Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren

Type Verdrag
Publication 1981-10-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten van de Raad van Europa, die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegende dat het wenselijk is gemeenschappelijke regelingen te treffen inzake de bescherming van landbouwhuisdieren, met name wat de moderne intensieve veehouderij betreft,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Algemene beginselen

Artikel 1

Deze Overeenkomst is van toepassing op het houden, verzorgen en onderbrengen van dieren, en wel in het bijzonder op dieren in de moderne intensieve veehouderij. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder „dieren” dieren die worden gefokt of gehouden voor de produktie van voedingsmiddelen, wol, huiden of bont of voor andere agrarische doeleinden, en onder „moderne intensieve veehouderij” veehouderijsystemen waar hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van technische installaties die voornamelijk functioneren door middel van geautomatiseerde processen.

Artikel 2

Iedere Overeenkomstsluitende Partij past de beginselen betreffende het welzijn der dieren toe, zoals deze zijn neergelegd in de artikelen 3 tot en met 7 van deze Overeenkomst.

Artikel 3

Alle dieren dienen te worden ondergebracht, verzorgd en voorzien van voer en water op een wijze die - gelet op de soort, het ontwikkelingsstadium en de mate van aanpassing en domesticatie - in overeenstemming is met hun fysiologische en ethologische behoeften, zoals de ervaring dat heeft geleerd en door de wetenschap is vastgesteld.

Artikel 4
1.

De bewegingsvrijheid van een dier mag, gelet op de soort en in overeenstemming met wat de ervaring heeft geleerd en door de wetenschap is vastgesteld, niet op zodanige wijze worden beknot, dat daardoor onnodig lijden of letsel bij het dier wordt veroorzaakt.

2.

Wanneer een dier permanent of geregeld is vastgebonden of anderszins in zijn bewegingen is beknot, dient het over een ruimte te beschikken die in overeenstemming is met zijn fysiologische en ethologische behoeften, zoals de ervaring dat heeft geleerd en door de wetenschap is vastgesteld.

Artikel 5

De verlichting, de temperatuur, de luchtvochtigheid, de luchtcirculatie, de ventilatie en andere milieuomstandigheden, zoals gasconcentratie of geluidsintensiteit ter plaatse waar het dier is ondergebracht, dienen - gelet op de soort, het ontwikkelingsstadium en de mate van aanpassing en domesticatie - in overeenstemming te zijn met zijn fysiologische en ethologische behoeften, zoals de ervaring dat heeft geleerd en door de wetenschap is vastgesteld.

Artikel 6

Geen dier mag voer of vloeistof worden toegediend op een wijze waardoor onnodig lijden of letsel wordt veroorzaakt; ook mag dit voer of deze vloeistof geen stoffen bevatten die onnodig lijden of letsel kunnen veroorzaken.

Artikel 7
1.

De conditie en de gezondheid van de dieren dienen grondig en met zodanige tussenpozen te worden gecontroleerd, dat onnodig lijden wordt voorkomen; bij dieren die in moderne intensieve veehouderijen worden gehouden dient de controle ten minste éénmaal per dag te geschieden.

2.

De technische installaties in moderne intensieve veehouderijen dienen ten minste éénmaal per dag grondig te worden gecontroleerd en elk geconstateerd defect dient zo snel mogelijk te worden verholpen. Wanneer een defect niet onmiddellijk kan worden verholpen, dienen onverwijld alle tijdelijke maatregelen te worden genomen die nodig zijn om het welzijn van de dieren te verzekeren.

HOOFDSTUK II. Gedetailleerde bepalingen betreffende de uitvoering van deze Overeenkomst

Artikel 8
1.

Er dient binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst een Permanente Commissie te worden ingesteld.

2.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een vertegenwoordiger in deze Permanente Commissie aan te wijzen. Iedere Staat die lid is van de Raad van Europa en geen Overeenkomstsluitende Partij is, heeft het recht in de Commissie door een waarnemer te worden vertegenwoordigd.

3.

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa roept de Permanente Commissie bijeen telkens wanneer hij dit nodig oordeelt, en in elk geval wanneer een meerderheid van de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen of de vertegenwoordiger van de Europese Economische Gemeenschap, die zelf Overeenkomstsluitende Partij is, daarom verzoekt.

4.

Een meerderheid van de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen vormt het quorum voor het houden van een bijeenkomst van de Permanente Commissie.

5.

