Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Thailand

Type Verdrag
Publication 1973-03-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Thailand,

Verlangend hun traditionele vriendschapsbanden nauwer aan te halen, hun economische betrekkingen uit te breiden en te versterken en op basis van gelijkheid en tot hun wederzijds voordeel investeringen aan te moedigen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I

Voor de toepassing van deze Overeenkomst omvat de term „onderdanen”:

Artikel II

(1). De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich de wederzijdse samenwerking op economisch gebied te bevorderen.

(2). Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich overeenkomstig haar wetten en vereisten binnen haar grondgebied te bevorderen dat onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij deelnemen in de ontplooiing van produktieve en commerciële activiteiten en in de verlening van diensten.

Artikel III

(1). De Overeenkomstsluitende Partijen streven ernaar de handelsbetrekkingen tussen hun onderscheiden landen te bevorderen en uit te breiden.

(2). In het kader en met inachtneming van hun nationale wetgeving, bevorderen zij de samenwerking tussen vennootschappen, verenigingen en andere organisaties van welke aard ook, of dochterondernemingen of -instellingen daarvan, die verband houden met het economisch leven van beide landen, alsmede tussen al hun andere onderdanen die economische activiteiten verrichten, ten einde hun nationale hulpbronnen tot ontwikkeling te brengen.

Artikel IV

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij is bereid binnen de grenzen van haar wetgeving de levering van kapitaalgoederen aan, of de uitvoering van openbare werken ten behoeve van overheidsinstellingen en particuliere ondernemingen door haar onderdanen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, een en ander tegen betaling in termijnen, te vergemakkelijken.

(2). Naar aanleiding van krachtens het eerste lid hierboven aangegane transacties verleent elke Overeenkomstsluitende Partij binnen de grenzen van haar wetgeving vergunning tot de overmaking van opeisbare bedragen die verschuldigd zijn aan de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel V

(1). Wat betreft de betaling van belastingen, rechten of heffingen alsmede de toekenning van fiscale aftrekposten en vrijstellingen, kent elke Overeenkomstsluitende Partij in haar grondgebied aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij die economische activiteiten verrichten, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke aan onderdanen van een derde land wordt toegekend.

(2). Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor bijzondere belastingvoordelen toe te kennen uit hoofde van overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting.

Artikel VI

Onderdanen van een der Overeenkomstsluitende Partijen genieten, wat de bescherming van de industriële eigendom betreft, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij een bescherming die niet minder gunstig is dan die welke haar eigen onderdanen genieten, zulks onverminderd de rechten waarin de desbetreffende internationale verdragen die beide Overeenkomstsluitende Partijen binden voorzien.

Artikel VII

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt de eerlijke en billijke behandeling van de investeringen, goederen, rechten en belangen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet, door ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregelen, het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot daarvan of de beschikking daarover door deze onderdanen.

(2). Met name kent elke Overeenkomstsluitende Partij aan zodanige investeringen, goederen, rechten en belangen dezelfde zekerheid en bescherming toe als zij toekent aan die van onderdanen van derde Staten.

Artikel VIII

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij erkent het beginsel van de vrije overmaking naar het land van de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en in de valuta van dat land van:

(2). Met inachtneming van de van kracht zijnde deviezenvoorschriften en gebruiken van elke Overeenkomstsluitende Partij die in overeenstemming zijn met haar verplichtingen als lid van het Internationaal Monetair Fonds, wordt machtiging verleend tot overmaking en wordt de overmaking zonder onnodige beperking of vertraging verricht binnen de termijn die gewoonlijk vereist is voor de vervulling van de formaliteiten bij overmaking.

Artikel IX

Geen der Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor aan de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij direct of indirect hun investeringen, goederen, rechten of belangen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Artikel X

De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een door haar goedgekeurde investering is gedaan ten aanzien van welke investering de andere Overeenkomsluitende Partij of een onderdaan daarvan enige financiële zekerheid tegen niet-commerciële risico's heeft gesteld, erkent de subrogatie van degene die deze zekerheid heeft gesteld in de rechten van de investeerder met betrekking tot schadevergoeding indien op grond van deze zekerheid betalingen zijn gedaan en wel ten belope van deze betaling.

