Raamovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en het Wereldvoedselprogramma der Verenigde Naties/FAO betreffende hulp van het Wereldvoedselprogramma aan de Nederlandse Antillen
Overwegende dat de Regering van de Nederlandse Antillen (hierna te noemen „de Regering”) zich wenst te verzekeren van de hulp van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties/FAO (hierna te noemen „het Wereldvoedselprogramma”) en
Overwegende dat het Wereldvoedselprogramma bereid is op uitdrukkelijk verzoek van de Regering zodanige hulp te verlenen,
Zijn de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden (hierna te noemen „de Regering van het Koninkrijk”), handelend ten behoeve van de Regering van de Nederlandse Antillen, en het Wereldvoedselprogramma deze Overeenkomst aangegaan, waarin de voorwaarden zijn vervat waarop zodanige hulp door het Wereldvoedselprogramma overeenkomstig zijn Algemeen Reglement kan worden verleend en door de Regering kan worden aangewend:
Artikel I. Aanvragen voor en overeenkomsten inzake hulpverlening
De Regering kan het Wereldvoedselprogramma om hulp in de vorm van voedsel verzoeken zowel ter ondersteuning van economische en sociale ontwikkelingsprojecten als ter leniging van voedselgebrek ontstaan ten gevolge van natuurrampen of andere noodtoestanden.
Een aanvraag om hulp wordt normaliter ingediend door de Regering in een door het Wereldvoedselprogramma vastgestelde vorm, door tussenkomst van de Regionale Vertegenwoordiger van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties voor het Caraïbische gebied.
De Regering verleent het Wereldvoedselprogramma alle passende faciliteiten en verstrekt het alle gegevens die nodig zijn ter beoordeling van de aanvraag.
Wanneer is besloten dat het Wereldvoedselprogramma hulp zal bieden ten behoeve van een ontwikkelingsproject, dienen de Regering en het Wereldvoedselprogramma het eens te worden over een Uitvoeringsplan. Ingeval hulp wordt verleend in noodsituaties, worden, in plaats dat een formele overeenkomst wordt gesloten, tussen de Regering en het Wereldvoedselprogramma brieven houdende een overeenstemming gewisseld.
In elk Uitvoeringsplan worden de voorwaarden vermeld waarop een project moet worden uitgevoerd, alsmede de verantwoordelijkheid onderscheidenlijk van de Regering en het Wereldvoedselprogramma met betrekking tot de uitvoering van het project. De bepalingen van deze Raamovereenkomst zijn van toepassing op elk Uitvoeringsplan dat ingevolge deze Overeenkomst wordt opgesteld.
Artikel II. Uitvoering van ontwikkelingsprojecten en hulpverlening in noodsituaties
De voornaamste verantwoordelijkheid voor de uitvoering van ontwikkelingsprojecten en de hulpverlening in noodsituaties berust bij de Regering, die voorziet in personeel, gebouwen, voorraden, uitrusting, diensten en vervoer en die alle kosten voor haar rekening neemt die zijn verbonden aan de uitvoering van een ontwikkelingsproject of aan hulpverlening in noodsituaties.
De Regering van het Koninkrijk neemt de internationale verantwoordelijkheid op zich voor door de Regering van de Nederlandse Antillen krachtens deze Overeenkomst gesloten overeenkomsten of aangegane verbintenissen, als waren zij gesloten of aangegaan namens de Regering van het Koninkrijk.
Het Wereldvoedselprogramma levert goederen als gift zonder betaling af in de aanvoerhaven of aan de grenspost en houdt toezicht op en geeft advies bij de uitvoering van een ontwikkelingsproject of bij hulpverlening in noodsituaties.
Met betrekking tot elk project wijst de Regering, in overleg met het Wereldvoedselprogramma, voor de uitvoering van het project een daarvoor in aanmerking komende organisatie aan. Indien er in het land meer dan één project op het terrein der voedselhulp wordt uitgevoerd, wijst de Regering een centrale coördinerende organisatie aan ter regeling van de voedselaanvoeren tussen het Wereldvoedselprogramma en de projecten en tussen de projecten onderling.
