Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten
Preambule
De Verdragsluitende Partijen,
Erkennende de noodzaak van internationale samenwerking bij het bestrijden van ziekten en plagen van planten en plantaardige producten en bij het voorkomen van de internationale verspreiding daarvan en vooral van het binnendringen daarvan in kwetsbare gebieden;
Erkennende dat fytosanitaire maatregelen technisch gerechtvaardigd en doorzichtig moeten zijn en niet zodanig mogen worden toegepast dat deze hetzij een middel worden voor willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie, hetzij een verkapte beperking, met name ten aanzien van de internationale handel;
Geleid door de wens zorg te dragen voor een nauwe coördinatie van de hierop gerichte maatregelen;
Geleid door de wens een kader te verschaffen voor de ontwikkeling en toepassing van geharmoniseerde fytosanitaire maatregelen en voor de opstelling van internationale standaarden hiervoor;
Rekening houdend met de internationaal aanvaarde beginselen die gelden voor de bescherming van de gezondheid van planten, mensen en dieren, alsmede voor de bescherming van het milieu; en
Zich bewust van de overeenkomsten gesloten naar aanleiding van de Uruguay Ronde van multilaterale handelsbesprekingen, met inbegrip van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen;
zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Doelstelling en verantwoordelijkheid
Met het doel te komen tot een gemeenschappelijk en doeltreffend optreden ter voorkoming van het verspreiden en binnendringen van ziekten en plagen van planten en plantaardige producten en ter bevordering van het nemen van passende maatregelen ter bestrijding daarvan, verbinden de Verdragsluitende Partijen zich ertoe de wettelijke, technische en administratieve maatregelen te treffen die in dit Verdrag en in aanvullende overeenkomsten ingevolge het bepaalde in artikel XVI zijn neergelegd.
Elke Verdragsluitende Partij aanvaardt, onverminderd de ingevolge andere internationale overeenkomsten aangegane verplichtingen, de verantwoordelijkheid voor het voldoen, binnen haar grondgebieden, aan alle in dit Verdrag gestelde vereisten.
De verdeling van de verantwoordelijkheden voor het voldoen aan de in dit Verdrag gestelde vereisten tussen organisaties die Lid zijn van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en hun lidstaten die Verdragsluitende Partijen zijn, geschiedt in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden.
Zover van toepassing, kunnen de bepalingen van dit Verdrag door de Verdragsluitende Partijen worden geacht, naast op planten en plantaardige producten, eveneens betrekking te hebben op opslagplaatsen, verpakkingen, transportmiddelen, containers, grond en elk ander organisme, voorwerp of materiaal waarin zich ziekten en plagen van planten kunnen bevinden of die deze kunnen verspreiden, vooral in het internationale vervoer.
Artikel II. Gebruik van termen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt aan de onderstaande termen de volgende betekenis gegeven:
- “Gebied met een lage ziekte- of plaagprevalentie”: een gebied, dat een land in zijn geheel of gedeeltelijk kan beslaan, of verschillende landen in hun geheel of gedeeltelijk kan beslaan, zoals vastgesteld door de bevoegde autoriteiten, waarin een bepaalde ziekte of plaag in lichte mate voorkomt en waarin effective maatregelen worden toegepast op het vlak van toezicht, bestrijding of uitroeiing;
- “Commissie”: de ingevolge artikel XI ingestelde Commissie inzake fytosanitaire maatregelen;
- “Kwetsbaar gebied”: een gebied waarin ecologische factoren gunstig zijn voor de vestiging van een ziekte of plaag waarvan de aanwezigheid in het gebied zal leiden tot aanzienlijke economische schade;
