Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en de Britse Maagdeneilanden inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen,
en
de Regering van de Britse Maagdeneilanden,
Overwegend dat de verdragsluitende partijen erkennen dat de huidige wetgeving reeds voorziet in samenwerking en de uitwisseling van informatie in belastingzaken;
Overwegend dat de verdragsluitende partijen reeds lange tijd actief betrokken zijn bij internationale inspanningen ter bestrijding van financiële delicten en andere strafbare feiten, die mede gericht zijn op de bestrijding van de financiering van terrorisme;
Overwegend dat bevestigd wordt dat de verdragsluitende partijen bevoegd zijn tot het onderhandelen over en sluiten van een verdrag tot uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken;
Overwegend dat de Nederlandse Antillen op 30 november 2000 en de Britse Maagdeneilanden op 2 april 2002 een formele schriftelijke verbintenis met de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zijn aangegaan ter zake van de beginselen van transparantie en de uitwisseling van informatie en sedertdien actief deelnemen aan het Global Forum on Taxation van de OESO;
Overwegend dat de verdragsluitende partijen de implementatie van de voorwaarden voor de uitwisseling van informatie betreffende belastingen wensen te verbeteren en te vergemakkelijken;
Zijn de verdragsluitende partijen thans overeengekomen het volgende verdrag te sluiten waarin uitsluitend de verplichtingen van de verdragsluitende partijen zijn vervat:
Artikel 1. Reikwijdte van het Verdrag
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verdragsluitende partijen die betrekking hebben op de belastingen en belastingzaken waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze informatie omvat informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de bepaling, vaststelling, verificatie, tenuitvoerlegging, invordering of inning van belastingvorderingen of het onderzoek naar of de vervolging van belastingzaken. Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en wordt vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 8.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op de Nederlandse Antillen.
Artikel 2. Rechtsmacht
Ten behoeve van de juiste uitvoering van dit Verdrag, verstrekt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij in overeenstemming met dit Verdrag de informatie:
- a. ongeacht of de persoon op wie de informatie betrekking heeft inwoner of onderdaan van een verdragsluitende partij is of de persoon in wiens bezit de informatie is een inwoner of onderdaan van een verdragsluitende partij is; en
- b. op voorwaarde dat de informatie zich binnen het grondgebied van de aangezochte partij bevindt, of in het bezit of in de macht is van een persoon die aanwezig is op het rechtsgebied van de aangezochte partij.
Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen:
- a. op de Nederlandse Antillen,
- i. de inkomstenbelasting;
- ii. de loonbelasting;
- iii. de winstbelasting; en
- iv. de opcenten op de inkomsten- en winstbelasting;
- b. op de Britse Maagdeneilanden,
- i. de inkomstenbelasting;
- ii. de loonbelasting; en
- iii. de vermogensbelasting.
Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die door een van de verdragsluitende partijen na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in de plaats van de in het eerste lid genoemde bestaande belastingen worden geheven. Voorts kunnen de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, in onderling overleg tussen de verdragsluitende partijen in de vorm van een briefwisseling worden uitgebreid of aangepast. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen doen elkaar bij briefwisseling mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie waarop het Verdrag van toepassing is.
