Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, enerzijds, en het Koninkrijk Noorwegen, anderzijds
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
enerzijds,
en het Koninkrijk Noorwegen,
anderzijds,
Overwegende dat de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen een overeenkomst sluiten betreffende de sectoren die onder deze Gemeenschap ressorteren,
Dezelfde doeleinden nastrevende en geleid door de wens voor de sector die onder de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ressorteert soortgelijke oplossingen te vinden,
Hebben besloten, ter verwezenlijking van deze doeleinden en overwegende dat geen der bepalingen van deze overeenkomst zodanig kan worden uitgelegd dat de Partijen bij de overeenkomst daardoor worden ontslagen van de krachtens andere internationale overeenkomsten op hen rustende verplichtingen, deze overeenkomst te sluiten:
Artikel 1
Deze overeenkomst is van toepassing op de in de bijlage genoemde produkten die onder de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ressorteren en van oorsprong zijn uit deze Gemeenschap of uit het Koninkrijk Noorwegen.
Artikel 2
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe invoerrechten ingesteld.
De invoerrechten worden geleidelijk afgeschaft en wel in het volgende tempo:
- -. op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80% van het basisrecht;
- -. de andere vier verlagingen, telkens met 20%, vinden plaats op: 1 januari 1974 1 januari 1975 1 januari 1976 1 juli 1977.
Artikel 3
De bepalingen die betrekking hebben op de geleidelijke afschaffing van de invoerrechten zijn ook van toepassing op fiscale douanerechten.
De Partijen bij de overeenkomst kunnen een fiscaal douanerecht of het fiscale element van een douanerecht vervangen door een binnenlandse belasting.
Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk kunnen tot 1 januari 1976 een fiscaal douanerecht of het fiscale element van een douanerecht handhaven in geval van toepassing van artikel 38 van de „Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen”.
Artikel 4
Voor elk produkt is het basisrecht waarop de in artikel 2 en in het protocol bedoelde achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, het recht dat op 1 januari 1972 werkelijk werd toegepast.
De verlaagde rechten, berekend overeenkomstig artikel 2 en het protocol, worden toegepast met afronding op de eerste decimaal.
Behoudens de uitvoering, door de Gemeenschap te geven aan artikel 39, lid 5, van de „Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen”, worden, wat de specifieke rechten of het specifieke deel van de gemengde rechten van het Ierse douanetarief betreft, artikel 2 en het protocol toegepast met afronding op de vierde decimaal.
Artikel 5
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe heffingen van gelijke werking als invoerrechten ingesteld.
De heffingen van gelijke werking als invoerrechten die in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen vanaf 1 januari 1972 zijn ingesteld, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.
Elke heffing van gelijke werking als een invoerrecht, die op 31 december 1972 hoger is dan die welke op 1 januari 1972 werkelijk werd toegepast, wordt bij de inwerkingtreding van de overeenkomst tot de hoogte van laatstgenoemde heffing teruggebracht.
Heffingen van gelijke werking als invoerrechten worden geleidelijk afgeschaft, en wel in het volgende tempo:
- -. elke heffing wordt uiterlijk 1 januari 1974 verlaagd tot 60% van die welke op 1 januari 1972 werd toegepast;
- -. de andere drie verlagingen, telkens met 20%, vinden plaats op: 1 januari 1975 1 januari 1976 1 juli 1977.
Artikel 6
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen uitvoerrechten noch heffingen van gelijke werking ingesteld.
De uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking worden uiterlijk 1 januari 1974 afgeschaft.
Artikel 7
In het protocol zijn de tariefregeling en de regels voor bepaalde produkten vastgesteld.
Artikel 8
De bepalingen waarin de oorsprongregels zijn vastgesteld voor de toepassing van de heden ondertekende overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen zijn eveneens van toepassing op de onderhavige overeenkomst.
Artikel 9
Een Partij bij de overeenkomst die overweegt, het werkelijke niveau van haar douanerechten of heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op derde landen waarvoor de clausule van de meest begunstigde natie geldt, te verlagen, of de toepassing daarvan te schorsen, stelt het Gemengd Comité, zo mogelijk, van deze verlaging of schorsing ten minste dertig dagen vóór de inwerkingtreding daarvan in kennis. Zij neemt nota van alle opmerkingen van de andere Partij met betrekking tot de distorsies die daaruit zouden kunnen voortvloeien.
Artikel 10
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen noch maatregelen van gelijke werking ingesteld.
De kwantitatieve invoerbeperkingen worden op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, en de maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen uiterlijk 1 januari 1975 afgeschaft.
Artikel 11
Vanaf 1 juli 1977 mag voor produkten van oorsprong uit Noorwegen bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger behandeling gelden dan die tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap onderling.
