Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (met Protocol I en II)

Type Verdrag
Publication 1975-06-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden volgens zijn Statuut verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen van zijn rijksdelen, de Nederlandse Antillen en Suriname, die grondwettelijk gelijkwaardig zijn en gerechtigd zijn aangelegenheden betreffende hun eigen belangen zelfstandig te behartigen;

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (hierna te noemen het „Non-proliferatie Verdrag”) heeft ondertekend en op grond van artikel III, eerste lid, van het Non-proliferatie Verdrag met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen de „Organisatie”) een overeenkomst wenst te sluiten met betrekking tot de Nederlandse Antillen;

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden tevens Partij is bij Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen het „Verdrag van Tlatelolco” en ingevolge de desbetreffende bepalingen van dat Protocol met de Organisatie een overeenkomst wenst te sluiten voor de toepassing van waarborgen van de Organisatie met betrekking tot de Nederlandse Antillen;

Overwegende dat de Organisatie ingevolge artikel III van haar Statuut gemachtigd is zodanige overeenkomsten te sluiten;

Zijn het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie als volgt overeengekomen:

DEEL I

Artikel 1

Het Koninkrijk der Nederlanden verbindt zich tot aanvaarding van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, ten aanzien van alle basismaterialen en bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder de jurisdictie van de Nederlandse Antillen of te eniger plaatse onder de beschikkingsmacht van de Nederlandse Antillen verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.

Artikel 2

De Organisatie heeft het recht en de plicht te verzekeren dat waarborgen worden toegepast overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst ten aanzien van alle basismaterialen of bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder hun jurisdictie of te eniger plaatse onder hun beschikkingsmacht verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.

Artikel 3

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie werken samen om de toepassing van de in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen te vergemakkelijken.

Artikel 4

De in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen worden op zodanige wijze toegepast dat:

Artikel 5

(a). De Organisatie treft alle voorzorgsmaatregelen ter bescherming van commerciële en industriële geheimen en andere vertrouwelijke gegevens, waarvan zij in het kader van de uitvoering van deze Overeenkomst kennis verkrijgt.

Artikel 6

(a). Bij de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst houdt de Organisatie ten volle rekening met de technologische ontwikkelingen op het gebied van waarborgen en treft zij alle maatregelen voor het bereiken van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid en voor de toepassing van het principe dat de stroom kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, op doeltreffende wijze wordt gewaarborgd door op bepaalde strategische punten instrumenten en andere technieken te gebruiken naar gelang de huidige of toekomstige technologie zulks mogelijk maakt.

(b). Ter bereiking van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid wordt, bij voorbeeld, gebruik gemaakt van middelen als:

Artikel 7

(a). De Nederlandse Antillen stellen in en passen toe een systeem voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen van deze Overeenkomst is onderworpen.

(b). De Organisatie past waarborgen op zodanige wijze toe dat zij daardoor in staat is, bij het nagaan of er geen aanwending van voor vreedzame doeleinden bestemd kernmateriaal heeft plaatsgevonden voor kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, de bevindingen van het systeem van de Nederlandse Antillen te verifiëren. De verificatie van de Organisatie omvat onder andere onafhankelijke metingen en waarnemingen verricht door de Organisatie overeenkomstig de procedures aangegeven in Deel II van deze Overeenkomst. Bij haar verificatie houdt de Organisatie terdege rekening met de technische doeltreffendheid van het systeem van de Nederlandse Antillen.

Artikel 8

(a). Ten einde een doeltreffende toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst te verzekeren, verstrekken de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, de Organisatie gegevens over kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, en over de kenmerken van installaties die van belang zijn voor het toepassen van waarborgen op dergelijk materiaal.

(c). Indien de Nederlandse Antillen zulks verzoeken, is de Organisatie bereid constructiegegevens die de Nederlandse Antillen bijzonder gevoelig achten, te onderzoeken in gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden. De desbetreffende gegevens behoeven niet als zodanig aan de Organisatie te worden overgedragen, mits zij voor nadere bestudering door de Organisatie in de gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden steeds beschikbaar zijn.

Artikel 9

(b). De Nederlandse Antillen treffen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de inspecteurs van de Organisatie hun bij deze Overeenkomst toebedeelde taken doeltreffend kunnen uitvoeren.

(c). De bezoeken en werkzaamheden van de inspecteurs van de Organisatie worden zodanig georganiseerd dat:

Artikel 10

Het Koninkrijk der Nederlanden past ten aanzien van de Organisatie (met inbegrip van haar eigendommen, fondsen en bezittingen) alsmede haar inspecteurs en andere ambtenaren die krachtens deze Overeenkomst functies uitoefenen, de desbetreffende bepalingen uit de Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe.

Artikel 11

Waarborgen worden niet langer toegepast op kernmateriaal zodra de Organisatie heeft vastgesteld dat het materiaal ia verbruikt, zodanig is verdund dat het niet meer kan worden gebruikt voor enige nucleaire activiteit die in verband met de toepassing van waarborgen van belang is, dan wel praktisch niet meer terug te winnen is.

Artikel 12

Overeenkomstig het bepaalde in Deel II van deze Overeenkomst doen de Nederlandse Antillen de Organisatie vooraf mededeling van voorgenomen uitvoer uit de Nederlandse Antillen van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens, deze Overeenkomst is onderworpen. De Organisatie past waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet langer op kernmateriaal toe zodra de ontvangende Staat de verantwoordelijkheid daarvoor heeft aanvaard, zoals voorzien in Deel II van deze Overeenkomst. De Organisatie houdt lijsten bij waarop iedere uitvoer wordt vermeld, en, in voorkomend geval, de hernieuwde toepassing van waarborgen op het uitgevoerde kernmateriaal.

