Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (met Protocol I en II)
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden volgens zijn Statuut verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen van zijn rijksdelen, de Nederlandse Antillen en Suriname, die grondwettelijk gelijkwaardig zijn en gerechtigd zijn aangelegenheden betreffende hun eigen belangen zelfstandig te behartigen;
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (hierna te noemen het „Non-proliferatie Verdrag”) heeft ondertekend en op grond van artikel III, eerste lid, van het Non-proliferatie Verdrag met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen de „Organisatie”) een overeenkomst wenst te sluiten met betrekking tot de Nederlandse Antillen;
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden tevens Partij is bij Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen het „Verdrag van Tlatelolco” en ingevolge de desbetreffende bepalingen van dat Protocol met de Organisatie een overeenkomst wenst te sluiten voor de toepassing van waarborgen van de Organisatie met betrekking tot de Nederlandse Antillen;
Overwegende dat de Organisatie ingevolge artikel III van haar Statuut gemachtigd is zodanige overeenkomsten te sluiten;
Zijn het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie als volgt overeengekomen:
DEEL I
Artikel 1
Het Koninkrijk der Nederlanden verbindt zich tot aanvaarding van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, ten aanzien van alle basismaterialen en bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder de jurisdictie van de Nederlandse Antillen of te eniger plaatse onder de beschikkingsmacht van de Nederlandse Antillen verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
Artikel 2
De Organisatie heeft het recht en de plicht te verzekeren dat waarborgen worden toegepast overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst ten aanzien van alle basismaterialen of bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder hun jurisdictie of te eniger plaatse onder hun beschikkingsmacht verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
Artikel 3
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie werken samen om de toepassing van de in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen te vergemakkelijken.
Artikel 4
De in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen worden op zodanige wijze toegepast dat:
- (a). geen belemmering ontstaat van de economische en technologische ontwikkeling van de Nederlandse Antillen of van de internationale samenwerking ten aanzien van vreedzame nucleaire activiteiten, met inbegrip van de internationale uitwisseling van kernmaterialen;
- (b). wordt vermeden dat op onjuiste wijze wordt ingegrepen in de vreedzame nucleaire activiteiten van de Nederlandse Antillen, meer in het bijzonder bij de exploitatie van kerninstallaties;
- (c). wordt beantwoord aan een oordeelkundige bedrijfsvoering, vereist voor een economisch verantwoorde en veilige uitvoering van nucleaire activiteiten.
Artikel 5
(a). De Organisatie treft alle voorzorgsmaatregelen ter bescherming van commerciële en industriële geheimen en andere vertrouwelijke gegevens, waarvan zij in het kader van de uitvoering van deze Overeenkomst kennis verkrijgt.
- (i). De Organisatie publiceert geen gegevens welke zij in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst heeft verkregen en deelt deze aan geen enkele Staat, organisatie of persoon mede, behoudens dat bepaalde gegevens betreffende de uitvoering van deze Overeenkomst mogen worden verstrekt aan de Raad van Beheer van de Organisatie (hierna te noemen „de Raad”) en aan die ambtenaren van de Organisatie die uit hoofde van hun functie in verband met de waarborgen over deze gegevens moeten beschikken, doch slechts voor zover zulks voor de Organisatie is vereist om haar taken met betrekking tot de uitvoering van deze Overeenkomst te vervullen.
- (ii). Beknopte gegevens over kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, mogen ingevolge een besluit van de Raad worden gepubliceerd, indien de rechtstreeks betrokken Staten hiermede instemmen.
Artikel 6
(a). Bij de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst houdt de Organisatie ten volle rekening met de technologische ontwikkelingen op het gebied van waarborgen en treft zij alle maatregelen voor het bereiken van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid en voor de toepassing van het principe dat de stroom kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, op doeltreffende wijze wordt gewaarborgd door op bepaalde strategische punten instrumenten en andere technieken te gebruiken naar gelang de huidige of toekomstige technologie zulks mogelijk maakt.
