Overeenkomst van Straatsburg van 24 maart 1971 betreffende de internationale classificatie van octrooien

Type Verdrag
Publication 1982-02-25
State In force
Source BWB
artikelen 17
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Overwegende dat de aanvaarding door de gehele wereld van een eenvormig stelsel voor de classificatie van octrooien, uitvinderscertificaten, gebruiksmodellen en gebruikscertificaten in het algemeen belang is en op het gebied van de industriële eigendom een nauwere internationale samenwerking tot stand kan brengen en de harmonisatie van de nationale rechtsstelsels kan bevorderen,

Het belang erkennend van het Europees Verdrag betreffende de internationale classificatie van octrooien van 19 december 1954, waarbij de Raad van Europa de internationale classificatie van octrooien heeft ingesteld,

Gezien de algemene waarde van deze classificatie en het belang dat zij heeft voor alle landen die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom,

Zich bewust van het belang dat deze classificatie vertegenwoordigt voor de ontwikkelingslanden, doordat zij deze de toegang tot de steeds in omvang toenemende moderne technologie vergemakkelijkt,

Gelet op artikel 19 van het Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te ’s-Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Lissabon op 31 oktober 1958 en te Stockholm op 14 juli 1967,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Oprichting van een Bijzondere Unie Aanvaarding van een internationale classificatie

De landen waarvoor deze Overeenkomst geldt vormen een bijzondere Unie en aanvaarden een gemeenschappelijke classificatie voor octrooien, uitvinderscertificaten, gebruiksmodellen en gebruikscertificaten, „internationale classificatie van octrooien” genaamd (hierna te noemen „classificatie”).

Artikel 2. Omschrijving van de classificatie

Artikel 3. Talen van de classificatie

(1). De classificatie wordt opgesteld in de Engelse en de Franse taal, welke beide teksten gelijkelijk gezaghebbend zijn.

(2). Het Internationale Bureau van de Organisatie (hierna te noemen „het Internationale Bureau”) stelt na raadpleging van de betrokken Regeringen, hetzij aan de hand van een door deze Regeringen voorgestelde vertaling, hetzij op een andere wijze die geen financiële gevolgen heeft voor de begroting van de Bijzondere Unie of voor de Organisatie, officiële teksten van de classificatie vast in de Duitse, de Japanse, de Portugese, de Russische en de Spaanse taal alsmede in andere door de in artikel 7 bedoelde Algemene Vergadering aan te wijzen talen.

Artikel 4. Toepassing van de classificatie

(1). De classificatie draagt slechts een administratief karakter.

(2). Elk land van de Bijzondere Unie heeft de bevoegdheid de classificatie als hoofdsysteem dan wel als hulpsysteem toe te passen.

(3). De bevoegde autoriteiten van de landen van de Bijzondere Unie dienen

de volledige tekens te vermelden van de classificatie gegeven aan de uitvinding waarop het onder (i) genoemde stuk betrekking heeft.

(4). Op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst of van de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding

(5). De tekens van de classificatie, voorafgegaan door de woorden „internationale classificatie van octrooien” of van een afkorting daarvan, vastgesteld door de in artikel 5 bedoelde Commissie van deskundigen, dienen in vette letters of op andere goed zichtbare wijze te worden gedrukt in het hoofd van elk stuk bedoeld in het derde lid, onder (i), waarin zij dienen te worden vermeld.

(6). Indien een land van de Bijzondere Unie de verlening van octrooien toevertrouwt aan een intergouvernementele instantie, neemt het alle maatregelen die in zijn vermogen liggen opdat deze instantie de classificatie overeenkomstig dit artikel toepast.

Artikel 5. Commissie van deskundigen

(1). Er wordt een Commissie van deskundigen ingesteld, waarin elk land van de Bijzondere Unie is vertegenwoordigd.

(3). De Commissie van deskundigen:

(4). De Commissie van deskundigen stelt haar eigen reglement van orde vast. Dit biedt intergouvernementele organisaties genoemd in het tweede lid, onder (a), die een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de classificatie, de mogelijkheid deel te nemen aan de vergaderingen van de subcommissies en de werkgroepen van de Commissie van deskundigen.

(5). Voorstellen tot wijziging van de classificatie kunnen worden gedaan door de bevoegde instantie van elk land van de Bijzondere Unie, het Internationale Bureau, een op grond van het tweede lid, onder (a), in de Commissie van deskundigen vertegenwoordigde intergouvernementele organisatie en elke andere organisatie die speciaal door de Commissie van deskundigen is uitgenodigd zodanige voorstellen in te dienen. De voorstellen worden medegedeeld aan het Internationale Bureau, dat deze uiterlijk twee maanden voor de vergadering van de Commissie van deskundigen waarin zij zullen worden behandeld voorlegt aan de leden van de Commissie van deskundigen en aan de waarnemers.

Artikel 6. Kennisgeving, inwerkingtreding en openbaarmaking van wijzigingen en andere besluiten

(1). Alle besluiten van de Commissie van deskundigen betreffende aanvaarding van wijzigingen in de classificatie, alsook de aanbevelingen van de Commissie van deskundigen worden door het Internationale Bureau ter kennis gebracht van de bevoegde instanties van de landen van de Bijzondere Unie. De wijzigingen treden in werking zes maanden na de datum van toezending van de kennisgeving.