Artikel 13

Indien kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, bestemd is voor gebruik in niet-nucleaire activiteiten, zoals de vervaardiging van legeringen of keramiek, komen de Nederlandse Antillen, alvorens dit materiaal voor dit doel wordt gebruikt, met de Organisatie overeen onder welke voorwaarden de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst voor dergelijk materiaal kan worden beëindigd.

Artikel 14

Indien het Koninkrijk der Nederlanden van zijn recht gebruik wenst te maken kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst onderworpen dient te zijn, te gebruiken voor nucleaire activiteiten waarvoor de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet is vereist, worden de volgende procedures gevolgd:

Artikel 15

De Nederlandse Antillen en de Organisatie dragen elk de kosten die zij zelf bij de uitvoering van hun respectieve taken krachtens deze Overeenkomst hebben gemaakt. Indien echter de Nederlandse Antillen of personen onder hun rechtsmacht voor buitengewone kosten komen te staan ingevolge een speciaal verzoek van de Organisatie, vergoedt deze laatste dergelijke kosten op voorwaarde dat zij zich daartoe tevoren bereid heeft verklaard. In ieder geval draagt de Organisatie de kosten van aanvullende metingen of monsternemingen, verricht op verzoek van inspecteurs van de Organisatie.

Artikel 16

De Nederlandse Antillen dragen er zorg voor dat de Organisatie en haar ambtenaren bij de uitvoering van deze Overeenkomst op dezelfde wijze als de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden worden beschermd tegen wettelijke aansprakelijkheid voor nucleaire schade, met inbegrip van enige vorm van verzekering of andere financiële zekerheid zoals in hun wetten of voorschriften mocht zijn bepaald.

Artikel 17

Elke eis tot schadevergoeding van het Koninkrijk der Nederlanden jegens de Organisatie of van de Organisatie jegens het Koninkrijk der Nederlanden wegens enige schade die voortvloeit uit de uitvoering van waarborgen krachtens deze Overeenkomst, met uitzondering van schade die voortvloeit uit een kernongeval, wordt volgens het internationale recht afgewikkeld.

Artikel 18

Indien de Raad op grond van een rapport van de Directeur-Generaal besluit dat handelend optreden door de Nederlandse Antillen absoluut noodzakelijk en dringend is ten einde vast te stellen of kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, niet wordt aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan de Raad een beroep doen op het Koninkrijk der Nederlanden om onverwijld de nodige stappen te doen, zulks ongeacht het feit of ter zake een procedure tot bijlegging van een geschil, als bedoeld in artikel 22, aanhangig is gemaakt.

Artikel 19

Indien de Raad, na bestudering van de desbetreffende gegevens welke hem door de Directeur-Generaal zijn voorgelegd, concludeert dat de Organisatie niet in staat is om na te gaan of geen kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, is aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan hij de rapporten, bedoeld in Artikel XII, C, van het Statuut van de Organisatie (hierna te noemen „het Statuut”) opstellen en, in voorkomend geval, de overige maatregelen bedoeld in genoemd lid C treffen. Hierbij houdt de Raad rekening met de mate van zekerheid die uit de toegepaste waarborgen kan worden afgeleid en biedt het Koninkrijk der Nederlanden elke gelegenheid om hem de nodige verdere zekerheid te verschaffen.

Artikel 20

Op verzoek van een van beiden plegen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overleg over elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst.

Artikel 21

Het Koninkrijk der Nederlanden is gerechtigd te verlangen dat elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst door de Raad wordt behandeld. De Raad nodigt het Koninkrijk der Nederlanden uit aan de behandeling van dergelijke vraagstukken door de Raad deel te nemen.

Artikel 22

Elk geschil voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, met uitzondering van een geschil over een bevinding van de Raad krachtens artikel 19 of een door de Raad verrichte handeling naar aanleiding van een dergelijke bevinding, dat niet door onderhandeling of enige door het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overeengekomen procedure is geregeld, wordt op verzoek van een der beide partijen voorgelegd aan een als volgt samengesteld scheidsgerecht: het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie wijzen elk een arbiter aan en de aldus aangewezen twee arbiters kiezen gezamenlijk een derde, die het scheidsgerecht voorzit. Indien binnen een termijn van dertig dagen na indiening van het verzoek om arbitrage het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie geen arbiter heeft aangewezen, kan het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een arbiter te benoemen. Dezelfde procedure wordt gevolgd indien binnen dertig dagen na aanwijzing of benoeming van de tweede arbiter de derde nog niet is gekozen. De meerderheid van de leden van het scheidsgerecht vormt het quorum en alle beslissingen vereisen de instemming van ten minste twee arbiters. De arbitrageprocedure wordt door het scheidsgerecht vastgesteld. De beslissingen van het scheidsgerecht zijn bindend voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.

Artikel 23

(a). Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie plegen op verzoek van een van beide partijen overleg over wijzigingen in deze Overeenkomst.

(b). Alle wijzigingen behoeven de instemming van het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.

(c). Wijzigingen in deze Overeenkomst treden in werking op dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst zelf.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.