De Regering biedt het Wereldvoedselprogramma alle gelegenheid om zich op de hoogte te stellen van alle stadia van de uitvoering van ontwikkelingsprojecten en van de hulpverlening in noodsituaties.
De Regering draagt er zorg voor dat de door het Wereldvoedselprogramma verschafte goederen met de nodige zorg en doelmatigheid worden behandeld, vervoerd, opgeslagen en verdeeld en dat de goederen en de opbrengsten uit verkoop, indien toegestaan, worden aangewend op de wijze zoals is overeengekomen tussen de Partijen. Ingeval zij niet op zodanige wijze worden aangewend, kan het Programma de teruggave vorderen van de goederen of van de opbrengst uit verkoop, of van beide, naar gelang van de omstandigheden.
Het Wereldvoedselprogramma kan zijn hulp opschorten of intrekken, indien de Regering haar verplichtingen, aangegaan ingevolge deze Overeenkomst of een krachtens deze gesloten andere overeenkomst, niet nakomt.
Artikel III. Gegevens betreffende projecten en hulpverlening in noodsituaties
De Regering verstrekt het Wereldvoedselprogramma alle ter zake dienende documenten, afrekeningen, aantekeningen, verklaringen, rapporten en andere gegevens die door het Wereldvoedselprogramma worden gevraagd betreffende de uitvoering van elk ontwikkelingsproject of van hulpverlening in noodsituaties, of de voortzetting en de doelmatigheid ervan, of betreffende de nakoming door de Regering van haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst of een krachtens deze gesloten andere overeenkomst.
De Regering houdt het Wereldvoedselprogramma regelmatig op de hoogte van de voortgang in de uitvoering van elk ontwikkelingsproject of de hulpverlening in noodsituaties.
De Regering legt ten aanzien van elk ontwikkelingsproject met overeengekomen tussenpozen en na beëindiging van het project aan het Wereldvoedselprogramma accountantsverklaringen over betreffende het gebruik van door het Programma verschafte goederen, en de opbrengst uit de verkoop daarvan.
Zoals in het desbetreffende Uitvoeringsplan wordt bepaald, verleent de Regering haar medewerking bij de beoordeling van een project dat door het Wereldvoedselprogramma ter hand wordt genomen, door het bijhouden van daarvoor noodzakelijke aantekeningen en het ter beschikking stellen daarvan aan het Programma. De definitieve beoordeling wordt, voor commentaar, voorgelegd aan de Regering, en vervolgens, te zamen met het commentaar van de Regering, aan de Intergouvernementele Commissie van VN/FAO.
Artikel IV. Hulpverlening uit andere bronnen
Indien, voor de uitvoering van een project, door de Regering hulp wondt verkregen uit andere bronnen dan het Wereldvoedselprogramma, treden de Regering en het Wereldvoedselprogramma met elkaar in overleg, ten einde de hulp die door het Programma en door andere bronnen wordt verleend, doeltreffend te kunnen coördineren.
Artikel V. Faciliteiten, voorrechten en immuniteiten
De Regering van het Koninkrijk en de Regering van de Nederlandse Antillen verlenen functionarissen en adviseurs van het Wereldvoedselprogramma en andere personen die diensten verlenen ten behoeve van het Programma dezelfde faciliteiten als worden verleend aan functionarissen en adviseurs van de Verenigde Naties en de Gespecialiseerde Organisaties.
De Regering van het Koninkrijk en de Regering van de Nederlandse Antillen passen de bepalingen van het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Gespecialiseerde Organisaties toe op het Wereldvoedselprogramma, zijn bezittingen, fondsen en activa, alsmede op zijn functionarissen en adviseurs.
De Regering is aansprakelijk voor alle vorderingen die door derden kunnen worden ingesteld tegen het Wereldvoedselprogramma of tegen zijn functionarissen of adviseurs of andere personen die diensten verlenen ten behoeve van het Wereldvoedselprogramma krachtens deze Overeenkomst en vrijwaart het Wereldvoedselprogramma en de genoemde personen in gevallen van uit de krachtens deze Overeenkomst ondernomen werkzaamheden voortvloeiende vorderingen of verplichtingen, tenzij de Regering en het Wereldvoedselprogramma het erover eens zijn dat deze vorderingen of verplichtingen het gevolg zijn grove nalatigheid of opzettelijk onjuist handelen van deze personen.