- “Vestiging”: duurzame aanwezigheid, in de nabije toekomst, van een ziekte of plaag in een gebied, nadat de ziekte of plaag in dat gebied is binnengekomen;
- “Geharmoniseerde fytosanitaire maatregelen”: door de Verdragsluitende Partijen op basis van internationale standaarden vastgelegde fytosanitaire maatregelen;
- “Internationale standaarden”: de in overeenstemming met artikel X, eerste en tweede lid, vastgestelde internationale standaarden;
- “Binnendringen”: het binnenkomen van een ziekte of plaag, resulterend in vestiging van deze ziekte of plaag ;
- “Ziekte of plaag”: elke soort, elke stam en elk biotype van plantaardige of dierlijke vorm of ieder ziekteverwekkend agens die respectievelijk schadelijk is voor planten of plantaardige producten;
- “Risicoanalyse van de ziekte of plaag”: het proces van het evalueren van biologisch of ander wetenschappelijk en economisch bewijs teneinde vast te stellen of een ziekte of plaag dient te worden gereguleerd en teneinde de zwaarte van de te nemen fytosanitaire maatregelen tegen deze ziekte of plaag te bepalen;
- “Fytosanitaire maatregel”: alle wetgeving, regelgeving of officiële procedures die ten doel hebben het binnendringen en/of de verspreiding van ziekten en plagen te voorkomen;
- “Plantaardige producten”: onbewerkte grondstoffen van plantaardige oorsprong (met inbegrip van graan) alsmede de bewerkte producten die door hun aard of de aard van hun bewerking een risico kunnen vormen voor het binnendringen en de verspreiding van ziekten en plagen;
- “Planten”: levende planten en delen daarvan, met inbegrip van zaden en genetisch materiaal;
- “Quarantaineziekte”: een ziekte of plaag die mogelijk van economische betekenis kan zijn voor het gebied dat daardoor wordt bedreigd enwaar deze ziekte òf nog niet voorkomt òf wel voorkomt, maar niet wijdverspreid is en officieel wordt bestreden;
- “Regionale standaarden”: standaarden vastgesteld door een regionale organisatie voor de bescherming van planten als richtsnoer voor de leden van die organisatie;
- “Gereguleerd artikel”: elke plant, plantaardig product, opslagplaats, verpakking, transportmiddel, container, grond en elk ander organisme, voorwerp of materiaal waarin zich ziekten of plagen van planten kunnen bevinden of die deze kunnen verspreiden, die geacht kunnen worden fytosanitaire maatregelen te behoeven, vooral in het internationale vervoer;
- “Gereguleerde niet-quarantaineziekte”: een niet-quarantaineziekte waarvan de aanwezigheid in planten bestemd voor wederuitplant onaanvaardbare economische consequenties heeft voor het beoogde gebruik van deze planten en derhalve gereguleerd is op het grondgebied van de importerende Verdragsluitende Partij;
- “Gereguleerde ziekte of plaag”: een quarantaineziekte of een gereguleerde niet-quarantaineziekte;
- “Secretaris”: de Secretaris van de Commissie benoemd ingevolge artikel XII;
- “Technisch gerechtvaardigd”: gerechtvaardigd op basis van conclusies op grond van een relevante risicoanalyse van de ziekte of plaag of, indien van toepassing, een andere vergelijkbare beoordeling en evaluatie van beschikbare wetenschappelijke gegevens.
De begripsomschrijvingen in dit artikel worden, daar zij beperkt zijn tot de toepassing van dit Verdrag, geacht de ingevolge de nationale wetten of voorschriften van de Verdragsluitende Partijen vastgestelde begripsomschrijvingen onverlet te laten.
Artikel III. Verhouding tot andere internationale overeenkomsten
Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen ingevolge relevante internationale overeenkomsten.
Artikel IV. Algemene bepalingen betreffende de organisatorische regelingen voor de nationale bescherming van planten
Elke Verdragsluitende Partij treft zo goed mogelijk voorzieningen voor het instellen van een officiële nationale organisatie ter bescherming van planten met de in dit artikel genoemde voornaamste verantwoordelijkheden.
