Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
Preambule
De Partijen,
Vastbesloten de economische samenwerking en verstandhouding tussen alle Staten, in het bijzonder tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden, te bevorderen op basis van de beginselen van rechtvaardigheid en soevereine gelijkheid en aldus een bijdrage te leveren aan de totstandkoming van een nieuwe internationale economische orde;
Zich bewust van de noodzaak van verbeterde vormen van internationale samenwerking op het gebied van grondstoffen, als een wezenlijke voorwaarde voor de totstandkoming van een nieuwe internationale economische orde, gericht op het bevorderen van de economische en sociale ontwikkeling, in het bijzonder van ontwikkelingslanden;
Geleid door de wens mondiale maatregelen te bevorderen teneinde marktstructuren te verbeteren op het gebied van de internationale handel in grondstoffen die voor de ontwikkelingslanden van belang zijn;
Herinnerend aan Resolutie 93 (IV) inzake het Geïntegreerde Grondstoffenprogramma, aangenomen tijdens de vierde zitting van de Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling van de Verenigde Naties (hierna te noemen de UNCTAD);
Zijn hierbij overeengekomen het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen in te stellen, dat zal functioneren in overeenstemming met de volgende bepalingen:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
-
- „Kapitaal”: het kapitaal van het Fonds zoals omschreven in artikel 8, eerste lid.
-
- „Financiële interventie”: elke schenking, lening of ander kredietmiddel, investering in een aandelen-, schuld- of investeringsfonds, of enige andere vorm van financiële interventie of bijdrage, met uitzondering van leninggaranties, die de Raad van Bestuur op algemene basis dient goed te keuren of die het College van Bewindvoerders in een afzonderlijk geval dient goed te keuren, ten behoeve van financiering door het Fonds uit hoofde van zijn activiteiten in het kader van de Activiteitenrekening.
-
- „Fonds” het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen ingesteld bij deze Overeenkomst.
-
- „Internationaal grondstoffenorgaan”: (hierna te noemen ICB) een door het College van Bewindvoerders in overeenstemming met de criteria vervat in Bijlage C aangewezen orgaan ten behoeve van de activiteiten uit hoofde van de Activiteitenrekening van het Fonds.
-
- „Aandelen”: de aandelen in het kapitaal omschreven in artikel 8, eerste lid.
-
- „Versterkt gekwalificeerde meerderheid”: ten minste driekwart van alle uitgebrachte stemmen.
-
- „Gekwalificeerde meerderheid”: ten minste twee derde van alle uitgebrachte stemmen.
-
- „Gewone meerderheid”: meer dan de helft van alle uitgebrachte stemmen.
-
- „Totaal aantal stemmen”: de som van de stemmen die in het bezit zijn van alle Leden van het Fonds.
-
- „Trustfonds”: elk bedrag aan contanten en/of aantal andere financiële instrumenten van een andere partij of andere partijen waarvan het Fonds de administratie en/of het beheer verzorgt.
-
- „Rekeneenheid”: de overeenkomstig artikel 7, eerste lid, omschreven rekeneenheid van het Fonds.
-
- „Bruikbare valuta”: (a) de Japanse yen, het pond sterling, de euro, de U.S. dollar en iedere andere valuta die door een bevoegde internationale monetaire organisatie op enig moment is aangewezen als een valuta die daadwerkelijk op grote schaal wordt gebruikt om betalingen te verrichten voor internationale transacties en die op grote schaal wordt verhandeld op de voornaamste valutamarkten, alsmede (b) iedere andere vrij beschikbare en daadwerkelijk bruikbare valuta die met een gekwalificeerde meerderheid door het College van Bewindvoerders kan worden aangewezen, nadat het land waarvan de valuta door het Fonds is voorgesteld, daarmee heeft ingestemd. Valuta kunnen met een gekwalificeerde meerderheid door het College van Bewindvoerders van de lijst van bruikbare valuta worden afgevoerd.
-
- „Uitgebrachte stemmen”: stemmen vóór en stemmen tegen.
HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN EN TAKEN
Artikel 2. Doelstellingen
De doelstellingen van het Fonds zijn:
- a. te dienen als een belangrijk instrument bij het bereiken van de overeengekomen doelstellingen van het geïntegreerde grondstoffenprogramma, zoals deze in UNCTAD-resolutie 93 (IV) zijn neergelegd;
- b. de ontwikkeling van de grondstoffensector te bevorderen en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling in de drie aspecten daarvan, te weten het sociale, economische en milieutechnische aspect, daarbij erkennend dat meerdere wegen naar duurzame ontwikkeling leiden en in dit verband erop wijzend dat elk land primair verantwoordelijk is voor zijn eigen ontwikkeling en het recht heeft zijn eigen ontwikkelingstraject en passende strategieën te bepalen.
