← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Noorwegen betreffende het internationale personen- en goederenvervoer over de weg

Geldende tekst a fecha 1972-04-06

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Noorwegen,

Geleid door de wens de ontwikkeling van het personen- en goederenvervoer tussen hun beide landen in het belang van hun economische betrekkingen te bevorderen,

Besloten hebbende een overeenkomst te sluiten ten einde bestaande faciliteiten te bevestigen en verdere faciliteiten te scheppen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Personenvervoer

Artikel 1

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat vervoerders die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn gevestigd toe zonder bijzondere vergunningen deel te nemen aam het internationale vervoer van personen in niet geregelde diensten tussen enige plaats op haar grondgebied en enige plaats buiten dat grondgebied, alsmede in doorvoer over haar grondgebied.

Artikel 2
1.

Internationaal personenvervoer in geregelde diensten tussen de beide landen is onderworpen aan een vergunning overeenkomstig de nationale wetten en voorschriften die in elk van de beide Overeenkomstsluitende landen van kracht zijn.

2.

Geregelde diensten zijn diensten die uitgevoerd worden volgens vaste dienstregelingen langs vastgestelde reisroutes, die openlijk zijn aangekondigd, en waarvan, zonder dat een vervoersovereenkomst is gesloten voordat men in het voertuig stapt, gebruik kan worden gemaakt door alle passagiers voor wie plaats beschikbaar is.

Artikel 3

Aanvragen voor vergunningen voor het internationale personenvervoer in geregelde diensten dienen te worden gericht aan de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de vervoerder is gevestigd, die deze aanvragen doorzenden aan de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij te zamen met hun opmerkingen.

Goederenvervoer

Artikel 4

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat vervoerders die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn gevestigd en die in het bezit zijn van een nationale vergunning voor het internationale goederenvervoer toe zonder bijzondere vergunningen goederenvervoer te verrichten tussen enige plaats op haar grondgebied en enige plaats buiten dat grondgebied, alsmede in doorvoer over haar grondgebied.

Artikel 5

Niets in deze Overeenkomst wordt geacht vervoerders die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen gevestigd zijn toe te staan goederen te vervoeren die zijn geladen op enige plaats op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij naar enige andere plaats op hetzelfde grondgebied.

Algemene bepalingen

Artikel 6

Tenzij in deze Overeenkomst anders bepaald, dienen vervoerders die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen gevestigd zijn de wetten die van kracht zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij na te leven.

Artikel 7

In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen is gevestigd, kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding plaatsvond, hiervan kennisgeven aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, die de maatregelen kan nemen waarin haar nationale wetgeving voorziet.

Artikel 8

De bepalingen van de artikelen 4 tot en met 7 van deze Overeenkomst zijn eveneens van toepassing op het eigen vervoer van goederen.

Artikel 9

De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar raadplegen over alle vraagstukken die uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien.

Artikel 10

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk.

Artikel 11
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking dertig dagen nadat de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat de in hun onderscheiden gebieden noodzakelijke maatregelen voor de inwerkingstelling van de Overeenkomst zijn genomen.

2.

Deze Overeenkomst zal voor een tijdvak van een jaar na haar inwerkingtreding van kracht zijn en zal van jaar tot jaar van kracht blijven behoudens opzegging door een der Overeenkomstsluitende Partijen. Een Overeenkomstsluitende Partij die deze Overeenkomst wenst te beëindigen zal dit drie maanden tevoren aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededelen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments have signed this Agreement.

DONE at Oslo this third day of May 1971 in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. G. KIST

For the Government of the Kingdom of Norway

(sd.) ANDREAS CAPPELEN