Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels

Type Verdrag
Publication 1994-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Uitgaande van de wederzijdse afhankelijkheid tussen de mens en zijn milieu;

In overweging nemende de fundamentele ecologische functies van watergebieden als regelaars van waterhuishoudingen en als gebieden met een geheel eigen flora en fauna, met name watervogels;

De overtuiging toegedaan dat watergebieden een natuurlijk bezit vormen van grote economische, culturele, wetenschappelijke en recreatieve waarde en dat het verlies daarvan onherstelbaar zou zijn;

Geleid door de wens een halt toe te roepen aan de toenemende aantasting en het verloren gaan van watergebieden nu en in de toekomst;

Erkennende dat watervogels tijdens hun trek landsgrenzen overvliegen en derhalve kunnen worden beschouwd als een internationaal natuurlijk bezit;

Vertrouwende dat het behoud van watergebieden en hun flora en fauna kan worden gewaarborgd door het combineren van een vooruitziend nationaal beleid met een gecoördineerd internationaal optreden;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1
1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn watergebieden moerassen, vennen, veen- of plasgebieden, natuurlijk of kunstmatig, blijvend of tijdelijk, met stilstaand of stromend water, zoet, brak of zout, met inbegrip van zeewater waarvan de diepte bij eb niet meer is dan zes meter.

2.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn watervogels vogels die in ecologische zin van watergebieden afhankelijk zijn.

Artikel 2
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst de daarvoor in aanmerking komende, binnen haar grondgebied liggende watergebieden aan voor opname in een lijst van watergebieden van internationale betekenis, hierna te noemen „de Lijst”, welke wordt bijgehouden door het Bureau, opgericht krachtens artikel 8. De grenzen van elk watergebied worden nauwkeurig beschreven en in kaart gebracht, en daarin kunnen tevens de aan de watergebieden grenzende oever- en kustgebieden en binnen de watergebieden gelegen eilanden of zeewatergedeelten, waarvan de diepte bij eb meer is dan zes meter, worden opgenomen, met name indien zij van belang zijn als verblijfplaats voor watervogels.

2.

Watergebieden dienen voor opname in de Lijst in aanmerking te komen op grond van hun internationale betekenis in ecologisch, botanisch, zoölogisch, limnologisch of hydrologisch opzicht. In de eerste plaats dienen watergebieden van internationale betekenis voor watervogels in elk seizoen te worden opgenomen.

3.

De soevereine rechten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een watergebied is gelegen, worden door de opname van dit watergebied in de Lijst onverlet gelaten.

4.

Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst bij het ondertekenen van deze Overeenkomst of bij het nederleggen van haar akte van bekrachtiging of toetreding krachtens artikel 9 ten minste één watergebied aan voor opname in de Lijst.

5.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht andere in haar grondgebied gelegen watergebieden aan de Lijst toe te voegen, de grenzen van de reeds in de Lijst opgenomen watergebieden te verruimen of, om dringende redenen van nationaal belang, de reeds op de Lijst aangegeven grenzen van watergebieden op te heffen of in te krimpen en zij dient deze wijzigingen zo spoedig mogelijk mede te delen aan de organisatie of de regering die verantwoordelijk is voor de in artikel 8 omschreven, door het Bureau te verrichten lopende administratieve werkzaamheden.

6.

Elke Overeenkomstsluitende Partij dient zich bewust te zijn van haar internationale verantwoordelijkheden voor het behoud, het beheer en het verstandig gebruik van de aanwezige trekkende watervogels, zowel bij het aanwijzen van binnen haar grondgebied gelegen watergebieden voor opname in de Lijst als bij het uitoefenen van haar recht tot wijziging van in die Lijst opgenomen gegevens.

