gegevens, hetzij van statistische, hetzij van andere aard, uit te wisselen. Zij stelt de andere Overeenkomstsluitende Partij van deze aanwijzing op de hoogte.

2.

De krachtens het eerste lid van dit artikel aangewezen diensten doen elkander op gezette tijden een opgave toekomen van de afgegeven vergunningen en de uitgevoerde ritten.

Artikel 18
1.

Ten einde een goede uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst mogelijk te maken, stellen de beide Overeenkomstsluitende Partijen een Gemengde Commissie in.

2.

Deze Commissie komt op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen, afwisselend op het grondgebied van elk der landen.

Artikel 19

De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen regelen de wijzen van toepassing van deze Overeenkomst door middel van een Protocol. De in artikel 18 van deze Overeenkomst voorziene Gemengde Commissie is bevoegd dit Protocol zo nodig te wijzigen.

Artikel 20

Deze Overeenkomst is slechts van toepassing op het Europese grondgebied van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 21
1.

Deze Overeenkomst dient te worden goedgekeurd overeenkomstig de grondwettelijke bepalingen welke in elk van beide landen van kracht zijn en treedt in werking op de dag van uitwisseling van diplomatieke nota’s waarin deze goedkeuring wordt medegedeeld.

2.

Deze Overeenkomst is één jaar geldig te rekenen van de datum van inwerkingtreding af en wordt van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door een der Overeenkomstsluitende Partijen, drie maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de Overeenkomst.

EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à Lisbonne, le 31 juillet 1972, en deux exemplaires originaux en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:

(s.) DUCO MIDDELBURG

Pour le Gouvernement de la République Portugaise:

(s.) RUI PATRÍCIO

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.