De verantwoordelijkheden van een officiële nationale organisatie ter bescherming van planten zijn de volgende:
- a). het afgeven van certificaten betrekking hebbende op de fytosanitaire voorschriften van de importerende Verdragsluitende Partij voor zendingen planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen;
- b). het toezicht houden op planten te velde, van zowel cultuurgrond (onder andere velden, aanplantingen, kwekerijen, tuinen, kassen en laboratoria) als van wilde flora, en van planten en plantaardige producten in opslag en in transit, speciaal met het doel het voorkomen, het uitbreken en het verspreiden van ziekten te melden en deze te bestrijden, met inbegrip van de meldingen bedoeld in artikel VIII, eerste lid, onder a;
- c). het onderzoeken van zendingen planten en plantaardige producten die in het internationale verkeer worden gebracht en, voor zover van toepassing, het onderzoeken van andere gereguleerde artikelen, in het bijzonder om te voorkomen dat ziekten en plagen binnendringen en/of zich verspreiden;
- d). het toepassen van bestrijdingsmaatregelen of ontsmetten van zendingen planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen die in het internationale verkeer worden gebracht, teneinde aan de fytosanitaire eisen te voldoen;
- e). het beschermen van kwetsbare gebieden en het aanwijzen en in stand houden van en toezicht houden op ziekte- of plaagvrije gebieden en gebieden met een lage ziekte- of plaagprevalentie;
- f). het uitvoeren van risicoanalyses van ziekten of plagen;
- g). ervoor zorgdragen, door middel van geschikte procedures, dat de fytosanitaire veiligheid van zendingen na certificering, ten aanzien van samenstelling, vervanging en herbesmetting voorafgaand aan de export gehandhaafd blijft; en
- h). opleiding en ontwikkeling van het personeel.
Elke Verdragsluitende Partij treft zo goed mogelijk voorzieningen voor het volgende:
- a). het verspreiden van informatie binnen het grondgebied van de Verdragsluitende Partij betreffende gereguleerde ziekten en plagen en de middelen ter voorkoming en bestrijding daarvan;
- b). wetenschappelijk en ander onderzoek op het gebied van de bescherming van planten;
- c). het uitvaardigen van fytosanitaire voorschriften; en
- d). het verrichten van alle overige taken die voor de uitvoering van dit Verdrag vereist kunnen zijn.
Iedere Verdragsluitende Partij zal aan de Secretaris een beschrijving geven van haar officiële nationale organisatie voor de bescherming van planten en van eventuele veranderingen in deze organisatie. Op verzoek daartoe doet een Verdragsluitende Partij een beschrijving van haar organisatorische regelingen voor de bescherming van planten toekomen aan een andere Verdragsluitende Partij.
Artikel V. Fytosanitaire certificering
Iedere Verdragsluitende Partij treft regelingen voor fytosanitaire certificering, teneinde te waarborgen dat geëxporteerde planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen en zendingen daarvan in overeenstemming zijn met de certificeringsverklaring die ingevolge het tweede lid, onder b, van dit artikel, dient te worden afgegeven.
Iedere Verdragsluitende Partij treft regelingen voor de afgifte van fytosanitaire certificaten overeenkomstig de volgende bepalingen:
- a). Onderzoek en andere activiteiten die leiden tot de afgifte van fytosanitaire certificaten zullen uitsluitend worden uitgevoerd door of op gezag van de officiële nationale organisatie voor de bescherming van planten. De afgifte van fytosanitaire certificaten geschiedt door technisch bekwame en naar behoren door de officiële nationale organisatie voor de bescherming van planten gemachtigde ambtenaren die bevoegd zijn om namens haar en onder haar toezicht op te treden, waarbij deze ambtenaren beschikken over zodanige kennis en gegevens dat de desbetreffende instanties in de importerende Verdragsluitende Partijen deze certificaten met vertrouwen kunnen aanvaarden als betrouwbare documenten.
- b). De fytosanitaire certificaten, of het elektronische equivalent hiervan wanneer dit wordt aanvaard door de betrokken importerende Verdragsluitende Partij, dienen c.q. dient gesteld te zijn in de bewoordingen als aangegeven in de modellen in de Bijlage bij dit Verdrag. Deze certificaten dienen volledig te worden ingevuld en afgegeven in overeenstemming met de desbetreffende internationale standaarden.
- c). Niet-gewaarmerkte wijzigingen en doorhalingen maken de certificaten ongeldig.
Elke Verdragsluitende Partij verbindt zich om ten aanzien van zendingen planten of plantaardige producten of andere gereguleerde artikelen niet te zullen eisen dat deze zendingen bij invoer in haar grondgebied vergezeld moeten zijn van gezondheidscertificaten die niet overeenstemmen met de modellen die zijn opgenomen in de Bijlage van dit Verdrag. Eisen met betrekking tot aanvullende verklaringen dienen te worden beperkt tot die welke technisch gerechtvaardigd zijn.
