Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek Portugal.
Geleid door de wens de bestaande betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid aan te passen aan de ontwikkelingen welke sedert de inwerkingtreding van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal inzake sociale zekerheid, getekend te ’s-Gravenhage op 21 oktober 1966, in hun wetgevingen hebben plaatsgevonden;
Besloten hebbende een nieuw verdrag te sluiten ter vervanging van het Verdrag van 12 oktober 1966;
TITEL I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a). „grondgebied”: wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa (hierna te noemen „Nederland”); wat de Republiek Portugal betreft: het grondgebied van Portugal op het Europees vasteland en de eilandengroep Azoren en Madeira (hierna te noemen „Portugal”);
- b). „onderdaan”: wat Nederland betreft: een persoon van Nederlandse nationaliteit; wat Portugal betreft: een persoon van Portugese nationaliteit;
- c). „werknemer”: een loontrekkende of een volgens de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij met hem gelijkgestelde persoon;
- d). „wetgeving”: de wetten, regelingen en statutaire bepalingen en alle andere uitvoeringsmaatregelen, die betrekking hebben op de in artikel 2, eerste lid bedoelde takken en stelsels van sociale zekerheid;
- e). „bevoegde autoriteit”: de minister of ministers of de met hen overeenkomstige autoriteit onder wie de regelingen inzake sociale zekerheid ressorteren;
- f). „bevoegd orgaan”: het orgaan waarbij de werknemer is aangesloten op het tijdstip waarop hij om prestaties verzoekt of dat hem prestaties is verschuldigd of zou zijn, indien hij woonde op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop dit orgaan is gevestigd;
- g). „bevoegd land”: de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd;
- h). „woonplaats”: de normale verblijfplaats;
- i). „verblijfplaats”: de tijdelijke verblijfplaats;
- j). „orgaan van de woonplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
- k). „orgaan van de verblijfplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
- l). „gezinsleden”: de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen;
- m). „nagelaten betrekkingen”: de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving krachtens welke de prestaties worden toegekend;
- n). „tijdvakken van verzekering”: de tijdvakken van premiebetaling, van dienstbetrekking of van wonen die als tijdvakken van verzekering worden omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving der zij zijn vervuld of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij als zodanig door deze wetgeving zijn erkend;
- o). „prestaties”, „uitkeringen”, „verstrekkingen”, „pensioenen” of „renten”: alle prestaties, uitkeringen, verstrekkingen, pensioenen of renten, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau of aanvullende uitkeringen, alsmede uitkeringen ineens in plaats van een pensioen.
Artikel 2
Dit Verdrag is van toepassing:
- A. In Nederland op de wetgeving betreffende:
- a). de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte en moederschap);
- b). de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- c). de ouderdomsverzekering;
- d). de weduwen- en wezenverzekering;
- e). de werkloosheidsverzekering;
- f). de kinderbijslagen.
- B. In Portugal op de wetgevingen betreffende:
- a). de algemene regeling van sociale voorzorg inzake ziekte, moederschap, invaliditeit, ouderdom, overlijden, kinderbijslagen en hun aanvullende uitkeringen;
- b). de bijzondere voorzorgsregelingen of kinderbijslagen;
- c). de arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- d). de werkloosheidsuitkeringen.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, waarbij de wetgevingen genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden of zullen worden gewijzigd of aangevuld.
Het is evenwel slechts van toepassing:
- a). op wetten of regelingen die betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, indien daartoe een nadere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen wordt gesloten;
- b). op wetten of regelingen die de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde teksten bezwaar maakt bij de Regering van de andere Verdragsluitende Partij.
Dit Verdrag is niet van toepassing op de sociale bijstand en evenmin op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden.
Artikel 3
Dit Verdrag is van toepassing op de Nederlandse en Portugese werknemers op wie de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen, voor zover zij hun rechten ontlenen aan de verzekering van de werknemer.
Dit Verdrag is niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, met inbegrip van kanselarijbeambten.
Artikel 4
Behoudens de bepalingen van dit Verdrag hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij waarop dit Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de andere Partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Partij.
Het in het eerste lid neergelegde beginsel van gelijkheid van behandeling is evenwel niet van toepassing op de bepalingen van de Nederlandse wetgeving betreffende de betaling van verlaagde premies voor de vrijwillige verzekeringen inzake ouderdom en nagelaten betrekkingen.
Artikel 5
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, de pensioenen bij arbeidsongevallen of beroepsziekten, en de uitkering bij overlijden, verkregen op grond van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, aan de rechthebbenden uitbetaald, zelfs indien zij hun woonplaats op het grondgebied van de andere Partij vestigen.
De sociale verzekeringsuitkeringen van een der Verdragsluitende Partijen worden aan de onderdanen van de andere Partij, die in een derde land wonen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate verleend als aan de eigen onderdanen die in dat derde land wonen.
Artikel 6
De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Partij in geval van samenloop van een uitkering met andere uitkeringen of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn op de rechthebbende van toepassing, zelfs indien het gaat om uitkeringen welke op grond van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn verkregen of om inkomsten, welke zijn verworven of om werkzaamheden welke zijn verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de toe te passen wetgeving
Artikel 7
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 tot en met 10 is op werknemers die werkzaam zijn op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, uitsluitend de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.
Artikel 8
Op het beginsel, neergelegd in, artikel 7 gelden de volgende uitzonderingen:
- a).
