Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Type Verdrag
Publication 2006-12-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De staten die partij zijn bij dit Protocol zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1
1.

Een staat die partij is bij dit Protocol („staat die partij is”) erkent de bevoegdheid van het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap („het Comité”) tot het ontvangen en bestuderen van kennisgevingen van of namens personen of groepen van personen die onder zijn bevoegdheid vallen en stellen het slachtoffer te zijn van een schending van de bepalingen van het Verdrag door die staat die partij is.

2.

Het Comité neemt geen kennisgevingen in ontvangst die een staat betreffen die partij is bij het Verdrag maar geen partij is bij dit Protocol.

Artikel 2

Het Comité verklaart een kennisgeving niet-ontvankelijk, wanneer:

Artikel 3

Onverminderd de bepalingen van artikel 2 van dit Protocol brengt het Comité alle kennisgevingen die hem zijn gedaan vertrouwelijk onder de aandacht van de staat die partij is. Binnen zes maanden dient de ontvangende staat bij het Comité schriftelijke toelichtingen of verklaringen in ter verduidelijking van de aangelegenheid en de corrigerende maatregelen die eventueel zijn genomen door die staat.

Artikel 4
1.

Na ontvangst van een kennisgeving en voordat een beoordeling van de merites heeft plaatsgevonden, kan het Comité de betrokken staat die partij is te allen tijde een verzoek ter spoedige overweging toezenden voorlopige maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn teneinde mogelijke onherstelbare schade voor het slachtoffer of de slachtoffers van de beweerde schending te vermijden.

2.

Indien het Comité gebruikmaakt van zijn discretionaire bevoegdheid uit hoofde van het eerste lid van dit artikel, betekent dit geen beoordeling inzake de ontvankelijkheid of op de merites van de kennisgeving.

Artikel 5

Het Comité vergadert achter gesloten deuren wanneer het kennisgevingen uit hoofde van dit Protocol onderzoekt. Na onderzoek van een kennisgeving doet het Comité zijn eventuele suggesties en aanbevelingen toekomen aan de betrokken staat die partij is en aan de indiener van de kennisgeving.

Artikel 6
1.

Indien het Comité betrouwbare inlichtingen ontvangt die wijzen op ernstige of systematische schendingen door een staat die partij is van de rechten omschreven in het Verdrag, nodigt het Comité die staat die partij is uit mee te werken aan het onderzoek van de inlichtingen en daartoe opmerkingen in te dienen met betrekking tot de betrokken inlichtingen.

2.

Rekening houdend met opmerkingen die kunnen zijn ingediend door de betrokken staat die partij is, alsmede andere betrouwbare informatie waarover het beschikt, kan het Comité een of meer van zijn leden aanwijzen om een onderzoek uit te voeren en spoedig verslag uit te brengen aan het Comité. Indien gerechtvaardigd en met de instemming van de staat die partij is, kan het onderzoek een bezoek aan zijn grondgebied omvatten.

3.

Na bestudering van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek, zendt het Comité deze uitkomsten toe aan de betrokken staat die partij is, vergezeld van eventuele commentaren en aanbevelingen

4.

De betrokken staat die partij is dient binnen zes maanden na ontvangst van de door het Comité toegezonden uitkomsten, commentaren en aanbevelingen, zijn opmerkingen in bij het Comité.

5.

Een dergelijk onderzoek wordt op basis van vertrouwelijkheid uitgevoerd en er wordt gestreefd naar de medewerking van de staat die partij is in alle stadia van de procedure.

Artikel 7
1.

Het Comité kan de betrokken staat die partij is uitnodigen in zijn rapport uit hoofde van artikel 35 van het Verdrag nadere gegevens op te nemen van eventueel genomen maatregelen naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd uit hoofde van artikel 6 van dit Protocol.

2.

Het Comité kan, indien nodig, na afloop van het tijdvak van zes maanden zoals bedoeld in artikel 6, vierde lid, de betrokken staat die partij is uitnodigen om hem in kennis te stellen van de maatregelen genomen naar aanleiding van een dergelijk onderzoek.

Artikel 8

Elke staat die partij is kan, op het tijdstip van ondertekening of bekrachtiging van dit Protocol, dan wel van toetreding daartoe, verklaren dat hij de bevoegdheid van het Comité voorzien in artikel 6 en artikel 7 niet erkent.

Artikel 9

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is depositaris van dit Protocol.

