Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende het internationale personenvervoer over de weg
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;
Verlangende de ontwikkeling van het personenvervoer over de weg tussen hun beide landen in het belang van hun economische betrekkingen te bevorderen;
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:
- a). onder „vervoerder” iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie, in Nederland dan wel in het Verenigd Koninkrijk, overeenkomstig de wetten en voorschriften van een van beide landen vergunning is verleend tot het verrichten van beroepsvervoer van personen over de weg;
- b). onder „autobus” elk van een mechanisch voortbewegingsmiddel voorzien wegvoertuig, dat:
- (i). is gebouwd of omgebouwd voor het vervoer van personen over de weg;
- (ii). tenminste acht zitplaatsen heeft behalve die van de bestuurder;
- (iii). is ingeschreven op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij en eigendom is van dan wel wordt gebruikt door of namens een vervoerder aan wie op dat grondgebied vergunning tot het verrichten van personenvervoer is verleend.
Artikel 2
1). Een vervoerder aan wie op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij vergunning is verleend zal, zonder dat overeenkomstig de wet van de andere Overeenkomstsluitende Partij hiervoor het bezit van een vergunning wordt geëist, worden toegestaan de volgende vormen van internationaal personenvervoer te verrichten:
- a). „gesloten rondritten”; d.w.z. ritten naar of over het grondgebied n de andere Overeenkomstsluitende Partij, waarbij een autobus dat grondgebied binnenkomt en verlaat, zonder dat passagiers op dat grondgebied worden opgenomen of afgezet;
- b). „brengritten”; d.w.z. ritten, waarbij een groep personen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wordt gebracht voor een tijdelijk verblijf en de autobus leeg of met een rit zoals omschreven onder e) dat grondgebied verlaat;
- c). „haalritten”; d.w.z. ritten, waarbij een autobus het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij leeg of met een rit zoals omschreven onder b) binnenkomt en naar het grondgebied waarop aan de vervoerder vergunning is verleend, een groep personen vervoert, van wie ieder:
- (i). is vervoerd naar het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door die vervoerder; en
- (ii). alvorens aldus te worden vervoerd, een overeenkomst had gesloten voor beide ritten op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, waarop aan de vervoerder vergunning is verleend.
2). Zonder vergunning is ook toegestaan de vervanging van een autobus, die onbruikbaar is geworden tijdens het verrichten van een van bovengenoemde ritten, door een andere autobus.
Artikel 3
Personenvervoer, anders dan dat genoemd in artikel 2 van deze Overeenkomst, dat door een vervoerder aan wie vergunning is verleend op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wordt verricht, is onderworpen aan een vergunning overeenkomstig de nationale wetten en voorschriften, die op dat grondgebied van kracht zijn.
Artikel 4
1). In geval van een inbreuk op de wetten en voorschriften betreffende wegvervoer en wegverkeer, die van kracht zijn op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, zal de bevoegde autoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij op wiens grondgebied de inbreuk plaatsvond, de maatregelen nemen die zij passend acht met betrekking tot een zodanige inbreuk.
2). De bepalingen van dit artikel laten onverlet de wettige straffen, die kunnen worden opgelegd door de gerechtelijke autoriteiten of andere instanties, belast (met de handhaving van de wet, op het grondgebied waarop de inbreuk plaatsvond.
Artikel 5
De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar raadplegen over alle vraagstukken, die uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien.
Artikel 6
1). Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk.
2). Wat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland.
Artikel 7
1). Deze Overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag nadat de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld, dat de noodzakelijke maatregelen voor de inwerkingstelling van de Overeenkomst in hun onderscheiden gebieden zijn genomen.
2). De Overeenkomst zal voor een tijdvak van een jaar na haar inwerkingtreding van kracht zijn en zal van jaar tot jaar van kracht blijven behoudens opzegging door een der Overeenkomstsluitende Partijen.
Een Overeenkomstsluitende Partij, die deze Overeenkomst wenst te beëindigen zal dit drie maanden van te voren aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededelen.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE in duplicate at London, this 4th day of November, 1971 in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands:
(sd.) W. J. G. GEVERS
For the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland:
(sd.) LOTHIAN
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.