Artikel 3
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen formuleren en verwezenlijken hun plannen op zodanige wijze dat het behoud van de in de Lijst opgenomen watergebieden en, voor zover mogelijk, het verstandig gebruik van de in hun grondgebied gelegen watergebieden worden bevorderd.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt zorg dat zij zo spoedig mogelijk wordt ingelicht, indien het ecologisch karakter van een in haar grondgebied gelegen en in de Lijst opgenomen watergebied verandert of mogelijk zal veranderen ten gevolge van technologische ontwikkelingen, verontreiniging of ander menselijk ingrijpen. Gegevens over dergelijke veranderingen dienen onverwijld te worden doorgegeven aan de organisatie of regering die verantwoordelijk is voor de in artikel 8 omschreven, door het Bureau te verrichten lopende administratieve werkzaamheden.

Artikel 4
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij bevordert het behoud van watergebieden en watervogels door het stichten van natuurreservaten in watergebieden, ongeacht of deze al dan niet zijn opgenomen in de Lijst, en neemt passende maatregelen voor de bewaking daarvan.

2.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij om dringende redenen van nationaal belang de grenzen van een in de Lijst opgenomen watergebied opheft of beperkt dient zij, voor zover zulks mogelijk is, een verlies van een gedeelte van de watergebieden te compenseren en zij dient in het bijzonder aanvullende natuurreservaten te stichten voor watervogels en voor de bescherming, hetzij in hetzelfde gebied, hetzij elders, van een passend deel van hun oorspronkelijk woongebied.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen bevorderen het wetenschappelijk onderzoek en de uitwisseling van gegevens en publikaties met betrekking tot watergebieden en hun flora en fauna.

4.

De Overeenkomstsluitende Partijen trachten door een goed beheer de watervogelstand in de daartoe geëigende watergebieden te vermeerderen.

5.

De Overeenkomstsluitende Partijen bevorderen de opleiding van deskundig personeel op het gebied van het onderzoek, het beheer en het bewaken van watergebieden.

Artikel 5

De Overeenkomstsluitende Partijen plegen onderling overleg omtrent de uitvoering van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, met name in het geval van een watergebied dat zich uitstrekt over de grondgebieden van meer dan één Overeenkomstsluitende Partij of indien een waterloopstelsel door Overeenkomstsluitende Partijen wordt gedeeld.

Tezelfdertijd trachten zij de huidige en toekomstige beleidsvoering en regelingen betreffende het behoud van watergebieden en hun flora en fauna te coördineren en te steunen.

Artikel 6
1.

Er wordt een Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen ingesteld om de uitvoering van deze Overeenkomst te toetsen en te bevorderen. Het in artikel 8, eerste lid, bedoelde Bureau belegt gewone zittingen van de Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen met tussenpozen van ten hoogste drie jaren, tenzij de Conferentie anders besluit, en buitengewone zittingen op schriftelijk verzoek van ten minste een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen. De Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen stelt op elke gewone zitting het tijdstip en de plaats van de volgende gewone zitting vast.

2.

De Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen is bevoegd tot:

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen waarborgen dat degenen die op alle niveaus verantwoordelijk zijn voor het beheer van watergebieden, in kennis worden gesteld van en rekening houden met de aanbevelingen van zodanige Conferenties betreffende het behoud, het beheer en het verstandig gebruik van watergebieden en hun flora en fauna.

4.

De Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt een reglement van orde aan voor elk van haar zittingen.

5.

De Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen stelt het financieel reglement van deze Overeenkomst vast en toetst dit regelmatig. Op elk van haar gewone zittingen neemt zij de begroting voor het volgende financiële tijdvak aan bij een meerderheid van twee-derde van de aanwezige Overeenkomstsluitende Partijen die hun stem uitbrengen.

6.

Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt bij aan de begroting volgens een bijdragenschaal die is aangenomen met eenparigheid van stemmen door de Overeenkomstsluitende Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen op een gewone zitting van de Conferentie van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 7
1.

Tot de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen op zodanige Conferenties dienen personen te behoren die deskundig zijn op het terrein van watergebieden en watervogels uit hoofde van hun kennis en ervaring, verkregen in hun wetenschappelijke, administratieve of andere hoedanigheid.

2.

