Overeenkomst inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen
De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst,
Erkennende het gemeenschappelijk belang voor de gehele mensheid het onderzoek en het gebruik van de kosmische ruimte voor vreedzame doeleinden te bevorderen,
In herinnering brengend het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen,
Overwegende dat, ondanks de voorzorgsmaatregelen, te nemen door de Staten en de internationale intergouvernementele organisaties die zich bezighouden met de lancering van ruimtevoorwerpen, door zodanige voorwerpen mogelijkerwijze schade kan worden veroorzaakt,
Erkennend dat het noodzakelijk is doeltreffende internationale regels en procedures op te stellen betreffende de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen en in het bijzonder de prompte betaling te verzekeren van een volledige en billijke schadevergoeding aan slachtoffers van zodanige schade overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst,
In de overtuiging dat de opstelling van zodanige regels en procedures zal bijdragen tot de versterking van de internationale samenwerking op het gebied van het onderzoek en het gebruik van de kosmische ruimte voor vreedzame doeleinden,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
In deze Overeenkomst wordt onder:
- (a). „schade” verstaan: overlijden, lichamelijk letsel of andere aantastingen van de gezondheid; verlies van of schade aan eigendommen van Staten of personen - hetzij natuurlijke personen, hetzij rechtspersonen - of eigendommen van internationale intergouvernementele organisaties;
- (b). „lancering”: mede begrepen de poging tot lancering;
- (c). „lancerende Staat” verstaan:
- (i). een Staat die een ruimtevoorwerp lanceert of doet lanceren;
- (ii). een Staat vanaf welks grondgebied of installatie een ruimtevoorwerp wordt gelanceerd;
- (d). „ruimtevoorwerp”: mede begrepen de samenstellende delen van een ruimtevoorwerp, alsmede zijn drager of delen daarvan.
Artikel II
De lancerende Staat is absoluut aansprakelijk voor de betaling van vergoeding van schade door zijn ruimtevoorwerp toegebracht op het aardoppervlak of aan luchtvaartuigen tijdens de vlucht.
Artikel III
In geval van schade elders dan op het aardoppervlak aan een ruimtevoorwerp van een lancerende Staat of aan personen of zaken aan boord van een zodanig ruimtevoorwerp toegebracht door een ruimtevoorwerp van een andere lancerende Staat, is laatstgenoemde Staat slechts aansprakelijk indien de schade te wijten is aan zijn schuld of aan de schuld van personen waarvoor hij aansprakelijk is.
Artikel IV
In geval van schade elders dan op het aardoppervlak aan een ruimtevoorwerp van een lancerende Staat of aan personen of zaken aan boord van een zodanig ruimtevoorwerp toegebracht door een ruimtevoorwerp van een andere lancerende Staat, en in geval van schade daardoor aan een derde Staat of aan zijn natuurlijke personen of rechtspersonen toegebracht, zijn de eerstgenoemde twee Staten hoofdelijk aansprakelijk jegens de derde Staat binnen de hierna aangegeven grenzen:
- (a). indien de schade is toegebracht aan de derde Staat op het aardoppervlak of aan een luchtvaartuig in vlucht, zijn zij absoluut aansprakelijk jegens de derde Staat;
- (b). indien de schade is toegebracht aan een ruimtevoorwerp van de derde Staat of aan personen of zaken aan boord van een zodanig ruimtevoorwerp elders dan op het aardoppervlak zijn zij jegens de derde Staat aansprakelijk indien personen voor wie één van beide aansprakelijk is, schuld hebben.
In alle gevallen van hoofdelijke aansprakelijkheid als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt de schadevergoeding door de beide eerstgenoemde Staten gedragen naar evenredigheid van hun schuld; indien de mate van de schuld van elk van deze Staten niet kan worden vastgesteld, wordt de schadevergoeding door hen gelijkelijk gedragen. Deze verdeling laat onverlet het recht van de derde Staat om de krachtens deze Overeenkomst verschuldigde schadevergoeding in haar geheel te vorderen van een van de lancerende Staten of van alle lancerende Staten die hoofdelijk aansprakelijk zijn.
