Verdrag betreffende betaald scholings- en vormingsverlof
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen in haar negenenvijftigste zitting op 5 juni 1974;
Gelet op het feit dat volgens artikel 26 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens een ieder recht heeft op onderwijs;
Gelet bovendien op de bepalingen vervat in de bestaande internationale arbeidsaanbevelingen betreffende de vakopleiding en de bescherming van de vertegenwoordigers van de werknemers en betreffende het tijdelijk vrijaf geven van werknemers of het toekennen van vrije tijd om hen in staat te stellen deel te nemen aan vormings- of opleidingsprogramma's;
Overwegende dat de behoefte aan permanente vorming en opleiding, afgestemd op de wetenschappelijke en technologische ontwikkeling en op het veranderende patroon van de economische en sociale betrekkingen vraagt om passende regelingen voor scholings- en vormingsverlof, ten einde tegemoet te komen aan nieuwe verlangens, behoeften en doelstellingen van sociale, economische, technologische en culturele aard;
Overwegende dat betaald scholings- en vormingsverlof moet worden beschouwd als een van de middelen om tegemoet te komen aan de werkelijke behoeften van iedere werknemer in de hedendaagse maatschappij,
Overwegende dat betaald scholingsverlof moet worden gezien in het licht van een op permanente vorming en opleiding gericht beleid dat geleidelijk en doeltreffend moet worden uitgevoerd;
Besloten hebbende bepaalde voorstellen aan te nemen betreffende betaald scholings- en vormingsverlof, welk onderwerp als vierde punt op de agenda der zitting voorkomt;
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag zullen krijgen,
neemt heden, de vierentwintigste juni 1974, het volgende verdrag aan dat kan worden aangehaald als „Verdrag betreffende betaald scholings- en vormingsverlof”, 1974:
Artikel 1
In dit Verdrag betekent de uitdrukking „betaald scholings- en vormingsverlof” een verlof dat aan een werknemer wordt verleend ten behoeve van scholing of vorming, voor een bepaalde periode, gedurende de werktijd, waarbij passende uitkeringen worden toegekend.
Artikel 2
Ieder Lid dient een beleid op te stellen en toe te passen dat erop is gericht, door aan nationale omstandigheden en gebruiken aangepaste methoden en zo nodig in verschillende fasen, te bevorderen dat betaald scholings- en vormingsverlof wordt verleend voor:
- a). opleiding op alle niveaus;
- b). algemene en sociale vorming alsmede ontwikkeling van de burgerschapszin;
- c). vorming met betrekking tot vakbondsactiviteiten.
Artikel 3
Het in het vorige artikel bedoelde beleid dient erop gericht te zijn om, zo nodig op verschillende wijzen, bij te dragen aan:
- a). verwerving, verbetering en aanpassing van vakbekwaamheden alsmede bevordering van de werkgelegenheid en veiligstelling van de arbeidsplaats in het licht van de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en van de economische en structurele veranderingen;
- b). deskundige en actieve deelname van werknemers en hun vertegenwoordigers aan het leven binnen de onderneming en de gemeenschap;
- c). de ontwikkeling van de werknemers op menselijk, sociaal en cultureel gebied;
- d). in het algemeen de bevordering van een passende permanente vorming en opleiding waardoor de werknemers worden geholpen zich aan te passen aan de eisen des tijds.
Artikel 4
Dit beleid dient rekening te houden met het stadium van ontwikkeling en met de bijzondere behoeften van het land en van de verschillende bedrijfssectoren, alsmede te worden gecoördineerd met het algemene beleid op het gebied van werkgelegenheid, vorming, opleiding en arbeidsduur en in voorkomende gevallen rekening te houden met seizoenschommelingen in de duur of de omvang van de arbeid.
Artikel 5
De verlening van betaald scholings- en vormingsverlof kan worden geregeld in de nationale wetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten, arbitrale uitspraken of op iedere andere wijze, overeenkomstig de nationale gebruiken.
Artikel 6
De openbare autoriteiten, werkgevers- en werknemersorganisaties, instellingen of organen die vorming en opleiding verzorgen, dienen overeenkomstig nationale omstandigheden en gebruiken te worden betrokken bij de uitwerking en de toepassing van het beleid dat is gericht op bevordering van betaald scholings- en vormingsverlof.
Artikel 7
Regelingen met betrekking tot betaald scholings- en vormingsverlof worden regelmatig, op passende wijze en overeenkomstig de nationale gebruiken gefinancierd.