Artikel 3. Taken
Teneinde zijn doelstellingen zoals vervat in artikel 2 te verwezenlijken vervult het Fonds de volgende taken:
- a. het beschikbaar stellen van middelen en financieren van maatregelen en acties op het gebied van grondstoffen op de wijze zoals hierna aangegeven;
- b. het tot stand brengen van partnerschappen om de synergie te bevorderen door samenwerking en uitvoering van activiteiten op het gebied van de ontwikkeling van grondstoffen;
- c. het fungeren als dienstverlener;
- d. het verspreiden van kennis en verstrekken van informatie over nieuwe en innovatieve benaderingen op het terrein van grondstoffen;
- e. het vervullen van andere taken zoals besloten door de Raad van Bestuur.
HOOFDSTUK III. LIDMAATSCHAP
Artikel 4. Voorwaarden voor lidmaatschap
Het lidmaatschap van het Fonds staat open voor:
- a. alle Staten die lid zijn van de Verenigde Naties, van haar gespecialiseerde organisaties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie; en
- b. iedere intergouvernementele organisatie die bevoegdheden uitoefent op de werkterreinen van het Fonds. Deze intergouvernementele organisaties behoeven geen financiële verplichtingen jegens het Fonds op zich te nemen en bezitten geen stemmen.
Artikel 5. Leden
De Leden van het Fonds (hierna te noemen Leden) zijn:
- a. de Staten die deze Overeenkomst hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd op of voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding ervan;
- b. de Staten die overeenkomstig artikel 56 tot deze Overeenkomst zijn toegetreden;
- c. de in artikel 4, onderdeel b, bedoelde intergouvernementele organisaties die deze Overeenkomst hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd op of voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding ervan;
- d. de in artikel 4, onderdeel b, bedoelde intergouvernementele organisaties die overeenkomstig artikel 56 tot deze Overeenkomst zijn toegetreden.
Artikel 6. Beperking van aansprakelijkheid
Geen Lid is, uitsluitend op grond van zijn lidmaatschap, aansprakelijk voor handelingen of verplichtingen van het Fonds.
HOOFDSTUK IV. KAPITAAL EN ANDERE MIDDELEN
Artikel 7. Rekeneenheid en valuta
De rekeneenheid van het Fonds wordt in Bijlage F omschreven.
Het Fonds hanteert bruikbare valuta en verricht zijn financiële transacties daarin. Geen Lid houdt beperkingen in stand of legt deze op ten aanzien van het bezit, het gebruik of de omwisseling door het Fonds van bruikbare valuta die afkomstig zijn van:
- a. betaling van inschrijvingen op aandelen in het kapitaal;
- b. betaling van vrijwillige bijdragen;
- c. leningen;
- d. betaling ter zake van hoofdsommen, inkomsten, rente of andere kosten betreffende leningen of investeringen verstrekt uit een van de in dit lid bedoelde middelen.
Het College van Bewindvoerders bepaalt de wijze van waardebepaling van bruikbare valuta uitgedrukt in de rekeneenheid, overeenkomstig de heersende internationale monetaire praktijk.
HOOFDSTUK V. KAPITAAL EN ANDERE MIDDELEN
Artikel 8. Kapitaalmiddelen
Het kapitaal van het Fonds (hierna te noemen kapitaal) wordt verdeeld in 37.000 aandelen die door het Fonds worden uitgegeven en die elk een nominale waarde hebben van 7.566.47145 rekeneenheden en een totale waarde van 279.959.444 rekeneenheden.
Op aandelen in het kapitaal kan slechts door Leden worden ingeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.
Het aantal aandelen in het kapitaal:
- a. wordt zo nodig door de Raad van Bestuur bij toetreding van een Staat ingevolge artikel 56 verhoogd;
- b. kan door de Raad van Bestuur overeenkomstig artikel 11 worden verhoogd.
Indien de Raad van Bestuur ingevolge artikel 11, tweede lid, de inschrijving openstelt op aandelen in het kapitaal waarop niet is ingeschreven, of ingevolge het derde lid, onderdeel b, van dit artikel het aantal aandelen in het kapitaal verhoogt, heeft ieder Lid het recht op deze aandelen in te schrijven, doch is daartoe niet gehouden.
Artikel 9. Inschrijving op aandelen
Elk Lid bedoeld in artikel 5, onderdeel a, handhaaft de inschrijving zoals vermeld in Bijlage A op:
- a. 100 aandelen; en
- b. eventuele bijkomende aandelen.
