Protocol inzake de bekendmaking in het Benelux-Publikatieblad van bepaalde gemeenschappelijke rechtsregels voor de uitleg waarvan het Benelux-Gerechtshof bevoegd is
De Regering van het Koninkrijk België,
De Regering van het Groothertogdom Luxemburg,
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
Gelet op het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof, ondertekend te Brussel op 31 maart 1965, alsmede op het op 11 mei 1974 te Brussel ondertekende Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van dat Verdrag,
Verlangende de bekendmaking van de beschikkingen en aanbevelingen van het Comité van Ministers en van de Ministeriële Werkgroepen van de Benelux Economische Unie, waarvan de bepalingen zijn aangewezen als gemeenschappelijke rechtsregels voor de toepassing van het Verdrag, voor de drie landen te vergemakkelijken en de kosten daarvan te verminderen,
Overwegende dat daartoe dient te worden voorzien in een andere wijze van bekendmaking dan die, welke voor die beschikkingen en aanbevelingen vereist is op grond van artikel 1 van het Tweede Protocol en van artikel 1, lid 4, van het Verdrag,
Gelet op het advies van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad van 26 oktober 1979,
Hebben besloten tot dat doel een Protocol te sluiten en zijn de volgende bepalingen overeengekomen:
Artikel 1
De bekendmaking in het Benelux-Publikatieblad van de beschikkingen en aanbevelingen van het Comité van Ministers en van de Ministeriële Werkgroepen van de Benelux Economische Unie, welke als gemeenschappelijke rechtsregels van de drie landen zijn aangewezen door:
- a). het op 11 mei 1974 te Brussel ondertekende Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof,
- b). de beschikkingen van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie, genomen ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof, ondertekend te Brussel op 31 maart 1965, geldt als officiële bekendmaking in België, in Luxemburg en in Nederland.
De Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie draagt onverwijld zorg voor de bekendmaking in het Benelux-Publikatieblad van de als gemeenschappelijke rechtsregels aangewezen beschikkingen en aanbevelingen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2
Het Benelux-Gerechtshof neemt kennis van de vragen betreffende de uitleg van de bepalingen van dit Protocol voor de toepassing van de Hoofdstukken III en IV van voornoemd Verdrag van 31 maart 1965.
Artikel 3
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt dit Protocol alleen voor het Rijk in Europa.
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan de toepasselijkheid van dit Protocol uitbreiden tot de Nederlandse Antillen door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die daarvan onmiddellijk kennis geeft aan de beide andere Regeringen. Deze verklaring wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand, volgende op de datum waarop de Secretaris-Generaal haar heeft ontvangen.
Artikel 4
Dit Protocol zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die de Overeenkomstsluitende Partijen kennis geeft van de nederlegging van die akten.
Het Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging.
Het Protocol blijft evenlang van kracht als het op 31 maart 1965 te Brussel gesloten Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.
GEDAAN te Brussel, op 6 februari 1980, in drievoud, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.