(b). Ter bereiking van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid wordt, bij voorbeeld, gebruik gemaakt van middelen als:
- (i). insluiting ten einde materiaalbalansgebieden te kunnen bepalen voor boekhoudkundige doeleinden;
- (ii). statistische technieken en willekeurige steekproeven voor de beoordeling van de stroom kernmateriaal;
- (iii). concentratie van de verificatieprocedures op die stadia van de splijtstofcyclus waarin kernmateriaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt of opgeslagen, waaruit gemakkelijk kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen zouden kunnen worden vervaardigd, en het tot een minimum terugbrengen van verificatieprocedures voor ander materiaal, op voorwaarde dat zulks de Organisatie niet belemmert in de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst.
Artikel 7
(a). De Nederlandse Antillen stellen in en passen toe een systeem voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen van deze Overeenkomst is onderworpen.
(b). De Organisatie past waarborgen op zodanige wijze toe dat zij daardoor in staat is, bij het nagaan of er geen aanwending van voor vreedzame doeleinden bestemd kernmateriaal heeft plaatsgevonden voor kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, de bevindingen van het systeem van de Nederlandse Antillen te verifiëren. De verificatie van de Organisatie omvat onder andere onafhankelijke metingen en waarnemingen verricht door de Organisatie overeenkomstig de procedures aangegeven in Deel II van deze Overeenkomst. Bij haar verificatie houdt de Organisatie terdege rekening met de technische doeltreffendheid van het systeem van de Nederlandse Antillen.
Artikel 8
(a). Ten einde een doeltreffende toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst te verzekeren, verstrekken de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, de Organisatie gegevens over kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, en over de kenmerken van installaties die van belang zijn voor het toepassen van waarborgen op dergelijk materiaal.
- (i). De Organisatie verlangt slechts de voor de uitvoering van haar taken in het kader van deze Overeenkomst minimaal noodzakelijke hoeveelheid gegevens en informatie.
- (ii). Gegevens betreffende de installaties worden slechts tot het minimum beperkt dat nodig is voor het controleren van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen.
(c). Indien de Nederlandse Antillen zulks verzoeken, is de Organisatie bereid constructiegegevens die de Nederlandse Antillen bijzonder gevoelig achten, te onderzoeken in gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden. De desbetreffende gegevens behoeven niet als zodanig aan de Organisatie te worden overgedragen, mits zij voor nadere bestudering door de Organisatie in de gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden steeds beschikbaar zijn.
Artikel 9
- (i). Bij de aanwijzing van haar inspecteurs voor de Nederlandse Antillen verzekert de Organisatie zich van de goedkeuring van de Nederlandse Antillen.
- (ii). Indien de Nederlandse Antillen bij een voorstel tot benoeming of op enig tijdstip na de benoeming tegen de benoeming bezwaar maken, stelt de Organisatie de Nederlandse Antillen een of meer andere kandidaten voor.
- (iii). Indien ten gevolge van een herhaalde weigering van de Nederlandse Antillen om de benoeming van inspecteurs van de Organisatie te aanvaarden, het uitvoeren van inspecties in het kader van deze Overeenkomst mocht worden belemmerd, dan wordt deze weigering door de Raad op voorstel van de Directeur-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen „de Directeur-Generaal”) onderzocht ten einde de nodige maatregelen te kunnen treffen.
(b). De Nederlandse Antillen treffen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de inspecteurs van de Organisatie hun bij deze Overeenkomst toebedeelde taken doeltreffend kunnen uitvoeren.
(c). De bezoeken en werkzaamheden van de inspecteurs van de Organisatie worden zodanig georganiseerd dat:
- (i). eventuele hinder of overlast voor de Nederlandse Antillen en bij de geïnspecteerde vreedzame nucleaire activiteiten tot een minimum worden beperkt;
- (ii). de bescherming van industriële geheimen of alle andere vertrouwelijke gegevens die ter kennis van de inspecteurs komen verzekerd blijft.
Artikel 10
Het Koninkrijk der Nederlanden past ten aanzien van de Organisatie (met inbegrip van haar eigendommen, fondsen en bezittingen) alsmede haar inspecteurs en andere ambtenaren die krachtens deze Overeenkomst functies uitoefenen, de desbetreffende bepalingen uit de Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe.
