← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Arabische Republiek Egypte inzake technische samenwerking

Geldende tekst a fecha 1977-06-14

Preambule

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Arabische Republiek Egypte,

Geleid door de wens de tussen hen bestaande vriendschappelijke betrekkingen te versterken;

Erkennende het belang van verruiming van het gebied van technische samenwerking tussen hun onderscheiden landen;

Voorts geleid door de wens een administratief kader te scheppen voor projecten ten aanzien waarvan beide Regeringen overeenkomen samen te werken,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I

Ingeval beide Regeringen hebben besloten samen te werken bij een bepaald project van technische samenwerking (hierna te noemen „een Project”), worden zowel de wederzijdse bijdragen aan dat project als de uitvoering ervan in elk afzonderlijk geval vastgelegd in een administratief akkoord waaromtrent overeenstemming moet worden bereikt door de onderscheiden administratieve autoriteiten overeenkomstig de beginselen vervat in deze Overeenkomst.

Artikel II

In verband met een project zal de Regering van de Arabische Republiek Egypte:

Het personeel zal zijn vrijgesteld van leges met betrekking tot registratie of verblijf.

Artikel III

a. De Regering van de Arabische Republiek Egypte stelt schadeloos en vrijwaart de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Nederlandse deskundigen, adviseurs, vertegenwoordigers of ander Nederlands personeel ter zake van elke niet-contractuele wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit enig handelen of nalaten van één of meer der genoemde personen tijdens werkzaamheden vallend onder of in verband met deze Overeenkomst, dat de dood of lichamelijk letsel van derden of schade aan eigendom van derden veroorzaakt - voor zover niet door verzekering gedekt - en ziet af van het doen van enige vordering of van het instellen van een procedure wegens niet-contractuele wettelijke aansprakelijkheid, tenzij deze aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid van een of meer der genoemde personen.

b. Indien de Regering van de Arabische Republiek Egypte de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden of een of meer van de genoemde personen dient te vrijwaren ter zake van een vordering of het instellen van een procedure wegens niet-contractuele wettelijke aansprakelijkheid overeenkomstig letter a van dit artikel, is de Egyptische Regering gerechtigd alle rechten uit te oefenen waarop de Nederlandse Regering of die personen aanspraak kunnen maken.

c. Indien de Regering van de Arabische Republiek Egypte zulks verzoekt, verschaft de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de bevoegde Egyptische autoriteiten de noodzakelijke administratieve of juridische bijstand voor een bevredigende regeling van de problemen die eventueel kunnen ontstaan in verband met de toepassing van de letters a en b van dit artikel.

Artikel IV

De Regering van de Arabische Republiek Egypte zal het recht hebben de terugroeping te verzoeken van een deskundige wiens werk of gedrag onbevredigend is. Alvorens een zodanig recht uit te oefenen, zal de Regering van de Arabische Republiek Egypte de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden daarvan in kennis stellen. Indien de Regering van de Arabische Republiek Egypte zulks verzoekt, zal de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden al het mogelijke doen om vervanging van de teruggeroepen deskundige te bewerkstelligen.

Artikel V

De Regering van de Arabische Republiek Egypte zal de door de Nederlandse Regering voor een project verschafte uitrusting (met inbegrip van motorvoertuigen) en alle andere voorraden vrijstellen van alle invoerrechten en andere officiële heffingen.

Artikel VI

De gehele uitrusting en alle voorraden die door de Nederlandse Regering worden verschaft in verband met een project, blijven voor de duur van een project het eigendom van de Nederlandse Regering en worden overgedragen aan de Regering van de Arabische Republiek Egypte wanneer de samenwerking tussen de beide Regeringen bij dat project ten einde is, tenzij deze nodig zijn voor een ander technisch samenwerkingsproject waarbij beide Regeringen betrokken zijn.

Artikel VII

De Regering van de Arabische Republiek Egypte zal het Nederlandse personeel geen minder gunstige voorrechten toekennen dan die welke worden toegekend aan buitenlandse deskundigen van andere landen die betrokken zijn bij technische bijstand in de Arabische Republiek Egypte. Ingeval de Arabische Republiek Egypte deskundigen nieuwe voorrechten toekent in het kader van technische samenwerking met andere landen, zullen deze voorrechten ook toepasselijk zijn op het desbetreffende personeel dat onder deze Overeenkomst valt.

Artikel VIII

a. Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de beide Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures is voldaan. Deze Overeenkomst kan evenwel voorlopig worden toegepast vanaf de datum van ondertekening door beide partijen.

b. Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een aanvangsperiode van twee jaar. Indien zij niet drie maanden voorafgaand aan de datum van beëindiging is opgezegd, wordt zij stilzwijgend verlengd voor achtereenvolgende tijdvakken van één jaar.

Iedere Regering heeft dan het recht de Overeenkomst te allen tijde op te zeggen; zij stelt de andere Regering drie maanden van tevoren hiervan in kennis.

c. Met betrekking tot projecten begonnen voor de datum van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de voorafgaande artikelen van deze Overeenkomst van kracht tot het project ten einde is.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at Cairo on this day of 30th October 1976 in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) G. W. VAN BARNEVELD KOOY

For the Government of the Arab Republic of Egypt:

(sd.) M. Z. SHAFEI