Elk Lid bedoeld in artikel 5, onderdeel b, schrijft in op:
- a. 100 aandelen; en
- b. eventuele bijkomende aandelen zoals door de Raad van Bestuur met een gekwalificeerde meerderheid bepaald, op een wijze die verenigbaar is met de toewijzing van aandelen zoals vastgelegd in Bijlage A en in overeenstemming met de ingevolge artikel 56 overeengekomen voorwaarden.
Elk Lid kan op vrijwillige basis een deel van zijn inschrijving toewijzen aan de Activiteitenrekening, ingevolge respectievelijk het eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, onderdeel a, van dit artikel alsmede een deel of delen van zijn inschrijving ingevolge respectievelijk het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdeel b, zoals door de Raad van Bestuur bij consensus wordt toegestaan op verzoek van dit Lid.
Naast zijn verplichte inschrijving ingevolge artikel 9, eerste of tweede lid, kan elk Lid naar eigen goeddunken de Raad van Bestuur verzoeken een aantal aandelen in het kapitaal zoals bedoeld in artikel 8 waarop niet is ingeschreven op de datum van het verzoek ter beschikking te stellen aan dat Lid ten behoeve van inschrijving daarop. De betaling van aandelen waarop aldus is ingeschreven vindt plaats volgens de voorwaarden die de Raad van Bestuur en het betrokken Lid overeenkomen.
De aandelen in het kapitaal worden op generlei wijze door de Leden verpand of bezwaard en kunnen uitsluitend aan het Fonds worden overgedragen.
Artikel 10. Betaling van aandelen
Betalingen van aandelen in het kapitaal waarop door ieder Lid is ingeschreven, worden gedaan:
- a. in elke bruikbare valuta tegen de omrekeningskoers tussen deze valuta en de rekeneenheid op de dag waarop de betaling plaatsvindt; of
- b. in een bruikbare valuta, door dat Lid gekozen op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring en tegen de omrekeningskoers tussen deze valuta en de rekeneenheid op de datum van deze Overeenkomst.
Op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring maakt ieder Lid een keuze uit een van bovenstaande procedures die op elke zodanige betaling van toepassing zal zijn.
In het geval van een onderzoek overeenkomstig artikel 11, eerste lid, toetst de Raad van Bestuur het functioneren van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde betalingswijze in het licht van wisselkoersschommelingen en neemt de Raad, rekening houdend met de ontwikkelingen in de praktijk van instellingen die internationale leningen verstrekken, met een versterkt gekwalificeerde meerderheid besluiten inzake eventuele wijzigingen in de betalingswijze voor inschrijvingen op bijkomende aandelen in het rechtstreeks bijgedragen kapitaal die daarna overeenkomstig artikel 11, tweede lid, worden uitgegeven.
Elk in artikel 5, onderdeel a, bedoeld Lid:
- a. dient binnen 60 dagen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst of binnen 30 dagen na het tijdstip waarop zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is nedergelegd, naargelang welke van beide data het laatste valt, 30% van zijn totale inschrijving op aandelen te hebben betaald;
- b. dient één jaar na de betaling zoals voorzien in onderdeel a hierboven, 20% van zijn totale inschrijving op aandelen te hebben betaald en bij het Fonds niet-herroepbare, niet-overdraagbare en niet-rentedragende promessen ten bedrage van 10% van zijn totale inschrijving op aandelen te hebben gedeponeerd. Deze promessen worden verzilverd op de wijze en het tijdstip waartoe het College van Bewindvoerders met een gekwalificeerde meerderheid besluit;
- c. dient 2 jaar na de betaling zoals voorzien in onderdeel a hierboven, bij het Fonds niet-herroepbare, niet-overdraagbare, niet-rentedragende promessen ten bedrage van 40% van zijn totale inschrijving op aandelen te hebben gedeponeerd. Deze promessen worden verzilverd op de wijze en het tijdstip waartoe het College van Bewindvoerders met een gekwalificeerde meerderheid besluit, met dien verstande dat promessen met betrekking tot aan de Activiteitenrekening toegewezen aandelen verzilverd worden op de wijze en het tijdstip waartoe het College van Bewindvoerders besluit.
De opvraag van stortingen op aandelen in het kapitaal van alle Leden geschiedt naar evenredigheid, behoudens het bepaalde in het derde lid, onderdeel c, van dit artikel.
Bijzondere betalingsregelingen voor inschrijvingen op aandelen in het kapitaal door de minst-ontwikkelde landen worden in Bijlage B vermeld.
Inschrijvingen op aandelen in het kapitaal kunnen in voorkomende gevallen betaald worden door de desbetreffende instellingen van de betrokken Leden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.