Artikel 8
Betaald scholings- en vormingsverlof mag werknemers niet worden geweigerd op grond van hun ras, kleur, geslacht, godsdienst, politieke overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst.
Artikel 9
Indien nodig moeten ten aanzien van betaald scholings- en vormingsverlof bijzondere bepalingen worden opgesteld:
- a). wanneer bijzondere categorieën werknemers, zoals werknemers bij kleine ondernemingen, werknemers op het platteland of anderen die in afgelegen gebieden wonen, werknemers in ploegendiensten of werknemers met gezinsverantwoordelijkheid, moeilijkheden ondervinden bij het gebruikmaken van de algemene regelingen;
- b). wanneer bijzondere categorieën ondernemingen, zoals kleine ondernemingen of seizoengebonden ondernemingen, moeilijkheden ondervinden bij het toepassen van de algemene regelingen, met dien verstande dat de werknemers in die ondernemingen niet mogen worden uitgesloten van betaald scholings- en vormingsverlof.
Artikel 10
De voorwaarden waaraan de werknemers moeten voldoen voor het verkrijgen van betaald scholings- en vormingsverlof kunnen verschillen al naar gelang dit verlof wordt verleend voor:
- a). vorming op alle niveaus;
- b). algemene en sociale vorming of ontwikkeling van de burgerschapszin;
- c). vorming met betrekking tot vakbondsactiviteiten.
Artikel 11
Voor het vaststellen van het recht op sociale uitkeringen en van andere uit de arbeidsverhouding voortvloeiende rechten wordt de periode van betaald scholings- en vormingsverlof gelijkgesteld met een periode van verrichte arbeid, overeenkomstig het bepaalde in de nationale wetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten, arbitrale uitspraken of op iedere andere wijze overeenkomstig nationale gebruiken.
Artikel 12
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau medegedeeld en door hem geregistreerd.
Artikel 13
Dit Verdrag is slechts bindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen bij de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 14
Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaren na de datum van zijn inwerkingtreding door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij is geregistreerd.
Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaren als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden voorzien in dit artikel.
Artikel 15
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
Bij kennisgeving aan de Leden van de Organisatie, van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Artikel 16
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en alle verklaringen van opzegging welke hij heeft geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen, mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Artikel 17
Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig oordeelt, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel 18
Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:
- a). de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 14, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
- b). met ingang van de datum waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Artikel 19
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen in haar negenenvijftigste zitting op 5 juni 1974;
Gelet op het feit dat volgens artikel 26 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens een ieder recht heeft op onderwijs;
Gelet bovendien op de bepalingen vervat in de bestaande internationale arbeidsaanbevelingen betreffende de vakopleiding en de bescherming van de vertegenwoordigers van de werknemers en betreffende het tijdelijk vrijaf geven van werknemers of het toekennen van vrije tijd om hen in staat te stellen deel te nemen aan vormings- of opleidingsprogramma's;
Overwegende dat de behoefte aan permanente vorming en opleiding, afgestemd op de wetenschappelijke en technische ontwikkeling en op het veranderende patroon van de economische en sociale betrekkingen, vraagt om passende regelingen voor scholings- en vormingsverlof, ten einde tegemoet te komen aan nieuwe verlangens, behoeften en doelstellingen van sociale, economische, technologische en culturele aard;
Overwegende dat betaald scholings- en vormingsverlof moet worden beschouwd als een van de middelen om tegemoet te komen aan de werkelijke behoeften van iedere werknemer in de hedendaagse maatschappij;
Overwegende dat betaald scholings- en vormingsverlof moet worden gezien in het licht van een op permanente vorming en opleiding gericht beleid dat geleidelijk en doeltreffend moet worden uitgevoerd;
Besloten hebbende bepaalde voorstellen aan te nemen betreffende betaald scholings- en vormingsverlof, welk onderwerp als vierde punt op de agenda der zitting voorkomt;
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een aanbeveling zullen aannemen,
neemt heden, de vierentwintigste juni 1974, de volgende aanbeveling aan die kan worden aangehaald als „Aanbeveling betreffende betaald scholings- en vormingsverlof”, 1974:
The foregoing is the authentic text of the Convention duly adopted by the General Conference of the International Labour Organisation during its Fifty-ninth Session which was held at Geneva and declared closed the twenty-fifth day of June 1974.
IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-sixth day of June 1974:
The President of the Conference
(sd.) PEDRO SALA OROSCO
The Director-General of the International Labour Office
(sd.) FRANCIS BLANCHARD
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.