Artikel V
Indien twee of meer Staten gezamenlijk een ruimtevoorwerp lanceren, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor veroorzaakte schade.
Een lancerende Staat die schadevergoeding heeft betaald, heeft een recht van verhaal op de andere deelnemers aan de gezamenlijke lancering. De deelnemers aan een gezamenlijke lancering kunnen overeenkomsten sluiten betreffende de onderlinge verdeling van de financiële verplichtingen waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn. Zodanige overeenkomsten laten onverlet het recht van een Staat die schade heeft geleden om de krachtens deze Overeenkomst verschuldigde vergoeding in haar geheel te vorderen van een van de lancerende Staten of van alle lancerende Staten die hoofdelijk aansprakelijk zijn.
Een Staat vanaf welks grondgebied of installatie een ruimtevoorwerp wordt gelanceerd, wordt beschouwd als deelnemer aan een gezamenlijke lancering.
Artikel VI
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, wordt een lancerende Staat vrijgesteld van zijn absolute aansprakelijkheid indien en voor zover hij aantoont dat de schade geheel of gedeeltelijk is veroorzaakt door grove schuld of door een handelen of nalaten met de bedoeling schade te veroorzaken van de zijde van de eisende Staat of van natuurlijke personen of rechtspersonen die hij vertegenwoordigt.
Geen enkele vrijstelling van aansprakelijkheid vindt plaats in gevallen waarin de schade is voortgevloeid uit activiteiten van een lancerende Staat die in strijd zijn met het volkenrecht, waaronder in het bijzonder het Handvest van de Verenigde Naties en het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen.
Artikel VII
Het in deze Overeenkomst bepaalde is niet van toepassing op schade door een ruimtevoorwerp van een lancerende Staat toegebracht aan:
- (a). onderdanen van de lancerende Staat;
- (b). onderdanen van andere Staten gedurende de tijd dat zij medewerken aan het functioneren van dat ruimtevoorwerp vanaf het tijdstip van zijn lancering of te eniger tijd daarna tot aan het tijdstip van landing, of gedurende de tijd dat zij zich krachtens een uitnodiging van de lancerende Staat in de onmiddellijke nabijheid bevinden van de lanceerplaats of de plaats van berging.
Artikel VIII
Een Staat die schade lijdt, of welks natuurlijke personen of rechtspersonen schade lijden, kan bij de lancerende Staat een eis tot schadevergoeding indienen.
Indien de Staat waarvan de natuurlijke personen of rechtspersonen de nationaliteit bezitten, geen eis tot schadevergoeding heeft ingediend, kan een andere Staat ter zake van op zijn grondgebied door een natuurlijke persoon of rechtspersoon geleden schade bij een lancerende Staat een eis tot schadevergoeding indienen.
Indien noch de Staat waarvan de natuurlijke personen of rechtspersonen de nationaliteit bezitten, noch de Staat op welks grondgebied de schade werd geleden, een eis tot schadevergoeding heeft ingediend of heeft kennis gegeven van zijn voornemen zulks te doen, kan een andere Staat ter zake van door zijn ingezetenen geleden schade bij de lancerende Staat een eis tot schadevergoeding indienen.
Artikel IX
Een eis tot schadevergoeding wordt langs diplomatieke weg bij de lancerende Staat ingediend. Indien een Staat geen diplomatieke betrekkingen onderhoudt met de desbetreffende lancerende Staat, kan hij een andere Staat verzoeken zijn eis tot schadevergoeding bij de lancerende Staat in te dienen of op andere wijze zijn belangen krachtens deze Overeenkomst te behartigen. De Staat kan ook zijn eis tot schadevergoeding indienen door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, mits de eisende Staat en de lancerende Staat beide Lid zijn van de Verenigde Naties.
Artikel X
De eis tot schadevergoeding kan bij de lancerende Staat worden ingediend binnen een termijn van een jaar te rekenen van de datum van het ontstaan van de schade of van de identificatie van de aansprakelijke lancerende Staat.