Artikel VI. Gereguleerde ziekten en plagen
De Verdragsluitende Partijen kunnen ten aanzien van quarantaineziekten en gereguleerde niet-quarantaineziekten fytosanitaire maatregelen eisen, mits deze maatregelen:
- a). niet strenger zijn dan die welke gelden voor dezelfde ziekten en plagen indien deze aanwezig zijn binnen het grondgebied van de importerende Verdragsluitende Partij; en
- b). zich beperken tot hetgeen noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid van de plant en/of het beoogde gebruik waarborgen en technisch gerechtvaardigd kunnen worden door de betrokken Verdragsluitende Partij.
De Verdragsluitende Partijen eisen geen fytosanitaire maatregelen ten aanzien van niet-gereguleerde ziekten en plagen.
Artikel VII. Vereisten met betrekking tot invoer
Met het doel het binnendringen en/of de verspreiding van gereguleerde ziekten binnen hun grondgebieden te voorkomen, hebben de Verdragsluitende Partijen het soevereine recht het binnenlaten van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen, in overeenstemming met de van toepassing zijnde internationale overeenkomsten, aan bepaalde regelingen te onderwerpen en mogen derhalve:
- a). fytosanitaire maatregelen voorschrijven en aannemen met betrekking tot de invoer van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen, met inbegrip van, bijvoorbeeld, onderzoek, het verbieden van de invoer, en behandeling;
- b). planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen of zendingen daarvan die niet voldoen aan de onder a) voorgeschreven of aangenomen fytosanitaire maatregelen, weigeren binnen te laten, vasthouden, of eisen dat deze worden behandeld, vernietigd of van het grondgebied van de Verdragsluitende Partij worden verwijderd;
- c). het verkeer van gereguleerde ziekten en plagen op hun grondgebied verbieden of beperken;
- d). het verkeer van biologische bestrijdingsagentia en andere organismen van fytosanitair belang waarvan men beweert dat deze nuttig zijn, op hun grondgebied verbieden of beperken.
Teneinde ingrijpen in de internationale handel zo veel mogelijk te beperken, verbindt iedere Verdragsluitende Partij zich ertoe, bij de uitoefening van haar recht ingevolge het eerste lid, te handelen in overeenstemming met het volgende:
- a). De Verdragsluitende Partijen mogen, krachtens hun fytosanitaire wetgeving, geen van de maatregelen nemen bedoeld in het eerste lid van dit artikel, tenzij zulke maatregelen noodzakelijk zijn geworden uit fytosanitaire overwegingen en technisch gerechtvaardigd zijn.
- b). Indien een Verdragsluitende Partij fytosanitaire eisen, beperkingen of verboden aanneemt, dient zij deze onmiddellijk bekend te maken en te doen toekomen aan alle Verdragsluitende Partijen die naar haar mening rechtstreeks betrokken kunnen zijn bij deze maatregelen.
- c). Op verzoek daartoe doen de Verdragsluitende Partijen aan elke Verdragsluitende Partij opgave van reden van de fytosanitaire eisen, beperkingen en verboden.
- d). Indien een Verdragsluitende Partij eist dat zendingen bepaalde planten of plantaardige producten slechts via bepaalde plaatsen van binnenkomst mogen worden ingevoerd, dienen zulke plaatsen zo te worden gekozen dat zij de internationale handel niet onnodig bemoeilijken. De Verdragsluitende Partij dient een lijst van zulke plaatsen van binnenkomst bekend te maken en deze mede te delen aan de Secretaris, de regionale organisatie ter bescherming van planten waarvan de Verdragsluitende Partij lid is en alle andere Verdragsluitende Partijen die naar de mening van de Verdragsluitende Partij rechtstreeks betrokken zijn, en, op verzoek daartoe, aan andere Verdragsluitende Partijen. Dergelijke beperkingen ten aanzien van plaatsen van binnenkomst mogen niet worden opgelegd, tenzij de desbetreffende planten, plantaardige producten of andere gereguleerde artikelen vergezeld moeten gaan van fytosanitaire certificaten of aan onderzoek of behandeling dienen te worden onderworpen.
- e). Elk onderzoek of elke andere fytosanitaire procedure die wordt verlangd door de organisatie voor de bescherming van planten van een Verdragsluitende Partij ten aanzien van zendingen planten, plantaardige producten of andere gereguleerde artikelen die voor invoer worden aangeboden, moet zo snel mogelijk plaatsvinden, waarbij rekening dient te worden gehouden met hun bederfelijkheid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.