Artikel XI

(1). De Overeenkomstsluitende Partijen stellen hierbij een Gemeenschappelijke Commissie in, bestaande uit door hen benoemde vertegenwoordigers.

(2). De Gemeenschappelijke Commissie komt op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen ter bespreking van aangelegenheden betreffende de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en ter bestudering van middelen ter bevordering van de economische samenwerking tussen de twee landen.

(3). De Gemeenschappelijke Commissie volgt derhalve de ontwikkeling van de economische betrekkingen tussen de beide landen, zowel in bilateraal als in multilateraal verband. Bovendien doet zij de onderscheiden Regeringen aanbevelingen wanneer de doeleinden van deze Overeenkomst zouden kunnen worden bevorderd en een grotere mate van economische samenwerking zou kunnen worden bereikt.

Artikel XII

(1). Een geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet op andere wijze wordt geregeld, wordt ten verzoeke van een der Partijen bij het geschil voorgelegd aan een scheidsgerecht bestaande uit drie leden. Elke Partij benoemt een scheidsman en de beide aldus benoemde scheidsmannen benoemen te zamen een derde scheidsman die geen onderdaan van een der Partijen is.

(2). Indien een der Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en de benoeming niet heeft verricht binnen twee maanden na een uitnodiging van de andere Partij om zulks te doen, wordt de scheidsman op verzoek van laatstgenoemde Partij benoemd door de President van het Internationale Gerechtshof.

(3). Indien de beide scheidsmannen niet binnen twee maanden na hun benoeming tot overeenstemming kunnen komen over de keuze van de derde scheidsman, wordt hij op verzoek van een der Partijen benoemd door de President van het Internationale Gerechtshof.

(4). Indien in de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is deze functie uit te oefenen of onderdaan is van een der Partijen, doet de Vice-President de noodzakelijke benoeming. Indien de Vice-President verhinderd is deze functie uit te oefenen of onderdaan is van een der Partijen, doet het lid van het Hof dat het hoogst in anciënniteit is en dat geen onderdaan is van een der Partijen de noodzakelijke benoeming.

(5). Het scheidsgerecht doet uitspraak op de grondslag van de bepalingen van deze Overeenkomst in overeenstemming met de beginselen van het recht. Alvorens uitspraak te doen kan het scheidsgerecht in ieder stadium van de procedure aan de Partijen een minnelijke schikking voorstellen. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen indien de Partijen daarmede instemmen.

(6). Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.

(7). Het scheidsgerecht doet uitspraak bij meerderheid van stemmen. Deze uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Partijen bij het geschil.

Artikel XIII

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk, op Suriname en op de Nederlandse Antillen.

Artikel XIV

(1). Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage uitgewisseld.

(2). Deze Overeenkomst treedt in werking op de 30ste dag na de datum van de uitwisseling der akten van bekrachtiging. Zij blijft van kracht voor een periode van tien jaar en zal nadien voor onbepaalde tijd van kracht blijven tenzij een jaar vóór het verstrijken van deze periode door een der Overeenkomstsluitende Partijen schriftelijk mededeling van beëindiging wordt gedaan. Na het verstrijken van de periode van tien jaar kan deze Overeenkomst te allen tijde door een der Overeenkomstsluitende Partijen worden beëindigd met een opzeggingstermijn van een jaar.

(3). Ter zake van investeringen die zijn gedaan vóór de datum waarop deze Overeenkomst wordt beëindigd blijven de bepalingen van de artikelen I tot XIII van kracht gedurende een verdere periode van tien jaar te rekenen van de datum van beëindiging van deze Overeenkomst.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives, duly authorized thereto, have signed the present Agreement.

DONE at Bangkok this sixth day of June A.D. 1972 corresponding to B.E. 2515, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) W. THORN LEESON

Ambassador of the Netherlands

For the Government of the Kingdom of Thailand:

(sd.) CHARUN P. ISARANGKUN

Under-Secretary of State for Foreign Affairs

In charge of the Ministry of Foreign Affairs

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.