Overeenkomst van Straatsburg van 24 maart 1971 betreffende de internationale classificatie van octrooien
De Overeenkomstsluitende Partijen,
Overwegende dat de aanvaarding door de gehele wereld van een eenvormig stelsel voor de classificatie van octrooien, uitvinderscertificaten, gebruiksmodellen en gebruikscertificaten in het algemeen belang is en op het gebied van de industriële eigendom een nauwere internationale samenwerking tot stand kan brengen en de harmonisatie van de nationale rechtsstelsels kan bevorderen,
Het belang erkennend van het Europees Verdrag betreffende de internationale classificatie van octrooien van 19 december 1954, waarbij de Raad van Europa de internationale classificatie van octrooien heeft ingesteld,
Gezien de algemene waarde van deze classificatie en het belang dat zij heeft voor alle landen die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom,
Zich bewust van het belang dat deze classificatie vertegenwoordigt voor de ontwikkelingslanden, doordat zij deze de toegang tot de steeds in omvang toenemende moderne technologie vergemakkelijkt,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1. Oprichting van een Bijzondere Unie Aanvaarding van een internationale classificatie
De landen waarvoor deze Overeenkomst geldt vormen een bijzondere Unie en aanvaarden een gemeenschappelijke classificatie voor octrooien, uitvinderscertificaten, gebruiksmodellen en gebruikscertificaten, „internationale classificatie van octrooien” genaamd (hierna te noemen „classificatie”).
Artikel 2. Omschrijving van de classificatie
- (a). De classificatie wordt gevormd door:
- (i). de tekst, die werd vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het Europees Verdrag betreffende de internationale classificatie van octrooien van 19 december 1954 (hierna te noemen „Europees Verdrag”) en die op 1 september 1968 van kracht is geworden en door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa is gepubliceerd;
- (ii). de wijzigingen die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht zijn geworden ingevolge artikel 2, tweede lid, van het Europees Verdrag;
- (iii). de wijzigingen die daarna zijn aangebracht krachtens artikel 5 en van kracht worden ingevolge de bepalingen van artikel 6,
- (b). De gebruiksaanwijzing en de aantekeningen, die in de tekst van de classificatie zijn vervat, maken daarvan een integrerend deel uit.
- (a). De tekst genoemd in het eerste lid, onder (a), (i), is vervat in twee authentieke exemplaren elk in de Engelse en de Franse taal, welke op het tijdstip waarop deze Overeenkomst voor ondertekening is opengesteld zijn nedergelegd, het ene exemplaar bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa en het andere exemplaar bij de Directeur-Generaal van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna onderscheidenlijk te noemen „Directeur-Generaal” en „Organisatie”) opgericht bij het Verdrag van 14 juli 1967.
- (b). De wijzigingen bedoeld in het eerste lid, onder (a), (ii), worden in twee authentieke exemplaren, elk in de Engelse en de Franse taal, nedergelegd, het ene exemplaar bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa en het andere exemplaar bij de Directeur-Generaal.
- (c). De wijzigingen bedoeld in het eerste lid, onder (a), (iii), worden in één enkel authentiek exemplaar, in de Engelse en de Franse taal, nedergelegd bij de Directeur-Generaal.
Artikel 3. Talen van de classificatie
(1). De classificatie wordt opgesteld in de Engelse en de Franse taal, welke beide teksten gelijkelijk gezaghebbend zijn.
(2). Het Internationale Bureau van de Organisatie (hierna te noemen „het Internationale Bureau”) stelt na raadpleging van de betrokken Regeringen, hetzij aan de hand van een door deze Regeringen voorgestelde vertaling, hetzij op een andere wijze die geen financiële gevolgen heeft voor de begroting van de Bijzondere Unie of voor de Organisatie, officiële teksten van de classificatie vast in de Duitse, de Japanse, de Portugese, de Russische en de Spaanse taal alsmede in andere door de in artikel 7 bedoelde Algemene Vergadering aan te wijzen talen.
Artikel 4. Toepassing van de classificatie
(1). De classificatie draagt slechts een administratief karakter.