De Permanente Commissie neemt beslissingen bij meerderheid van stemmen; voor het volgende is echter eenparigheid van de uitgebrachte stemmen vereist:

6.

De Permanente Commissie stelt, met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst, haar eigen huishoudelijk reglement op.

Artikel 9
1.

De Permanente Commissie is belast met de opstelling en aanvaarding van de aanbevelingen voor de Overeenkomstsluitende Partijen, waarin gedetailleerde bepalingen voor de uitvoering van de in Hoofdstuk I van deze Overeenkomst neergelegde beginselen zijn opgenomen, welke bepalingen dienen te zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis omtrent de diverse diersoorten.

2.

Ten einde de in het eerste lid van dit artikel bedoelde taken te kunnen vervullen, stelt de Permanente Commissie zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek en van nieuwe methoden op het gebied van de veehouderij.

3.

Een aanbeveling wordt als zodanig van kracht, zes maanden na de aanneming daarvan door de Permanente Commissie, tenzij de Commissie een langere periode hiervoor vaststelt. Vanaf de datum waarop een aanbeveling van kracht wordt, legt elke Overeenkomstsluitende Partij deze ten uitvoer of doet aan de Permanente Commissie door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa mededeling van de redenen waarom zij besloten heeft dat zij de aanbeveling niet of niet meer ten uitvoer kan leggen.

4.

Indien door twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen of door de Europese Economische Gemeenschap, die zelf Overeenkomstsluitende Partij is, overeenkomstig het derde lid van dit artikel kennis is gegeven van het besluit een aanbeveling niet of niet meer ten uitvoer te leggen, houdt deze aanbeveling op van kracht te zijn.

Artikel 10

De Permanente Commissie doet al het mogelijke om de totstandkoming te bevorderen van een minnelijke schikking met betrekking tot enigerlei moeilijkheid betreffende de uitvoering van deze Overeenkomst, welke tussen de Overeenkomstsluitende Partijen mocht rijzen.

Artikel 11

De Permanente Commissie kan, op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij, advies uitbrengen over elk vraagstuk aangaande de bescherming van dieren.

Artikel 12

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer organen instellen, waaraan de Permanente Commissie kan verzoeken haar inlichtingen te verschaffen of haar van advies te dienen ten behoeve van haar werkzaamheden. De Overeenkomstsluitende Partijen delen de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa de namen en adressen van deze organen mede.

Artikel 13

Bij het verstrijken van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en na elke volgende periode van drie jaar dient de Permanente Commissie bij het Comité van Ministers van de Raad van Europa een verslag in over haar werkzaamheden en over de werking van de Overeenkomst, waaronder begrepen, indien zulks nodig wordt geacht, voorstellen tot wijziging van de Overeenkomst.

HOOFDSTUK III. Slotbepalingen

Artikel 14
1.

Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa en door de Europese Economische Gemeenschap. Zij dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Deze Overeenkomst treedt in werking zes maanden na de datum van de nederlegging van de vierde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door een Lid-Staat van de Raad van Europa.

3.

Ten aanzien van een ondertekenende Partij die haar bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt na de in het tweede lid van dit artikel bedoelde datum, treedt de Overeenkomst in werking zes maanden na de datum van de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 15
1.

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa op door dit Comité te bepalen voorwaarden, elke Staat die geen lid is van de Raad, uitnodigen ertoe toe te treden.

2.

Deze toetreding geschiedt door middel van nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa en wordt van kracht zes maanden na de datum van de nederlegging ervan.

Artikel 16
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, ten tijde van de ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding aangeven op welk gebied of welke gebieden deze Overeenkomst van toepassing is.

2.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding of te allen tijde daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, deze Overeenkomst uitbreiden tot elk ander in de verklaring aangewezen gebied waarvan zij de internationale betrekkingen behartigt of waarvoor zij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.

3.

Iedere in overeenstemming met het voorgaande lid afgelegde verklaring kan, met betrekking tot een in die verklaring aangewezen gebied, volgens de in artikel 17 van deze Overeenkomst neergelegde procedure worden ingetrokken.

Artikel 17
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, wat haarzelf betreft, deze Overeenkomst opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving.

2.

Deze opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst daarvan door de Secretaris-Generaal.

Artikel 18

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de Staten die lid zijn van de Raad, en elke Overeenkomstsluitende Partij die geen lid is van de Raad, in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 10th day of March 1976, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding Parties.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.