Indien echter een Staat onkundig is gebleven van het ontstaan van de schade of niet in staat is geweest de aansprakelijke lancerende Staat te identificeren, kan hij nog een eis tot schadevergoeding indienen gedurende een jaar na de datum waarop hij heeft kennis genomen van bedoelde feiten; deze termijn mag echter in geen geval langer zijn dan een jaar te rekenen van de datum waarop de Staat redelijkerwijze met de feiten bekend had kunnen zijn.
De in het eerste en tweede lid van dit artikel aangegeven termijnen zijn eveneens van toepassing indien de omvang van de schade niet nauwkeurig bekend is. In dit geval is echter de eisende Staat gerechtigd na afloop van een zodanige termijn tot uiterlijk één jaar te rekenen van het tijdstip waarop de volle omvang van de schade bekend is, zijn vordering te wijzigen en aanvullende stukken over te leggen.
Artikel XI
Het is voor de indiening bij een lancerende Staat van een eis tot schadevergoeding krachtens deze Overeenkomst niet vereist dat alle nationale rechtsmiddelen die ter beschikking staan van de eisende Staat of de natuurlijke personen of rechtspersonen wier belangen hij vertegenwoordigt, reeds zijn uitgeput.
Niets in deze Overeenkomst belet een Staat of natuurlijke personen of rechtspersonen die hij vertegenwoordigt, een eis tot schadevergoeding in te dienen bij de rechterlijke of administratieve instanties van een lancerende Staat. Een Staat is echter niet gerechtigd krachtens deze Overeenkomst een eis tot schadevergoeding in te dienen ter zake van schade indien reeds een eis is ingediend bij de rechterlijke of administratieve instanties van een lancerende Staat en evenmin indien zulks reeds is geschied krachtens een andere internationale overeenkomst die beide Staten bindt.
Artikel XII
Het bedrag van de schadevergoeding die de lancerende Staat op grond van deze Overeenkomst dient te betalen, wordt bepaald overeenkomstig het volkenrecht en de beginselen van recht en billijkheid, en wel zodanig dat de eisende persoon - hetzij natuurlijke persoon of rechtspersoon -, de eisende Staat of de eisende internationale organisatie door de schadevergoeding wordt hersteld in de toestand die zou hebben bestaan indien de schade zich niet had voorgedaan.
Artikel XIII
Tenzij de eisende Staat en de Staat die krachtens deze Overeenkomst schadevergoeding is verschuldigd, overeenstemming bereiken over een andere vorm van schadevergoeding, wordt de schadevergoeding betaald in de munt van de eisende Staat of, indien deze Staat zulks eist, in de munt van de Staat die schadevergoeding is verschuldigd.
Artikel XIV
Indien niet binnen een jaar te rekenen van de datum waarop de eisende Staat aan de lancerende Staat heeft medegedeeld de bewijsstukken voor zijn eis tot schadevergoeding te hebben overgelegd, een schikking is bereikt via diplomatieke onderhandelingen als voorzien in artikel IX, stellen de betrokken partijen op verzoek van een van beide een Schaderegelingscommissie in.
Artikel XV
De Schaderegelingscommissie is samengesteld uit drie leden: een lid benoemd door de eisende Staat, een lid benoemd door de lancerende Staat en het derde lid, de Voorzitter, te benoemen door beide partijen gezamenlijk. Elke partij doet zijn benoeming binnen twee maanden na het verzoek tot instelling van de Schaderegelingscommissie.
Indien niet binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek tot instelling van de Commissie overeenstemming is bereikt over de keuze van de Voorzitter, kan elk der partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken binnen een volgende termijn van twee maanden de Voorzitter te benoemen.
Artikel XVI
Indien een van de partijen haar benoeming niet binnen de aangegeven termijn doet, bestaat de Schaderegelingscommissie, op verzoek van de andere partij, alleen uit de Voorzitter.