Artikel 11
Waarborgen worden niet langer toegepast op kernmateriaal zodra de Organisatie heeft vastgesteld dat het materiaal ia verbruikt, zodanig is verdund dat het niet meer kan worden gebruikt voor enige nucleaire activiteit die in verband met de toepassing van waarborgen van belang is, dan wel praktisch niet meer terug te winnen is.
Artikel 12
Overeenkomstig het bepaalde in Deel II van deze Overeenkomst doen de Nederlandse Antillen de Organisatie vooraf mededeling van voorgenomen uitvoer uit de Nederlandse Antillen van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens, deze Overeenkomst is onderworpen. De Organisatie past waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet langer op kernmateriaal toe zodra de ontvangende Staat de verantwoordelijkheid daarvoor heeft aanvaard, zoals voorzien in Deel II van deze Overeenkomst. De Organisatie houdt lijsten bij waarop iedere uitvoer wordt vermeld, en, in voorkomend geval, de hernieuwde toepassing van waarborgen op het uitgevoerde kernmateriaal.
Artikel 13
Indien kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, bestemd is voor gebruik in niet-nucleaire activiteiten, zoals de vervaardiging van legeringen of keramiek, komen de Nederlandse Antillen, alvorens dit materiaal voor dit doel wordt gebruikt, met de Organisatie overeen onder welke voorwaarden de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst voor dergelijk materiaal kan worden beëindigd.
Artikel 14
Indien het Koninkrijk der Nederlanden van zijn recht gebruik wenst te maken kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst onderworpen dient te zijn, te gebruiken voor nucleaire activiteiten waarvoor de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet is vereist, worden de volgende procedures gevolgd:
- (a). Het Koninkrijk der Nederlanden stelt de Organisatie van deze activiteit op de hoogte, waarbij duidelijk wordt verklaard:
- (i). dat het gebruik van het kernmateriaal voor een niet verboden militaire activiteit niet in strijd zal zijn met enige verplichting, welke het Koninkrijk der Nederlanden heeft aangegaan en ten aanzien waarvan waarborgen van de Organisatie van toepassing zijn, om het materiaal uitsluitend voor vreedzame activiteiten te gebruiken; en
- (ii). dat gedurende de periode waarin geen waarborgen worden toegepast, het kernmateriaal niet zal worden aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
- (b). De Nederlandse Antillen en de Organisatie treffen een zodanige regeling dat uitsluitend gedurende de periode waarin het kernmateriaal voor een dergelijke activiteit wordt aangewend, de waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet worden toegepast. In deze regeling wordt zo nauwkeurig mogelijk vastgelegd hoe lang of onder welke omstandigheden er geen waarborgen zullen worden toegepast. In elk geval worden de waarborgen bedoeld in deze Overeenkomst opnieuw toegepast zodra het kernmateriaal opnieuw voor vreedzame nucleaire activiteiten wordt aangewend. De Organisatie wordt op de hoogte gehouden van de totale hoeveelheid en samenstelling van dergelijk niet gewaarborgd materiaal in de Nederlandse Antillen en van de uitvoer van dergelijk materiaal; en
- (c). Iedere regeling wordt getroffen met toestemming van de Organisatie. Deze toestemming wordt zo snel mogelijk verleend en heeft uitsluitend betrekking op onderwerpen als, onder andere, tijdelijke en procedurele voorzieningen en regelingen inzake rapportage, maar houdt geen goedkeuring van of geclassificeerde kennis omtrent de militaire activiteit in, en hetreft evenmin de aanwending van het kernmateriaal in dat verband.
Artikel 15
De Nederlandse Antillen en de Organisatie dragen elk de kosten die zij zelf bij de uitvoering van hun respectieve taken krachtens deze Overeenkomst hebben gemaakt. Indien echter de Nederlandse Antillen of personen onder hun rechtsmacht voor buitengewone kosten komen te staan ingevolge een speciaal verzoek van de Organisatie, vergoedt deze laatste dergelijke kosten op voorwaarde dat zij zich daartoe tevoren bereid heeft verklaard. In ieder geval draagt de Organisatie de kosten van aanvullende metingen of monsternemingen, verricht op verzoek van inspecteurs van de Organisatie.