- i). op de werknemers die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij tewerkgesteld zijn door een onderneming waaraan zij normaal verbonden zijn en door deze onderneming gedetacheerd worden op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij teneinde aldaar voor haar rekening arbeid te verrichten, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij van toepassing, mits de te verwachten duur van deze arbeid niet meer dan twaalf maanden bedraagt;
- ii). indien de te verrichten arbeid door onvoorziene omstandigheden de oorspronkelijk voorziene tijdsduur overschrijdt en meer dan twaalf maanden duurt, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij gedurende een nieuw tijdvak van ten hoogste twaalf maanden van toepassing, mits de bevoegde autoriteit van de andere Partij daaraan goedkeuring heeft gehecht;
- b). op de werknemers die in dienst zijn van een onderneming, welke voor rekening van anderen of voor eigen rekening personen of goederen vervoert per spoor, over de weg, door de lucht of te water, of de zeevisserij uitoefent en welke haar zetel heeft op het grondied van een der Verdragsluitende Partijen, en die als lid van het ambulant personeel werkzaam zijn, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft, van toepassing ongeacht welke de Verdragsluitende Partij is op het grondgebied waarvan zich hun woonplaats bevindt; op de werknemers die tewerkgesteld zijn en bezoldigd worden door een filiaal of een vaste vertegenwoordiging, welke bedoelde onderneming heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan die op het grondgebied waarvan zij haar zetel heeft, is echter de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze vaste vertegenwoordiging zich bevindt, van toepassing;
- c. op de werknemers behorend tot een officiële administratieve dienst van een der Verdragsluitende Partijen, die op het grondgebied van de andere Partij worden gedetacheerd, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij van toepassing.
Artikel 9
Onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede lid is artikel 7 van toepassing op werknemers die bij diplomatieke zendingen of consulaire posten der Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn en op diegenen die in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zendingen of posten zijn.
De in het eerste lid bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke zending of consulaire post wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel kiezen voor toepassing van de wetgeving van deze Partij. Dit keuzerecht mag slechts eenmaal worden uitgeoefend en wel binnen drie maanden na het tijdstip waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post, onderscheidenlijk in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zending of post wordt tewerkgesteld.
Artikel 10
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming, ten behoeve van de belanghebbende werknemers, uitzonderingen op de artikelen 7 tot en met 9 vaststellen.
TITEL III. Bijzondere bepalingen inzake de verschillende soorten prestaties
HOOFDSTUK 1. Ziekte en moederschap
Artikel 11
Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wetgevingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgevingen van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, samengeteld, voorzover deze tijdvakken elkaar niet overlappen.
Artikel 12
De werknemer die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan het bevoegde land woont en aan de in de wetgeving van het bevoegde land gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, heeft, eventueel met inachtneming van artikel 11, in het land waar hij woont, recht op:
- a). verstrekkingen, welke voor rekening van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woonplaats worden verleend, volgens de door laatstbedoeld orgaan toegepaste wetgeving, alsof hij bij dit orgaan was aangesloten;
- b). uitkeringen welke door het bevoegde orgaan worden verleend volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving. Deze uitkeringen kunnen door bemiddeling van het orgaan van de woonplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend volgens de in een administratief akkoord vast te stellen regelen.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan het bevoegde land wonen.
Wanneer de gezinsleden echter in het land van hun woonplaats beroepsarbeid verrichten of sociale verzekeringsuitkeringen genieten op grond waarvan zij aanspraak op verstrekkingen kunnen maken, zijn de bepalingen van dit artikel niet op hen van toepassing.
Artikel 13
Indien een werknemer die krachtens de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen verzekerd is geweest zich naar het grondgebied van de andere Partij heeft begeven en niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op prestaties ingevolge de wetgeving van laatstbedoelde Partij, en indien deze werknemer nog recht heeft op prestaties ingevolge de wetgeving van eerstbedoelde Partij zo hij zich op het grondgebied van deze Partij bevond, behoudt hij dit recht, mits de verzekerde gebeurtenis zich voordoet binnen een tijdvak van dertig dagen te rekenen van de laatste dag dat de verplichte verzekering van eerstbedoelde Partij op hem van toepassing was. In dit geval is artikel 12, eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
De in artikel 12 bedoelde werknemer en zijn gezinsleden, die in het bevoegde land verblijven of hun woonplaats naar het bevoegde land overbrengen, hebben recht op prestaties ingevolge de wetgeving van dat land, zelfs indien zij voor hetzelfde geval van ziekte of moederschap reeds vóór hun verblijf, respectievelijk vóór de overbrenging van hun woonplaats prestaties hebben genoten; indien de door het bevoegde orgaan toegepaste wetgeving voorziet in een maximumduur voor het verlenen van verstrekkingen, wordt met het tijdvak waarover onmiddellijk vóór de overbrenging van de woonplaats verstrekkingen zijn verleend, rekening gehouden.
Artikel 15
Een werknemer die aan de door de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, heeft recht op prestaties gedurende een verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige hulp, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.
Een werknemer, die recht op prestaties heeft verkregen voor rekening van een orgaan van één der Verdragsluitende Partijen en die op het grondgebied van deze Partij woont, behoudt dat recht, wanneer hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de Partij waarvan hij onderdaan is, overbrengt. Vóór de overbrenging moet de werknemer echter de toestemming van het bevoegde orgaan verkregen hebben. De toestemming kan slechts worden geweigerd indien verplaatsing van de belanghebbende nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van een geneeskundige behandeling.
Wanneer een werknemer, overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande leden, recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen voor rekening van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van verlening van de verstrekkingen; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is echter gelijk aan die voorzien in de wetgeving van het bevoegde land.
In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, slechts verschaft als het bevoegde orgaan daartoe machtiging verleent.
In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden de uitkeringen verleend door het bevoegde orgaan volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving. Deze uitkeringen kunnen door bemiddeling van het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend volgens de in een administratief akkoord vast te stellen regelen.
Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de werknemer.
Artikel 16
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.