Artikel VI. Regeling van geschillen
Ieder geschil tussen de Regering van het Koninkrijk en het Wereldvoedselprogramma dat voortvloeit uit of in verband staat met deze Overeenkomst of een Uitvoeringsplan en dat niet kan worden geregeld door middel van onderhandelingen of op andere overeengekomen wijze, wordt op verzoek van een der Partijen bij het geschil aan arbitrage onderworpen. De arbitrage zal worden gehouden in Rome, Italië. Iedere Partij benoemt en instrueert één scheidsman en deelt de andere Partij de naam van haar scheidsman mede. Indien de scheidsmannen het niet eens worden over een uitspraak, benoemen zij onverwijld een scheidsrechter. Ingeval binnen dertig dagen na het verzoek om een scheidsrechterlijke uitspraak een der Partijen nog geen scheidsman heeft benoemd, of de benoemde scheidsmannen het niet eens kunnen worden over de uitspraak of over de benoeming van een scheidsrechter, kan elk der Partijen de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken een scheidsman, onderscheidenlijk een scheidsrechter te benoemen. De kosten van de arbitrage worden gedragen door de Partijen zoals is vastgesteld in de scheidsrechterlijke uitspraak. De scheidsrechterlijke uitspraak wordt door de Partijen bij het geschil aanvaard als de definitieve uitspraak in het geschil.
Artikel VII. Algemene bepalingen
- (a). Nadat de in het Koninkrijk der Nederlanden grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen, treedt deze Overeenkomst in werking op de datum waarop het Wereldvoedselprogramma van de Regering van het Koninkrijk een desbetreffende kennisgeving ontvangt.
- (b). De Regering van het Koninkrijk en het Wereldvoedselprogramma passen evenwel de bepalingen van deze Overeenkomst voorlopig toe voor een tijdvak van niet langer dan een jaar, te rekenen van de datum waarop de Overeenkomst wordt ondertekend.
Deze Overeenkomst kan worden gewijzigd nadat hieromtrent tussen de Partijen schriftelijk overeenstemming is bereikt. Met deze Overeenkomst verband houdende aangelegenheden waarin deze zelf niet voorziet, worden door de betrokken Regering en het Wereldvoedselprogramma geregeld in overeenstemming met de desbetreffende resoluties en besluiten van de Intergouvernementele Commissie van de VN/FAO. Iedere Partij neemt ieder voorstel dat door de andere krachtens dit lid wordt gedaan in zorgvuldige en welwillende overweging.
Deze Overeenkomst kan door elk der Partijen worden beëindigd door middel van een schriftelijke mededeling aan de andere Partij en eindigt zestig dagen na ontvangst van een zodanige mededeling. Niettegenstaande een zodanige mededeling van beëindiging blijft deze Overeenkomst van kracht totdat alle Uitvoeringsplannen, opgesteld krachtens deze Raamovereenkomst, volledig zijn uitgevoerd of beëindigd.
De krachtens het bepaalde in artikel V van deze Overeenkomst door de Regering van het Koninkrijk en de Regering van de Nederlandse Antillen aanvaarde verplichtingen blijven, ook na beëindiging van deze Overeenkomst ingevolge het derde lid hierboven, bestaan, voor zover noodzakelijk om de bezittingen, fondsen en activa van het Wereldvoedselprogramma in goede orde terug te kunnen nemen, en de functionarissen en andere personen die diensten verlenen in het kader van het Programma krachtens deze Overeenkomst terug te kunnen roepen.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned duly appointed representatives of the Government of the Kingdom and of the World Food Programme respectively have on behalf of the Parties signed the present Agreement.
Signed ABE S. TUINMAN
For the Government of the Kingdom of the Netherlands
Name: Abe S. TUINMAN
Title: Permanent Representative of the Netherlands to FAO
Signed at: W. F. P. HEADQUARTERS
Rome, Italy
Date: 13 August 1971
Signed F. AQUINO
For the World Food Programme
Name: Francisco AQUINO
Title: Executive Director
Signed at: W. F. P. HEADQUARTERS
Rome, Italy
Date: 13 August 1971
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.