Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen inzake de handelsscheepvaart, met Protocol

Type Verdrag
Publication 1972-02-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen,

Gelet op de reeds lang bestaande betrekkingen tussen de beide landen op het gebied van de handelsscheepvaart,

Gedachtig aan het Verdrag van Handel en Scheepvaart, gesloten tussen de beide landen op 30 mei 1924, hetwelk een aantal artikelen betreffende de handelsscheepvaart bevat, alsmede aan internationale overeenkomsten die beide Regeringen binden, zoals het Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee van 9 april 1965 en de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel,

Verlangende de handelsscheepvaart tussen hun landen verder te ontwikkelen en bij te dragen tot de ontwikkeling van de internationale scheepvaart op basis der beginselen van vrijheid en gelijke behandeling,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

In deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „schip van de Overeenkomstsluitende Partij”, elk zeeschip dat wordt gebruikt voor commerciële doeleinden en dat is ingeschreven in een scheepsregister op het grondgebied van die Partij. Onder de uitdrukking wordt niet verstaan vissersschepen en fabrieksschepen.

Artikel 2

In hun onderlinge betrekkingen dragen de Overeenkomstsluitende Partijen in alle opzichten bij tot de vrijheid van de handelsscheepvaart en onthouden zich van alle handelingen die een normale ontwikkeling van de internationale scheepvaart zouden kunnen schaden.

Artikel 3
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen komen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, overeen:

2.

Het in dit artikel bepaalde laat het recht van onder de vlag van derde landen varende schepen om deel te nemen aan het vervoer tussen de havens van de Overeenkomstsluitende Partijen onverlet.

Artikel 4
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kent, wat betreft de toegang tot de havens, aan de schepen van de andere Overeenkomstsluitende Partij dezelfde behandeling toe als zij aan haar eigen schepen toekent die worden gebruikt in het internationale verkeer.

2.

Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde is niet van toepassing op havens, havengebieden en havengedeelten die aangewezen zijn om uitsluitend of in hoofdzaak te worden gebruikt door oorlogsschepen, tenzij de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij te kennen hebben gegeven dat het tegendeel van toepassing is.

Artikel 5

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen, binnen de grenzen van hun onderscheiden nationale wettelijke regelen en voorschriften, alle passende maatregelen om het vervoer over zee te vergemakkelijken en te bespoedigen, onnodig oponthoud van schepen te voorkomen en de afwikkeling van douaneformaliteiten en andere formaliteiten die in de havens moeten worden vervuld, zoveel mogelijk te bespoedigen en te vereenvoudigen.

Artikel 6
1.

Meetbrieven en andere scheepspapieren die door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn afgegeven of erkend, worden eveneens door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend.

2.

Schepen van een Overeenkomstsluitende Partij die zijn voorzien van overeenkomstig haar nationale wetgeving afgegeven meetbrieven zijn vrijgesteld van hernieuwde meting in de havens van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Indien de bruto- of nettotonnage als grondslag wordt genomen voor de berekening van havengelden, wordt de op die meetbrieven vermelde bruto- of nettotonnage aangehouden.

3.

Schepen als bedoeld in het tweede lid van dit artikel kunnen worden onderworpen aan een controle inzake de meting van hun tonnage overeenkomstig de internationale regels die te dezen gelden en beide Partijen binden.

Artikel 7
1.

Inkomsten en baten uit de exploitatie van eigen of gecharterde schepen in het internationale vervoer zijn slechts belastbaar op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarin de plaats van het werkelijke bestuur van de onderneming die de schepen exploiteert, is gelegen.

2.

Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde is ook van toepassing op inkomsten en baten verkregen uit het op charter verhuren van volledig uitgeruste, bemande en bevoorrade schepen, ongeacht de nationaliteit van degene die het schip heeft gecharterd.

Artikel 8

De Overeenkomstsluitende Partijen blijven zich, binnen de grenzen gesteld door hun onderscheiden wetgevingen, inspannen doeltreffende zakelijke betrekkingen tussen de overheidsinstanties die in hun landen verantwoordelijk zijn voor vervoer over zee in stand te houden en te bevorderen.

In het bijzonder komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen onderling overleg en de uitwisseling van gegevens tussen de overheidsinstanties die in hun landen verantwoordelijk zijn voor maritieme aangelegenheden te bevorderen en het leggen van contacten tussen hun scheepvaartondernemingen aan te moedigen.

Artikel 9
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen een Gemengde Commissie in, wier taak het is kwesties te behandelen die uit de toepassing van deze Overeenkomst zouden kunnen voortvloeien en ter zake aanbevelingen te doen aan de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de maritieme aangelegenheden van hun landen. Deze Commissie komt op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen.

2.

De samenstelling en de werkwijze van de Commissie worden binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst vastgesteld in onderling overleg tussen de in het eerste lid van dit artikel genoemde overheidsinstanties.

Artikel 10
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag, waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar bij notawisseling de bevestiging geven, dat de voor de inwerkingtreding in hun onderscheiden landen wettelijk vereiste procedures zijn vervuld.

2.

Deze Overeenkomst is, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, van toepassing op het gehele Koninkrijk, tenzij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden op de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst aan de Regering van de Volksrepubliek Polen kennis geeft van het tegendeel.

3.

Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd van kracht, met dien verstande dat elk der Overeenkomstsluitende Partijen haar door middel van een schriftelijke kennisgeving kan opzeggen. In dat geval blijft zij van kracht gedurende drie maanden te rekenen van de datum van opzegging door een der Overeenkomstsluitende Partijen.

Opzegging van de Overeenkomst door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan worden beperkt tot één of meer van de gebiedsdelen van het Koninkrijk.

IN WITNESS WHEREOF the Undersigned duly authorized thereto have signed and sealed this Agreement.

DONE at The Hague on May 21, 1971, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) H. J. DE KOSTER

For the Government of the Polish People’s Republic

(sd.) S. PERKOWICZ

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.