Artikel 4. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag:
- a. wordt verstaan onder de uitdrukking „Britse Maagdeneilanden” het grondgebied van de Britse Maagdeneilanden waarnaar in de constitutie van de [Britse] Maagdeneilanden van 2007 wordt verwezen;
- b. wordt verstaan onder de uitdrukking „de Nederlandse Antillen” dat deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat is gelegen in de Caribische Zee en bestaat uit de eilandgebieden Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius en (het Nederlandse deel van) St. Maarten, met inbegrip van de territoriale wateren daarvan en het deel van de zeebodem en de ondergrond ervan onder de Caribische Zee waarover het Koninkrijk der Nederlanden soevereine rechten heeft in overeenstemming met het internationale recht evenwel met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op Aruba;
- c. wordt verstaan onder de uitdrukking „collectief beleggingsfonds of collectieve beleggingsregeling” elk gezamenlijk beleggingsinstrument, ongeacht de rechtsvorm;
- d. wordt verstaan onder de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- e. wordt verstaan onder de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. wat de Nederlandse Antillen betreft, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. en wat de Britse Maagdeneilanden betreft, de Financial Secretary of een door hem schriftelijk aangewezen persoon of autoriteit;
- f. wordt verstaan onder de uitdrukking „verdragsluitende partij” het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, of de Britse Maagdeneilanden, al naargelang de context vereist;
- g. wordt verstaan onder de uitdrukking „strafwetten” alle strafrechtelijke bepalingen die krachtens de nationale wetgeving als zodanig worden aangeduid, ongeacht of zij zijn opgenomen in belastingwetten, het wetboek van strafrecht of andere wetten;
- h. wordt verstaan onder de uitdrukking „strafrechtelijke belastingzaken” belastingzaken waarbij sprake is van opzettelijke gedragingen die vervolgd kunnen worden krachtens de strafwetten van de verzoekende partij, administratieve boetes daaronder begrepen;
- i. wordt verstaan onder de uitdrukking „informatie” alle feiten, verklaringen, documenten of stukken ongeacht in welke vorm;
- j. wordt verstaan onder de uitdrukking „maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie” wetten en bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures die een verdragsluitende partij in staat stellen de verzochte informatie te verkrijgen en te verstrekken;
- k. wordt verstaan onder de uitdrukking „onderdaan”:
- i. wat de Nederlandse Antillen betreft, een natuurlijke persoon met de Nederlandse nationaliteit die geregistreerd is als inwoner van een van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen, evenwel met dien verstande dat indien een natuurlijke persoon zich niet op de Nederlandse Antillen bevindt, hij op de Nederlandse Antillen moet zijn geboren; voorts wordt daaronder verstaan elke rechtspersoon, samenwerkingsverband of vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die op de Nederlandse Antillen van kracht is;
- ii. wat de Britse Maagdeneilanden betreft, elke persoon die krachtens de constitutie van de [Britse] Maagdeneilanden van 2007 (Statutory Instrument 2007 No.1678) behoort tot de Britse Maagdeneilanden of beschikt over een verklaring omtrent ingezetenschap van de Britse Maagdeneilanden overeenkomstig de Immigration and Passport Ordinance (Hfst.130); en elke rechtspersoon, samenwerkingsverband, vereniging of andere entiteit die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die op de Britse Maagdeneilanden van kracht is;
- l. wordt verstaan onder de uitdrukking „persoon” een individu („natuurlijke persoon”), een lichaam of een andere vereniging of groep van personen;
- m. wordt verstaan onder de uitdrukking „openbaar collectief beleggingsfonds of openbare collectieve beleggingsregeling” elk collectief beleggingsfonds of elke collectieve beleggingsregeling, mits de eenheden, aandelen of andere belangen in het fonds of de regeling direct door het publiek kunnen worden gekocht, verkocht of afgelost;
- n. wordt verstaan onder de uitdrukking „beursgenoteerd lichaam” elk lichaam waarvan de voornaamste aandelencategorie aan een erkende effectenbeurs staat genoteerd mits de ter beurze genoteerde aandelen direct door het publiek gekocht of verkocht kunnen worden; voor de toepassing van deze omschrijving wordt verstaan onder de uitdrukking:
- i. „voornaamste aandelencategorie” de aandelencategorie of -categorieën die een meerderheid van het totale aantal stemmen en de waarde van het lichaam vertegenwoordigen;
- ii. „aandelen kunnen door het publiek worden gekocht of verkocht” dat de aankoop of verkoop van aandelen niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- iii. „erkende effectenbeurs” elke effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen zijn overeengekomen;
- o. wordt verstaan onder de uitdrukking „aangezochte partij” de verdragsluitende partij die verzocht wordt informatie te verstrekken of zulks reeds gedaan heeft naar aanleiding van een verzoek;
- p. wordt verstaan onder de uitdrukking „verzoekende partij” de verdragsluitende partij die verzoekt om informatie of deze heeft ontvangen van de aangezochte partij;
- q. wordt verstaan onder de uitdrukking „belasting” elke belasting waarop dit Verdrag van toepassing is.
Wat betreft de toepassing, op enig moment, van dit Verdrag door een verdragsluitende partij, heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die verdragsluitende partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die verdragsluitende partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die verdragsluitende partij aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij verstrekt na een schriftelijk verzoek van de verzoekende partij informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doeleinden. Dergelijke informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze op het grondgebied van de aangezochte partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte partij als strafbaar feit zouden worden aangemerkt.
Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft de aangezochte partij alle relevante maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.
Indien de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.
Elke verdragsluitende partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteit voor de toepassing van dit Verdrag over de bevoegdheid beschikt op verzoek het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:
- a. informatie die berust bij banken, overige financiële instellingen en personen die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreden, met inbegrip van gevolmachtigden en trustees;
- b. informatie met betrekking tot de juridische en feitelijke eigendom van lichamen, samenwerkingsverbanden en andere personen, met inbegrip van, binnen de beperkingen van artikel 2, informatie inzake de eigendom met betrekking tot al deze personen binnen een eigendomsketen; en in het geval van trusts, informatie met betrekking tot instellers, trustees, begunstigden en borgen; en in het geval van stichtingen, informatie met betrekking tot stichters, leden van het bestuur en begunstigden en soortgelijke informatie in het geval van entiteiten die noch trusts noch stichtingen zijn.
Niettegenstaande de voorgaande leden schept dit Verdrag geen verplichting voor de verdragsluitende partijen tot het verkrijgen of verstrekken van:
- a. informatie met betrekking tot de eigendom van beursgenoteerde ondernemingen of openbare collectieve beleggingsfondsen of regelingen, tenzij deze informatie zonder onevenredige moeilijkheden kan worden verkregen;
- b. informatie met betrekking tot een tijdvak dat meer dan zes jaar ligt voor het onderhavige belastingtijdvak;
- c. informatie in het bezit of in de macht van een persoon niet zijnde de belastingbetaler die niet direct betrekking heeft op de belastingbetaler.
De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij verstrekt de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij wanneer de eerstgenoemde partij uit hoofde van het Verdrag een verzoek om informatie doet, teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zal zijn voor het verzoek:
- a. de identiteit van de persoon op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft;
- b. het tijdvak waarvoor om informatie wordt verzocht;
- c. de aard van en het soort verzochte informatie, met inbegrip van een beschrijving van de specifieke informatie waarom verzocht wordt en de vorm waarin de verzoekende partij de informatie bij voorkeur wenst te ontvangen;
- d. de belastingdoeleinden waarvoor om de informatie wordt verzocht en de redenen om aan te nemen dat de verzochte informatie naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verzoekende partij;
- e. de redenen om te veronderstellen dat de verzochte informatie in het rechtsgebied van de aangezochte partij of in het bezit of in de macht is van een persoon onder de rechtsmacht van de aangezochte partij;
- f. de naam en adresgegevens, voor zover bekend, van personen van wie verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van of kunnen beschikken over de verzochte informatie;
- g. een verklaring dat het verzoek in overeenstemming is met dit Verdrag en de wetgeving en de bestuursrechtelijke praktijk van de verzoekende partij, en dat indien de verzochte informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende partij zou bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij deze informatie volgens de wetten van de verzoekende partij of volgens de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk zou kunnen verkrijgen;
- h. een verklaring dat de verzoekende partij op haar eigen grondgebied alles in het werk heeft gesteld om de informatie te verkrijgen, tenzij dit zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij doet de verzochte informatie zo spoedig mogelijk toekomen aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij. Teneinde een snel antwoord te waarborgen:
- a. bevestigt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij de ontvangst van een verzoek schriftelijk aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij en stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek in kennis van eventuele gebreken in het verzoek; en
- b. indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet in staat is de informatie binnen 90 dagen na ontvangst van het verzoek te verkrijgen en te verstrekken, onder meer omdat zij belemmeringen ondervindt bij het verstrekken van de informatie, of indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij weigert de informatie te verstrekken, stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij daarvan onverwijld schriftelijk op de hoogte, onder vermelding van de oorzaken van de onmogelijkheid de informatie te verkrijgen en te verstrekken of de redenen voor haar weigering.
Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de verdragsluitende partijen een memorandum van overeenstemming sluiten voor het regelen van procedurele aangelegenheden die zij noodzakelijk achten voor de behandeling van verzoeken om het verstrekken van informatie over belastingzaken uit hoofde van dit Verdrag en andere daarmee verband houdende aangelegenheden.
Artikel 6. Belastingcontrole in het buitenland
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.