(2). Elk land van de Bijzondere Unie heeft de bevoegdheid de classificatie als hoofdsysteem dan wel als hulpsysteem toe te passen.
(3). De bevoegde autoriteiten van de landen van de Bijzondere Unie dienen
- (i). in de octrooien, uitvinderscertificaten, gebruiksmodellen en gebruikscertificaten die zij verlenen, alsmede in de aanvragen voor zodanige documenten, die zij publiceren of alleen voor het publiek ter inzage leggen, en
- (ii). in de mededelingen waarbij officiële periodieken kennis geven van de publikatie of van het voor het publiek ter inzage leggen van de onder (i) genoemde stukken,
de volledige tekens te vermelden van de classificatie gegeven aan de uitvinding waarop het onder (i) genoemde stuk betrekking heeft.
(4). Op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst of van de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding
- (i). kan elk land verklaren, dat het zich niet verplicht de tekens betreffende de groepen of ondergroepen van de classificatie te vermelden in de aanvragen bedoeld in het derde lid die slechts voor het publiek ter inzage worden gelegd en in de daarop betrekking hebbende mededelingen;
- (ii). kan elk land, dat geen onderzoek, onmiddellijk dan wel uitgesteld, instelt naar de nieuwheid van uitvindingen, en waarvan de procedure voor de verlening van octrooien of andere vormen van bescherming niet voorziet in een onderzoek naar de stand van de techniek, verklaren, dat het zich niet verplicht de tekens betreffende de groepen of ondergroepen van de classificatie te vermelden in de stukken en mededelingen bedoeld in het derde lid. Indien deze omstandigheden zich slechts voordoen ten aanzien van bepaalde categorieën van bescherming of bepaalde gebieden van de techniek, kan het betrokken land slechts van dit voorbehoud gebruik maken in de mate, waarin die omstandigheden zich voordoen.
(5). De tekens van de classificatie, voorafgegaan door de woorden „internationale classificatie van octrooien” of van een afkorting daarvan, vastgesteld door de in artikel 5 bedoelde Commissie van deskundigen, dienen in vette letters of op andere goed zichtbare wijze te worden gedrukt in het hoofd van elk stuk bedoeld in het derde lid, onder (i), waarin zij dienen te worden vermeld.
(6). Indien een land van de Bijzondere Unie de verlening van octrooien toevertrouwt aan een intergouvernementele instantie, neemt het alle maatregelen die in zijn vermogen liggen opdat deze instantie de classificatie overeenkomstig dit artikel toepast.
Artikel 5. Commissie van deskundigen
(1). Er wordt een Commissie van deskundigen ingesteld, waarin elk land van de Bijzondere Unie is vertegenwoordigd.
- (a). De Directeur-Generaal nodigt de intergouvernementele organisaties, die gespecialiseerd zijn op het gebied van octrooien en waarvan ten minste één der Lid-Staten partij is bij deze Overeenkomst, uit zich door waarnemers te doen vertegenwoordigen op de vergaderingen van de Commissie van deskundigen.
- (b). De Directeur-Generaal kan, en is op verzoek van de Commissie van deskundigen verplicht, vertegenwoordigers van andere intergouvernementele en internationale, andere dan gouvernementele organisaties, uit te nodigen tot deelneming aan de besprekingen die voor haar van belang zijn.
(3). De Commissie van deskundigen:
- (i). wijzigt de classificatie;
- (ii). richt tot de landen van de Bijzondere Unie aanbevelingen ter vergemakkelijking van het gebruik van de classificatie en ter bevordering van de eenvormige toepassing daarvan;
- (iii). verleent steun aan de bevordering van de internationale samenwerking bij de herclassificatie van de documentatie die dient voor het onderzoek van uitvindingen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de behoeften van de ontwikkelingslanden;
- (iv). neemt alle andere maatregelen die, zonder financiële gevolgen voor de begroting van de Bijzondere Unie of voor de Organisatie te hebben, ertoe kunnen bijdragen de toepassing van de classificatie door de ontwikkelingslanden te vergemakkelijken;
- (v). is bevoegd subcommissies en werkgroepen in te stellen.
