Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Senegal inzake de bevordering en de bescherming van investeringen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Senegal,
Geleid door de wens de economische samenwerking tussen hun beide Staten te versterken;
Gezien de op 12 juni 1965 te Dakar gesloten Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Senegal inzake economische en technische samenwerking;
Ernaar strevend gunstige voorwaarden te scheppen voor kapitaalinvesteringen door onderdanen en vennootschappen van een van beide Staten op het grondgebied van de andere Staat en
Erkennend dat de bevordering van deze investeringen de ondernemingsgeest kan stimuleren en de welvaart van beide naties kan vergroten,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
1). Onder „kapitaalinvesteringen” wordt verstaan alle categorieën vermogensbestanddelen met inbegrip van alle categorieën rechten en belangen.
2). Onder „opbrengst” wordt verstaan de bedragen die als winst of als rente zijn voortgevloeid uit de kapitaalinvestering.
3). Onder „onderdanen” wordt ten aanzien van elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen verstaan de natuurlijke personen die de nationaliteit van die Overeenkomstsluitende Partij hebben overeenkomstig de wetgeving van deze Partij.
4). Onder „vennootschappen” wordt ten aanzien van elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen verstaan:
- a). onverminderd het bepaalde onder letter b) hieronder, rechtspersonen die zijn opgericht overeenkomstig de wetgeving van die Overeenkomstsluitende Partij;
- b). rechtspersonen die direct of indirect worden gecontroleerd door onderdanen van bedoelde Overeenkomstsluitende Partij maar die zijn opgericht overeenkomstig de wetgeving van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 2
Iedere Overeenkomstsluitende Partij zal, overeenkomstig haar wetgeving, op haar grondgebied kapitaalinvesteringen door onderdanen en vennootschappen van de andere Overeenkomstsluitende Partij bevorderen en toestaan.
Artikel 3
Geen der Overeenkomstsluitende Partijen onderwerpt de onderdanen en vennootschappen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, wat betreft hun kapitaalinvesteringen op het grondgebied van eerstbedoelde Partij, de beroepswerkzaamheden en de economische activiteit die zij verrichten in verband met deze investeringen alsmede de werking, het beheer, de instandhouding, het genot en het gebruik van deze investeringen, aan voorwaarden die minder gunstig zijn dan die waaraan haar eigen onderdanen en vennootschappen of die van derde Staten zijn onderworpen.
Artikel 4
1). De kapitaalinvesteringen gedaan door onderdanen en vennootschappen van een Overeenkomstsluitende Partij genieten, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, volledige bescherming en zekerheid.
2). Aan de onderdanen en vennootschappen van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen de kapitaalinvesteringen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, via onteigening, slechts direct of indirect, worden ontnomen om redenen van algemeen belang, via een wettelijke procedure, non-discriminatoir, en tegen een rechtvaardige schadeloosstelling.
De schadeloosstelling dient overeen te komen met de reële waarde van de desbetreffende investering en te worden vastgesteld en uitgekeerd zonder ongerechtvaardigde vertraging; zij moet werkelijk beschikbaar zijn en vrij kunnen worden overgemaakt in de valuta van het land van de betrokken onderdaan of onderneming of wel in iedere andere inwisselbare valuta.
De wettigheid van de bovenbedoelde maatregelen en het bedrag van de schadeloosstelling moeten kunnen worden geverifieerd door middel van een gewone rechtsprocedure, onverminderd het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van deze Overeenkomst.
3). Indien onderdanen en vennootschappen van een Overeenkomstsluitende Partij, ten gevolge van een oorlog of een ander gewapend conflict, een revolutie of onlusten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, verliezen mochten lijden ten aanzien van de aldaar verrichte kapitaalinvesteringen, ontvangen zij van laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij, wat de terugbetalingen, schadeloosstellingen, compensaties of andere schadevergoedingen betreft, een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan de onderdanen van deze Partij. Wat de overmaking van dergelijke betalingen betreft, geven de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar de garantie dat zij de rechten van de onderdanen en de vennootschappen van de andere Overeenkomstsluitende Partij een behandeling zullen toekennen die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan de overeenkomstige rechten van de onderdanen en de vennootschappen van een derde Staat.
Artikel 5
Het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op de opbrengsten van de kapitaalinvesteringen.
Artikel 6
Met eerbiediging van het beginsel van de vrijheid gelden over te maken, verleent iedere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig haar wetgeving, de onderdanen en vennootschappen van de andere Overeenkomstsluitende Partij toestemming om, zonder onnodige beperkingen of vertraging, geïnvesteerd kapitaal, dividenden en opbrengsten van iedere aard van het geïnvesteerde kapitaal alsmede de opbrengsten van de liquidatie of van de verkoop van hun bezittingen over te maken naar het land van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De overmaking geschiedt in dezelfde valuta waarin destijds de investering heeft plaatsgevonden; indien de investering heeft plaatsgevonden in natura, geschiedt de overmaking in een door beide Partijen in gezamenlijk overleg vast te stellen inwisselbare valuta.
Artikel 7
De Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan een door haar goedgekeurde investering is gedaan, ten aanzien waarvan de andere Overeenkomstsluitende Partij of een van haar onderdanen een financiële zekerheid tegen niet-commerciële risico's heeft gesteld, erkent de subrogatie van degene die deze zekerheid heeft gesteld, in de rechten van de investeerder, welke rechten worden overgedragen wegens de verplichting van degene die de zekerheid heeft gesteld, om een schadevergoeding te betalen aan de investeerder.