(2). Het Internationale Bureau neemt de in werking getreden wijzigingen op in de classificatie. De mededelingen van de wijzigingen worden openbaar gemaakt in de tijdschriften, aangewezen door de in artikel 7 bedoelde Algemene Vergadering.

Artikel 7. Algemene Vergadering van de Bijzondere Unie

(5). De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast.

Artikel 8. Internationaal Bureau

(2). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door de Algemene Vergadering of de Commissie van deskundigen in te stellen commissies of werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.

(4). Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.

Artikel 9. Financiën

(2). De begroting van de Bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.

(3). De begroting van de Bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:

(5). Het bedrag der taksen en der gelden verschuldigd voor door het Internationale Bureau namens de Bijzondere Unie verleende diensten wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal, die daarover verslag uitbrengt aan de Algemene Vergadering.

(8). Het nazien der rekeningen wordt verricht, op de wijze voorzien in het financieel reglement, door één of meer landen van de Bijzondere Unie of door onafhankelijke controleurs, die, met hun instemming, zijn aangewezen door de Algemene Vergadering.

Artikel 10. Herziening van de Overeenkomst

(1). Deze Overeenkomst kan periodiek worden herzien door speciale conferenties van de landen van de Bijzondere Unie.

(2). Tot bijeenroeping van een herzieningsconferentie wordt besloten door de Algemene Vergadering.

(3). De artikelen 7, 8, 9 en 11 kunnen worden gewijzigd door herzieningsconferenties of volgens het bepaalde in artikel 11.

Artikel 11. Wijziging van sommige bepalingen van de Overeenkomst

(1). Voorstellen tot wijziging van de artikelen 7, 8, 9 en van dit artikel kunnen worden ingediend door ieder land van de Bijzondere Unie of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden voor zij aan de behandeling door de Algemene Vergadering worden onderworpen, medegedeeld aan de landen van de Bijzondere Unie.

(2). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden door de Algemene Vergadering vastgesteld. Voor deze vaststelling is drie/vierde van de uitgebrachte stemmen vereist. Voor een wijziging van artikel 7 en van dit lid is evenwel vier/vijfde van de uitgebrachte stemmen vereist.

Artikel 12. Wijzen waarop landen partij bij de Overeenkomst kunnen worden

(1). Elk land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom kan partij bij deze Overeenkomst worden door:

(2). De akten van bekrachtiging en van toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

(3). Het bepaalde in artikel 24 van de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom is van toepassing op deze Overeenkomst.

(4). Het derde lid mag op generlei wijze zo worden uitgelegd dat het de erkenning of stilzwijgende aanvaarding door enig land van de Bijzondere Unie inhoudt van de feitelijke situatie betreffende een gebied waarop deze Overeenkomst door een ander land krachtens dat lid van toepassing wordt verklaard.

Artikel 13. Inwerkingtreding van de Overeenkomst

(2). Bekrachtiging of toetreding houdt van rechtswege in aanvaarding van alle bepalingen en toelating tot alle voordelen in deze Overeenkomst vastgelegd.

Artikel 14. Looptijd van de Overeenkomst

Deze Overeenkomst heeft dezelfde looptijd als het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

Artikel 15. Opzegging

(1). Elk land van de Bijzondere Unie kan deze Overeenkomst opzeggen door een kennisgeving gericht aan de Directeur-Generaal.

(2). De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

(3). Het recht van opzegging, bedoeld in dit artikel, kan door een land niet worden uitgeoefend vóór de afloop van een termijn van vijf jaar te rekenen van de datum waarop dat land lid is geworden van de Bijzondere Unie.

Artikel 16. Ondertekening, talen, kennisgevingen, depositaire functies

(2). Officiële teksten worden vastgesteld door de Directeur-Generaal, na raadpleging van de betrokken Regeringen, in de Duitse, de Japanse, de Portugese, de Russische en de Spaanse taal en in andere door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.

(4). De Directeur-Generaal doet deze Overeenkomst registreren bij het Secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties.

(5). De Directeur-Generaal stelt de Regeringen van alle landen die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en het Secretariaat-Generaal van de Raad van Europa in kennis van:

Artikel 17. Overgangsbepalingen

(1). Gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kunnen de landen die partij zijn bij het Europees Verdrag maar nog geen lid zijn van de Bijzondere Unie, indien zij zulks wensen, in de Commissie van deskundigen dezelfde rechten uitoefenen alsof zij lid van de Bijzondere Unie zijn.

(2). Gedurende drie jaar na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, kunnen de in dat lid bedoelde landen zich door waarnemers doen vertegenwoordigen in de vergaderingen van de Commissie van deskundigen en, indien deze daartoe besluit, in die van de door haar ingestelde subcommissies en werkgroepen. Gedurende dezelfde termijn kunnen zij voorstellen tot wijziging van de classificatie op grond van artikel 5, vijfde lid, indienen en ontvangen zij kennisgeving van de besluiten en aanbevelingen van de Commissie van deskundigen op grond van artikel 6, eerste lid.

(3). Gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kunnen de landen, die partij zijn bij het Europees Verdrag maar nog geen lid zijn van de Bijzondere Unie, zich door waarnemers doen vertegenwoordigen op de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en, indien deze daartoe besluit, op die van de door haar ingestelde commissies en werkgroepen.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized hereto, have signed this Agreement.

DONE at Strasbourg, on March 24, 1971.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)