Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben

Type Verdrag
Publication 2004-11-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

In herinnering brengend, dat iedere Staat, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, de plicht heeft zich in zijn internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld, gericht tegen de soevereiniteit, de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een Staat, dan wel plaatsvindend op enige andere wijze, die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties,

Voorts herinnerend aan het algemene beginsel dat de burgerbevolking tegen de gevolgen van vijandelijkheden dient te worden beschermd,

Zich baserend op het volkenrechtelijke beginsel dat het recht van de partijen bij een gewapend conflict ten aanzien van de keuze der methoden of middelen van oorlogvoering niet onbegrensd is, en op het beginsel dat het verboden is in gewapende conflicten wapens, projectielen en stoffen alsmede methoden van oorlogvoering te gebruiken, die naar hun aard overbodig letsel of onnodig leed veroorzaken,

Voorts eraan herinnerend dat het verboden is methoden of middelen van oorlogvoering te gebruiken, bestemd om omvangrijke, langdurige en ernstige schade aan het natuurlijke milieu toe te brengen, of die dergelijke schade naar kan worden verwacht, zullen toebrengen,

Hun vastbeslotenheid bevestigend dat in gevallen waarin niet wordt voorzien door dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen, of door andere internationale overeenkomsten, de burgerbevolking en de combattanten te allen tijde beschermd blijven door en onderworpen blijven aan de beginselen van het volkenrecht, die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het algemene rechtsbewustzijn,

Verlangend bij te dragen tot de internationale ontspanning, de beëindiging van de bewapeningswedloop en het wekken van vertrouwen tussen Staten, en aldus tot de verwezenlijking van het streven van alle volken in vrede te leven,

Erkennend dat het van belang is alles te doen wat kan bijdragen tot vorderingen in de richting van algemene en volledige ontwapening onder strikt en doeltreffend internationaal toezicht,

Opnieuw de noodzaak bevestigend voort te gaan met de codificatie en geleidelijke ontwikkeling van de regels van het volkenrecht, toepasselijk in geval van gewapende conflicten,

Geleid door de wens het gebruik van bepaalde conventionele wapens te verbieden of verder te beperken, en ervan overtuigd dat de op dit terrein geboekte positieve resultaten de algemene ontwapeningsbesprekingen met het oogmerk een einde te maken aan de produktie, de opslag en de verspreiding van zulke wapens, kunnen vergemakkelijken,

De nadruk leggend op de wenselijkheid dat alle Staten partij worden bij dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen, vooral de militair belangrijke Staten,

Indachtig het feit dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de Ontwapeningscommissie van de Verenigde Naties kunnen besluiten een mogelijke verruiming te bestuderen van het toepassingsgebied van de verboden en beperkingen, vervat in dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen,

Voorts indachtig het feit dat de Ontwapeningscommissie 1)Hier is bedoeld de Geneefse Ontwapeningscommissie.kan besluiten de aanvaarding te overwegen van verdere maatregelen tot verbod of beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Toepassingsgebied
1.

Dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen zijn van toepassing in de situaties bedoeld in de artikelen 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor de bescherming van oorlogsslachtoffers, met inbegrip van de situaties zoals beschreven in artikel 1, vierde lid, van Aanvullend Protocol I bij deze Verdragen.

2.

Dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen zijn tevens van toepassing, in aanvulling op de situaties bedoeld in het eerste lid van dit artikel, op situaties bedoeld in de artikelen 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949. Dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen zijn niet van toepassing op situaties van binnenlandse onlusten en spanningen, zoals ongeregeldheden, geïsoleerde en sporadische geweldplegingen en andere soortgelijke daden die geen gewapende conflicten zijn.

3.

In geval van gewapende conflicten van niet-internationale aard die zich voordoen op het grondgebied van een van de Hoge Verdragsluitende Partijen, is elke partij bij het conflict gehouden de verboden en beperkingen van dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen toe te passen.

4.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag of van de daaraan gehechte Protocollen wordt ingeroepen met het oog op de aantasting van de soevereiniteit van een Staat of de verantwoordelijkheid van de regering om, met alle wettige middelen, de openbare orde in de Staat te handhaven of te herstellen of de nationale eenheid en territoriale integriteit van de Staat te verdedigen.

5.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag of van de daaraan gehechte Protocollen wordt ingeroepen ter rechtvaardiging van rechtstreeks of onrechtstreeks ingrijpen, op welke gronden dan ook, in het gewapend conflict of in de nationale of internationale aangelegenheden van de Hoge Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan dat conflict zich voordoet.

6.

De toepassing van de bepalingen van dit Verdrag en van de daaraan gehechte Protocollen op partijen bij een conflict die geen Hoge Verdragsluitende Partijen zijn en die dit Verdrag of de daaraan gehechte Protocollen hebben aanvaard, wijzigt, noch expliciet noch impliciet, hun juridische status of de juridische status van een betwist grondgebied.

7.

