Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten

Type Verdrag
Publication 1985-05-22
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Lid-Staten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is een hechter verband te scheppen tussen zijn Leden;

Rekening houdende met het feit dat in het internationale recht een streven bestaat naar beperking van de gevallen waarin een Staat zich voor een buitenlandse rechter kan beroepen op immuniteit;

Verlangende in hun onderlinge betrekkingen gemeenschappelijke regels vast te stellen inzake de omvang van de immuniteit die een Staat geniet ten aanzien van de rechtsmacht van rechters van een andere Staat, welke regels tevens zijn gericht op het verwezenlijken van het uitvoeren van vonnissen gewezen tegen een Staat;

Overwegende dat de aanvaarding van zodanige regels zal leiden tot bevordering van de door de Lid-Staten van de Raad van Europa nagestreefde harmonisering op juridisch gebied;

Zijn overeengekomen als volgt:

HOOFDSTUK I. Immuniteit ten aanzien van rechtsmacht

Artikel 1
1.

Een Overeenkomstsluitende Staat die optreedt als eiser of die zich voegt in een geding voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, onderwerpt zich, wat betreft dat geding, aan de rechtsmacht van de rechter van die Staat.

2.

Een zodanige Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van de andere Overeenkomstsluitende Staat met betrekking tot een eis in reconventie, indien:

3.

Een Overeenkomstsluitende Staat die een eis in reconventie instelt voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, onderwerpt zich aan de rechtsmacht van de rechter van die Staat, zowel ten aanzien van de eis in conventie als van de eis in reconventie.

Artikel 2

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, indien hij zich ertoe heeft verbonden zich te onderwerpen aan de rechtsmacht van die rechter krachtens:

Artikel 3
1.

Een Overeenkomstsluitende Staat geniet geen immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, indien hij, alvorens daarop een beroep te doen, ten principale concludeert. Indien hij evenwel aantoont dat hij slechts naderhand kennis heeft kunnen nemen van feiten waarop hij zijn immuniteit had kunnen gronden, kan hij een beroep doen op immuniteit op grond van die feiten, mits hij zulks doet zodra dit mogelijk is.

2.

Een Overeenkomstsluitende Staat wordt niet geacht afstand te hebben gedaan van immuniteit, indien hij voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat verschijnt ten einde een beroep te doen op die immuniteit.

Artikel 4
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 5 kan een Overeenkomstsluitende Staat geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, indien het geding betrekking heeft op een verplichting van de Staat, waaraan uit hoofde van een overeenkomst moet worden voldaan op het grondgebied van de Staat van het forum.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

Artikel 5
1.

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, indien het geding betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst gesloten tussen de Staat en een natuurlijk persoon, wanneer de arbeid moet worden verricht op het grondgebied van de Staat van het forum.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

3.

Indien de arbeid wordt verricht voor een kantoor, agentschap of andere vestiging als bedoeld in artikel 7, is het bepaalde in het tweede lid, letters (a) en (b), van dit artikel slechts van toepassing, indien de persoon met wie de overeenkomst is gesloten, op het tijdstip van het sluiten der overeenkomst zijn gewone verblijfplaats had op het grondgebied van de Staat die hem in dienst heeft.

Artikel 6
1.

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van een rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, indien hij met een of meer particulieren deelneemt in een vennootschap, vereniging of rechtspersoon die zijn werkelijke of statutaire zetel of zijn voornaamste vestiging heeft op het grondgebied van de Staat van het forum en het geding betrekking heeft op uit deze deelneming voortvloeiende betrekkingen tussen de Staat ter ene zijde en het lichaam of een deelnemer ter andere zijde.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien schriftelijk anders is overeengekomen.

Artikel 7
1.

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen aanspraak maken op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat indien hij op het grondgebied van de Staat van het forum een kantoor, agentschap of een andere vestiging heeft, door middel waarvan hij, op dezelfde wijze als een particulier persoon, een industriële, commerciële of financiële werkzaamheid uitoefent en het geding verband houdt met die werkzaamheid van het kantoor, het agentschap of de vestiging.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien alle partijen bij het geding Staten zijn of indien de partijen schriftelijk anders zijn overeengekomen.

Artikel 8

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat indien het geding betrekking heeft op:

Artikel 9

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat indien het geding betrekking heeft op:

en dit goed is gelegen op het grondgebied van de Staat van het forum.

Artikel 10

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat indien het geding betrekking heeft op een recht op roerende of onroerende goederen dat hem is toegevallen uit hoofde van erfopvolging of schenking, dan wel als behorende tot een onbeheerde nalatenschap.

Artikel 11

Een Overeenkomstsluitende Staat kan geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat indien het geding betrekking heeft op vergoeding voor lichamelijk letsel of materiële schade, voortvloeiende uit een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan op het grondgebied van de Staat van het forum, en indien de veroorzaker van het letsel of de schade zich op dat grondgebied bevond op het tijdstip waarop die gebeurtenis zich heeft voorgedaan.

Artikel 12
1.

Indien een Overeenkomstsluitende Staat er schriftelijk in heeft toegestemd een geschil op het terrein van het burgerlijk of handelsrecht dat reeds is ontstaan of zal kunnen ontstaan, te onderwerpen aan arbitrage, kan die Staat geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat op welks grondgebied of volgens welks wet de arbitrage heeft plaatsgehad of zal plaatshebben, als het betreft gedingen met betrekking tot:

tenzij de overeenkomst van arbitrage iets anders bepaalt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een overeenkomst inzake arbitrage tussen Staten.