Artikel 16
De Nederlandse Antillen dragen er zorg voor dat de Organisatie en haar ambtenaren bij de uitvoering van deze Overeenkomst op dezelfde wijze als de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden worden beschermd tegen wettelijke aansprakelijkheid voor nucleaire schade, met inbegrip van enige vorm van verzekering of andere financiële zekerheid zoals in hun wetten of voorschriften mocht zijn bepaald.
Artikel 17
Elke eis tot schadevergoeding van het Koninkrijk der Nederlanden jegens de Organisatie of van de Organisatie jegens het Koninkrijk der Nederlanden wegens enige schade die voortvloeit uit de uitvoering van waarborgen krachtens deze Overeenkomst, met uitzondering van schade die voortvloeit uit een kernongeval, wordt volgens het internationale recht afgewikkeld.
Artikel 18
Indien de Raad op grond van een rapport van de Directeur-Generaal besluit dat handelend optreden door de Nederlandse Antillen absoluut noodzakelijk en dringend is ten einde vast te stellen of kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, niet wordt aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan de Raad een beroep doen op het Koninkrijk der Nederlanden om onverwijld de nodige stappen te doen, zulks ongeacht het feit of ter zake een procedure tot bijlegging van een geschil, als bedoeld in artikel 22, aanhangig is gemaakt.
Artikel 19
Indien de Raad, na bestudering van de desbetreffende gegevens welke hem door de Directeur-Generaal zijn voorgelegd, concludeert dat de Organisatie niet in staat is om na te gaan of geen kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, is aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan hij de rapporten, bedoeld in Artikel XII, C, van het Statuut van de Organisatie (hierna te noemen „het Statuut”) opstellen en, in voorkomend geval, de overige maatregelen bedoeld in genoemd lid C treffen. Hierbij houdt de Raad rekening met de mate van zekerheid die uit de toegepaste waarborgen kan worden afgeleid en biedt het Koninkrijk der Nederlanden elke gelegenheid om hem de nodige verdere zekerheid te verschaffen.
Artikel 20
Op verzoek van een van beiden plegen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overleg over elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 21
Het Koninkrijk der Nederlanden is gerechtigd te verlangen dat elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst door de Raad wordt behandeld. De Raad nodigt het Koninkrijk der Nederlanden uit aan de behandeling van dergelijke vraagstukken door de Raad deel te nemen.
Artikel 22
Elk geschil voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, met uitzondering van een geschil over een bevinding van de Raad krachtens artikel 19 of een door de Raad verrichte handeling naar aanleiding van een dergelijke bevinding, dat niet door onderhandeling of enige door het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overeengekomen procedure is geregeld, wordt op verzoek van een der beide partijen voorgelegd aan een als volgt samengesteld scheidsgerecht: het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie wijzen elk een arbiter aan en de aldus aangewezen twee arbiters kiezen gezamenlijk een derde, die het scheidsgerecht voorzit. Indien binnen een termijn van dertig dagen na indiening van het verzoek om arbitrage het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie geen arbiter heeft aangewezen, kan het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een arbiter te benoemen. Dezelfde procedure wordt gevolgd indien binnen dertig dagen na aanwijzing of benoeming van de tweede arbiter de derde nog niet is gekozen. De meerderheid van de leden van het scheidsgerecht vormt het quorum en alle beslissingen vereisen de instemming van ten minste twee arbiters. De arbitrageprocedure wordt door het scheidsgerecht vastgesteld. De beslissingen van het scheidsgerecht zijn bindend voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.
Artikel 23
(a). Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie plegen op verzoek van een van beide partijen overleg over wijzigingen in deze Overeenkomst.
(b). Alle wijzigingen behoeven de instemming van het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.
(c). Wijzigingen in deze Overeenkomst treden in werking op dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst zelf.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.