(4). De Commissie van deskundigen stelt haar eigen reglement van orde vast. Dit biedt intergouvernementele organisaties genoemd in het tweede lid, onder (a), die een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de classificatie, de mogelijkheid deel te nemen aan de vergaderingen van de subcommissies en de werkgroepen van de Commissie van deskundigen.
(5). Voorstellen tot wijziging van de classificatie kunnen worden gedaan door de bevoegde instantie van elk land van de Bijzondere Unie, het Internationale Bureau, een op grond van het tweede lid, onder (a), in de Commissie van deskundigen vertegenwoordigde intergouvernementele organisatie en elke andere organisatie die speciaal door de Commissie van deskundigen is uitgenodigd zodanige voorstellen in te dienen. De voorstellen worden medegedeeld aan het Internationale Bureau, dat deze uiterlijk twee maanden voor de vergadering van de Commissie van deskundigen waarin zij zullen worden behandeld voorlegt aan de leden van de Commissie van deskundigen en aan de waarnemers.
- (a). Elk land, dat lid is van de Commissie van deskundigen, heeft één stem.
- (b). De Commissie van deskundigen neemt haar besluiten bij gewone meerderheid van de landen die zijn vertegenwoordigd en hun stem uitbrengen.
- (c). Elk besluit dat door een/vijfde van de landen die zijn vertegenwoordigd en hun stem uitbrengen wordt beschouwd als een verandering in de fundamentele structuur van de classificatie of als een aanleiding tot omvangrijke herclassificatiewerkzaamheden, dient te worden genomen met een meerderheid van drie/vierde van de landen die zijn vertegenwoordigd en hun stem uitbrengen.
- (d). Onthouding geldt niet als stem.
Artikel 6. Kennisgeving, inwerkingtreding en openbaarmaking van wijzigingen en andere besluiten
(1). Alle besluiten van de Commissie van deskundigen betreffende aanvaarding van wijzigingen in de classificatie, alsook de aanbevelingen van de Commissie van deskundigen worden door het Internationale Bureau ter kennis gebracht van de bevoegde instanties van de landen van de Bijzondere Unie. De wijzigingen treden in werking zes maanden na de datum van toezending van de kennisgeving.
(2). Het Internationale Bureau neemt de in werking getreden wijzigingen op in de classificatie. De mededelingen van de wijzigingen worden openbaar gemaakt in de tijdschriften, aangewezen door de in artikel 7 bedoelde Algemene Vergadering.
Artikel 7. Algemene Vergadering van de Bijzondere Unie
- (a). De Bijzondere Unie kent een Algemene Vergadering, samengesteld uit de landen van de Bijzondere Unie.
- (b). De Regering van elk land is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- (c). Iedere intergouvernementele organisatie bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder (a), kan zich door een waarnemer doen vertegenwoordigen op de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en, indien deze daartoe besluit, in die van de door de Algemene Vergadering ingestelde commissies en werkgroepen.
- (d). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
- (a). De Algemene Vergadering, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5:
- (i). neemt alle vraagstukken in behandeling betreffende de instandhouding en de ontwikkeling van de Bijzondere e en de toepassing van deze Overeenkomst;
- (ii). verstrekt aan het Internationale Bureau richtlijnen bebetreffende de voorbereiding van de herzieningsconferenties;
- (iii). bestudeert en hecht haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Directeur-Generaal met betrekking tot de Bijzondere Unie en geeft deze alle van belang zijnde richtlijnen met betrekking tot de vraagstukken die binnen de bevoegdheid van de Bijzondere Unie vallen;
- (iv). stelt het programma en de tweejaarlijkse begroting van de Bijzondere Unie vast en keurt haar afrekeningen goed;
- (v). stelt het financiële reglement van de Bijzondere Unie vast;
- (vi). besluit tot opstelling van officiële teksten van de classificatie in andere talen dan het Engels, het Frans en de talen die in artikel 3, tweede lid, zijn opgesomd;
- (vii). roept de commissies en werkgroepen in het leven, die zij van belang acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Bijzondere Unie;
- (viii). beslist, onder voorbehoud van het bepaalde in het eerste lid, onder (c), welke landen, geen lid van de Bijzondere Unie zijnde, en welke intergouvernementele en andere dan gouvernementele internationale organisaties als waarnemers kunnen worden toegelaten tot haar vergaderingen en tot die van de door haar in het leven geroepen commissies en werkgroepen;
- (ix). verricht iedere andere handeling die dienstig is ter verwezenlijking van de doelstellingen van de Bijzondere Unie;
- (x). verricht alle overige taken die in deze Overeenkomst besloten liggen.