Artikel 13

Artikel 1 , eerste lid, is niet van toepassing indien een Overeenkomstsluitende Staat voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, bij wie een geding aanhangig is, waarbij eerstbedoelde Staat geen partij is, aanvoert dat hij een recht heeft op of een belang heeft bij een goed, dat voorwerp is van het geding, en de omstandigheden zodanig zijn, dat hij recht zou hebben op immuniteit indien het geding tegen hem zou zijn ingesteld.

Artikel 14

Niets in deze Overeenkomst mag worden uitgelegd als een verhindering voor de rechter van een Overeenkomstsluitende Staat tot het beheren van goederen, zoals die van een trust of van een failliete boedel, of het regelen van of het toezicht houden op zodanig beheer, enkel en alleen wegens het feit dat een andere Overeenkomstsluitende Staat een recht heeft op of een belang heeft bij die goederen.

Artikel 15

Een Overeenkomstsluitende Staat geniet immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat indien het geding niet wordt beheerst door de artikelen 1 tot en met 14; de rechter mag geen kennis nemen van een dergelijk geding, zelfs niet indien de Staat niet verschijnt.

HOOFDSTUK II. Procedureregels

Artikel 16
1.

Op gedingen, ingesteld tegen een Overeenkomstsluitende Staat voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, zijn de navolgende regels van toepassing.

2.

De bevoegde autoriteiten van de Staat van het forum zenden

langs diplomatieke weg aan de Minister van Buitenlandse Zaken van de gedaagde Staat ter doorzending, wanneer dat moet geschieden, aan de bevoegde autoriteit van deze Staat. Deze documenten gaan zo nodig vergezeld van een vertaling in de officiële taal of een der officiële talen van de gedaagde Staat.

3.

De betekening of de kennisgeving van de in het tweede lid bedoelde documenten wordt geacht te zijn verricht door hun ontvangst door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

4.

De termijnen waarbinnen de Staat moet verschijnen of rechtsmiddelen moet aanwenden tegen een bij verstek gewezen vonnis, nemen een aanvang twee maanden na de datum waarop het document waardoor het geding is ingeleid of het afschrift van het bedoelde vonnis door het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen.

5.

Indien het tot de bevoegdheid van de rechter behoort de termijnen vast te stellen voor het verschijnen en voor het aanwenden van rechtsmiddelen tegen een bij verstek gewezen vonnis, moet hij de Staat een termijn toestaan van ten minste twee maanden na de datum waarop het document waarmee het geding is ingeleid of het afschrift van het vonnis door het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen.

6.

Een Overeenkomstsluitende Staat die in een geding verschijnt, wordt geacht afstand te hebben gedaan van het aanvoeren van bezwaren tegen de wijze van betekening of kennisgeving.

7.

Indien een Overeenkomstsluitende Staat niet is verschenen, mag een vonnis bij verstek tegen hem slechts dan worden gewezen, indien is komen vast te staan dat het document waarbij het geding is ingeleid hem is overhandigd overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid en dat de termijnen van verschijning, bedoeld in het vierde en vijfde lid, in acht zijn genomen.

Artikel 17

Geen zekerheidstelling of depot, onder welke benaming ook, die in de Staat van het forum niet zou kunnen worden gevorderd van een onderdaan van die Staat of van een persoon die daar zijn woon- of verblijfplaats heeft, mag worden opgelegd aan een Overeenkomstsluitende Staat ter waarborging van de betaling van de kosten van het geding. De Staat die als eiser optreedt voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat moet alle te zijnen laste komende kosten van het geding voldoen.

Artikel 18

Een Overeenkomstsluitende Staat die partij is bij een geding voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat mag niet worden onderworpen aan dwangmaatregelen of andere sancties wegens het nalaten of weigeren documenten of andere bewijsstukken over te leggen.

De rechter mag evenwel uit een zodanige nalatigheid of weigering de gevolgtrekkingen maken die hij dienstig acht.

Artikel 19
1.

De rechter voor wie een geding is aanhangig gemaakt waarbij een Overeenkomstsluitende Staat partij is, moet op verzoek van een der partijen of, indien zijn nationale wet zulks toestaat, ambtshalve weigeren de zaak te behandelen of het geding schorsen indien een ander geding tussen dezelfde partijen, gegrond op dezelfde feiten en van dezelfde strekking:

2.

Elke Overeenkomstsluitende Staat welks wet de rechter de bevoegdheid geeft te weigeren de zaak te behandelen of het geding te schorsen, indien een geding tussen dezelfde partijen, gegrond op dezelfde feiten en van dezelfde strekking, reeds aanhangig is voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, kan door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving verklaren, dat zijn rechters niet gebonden zijn door het bepaalde in het eerste lid.

HOOFDSTUK III. Uitvoering van vonnissen

Artikel 20
1.

Een Overeenkomstsluitende Staat moet aan een door de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat tegen hem gewezen vonnis gevolg geven indien:

2.

Niettemin is een Overeenkomstsluitende Staat niet gehouden aan een zodanig vonnis gevolg te geven indien:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.