Douaneovereenkomst inzake het internationale vervoer van goederen onder dekking van carnets TIR (TIR-Overeenkomst)

Type Verdrag
Publication 2025-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Vervuld van de wens het internationale vervoer van goederen met wegvoertuigen te vergemakkelijken,

Overwegende dat de verbetering van de vervoersvoorwaarden een van de essentiële factoren vormt voor de ontwikkeling van de onderlinge samenwerking,

Zich uitsprekend voor vereenvoudiging en harmonisatie van de administratieve formaliteiten op het gebied van het internationale vervoer, in het bijzonder aan de grenzen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Hoofdstuk I. ALGEMENE BEPALINGEN

a). BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

b). TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 2

Deze Overeenkomst is van toepassing op het vervoer van goederen dat, tussen een douanekantoor van vertrek van een Overeenkomstsluitende Partij en een douanekantoor van bestemming van een andere of van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij, over een of meer grenzen, zonder tussentijdse in- en uitlading van die goederen zelf, plaatsvindt in wegvoertuigen, vervoerscombinaties of in containers, mits een gedeelte van het traject tussen het begin en het einde van het TIR-vervoer over de weg wordt afgelegd.

Artikel 3

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn slechts van toepassing indien:

c). BEGINSELEN

Artikel 4

Goederen vervoerd onder de TIR-regeling worden op de douanekantoren van doorgang niet onderworpen aan betaling of consignatie van rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer.

Artikel 5
1.

Goederen die onder de TIR-regeling worden vervoerd in verzegelde wegvoertuigen, vervoerscombinaties of containers, worden op de douanekantoren van doorgang in de regel niet gevisiteerd.

2.

Ten einde misbruiken te voorkomen, kunnen de douaneautoriteiten echter, bij wijze van uitzondering, en in het bijzonder indien onregelmatigheden worden vermoed, de goederen op deze kantoren toch visiteren.

Hoofdstuk II. AFGIFTE VAN CARNETS TIR

Artikel 6
1.

De douaneautoriteiten of andere bevoegde autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen aan organisaties de bevoegdheid verlenen om, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van soortgelijke organisaties, carnets TIR af te geven, alsmede om zich garant te stellen, zolang wordt voldaan aan de in Bijlage 9, deel I, neergelegde minimumvoorwaarden en -eisen. De bevoegdverklaring wordt ingetrokken, indien niet meer wordt voldaan aan de in Bijlage 9, deel I, genoemde minimumvoorwaarden en -eisen.

2.

Een organisatie kan in een land slechts bevoegd worden verklaard indien haar garantie mede betrekking heeft op de in dat land bestaande aansprakelijkheid bij vervoer onder dekking van carnets TIR, afgegeven door buitenlandse organisaties die zijn aangesloten bij de internationale organisatie waarvan zijzelf lid is.

2 bis. Een internationale organisatie wordt door de Commissie van Beheer bevoegd verklaard de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de daadwerkelijke organisatie en de werking van een internationaal garantiestelsel. De bevoegdheid wordt verleend voor zolang de organisatie voldoet aan de voorwaarden en vereisten vervat in Bijlage 9, deel III. De Commissie van Beheer kan de bevoegdverklaring intrekken indien niet langer wordt voldaan aan deze vereisten en voorwaarden.

3.

Een organisatie geeft carnets TIR uitsluitend af aan personen wier toelating tot de TIR-regeling niet is geweigerd door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen op het grondgebied waarvan de desbetreffende personen zijn gevestigd of wonen.

4.

De bevoegdheid tot toelating tot de TIR-regeling wordt uitsluitend verleend aan personen die voldoen aan de in Bijlage 9, deel II, bij deze Overeenkomst, neergelegde minimumvoorwaarden en -eisen. Onverminderd het bepaalde in artikel 38 wordt de bevoegdverklaring ingetrokken, indien niet langer wordt gewaarborgd dat aan deze criteria wordt voldaan.

5.

De bevoegdheid tot toelating tot de TIR-regeling wordt verleend overeenkomstig de in Bijlage 9, deel II, bij deze Overeenkomst, neergelegde procedure.