Een vacature die om welke reden dan ook binnen de Commissie is ontstaan, wordt vervuld volgens dezelfde procedure als die welke is gevolgd bij de oorspronkelijke benoeming.
De Commissie stelt zelf haar werkwijze vast.
De Commissie bepaalt de plaats of de plaatsen waar zij zitting zal houden en beslist over alle andere administratieve zaken.
Behalve in geval van beslissingen en uitspraken door een uit een enkel lid bestaande Commissie, komen alle beslissingen en uitspraken van de Commissie tot stand bij meerderheid van stemmen.
Artikel XVII
Het aantal leden van de Schaderegelingscommissie wordt niet uitgebreid wegens het feit dat twee of meer eisende Staten of twee of meer lancerende Staten betrokken zijn bij een voor de Commissie aanhangig gemaakte procedure. De eisende Staten die aldus gezamenlijk optreden, benoemen te zamen een lid van de Commissie op dezelfde wijze en op dezelfde voorwaarden als in het geval van een enkele eisende Staat. Indien twee of meer lancerende Staten aldus gezamenlijk optreden, benoemen zij te zamen en op dezelfde wijze een lid van de Commissie. Indien de eisende Staten of de lancerende Staten hun benoeming niet doen binnen de aangegeven periode zal de Commissie alleen uit de Voorzitter bestaan.
Artikel XVIII
De Schaderegelingscommissie beoordeelt of de eis tot schadevergoeding gegrond is en bepaalt, indien daartoe termen aanwezig zijn, het te betalen bedrag.
Artikel XIX
De Schaderegelingscommissie handelt in overeenstemming met het bepaalde in artikel XII.
De beslissing van de Commissie is definitief en bindend indien de partijen zulks zijn overeengekomen; indien dit niet het geval is, heeft de definitieve uitspraak van de Commissie de kracht van een aanbeveling die de partijen te goeder trouw in overweging zullen nemen. De Commissie motiveert haar beslissing of uitspraak.
De Commissie geeft haar beslissing of uitspraak zo snel mogelijk, en wel uiterlijk een jaar na de datum van haar instelling, tenzij de Commissie het noodzakelijk acht deze termijn te verlengen.
De Commissie maakt haar besluit of uitspraak openbaar. Zij doet een gewaarmerkt afschrift van haar besluit of uitspraak toekomen aan elk der partijen en aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel XX
De uitgaven in verband met de Schaderegelingscommissie worden gelijkelijk door de partijen gedragen, tenzij de Commissie anders beslist.
Artikel XXI
Indien de door een ruimtevoorwerp veroorzaakte schade levensgevaar op vrij grote schaal oplevert of ernstig ingrijpt in de levensomstandigheden van de bevolking of het functioneren van vitale centra, onderzoeken de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst en in het bijzonder de lancerende Staat, de mogelijkheid aan de Staat die de schade heeft geleden, op een daartoe strekkend verzoek zijnerzijds, passende en snelle hulp te bieden. Dit artikel laat echter de rechten of verplichtingen krachtens deze Overeenkomst van Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst onverlet.
Artikel XXII
Met uitzondering van de verwijzingen die voorkomen in de artikelen XXIV tot en met XXVII, worden alle verwijzingen naar Staten in deze Overeenkomst geacht eveneens van toepassing te zijn op een internationale intergouvernementele organisatie die zich op het gebied van de ruimtevaart beweegt, indien zij verklaart de rechten en verplichtingen waarin deze Overeenkomst voorziet, te aanvaarden, en indien de meerderheid van de Lid-Staten van die organisatie Partij is bij deze Overeenkomst en bij het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van de Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen.
De Lid-Staten van een zodanige organisatie die Partij zijn bij deze Overeenkomst, zullen alle passende maatregelen nemen ten einde te verzekeren dat de organisatie een verklaring aflegt overeenkomstig het voorgaande lid.
Indien een internationale intergouvernementele organisatie krachtens het in deze Overeenkomst bepaalde aansprakelijk is voor schade, zijn deze organisatie en haar leden die Partij zijn bij deze Overeenkomst hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande echter dat:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.