Artikel 8
Indien uit de wetgeving van een van de Overeenkomstsluitende Partijen of uit internationale verplichtingen die reeds bestaan of nog tot stand mochten komen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, afgezien van deze Overeenkomst, een regeling mocht voortvloeien volgens welke aan de door onderdanen of vennootschappen van de andere Overeenkomstsluitende Partij gedane kapitaalinvesteringen een gunstiger behandeling wordt toegekend dan die waarin deze Overeenkomst voorziet, laat deze Overeenkomst bedoelde regeling onverlet. Iedere Overeenkomstsluitende Partij houdt zich aan alle andere door haar aangegane verbintenissen betreffende de kapitaalinvesteringen die op haar grondgebied zijn verricht door onderdanen of vennootschappen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 9
Onverminderd ieder bijzonder belastingvoordeel door een van de Overeenkomstsluitende Partijen toegekend krachtens een internationale overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, krachtens haar deelneming aan een douane-unie, een economische unie of soortgelijke instellingen, dan wel op basis van wederkerigheid, kent deze Overeenkomstsluitende Partij, ten aanzien van de betaling van belastingen, rechten en heffingen alsmede de toekenning van verminderingen en vrijstellingen van belasting, aan de onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partij die zijn betrokken bij economische activiteiten op haar grondgebied een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan hetzij haar eigen onderdanen, hetzij onderdanen van derde Staten, indien laatstbedoelde behandeling gunstiger is voor de belastingplichtige.
Artikel 10
De Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij een investering doet of voornemens is te doen, stemt in met elk verzoek van de zijde van die onderdaan om enig geschil dat zich met betrekking tot die investering mocht voordoen, voor arbitrage of verzoening voor te leggen aan het Centrum dat is opgericht krachtens het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten.
Artikel 11
1). Geschillen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dienen, zo mogelijk, te worden geregeld door de regeringen van beide Overeenkomstsluitende Partijen.
2). Indien een geschil niet op deze wijze kan worden geregeld, wordt het op verzoek van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht.
3). Er wordt een scheidsgerecht ad hoc gevormd, waarvoor iedere Overeenkomstsluitende Partij een lid benoemt en deze beide leden kiezen gezamenlijk als voorzitter een onderdaan van een derde Staat die zal worden benoemd door de regeringen van beide Overeenkomstsluitende Partijen. De leden worden benoemd binnen twee maanden en de voorzitter binnen drie maanden nadat een van de Overeenkomstsluitende Partijen aan de andere Partij heeft medegedeeld dat zij het geschil wenst voor te leggen aan een scheidsgerecht.
4). Indien de in het derde lid van dit artikel bedoelde termijnen niet in acht zijn genomen en indien ook geen andere regeling is getroffen, kan iedere Overeenkomstsluitende Partij de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan zou zijn van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, of indien hij om andere redenen is verhinderd, dan worden de benoemingen verricht door de Vice-President. Indien ook de Vice-President onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij eveneens zou zijn verhinderd, dan worden de benoemingen verricht door het lid van het Hof dat onmiddellijk in de hiërarchie volgt en dat geen onderdaan is van een van de Overeenkomstsluitende Partijen.
5). Het scheidsgerecht neemt zijn besluiten met meerderheid van stemmen. Zijn besluiten zijn bindend. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt voor haar rekening de kosten verbonden aan de werkzaamheden van haar eigen scheidsman alsmede de kosten van haar vertegenwoordiging bij de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten van de voorzitter alsmede de overige kosten worden gelijkelijk verdeeld onder beide Overeenkomstsluitende Partijen. Het scheidsgerecht kan ten aanzien van de kosten een andere regeling treffen. Voorts stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.
6). Het scheidsgerecht doet uitspraak op de grondslag van de eerbiediging van het recht.
7). Indien de Partijen hiermede instemmen, doet het scheidsgerecht een uitspraak ex aequo et bono.
Artikel 12
1). Iedere Overeenkomstsluitende Partij stelt de andere Partij in kennis van de vervulling van de procedures die grondwettelijk zijn vereist voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, die van kracht wordt op het tijdstip van de laatste kennisgeving.
Deze Overeenkomst blijft gedurende tien jaar van kracht en wordt voor een onbeperkte tijdsduur verlengd, tenzij zij schriftelijk wordt opgezegd door een van beide Overeenkomstsluitende Partijen een jaar voor het verstrijken van bedoelde tijdsduur.
Na het verstrijken van de tijdsduur van tien jaar kan deze Overeenkomst te allen tijde worden opgezegd, maar na de opzegging blijft zij nog gedurende een jaar van kracht.
2). Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk en op de Nederlandse Antillen.
3). Met inachtneming van de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijnen, kan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van de Nederlandse Antillen afzonderlijk beëindigen.
4). Ten aanzien van de kapitaalinvesteringen die zijn gedaan voor het tijdstip van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de artikelen 1 tot en met 11 van kracht gedurende nog tien jaar, te rekenen van het tijdstip van beëindiging van deze Overeenkomst.
Artikel 13
Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst komen de bepalingen van deze Overeenkomst in de plaats van de artikelen 3, 4, 5, 5bis, 5ter en 10 betreffende de investeringen, vervat in de op 12 juni 1965 te Dakar gesloten Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Senegal.
EN FOI DE QUOI les représentants soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.
FAIT à Dakar le 3 août 1979 en deux exemplaires, en langue française.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:
Emeric Eitel Sydney de Jongh
Ambassadeur du Royaume des Pays-Bas
Pour le Gouvernement de la République du Sénégal:
Ousmane Seck
Ministre des Finances et des Affaires économiques
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.