Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar tweeënzestigste zitting op 13 oktober 1976,
Gelet op de bepalingen van deel IV (Geregelde tewerkstelling en inkomsten) van de Aanbeveling betreffende de werkgelegenheidsproblemen voortvloeiend uit de technische ontwikkelingen aan boord van schepen, 1970;
Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt;
Vastgesteld hebbende, dat deze voorstellen de vorm van een internationaal Verdrag dienen te krijgen;
aanvaardt heden de achtentwintigste oktober negentienhonderd zesenzeventig het hierna volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als „Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden, 1976”:
Artikel 1
Dit Verdrag is van toepassing op personen die regelmatig beschikbaar zijn voor arbeid als zeevarenden en die hun jaarlijks inkomen hoofdzakelijk uit deze arbeid verkrijgen.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de uitdrukking „zeevarenden” verstaan een ieder als zodanig aangemerkt door de nationale wetgeving, de nationale praktijk of door collectieve arbeidsovereenkomsten, die gewoonlijk als bemanningslid aan boord van een zeeschip is tewerkgesteld, behalve op
- (a). een oorlogsschip;
- (b). een schip dat wordt gebruikt voor de visvangst of daarmee direct verband houdende werkzaamheden of voor de walvisvangst of soortgelijke doeleinden.
De nationale wetgeving bepaalt welke schepen voor de toepassing van dit Verdrag als zeeschepen dienen te worden beschouwd.
De betrokken organisaties van werkgevers en werknemers worden geraadpleegd of nemen op andere wijze deel aan het opstellen en het herzien van de omschrijvingen krachtens het tweede en derde lid van dit artikel.
Artikel 2
In elke Lid-Staat die een maritieme bedrijfstak heeft, is het een zaak van nationaal beleid alle betrokkenen aan te moedigen om, voor zover mogelijk, een ononderbroken of regelmatige tewerkstelling voor vakbekwame zeevarenden te waarborgen en zodoende de reders van een bestendig en bekwaam arbeidspotentieel te voorzien.
Er zal krachtig naar worden gestreefd de zeevarenden te verzekeren van minimumtijdvakken van tewerkstelling, dan wel van een minimuminkomen of van een financiële uitkering, waarvan de aard en de omvang afhankelijk zullen zijn van de economische en sociale situatie van het betrokken land.
Artikel 3
Maatregelen om de doelstellingen als vermeld in artikel 2 van dit Verdrag te verwezenlijken kunnen omvatten:
- (a). contracten of overeenkomsten, die voorzien in ononderbroken en regelmatige tewerkstelling bij een scheepvaartonderneming of een vereniging van reders;
- (b). voorzieningen ter regularisering van de werkgelegenheid door middel van het aanleggen en bijhouden van registers of lijsten ingedeeld naar categorieën van vakbekwame zeevarenden.
Artikel 4
Indien de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden alleen verzekerd is door het aanleggen en bijhouden van registers en lijsten, dienen deze alle beroepscategorieën van zeevarenden te omvatten zoals wordt bepaald door de nationale wetgeving of praktijk of door collectieve arbeidsovereenkomsten.
Zeevarenden die op zulk een register of lijst voorkomen genieten voorrang bij tewerkstelling in de zeevaart.
Zeevarenden die op zulk een register of lijst voorkomen dienen zich voor arbeid beschikbaar te houden zoals wordt bepaald door de nationale wetgeving of praktijk of door collectieve arbeidsovereenkomsten.
Artikel 5
Voor zover de nationale wetgeving dit toelaat, dient het personeelsbestand van de registers of lijsten van zeevarenden regelmatig te worden herzien ten einde op een niveau te worden gebracht dat in overeenstemming is met de behoeften van de maritieme bedrijfstak.
Wanneer een vermindering van het personeelsbestand van zulk een register of lijst noodzakelijk wordt, moeten alle noodzakelijke maatregelen worden getroffen om de nadelige gevolgen voor zeevarenden te voorkomen of te verzachten, waarbij rekening wordt gehouden met de economische en sociale situatie van het betrokken land.
Artikel 6
Elke Lid-Staat draagt er zorg voor dat de ter zake dienende voorschriften betreffende de veiligheid, de hygiëne, het welzijn en de beroepsopleiding van de arbeiders worden toegepast op zeevarenden.
Artikel 7
De bepalingen van dit Verdrag dienen, voor zover zij niet ten uitvoer worden gebracht door middel van collectieve arbeidsovereenkomsten, scheidsrechterlijke uitspraken of op andere wijze overeenkomstig de nationale praktijk, langs de weg van de nationale wetgeving te worden toegepast.
Artikel 8
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.
Artikel 9
Dit Verdrag is slechts bindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 10
Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaren na de datum van zijn inwerkingtreding door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij is geregistreerd.
Ieder lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden voorzien in dit artikel.
Artikel 11
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
Bij kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Artikel 12
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
Artikel 13
De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer deze dit noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel 14
Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:
- (a). bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijk opzegging van het onderhavige Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 10, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
- (b). met ingang van de datum, waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden kunnen worden bekrachtigd.
Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Artikel 15
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau, en aldaar bijeengekomen in haar tweeënzestigste zitting op 13 oktober 1976;
Gelet op de bepalingen van de Aanbeveling betreffende de werkgelegenheid voor zeevarenden (technische ontwikkelingen), 1970;
Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de Zitting voorkomt;
Vastgesteld hebbende, dat deze voorstellen de vorm van een Aanbeveling dienen te krijgen, ter aanvulling van het Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden, 1976;
aanvaardt heden, de achtentwintigste oktober negentienhonderd zesenzeventig, de volgende Aanbeveling, die kan worden aangehaald als: „Aanbeveling betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden, 1976”:
The foregoing is the authentic text of the Convention duly adopted by the General Conference of the International Labour Organisation during its Sixty-second Session which was held at Geneva and declared closed the twenty-ninth day of October 1976.
IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this eleventh day of November 1976.
The President of the Conference,
(sd.) MODOLV HAREIDE
The Director-General of the International Labour Office,
(sd.) FRANCIS BLANCHARD
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.