Artikel 12
De overeenkomst brengt geen wijziging in de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, noch in de algemene en bijzondere bevoegdheden die uit dit Verdrag voortvloeien.
Artikel 13
De overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, voor zover die niet ten gevolge hebben dat de in de overeenkomst vastgestelde regeling voor het handelsverkeer, inzonderheid de bepalingen betreffende de regels van oorsprong, wordt gewijzigd.
Artikel 14
De Partijen bij de overeenkomst onthouden zich van iedere maatregel of gedraging van intern fiscale aard die al dan niet rechtstreeks leidt tot discriminatie tussen de produkten van een Partij bij de overeenkomst en de gelijksoortige produkten van oorsprong uit de andere Partij.
Voor produkten die naar het grondgebied van een van de Partijen bij de overeenkomst worden uitgevoerd, mag geen hogere teruggave van binnenlandse belastingen plaatsvinden dan de direct of indirect daarop geheven belastingen.
Artikel 15
Betalingen die betrekking hebben op het goederenverkeer, alsmede de overmaking van de desbetreffende bedragen naar de Lid-Staat van de Gemeenschap waar de schuldeiser is gevestigd, dan wel naar Noorwegen, zijn aan geen enkele beperking onderworpen.
De Partijen bij de overeenkomst passen geen deviezenbeperkingen of administratieve beperkingen toe aangaande de verlening, de terugbetaling en de aanvaarding van kredieten op korte en middellange termijn, die verband houden met handelstransacties waarbij een ingezetene betrokken is.
Artikel 16
De overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of doorvoer, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, van de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen bij de overeenkomst vormen.
Artikel 17
Geen enkele bepaling van de overeenkomst belet een Partij bij de overeenkomst maatregelen te treffen:
- a. die zij nodig acht ter voorkoming van verspreiding van inlichtingen die indruist tegen de essentiële belangen op het gebied van haar veiligheid;
- b. die betrekking hebben op de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal, of op het onderzoek, de ontwikkeling of de produktie die onontbeerlijk zijn voor defensieve doeleinden, mits deze maatregelen de mededingingsvoorwaarden met betrekking tot produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden zijn bestemd, niet nadelig beïnvloeden;
- c. die zij van essentieel belang acht voor haar veiligheid in oorlogstijd of bij ernstige internationale spanningen.
Artikel 18
De Partijen bij de overeenkomst treffen geen maatregelen die de verwezenlijking van de doeleinden van de overeenkomst in gevaar kunnen brengen.
Zij treffen alle algemene of bijzondere maatregelen waarmee de nakoming van de verplichtingen van de overeenkomst kan worden gewaarborgd.
Indien een Partij bij de overeenkomst van mening is dat de andere Partij een verplichting van de overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
Artikel 19
Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voor zover daardoor het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen kan worden beïnvloed:
- i). alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging met betrekking tot de produktie en het goederenverkeer wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
- ii). het misbruik maken door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het geheel van de grondgebieden van de Partijen bij de overeenkomst of op een wezenlijk deel daarvan;
- iii). alle steunmaatregelen van de overheid die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen.
Indien een Partij bij de overeenkomst van mening is dat een bepaalde gedraging onverenigbaar is met dit artikel, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
Artikel 20
De Gemeenschap breidt voor de produkten van hoofdstuk 73 van de Naamlijst van Brussel die onder de overeenkomst vallen de toepassing van artikel 60 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de door haar ter uitvoering daarvan genomen besluiten uit tot verkoop door de onder haar jurisdictie vallende ondernemingen naar het Noorse grondgebied en draagt daartoe zorg voor een voldoende doorzichtigheid van de vervoerprijzen voor leveringen naar het Noorse grondgebied.
Inzake prijzen waarborgt Noorwegen wat betreft de leveringen van onder de overeenkomst vallende produkten van hoofdstuk 73 van de Naamlijst van Brussel op het Noorse grondgebied en naar de Gemeenschappelijke Markt door de aan zijn jurisdictie onderworpen ondernemingen:
- -. de naleving van het verbod van oneerlijke concurrentie;
- -. de naleving van het non-discriminatiebeginsel,
- -. de bekendmaking van de prijzen vanaf het gekozen pariteitspunt en van de verkoopvoorwaarden,
- -. de naleving van de aanpassingsregels,
en draagt hiertoe zorg voor een voldoende doorzichtigheid van de vervoerprijzen.
Noorwegen neemt de maatregelen die nodig zijn om voortdurend dezelfde resultaten te bereiken als die welke worden verkregen met de uitvoeringsbesluiten die de Gemeenschap ter zake vaststelt.