- (b). Aangaande de vraagstukken, die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken, doet de Algemene Vergadering uitspraak na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.
- (a). Elk land dat lid is van de Algemene Vergadering heeft één stem.
- (b). Het quorum wordt gevormd door de helft van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- (c). Wanneer het quorum niet wordt bereikt, kan de Algemene Vergadering besluiten nemen; evenwel worden de besluiten van de Algemene Vergadering, met uitzondering van die welke haar eigen procedure betreffen, rechtens eerst uitvoerbaar nadat aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan. Het Internationale Bureau brengt genoemde besluiten ter kennis van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering die niet vertegenwoordigd waren en verzoekt hun binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de datum van deze kennisgeving, schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal landen dat op deze wijze zijn stem heeft uitgebracht of zijn onthouding heeft kenbaar gemaakt, ten minste gelijk is aan het aantal landen dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen genoemde besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits te zelfder tijd de vereiste meerderheid is bereikt.
- (d). Behoudens het bepaalde in artikel 11, tweede lid, worden de besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
- (e). Onthouding geldt niet als stem.
- (f). Een afgevaardigde kan slechts één land vertegenwoordigen en slechts uit naam daarvan zijn stem uitbrengen.
- (a). De Algemene Vergadering komt eens in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en te zelf der plaatse als de Algemene Vergadering van de Organisatie.
- (b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van een/vierde van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- (c). Voor elke zitting wordt de agenda opgesteld door de Directeur-Generaal.
(5). De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast.
Artikel 8. Internationaal Bureau
- (a). De aan de Bijzondere Unie toevallende administratieve taken worden verricht door het Internationale Bureau.
- (b). Het Internationale Bureau bereidt in het bijzonder de bijeenkomsten voor en voorziet in het secretariaat van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door de Algemene Vergadering of de Commissie van deskundigen in te stellen commissies of werkgroepen.
- (c). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de Bijzondere Unie en tevens haar vertegenwoordiger.
(2). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door de Algemene Vergadering of de Commissie van deskundigen in te stellen commissies of werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.
- (a). Het Internationale Bureau bereidt volgens de aanwijzingen van de Algemene Vergadering de herzieningsconferenties voor.
- (b). Het Internationale Bureau kan bij de voorbereiding van de herzieningsconferenties het advies inwinnen van intergouvernementele en andere dan gouvernementele internationale organisaties.
- (c). De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de beraadslagingen tijdens de herzieningsconferenties.
(4). Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.
Artikel 9. Financiën
- (a). De Bijzondere Unie heeft een begroting.
- (b). De begroting van de Bijzondere Unie omvat de eigen ontvangsten en uitgaven van de Bijzondere Unie, haar bijdrage aan de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven der Unies, alsook, indien zulks zich voordoet, het bedrag dat ter beschikking is gesteld van de begroting van de Conferentie der Organisatie.
- (c). Als gemeenschappelijke uitgaven der Unies worden beschouwd de uitgaven die niet uitsluitend ten laste van de Bijzondere Unie kunnen worden gebracht maar tevens van een of meer andere Unies, welke worden beheerd door de Organisatie. Het aandeel van de Bijzondere Unie in deze gemeenschappelijke uitgaven is evenredig aan het belang, dat deze uitgaven voor haar vertegenwoordigen.
(2). De begroting van de Bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.
(3). De begroting van de Bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:
- (i). de bijdragen van de landen van de Bijzondere Unie;
- (ii). de taksen en andere gelden verschuldigd voor de diensten verleend door het Internationale Bureau namens de Bijzondere Unie;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.