Artikel 10

Dit Protocol staat vanaf 30 maart 2007 open voor ondertekening door de staten en organisaties voor regionale integratie die het Verdrag hebben ondertekend, op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York.

Artikel 11

Dit Protocol dient te worden bekrachtigd door de staten die dit Protocol hebben ondertekend en die het Verdrag hebben bekrachtigd of daartoe zijn toegetreden. Het dient formeel te worden bevestigd door organisaties voor regionale integratie die dit Protocol hebben ondertekend en die het Verdrag formeel hebben bevestigd of ertoe zijn toegetreden. Het staat open voor toetreding door elke staat of organisatie voor regionale integratie die het Verdrag heeft bekrachtigd, formeel heeft bevestigd of ertoe is toegetreden en het Protocol niet heeft ondertekend.

Artikel 12
1.

Onder een „organisatie voor regionale integratie” wordt verstaan een organisatie die is opgericht door soevereine staten van een bepaalde regio waaraan haar lidstaten de bevoegdheid hebben overgedragen ter zake van aangelegenheden waarop het Verdrag en dit Protocol van toepassing zijn. Deze organisaties verklaren in hun akten van formele bevestiging of toetreding in hoeverre zij bevoegd zijn ter zake van aangelegenheden waarop het Verdrag en dit Protocol van toepassing zijn.

Deze organisaties doen de depositaris vervolgens mededeling van iedere relevante verandering in de reikwijdte van hun bevoegdheden.

2.

Verwijzingen naar „staten die partij zijn” in dit Protocol zijn van toepassing op deze organisaties binnen de reikwijdte van hun bevoegdheid.

3.

Voor de toepassing van artikel 13, eerste lid, en artikel 15, tweede lid, van dit Protocol worden akten neergelegd door een organisatie voor regionale integratie niet meegeteld.

4.

Bij de bijeenkomst van de staten die partij zijn oefenen organisaties voor regionale integratie, ter zake van binnen hun bevoegdheid vallende aangelegenheden, hun stemrecht uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van hun lidstaten die partij zijn bij dit Protocol. Bedoelde organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien een van hun lidstaten zijn stemrecht uitoefent, en omgekeerd.

Artikel 13
1.

Na de inwerkingtreding van het Verdrag, treedt dit Protocol in werking dertig dagen na de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging of toetreding.

2.

Voor elke staat of organisatie voor regionale integratie die dit Protocol na de nederlegging van de tiende akte bekrachtigt, formeel bevestigt of ertoe toetreedt, treedt het Protocol in werking dertig dagen na de nederlegging van zijn of haar akte.

Artikel 14
1.

Voorbehouden die onverenigbaar zijn met het onderwerp en het doel van dit Protocol zijn niet toegestaan.

2.

Voorbehouden kunnen te allen tijde worden ingetrokken.

Artikel 15
1.

Elke staat die partij is kan een wijziging van dit Protocol voorstellen en indienen bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal deelt voorgestelde wijzigingen mede aan de staten die partij zijn met het verzoek hem in kennis te stellen of zij een bijeenkomst van de staten die partij zijn wensen teneinde de voorstellen te bestuderen en daarover te beslissen. Indien, binnen vier maanden na de datum van deze mededeling, ten minste een derde van de staten die partij zijn een dergelijke bijeenkomst wenst, roept de Secretaris-Generaal de vergadering onder auspiciën van de Verenigde Naties bijeen. Elke wijziging die wordt aangenomen door een meerderheid van twee derde van de aanwezige staten die partij zijn en hun stem uitbrengen wordt door de Secretaris-Generaal voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en vervolgens ter aanvaarding aan alle staten die partij zijn.

2.

Een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel aangenomen en goedgekeurde wijziging treedt in werking dertig dagen nadat het aantal neergelegde akten van aanvaarding twee derde bedraagt van het aantal staten die partij waren op de datum waarop de wijziging aangenomen werd. De wijziging treedt vervolgens voor elke staat die partij is in werking dertig dagen na de datum waarop deze zijn akte van aanvaarding heeft nedergelegd. Een wijziging is uitsluitend bindend voor de staten die partij zijn die haar aanvaard hebben.

Artikel 16

Een staat die partij is kan dit Protocol opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 17

De tekst van dit Protocol wordt beschikbaar gesteld in toegankelijke formats.

Artikel 18

De Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst van dit Protocol zijn gelijkelijk authentiek.

IN WITNESS THEREOF the undersigned plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Protocol.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.