De bepalingen van het tweede tot en met het zesde lid van dit artikel doen geen afbreuk aan aanvullende Protocollen die na 1 januari 2002 worden aangenomen en waarvan de werkingssfeer met betrekking tot dit artikel kan worden toegepast, uitgesloten of gewijzigd.

Artikel 2. Verhouding tot andere internationale overeenkomsten

Geen enkele bepaling in dit Verdrag of de daaraan gehechte Protocollen mag zo worden uitgelegd als zou daardoor afbreuk worden gedaan aan andere verplichtingen, die de Hoge Verdragsluitende Partijen zijn opgelegd door het internationaal humanitair recht dat van toepassing is in gewapende conflicten.

Artikel 3. Ondertekening

Dit Verdrag staat gedurende een tijdvak van twaalf maanden te rekenen van 10 april 1981 open voor ondertekening door alle Staten op het Hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York.

Artikel 4. Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding
1.

Dit Verdrag is onderworpen aan bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door de ondertekenaars. Een Staat die dit Verdrag niet heeft ondertekend, kan tot het Verdrag toetreden.

2.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.

3.

Verklaringen van instemming te zijn gebonden door aan dit Verdrag gehechte Protocollen, kunnen worden afgelegd door elke Staat wanneer deze zulks verkiest, met dien verstande dat die Staat, op het tijdstip van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag of van toetreding ertoe, de depositaris in kennis stelt van zijn instemming te zijn gebonden door ten minste twee van deze Protocollen.

4.

Een Staat kan te allen tijde na de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag, of van toetreding tot dit Verdrag, de depositaris in kennis stellen van zijn instemming te zijn gebonden door een aangehecht Protocol waardoor hij niet reeds was gebonden.

5.

Een Protocol waardoor een Hoge Verdragsluitende Partij is gebonden, vormt voor die Partij een integrerend deel van dit Verdrag.

Artikel 5. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag treedt in werking zes maanden na de datum van nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Voor elke Staat die zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt na de datum van nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt dit Verdrag in werking zes maanden na de datum waarop die Staat zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft nedergelegd.

3.

Elk van de aan dit Verdrag gehechte Protocollen treedt in werking zes maanden na de datum waarop twintig Staten hebben kennis gegeven van hun instemming daardoor te zijn gebonden overeenkomstig artikel 4, derde of vierde lid van dit Verdrag.

4.

Voor elke Staat die kennis geeft van zijn instemming te zijn gebonden door een aan dit Verdrag gehecht Protocol na de datum waarop twintig Staten hebben kennis gegeven van hun instemming daardoor te zijn gebonden, treedt het Protocol in werking zes maanden na de datum waarop die Staat heeft kennisgegeven van zijn instemming aldus te zijn gebonden.

Artikel 6. Verspreiding

De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, zowel in vredestijd als ten tijde van een gewapend conflict, dit Verdrag en die van de daaraan gehechte Protocollen waardoor zij gebonden zijn, op zo ruim mogelijke schaal in hun onderscheiden landen te verspreiden en in het bijzonder de bestudering ervan op te nemen in hun militaire opleidingsprogramma’s, zodat de strijdkrachten van die akten op de hoogte kunnen zijn.

Artikel 7. Verdragsbetrekkingen na de inwerkingtreding van dit Verdrag
1.

Wanneer één van de partijen bij een conflict niet is gebonden door een aangehecht Protocol, blijven de door dit Verdrag en dat aangehechte Protocol gebonden partijen daardoor gebonden in hun onderlinge betrekkingen.

2.

Een Hoge Verdragsluitende Partij is door dit Verdrag en enig daaraan gehecht Protocol dat ten aanzien van haar van kracht is, gebonden in een in artikel 1 bedoelde situatie, met betrekking tot een Staat die geen partij is bij dit Verdrag of gebonden is door het desbetreffende aangehechte Protocol, indien de laatstgenoemde partij dit Verdrag of het desbetreffende Protocol aanvaardt en toepast en de depositaris daarvan in kennis stelt.

3.

De depositaris stelt de betrokken Hoge Verdragsluitende Partijen onmiddellijk in kennis van een ingevolge het tweede lid van dit artikel ontvangen kennisgeving.

4.

Dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen waardoor een Hoge Verdragsluitende Partij gebonden is, zijn van toepassing ten aanzien van een gewapend conflict waarbij die Hoge Verdragsluitende Partij betrokken is, van het soort bedoeld in artikel 1, vierde lid, van Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor de bescherming van oorlogsslachtoffers:

De Hoge Verdragsluitende Partij en de autoriteit kunnen ook overeenkomen de verplichtingen van Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève op basis van wederkerigheid te aanvaarden en toe te passen.

Artikel 8. Herziening en wijzigingen
Artikel 9. Opzegging
1.

Een Hoge Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag of elk van de daaraan gehechte Protocollen opzeggen door kennisgeving aan de depositaris.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.