Elke van de ter Conferentie vertegenwoordigde Overeenkomstsluitende Partijen brengt één stem uit, terwijl de aanbevelingen, resoluties en besluiten worden aangenomen bij eenvoudige meerderheid van de aanwezige Overeenkomstsluitende Partijen die hun stem uitbrengen, tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald.

Artikel 8
1.

De Internationale Unie voor Behoud van de Natuur en de Natuurlijke Hulpbronnen verricht de lopende administratieve werkzaamheden krachtens deze Overeenkomst tot het ogenblik waarop een ander orgaan of een regering hiertoe als Bureau is aangewezen bij een meerderheid van twee derde der stemmen van alle Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

De lopende administratieve werkzaamheden van dit Bureau bestaan onder meer uit:

Artikel 9
1.

Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd voor ondertekening opengesteld.

2.

Leden van de Verenigde Naties of van een van de Gespecialiseerde Organisaties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie of Staten die partij zijn bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof, kunnen partij worden bij deze Overeenkomst door:

3.

Bekrachtiging of toetreding dient te geschieden door nederlegging van een akte van bekrachtiging of toetreding bij de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (hierna te noemen de „Depositaris”).

Artikel 10
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking vier maanden na de datum waarop zeven Staten partij zijn geworden bij deze Overeenkomst overeenkomstig het tweede lid van artikel 9.

2.

Daarna treedt deze Overeenkomst voor iedere Overeenkomstsluitende Partij in werking vier maanden na de datum van haar ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of van haar nederlegging van een akte van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 10bis
1.

Deze Overeenkomst kan worden gewijzigd op een vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen die daartoe zijn bijeengeroepen overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.

2.

Voorstellen tot wijziging kunnen door elke Overeenkomstsluitende Partij worden ingediend.

3.

De tekst van elke voorgestelde wijziging en de gronden daarvoor worden medegedeeld aan de Organisatie of de Regering die de lopende administratieve werkzaamheden krachtens deze Overeenkomst verricht, (hierna te noemen: „het Bureau”), en wordt door het Bureau onverwijld medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen. Alle opmerkingen van de Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de tekst worden aan het Bureau medegedeeld binnen drie maanden na de datum waarop de wijzigingen aan de Overeenkomstsluitende Partijen door het Bureau zijn medegedeeld. Onmiddellijk na de laatste dag waarop de opmerkingen kunnen worden ingezonden, deelt het Bureau alle tot dat tijdstip ingezonden opmerkingen mede aan de Overeenkomstsluitende Partijen.

4.

Een vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen ter bespreking van een wijziging waarvan overeenkomstig het bepaalde in het derde lid mededeling is gedaan, wordt bijeengeroepen door het Bureau na een schriftelijk verzoek daartoe door éénderde van de Overeenkomstsluitende Partijen. Het Bureau pleegt overleg met de Partijen omtrent het tijdstip en de plaats van de vergadering.

5.

Wijzigingen worden aangenomen met een tweederde meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen.

6.

Een wijziging die is aangenomen, treedt voor de Overeenkomstsluitende Partijen die deze hebben aanvaard, in werking op de eerste dag van de vierde maand, volgend op de dag waarop tweederde van de Overeenkomstsluitende Partijen een akte van aanvaarding heeft nedergelegd bij de Depositaris. Voor elke Overeenkomstsluitende Partij die een akte van aanvaarding nederlegt na de datum waarop tweederde van de Overeenkomstsluitende Partijen een akte van aanvaarding heeft nedergelegd, treedt de wijziging in werking op de eerste dag van de vierde maand, volgend op de datum van nederlegging van haar akte van aanvaarding.

Artikel 11
1.

Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd van kracht.

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst opzeggen na een tijdvak van vijf jaar, te rekenen van de datum waarop zij voor die Partij in werking is getreden, door het doen van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris. De opzegging wordt van kracht vier maanden na de datum waarop deze kennisgeving is ontvangen door de Depositaris.

Artikel 12
1.

De Depositaris doet aan alle Staten die de Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden onverwijld mededeling van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.