Artikel 7

De carnets TIR die aan de organisaties die zich garant hebben gesteld worden toegezonden door soortgelijke buitenlandse organisaties of door internationale organisaties, zijn niet onderworpen aan rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer en zonder verboden of beperkingen bij in- of uitvoer.

Artikel 8
1.

De aansprakelijke organisatie verbindt zich tot betaling tot het maximum van het gegarandeerde bedrag aan rechten en heffingen bij in- en uitvoer, eventueel vermeerderd met de vertragingsrente, dat verschuldigd is krachtens de douanewetten en -reglementen van de Overeenkomstsluitende Partij waarin een onregelmatigheid in verband met een TIR-operatie is vastgesteld die tot een vordering bij de aansprakelijke organisatie leidt. Zij is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van bovenbedoelde bedragen met de personen die deze bedragen verschuldigd zijn.

2.

Wanneer de wetten en reglementen van een Overeenkomstsluitende Partij niet voorzien in de betaling van rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer in de gevallen bedoeld in het eerste lid van dit artikel, verbindt de organisatie die zich garant heeft gesteld zich om onder dezelfde voorwaarden een bedrag te voldoen dat gelijk is aan het bedrag van de rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer, eventueel vermeerderd met de verschuldigde interest bij achterstallige betaling.

3.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij stelt per carnet TIR het maximum vast van de bedragen die krachtens het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel kunnen worden geëist van de organisatie die zich garant heeft gesteld.

4.

De organisatie die zich garant heeft gesteld, wordt tegenover de autoriteiten van het land waar het douanekantoor van vertrek is gelegen, aansprakelijk vanaf het tijdstip waarop het carnet TIR door het douanekantoor is ingeschreven. In de landen waar het TIR-vervoer van goederen vervolgens doorkomt, ontstaat deze aansprakelijkheid wanneer de goederen deze landen binnenkomen of, indien het TIR-vervoer wordt onderbroken krachtens het bepaalde in artikel 26, eerste en tweede lid, wanneer het carnet TIR wordt ingeschreven door het douanekantoor waar het TIR-vervoer wordt hervat.

5.

De aansprakelijkheid van de organisatie die zich garant heeft gesteld, heeft niet alleen betrekking op de goederen die in het carnet TIR zijn vermeld, doch strekt zich tevens uit tot de goederen die, hoewel zij niet in dat carnet zijn vermeld, zich in het verzegelde gedeelte van het wegvoertuig of in de verzegelde container bevinden; de aansprakelijkheid heeft geen betrekking op andere goederen.

6.

Voor het vaststellen van de rechten en heffingen bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, gelden de in het carnet TIR vermelde gegevens betreffende de goederen, zolang het tegendeel niet is bewezen.

Artikel 9
1.

De organisatie die zich garant heeft gesteld, stelt voor het carnet TIR een geldigheidsduur vast door een uiterste geldigheidsdatum te vermelden waarna het carnet niet meer kan worden aangeboden bij het douanekantoor van vertrek.

2.

Mits het carnet is ingeschreven door het douanekantoor van vertrek op of voor de uiterste geldigheidsdatum zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, blijft het geldig tot het einde van het TIR-vervoer op het douanekantoor van bestemming.

Artikel 10
1.

De zuivering van een TIR-operatie dient onverwijld plaats te vinden.

2.

Wanneer de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij een TIR-operatie hebben gezuiverd, kunnen zij van de aansprakelijke organisatie niet meer de betaling vorderen van de bedragen bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, tenzij het certificaat van beëindiging van de TIR-operatie ten onrechte of op frauduleuze wijze werd verkregen of geen beëindiging heeft plaatsgevonden.

Artikel 11
1.

Bij niet-zuivering van een TIR-operatie, stellen de bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten stellen de aansprakelijke organisatie in kennis binnen één jaar na de aanvaarding van het TIR-carnet door die autoriteiten of binnen twee jaar wanneer het certificaat van beëindiging van de TIR-operatie vals was of ten onrechte of op frauduleuze wijze verkregen.

2.

Wanneer de in de in artikel 8, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen opeisbaar worden, moeten de bevoegde autoriteiten voor zover mogelijk de betaling hiervan eisen van de persoon of personen die deze bedragen rechtstreeks verschuldigd is of zijn, alvorens een vordering tot betaling in te dienen bij de aansprakelijke organisatie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.