Met betrekking tot leveringen naar de Gemeenschappelijke Markt waarborgt Noorwegen tevens de naleving van de besluiten van de Gemeenschap waarin de aanpassing aan aanbiedingen uit bepaalde derde landen wordt verboden, rekening houdend met de overgangsbepalingen betreffende de toetreding van Denemarken tot de Gemeenschap.
Met betrekking tot de leveringen naar de Ierse markt waarborgt Noorwegen bovendien de naleving van de overgangsbepalingen waarin de toetreding van Ierland tot de Gemeenschap wordt geregeld en de mogelijkheden tot aanpassing aan deze markt worden beperkt.
De Gemeenschap heeft Noorwegen in kennis gesteld van de lijst van de ter uitvoering van artikel 60 genomen besluiten, van de besluiten ad hoc betreffende het aanpassingsverbod, alsmede van de overgangsbepalingen betreffende de Deense en de Ierse markt. Zij zal tevens kennis geven van alle eventuele wijzigingen van bovengenoemde besluiten, onmiddellijk nadat deze wijzigingen zijn aangenomen.
- a). Voor wat punt c) van lid 2 betreft kan Noorwegen, voor de leveringen op het Noorse grondgebied, de onder zijn jurisdictie vallende ijzer- en staalbedrijven machtigen prijzen franco-bestemming toe te passen, zonder dat daarbij met het gekozen pariteitspunt rekening wordt gehouden. Noorwegen waarborgt in dat geval dat de verkoopprijzen per bestemming en de verkoopwaarden door die bedrijven worden bekendgemaakt.
- b). In verband met de naleving van het in punt b) van lid 2 genoemde non-discriminatiebeginsel moeten de prijzen franco-bestemming in overeenstemming zijn met de prijzen vanaf het pariteitspunt dat is gekozen voor de leveringen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
Indien de aanbiedingen van Noorse ondernemingen aan de goede werking van de markt van de Gemeenschap schade berokkenen, of daarvoor gevaar bestaat, of indien de aanbiedingen van onder de Gemeenschap ressorterende ondernemingen aan de goede werking van de Noorse markt schade berokkenen, of daarvoor gevaar bestaat, en indien deze schade te wijten is aan verschillen in toepassing van de op grond van de leden 1, 2 en 3 vastgestelde regels, of aan schending van deze regels door de betrokken ondernemingen, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24 de vereiste maatregelen treffen.
Artikel 21
Wanneer de toename van de invoer van een bepaald produkt ernstig nadeel berokkent of dreigt te berokkenen aan een op het grondgebied van een der Partijen bij de overeenkomst uitgeoefende produktieve bedrijvigheid, en indien deze toename te wijten is aan
- -. de in de overeenkomst bedoelde gedeeltelijke of algehele verlaging van de douanerechten en heffingen van gelijke werking op dit produkt, in de invoerende Partij bij de overeenkomst,
- -. en het feit dat de rechten en heffingen van gelijke werking die door de uitvoerende Partij bij de overeenkomst worden geheven bij invoer van grondstoffen of halffabrikaten die voor de vervaardiging van het betrokken produkt worden gebruikt, aanzienlijk lager zijn dan de door de invoerende Partij geheven overeenkomstige rechten en belastingen,
kan de betrokken Partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
Artikel 22
Indien een der Partijen bij de overeenkomst vaststelt dat in haar betrekkingen met de andere Partij dumping wordt toegepast, kan zij, overeenkomstig de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
Artikel 23
In geval van ernstige verstoringen in een sector van het bedrijfsleven of van moeilijkheden die tot uiting kunnen komen in een ernstige verslechtering van de economische situatie in een gebied, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
Artikel 24
Indien een Partij bij de overeenkomst de invoer van produkten die de in de artikelen 21 en 23 bedoelde moeilijkheden kan veroorzaken, aan een administratieve procedure onderwerpt die ten doel heeft snel inlichtingen omtrent de ontwikkeling van de handelsstromen te verstrekken, stelt zij de andere Partij hiervan in kennis.
In de gevallen, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 23, verstrekt de betrokken Partij bij de overeenkomst, alvorens de daarin vermelde maatregelen te nemen, Of zo spoedig mogelijk in de gevallen zoals bedoeld in lid 3, sub e), aan het Gemengd Comité alle nodige gegevens voor een diepgaand onderzoek van de situatie, ten einde een voor de Partijen bij de overeenkomst aanvaardbare oplossing te zoeken.
Bij voorrang dienen maatregelen te worden gekozen die de werking van de overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.
De vrijwaringsmaatregelen worden onverwijld ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat hierover periodiek overleg pleegt, vooral met het oog op de opheffing daarvan zodra de omstandigheden zulks toelaten.
Voor de tenuitvoerlegging van lid 2 zijn de onderstaande bepalingen van toepassing:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.