Verdrag betreffende de rol van beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding bij de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen

Type Verdrag
Publication 1980-06-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen in haar zestigste zitting op 4 juni 1975;

Besloten hebbende bepaalde voorstellen aan te nemen betreffende de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen: beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding, hetgeen het zesde punt is op de agenda der zitting;

Besloten hebbende, dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

aanvaardt heden, de drieëntwintigste juni negentienhonderd vijfenzeventig, het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als „Verdrag betreffende de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen, 1975”:

Artikel 1
1.

Ieder Lid dient uitgebreide en gecoördineerde beleidslijnen en programma's voor beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding te aanvaarden en te ontwikkelen in nauwe samenhang met de werkgelegenheidssituatie, in het bijzonder met behulp van de openbare arbeidsbureaus.

2.

In dit beleid en deze programma's dient rekening te worden gehouden met:

3.

Dit beleid en deze programma's dienen te worden uitgevoerd door middel van methoden die zijn afgestemd op de nationale omstandigheden.

4.

Dit beleid en deze programma's dienen te worden gericht op de verruiming van de mogelijkheden van de mens om zijn sociale omgeving te begrijpen en deze, zowel individueel als collectief, te beïnvloeden.

5.

Dit beleid en deze programma's dienen alle mensen op voet van gelijkheid en zonder enige discriminatie aan te moedigen en te helpen hun vakbekwaamheid te ontwikkelen en te gebruiken in hun eigen belang en overeenkomstig hun eigen verlangens, met inachtneming van de behoeften van de maatschappij.

Artikel 2

Teneinde de hierboven aangeduide doelstellingen te bereiken, dient ieder Lid open, soepele en aanvullende vormen van algemeen onderwijs, technisch onderwijs en beroepsonderwijs, school- en beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding te ontwikkelen en te verbeteren ongeacht of deze activiteiten plaatsvinden binnen of buiten het schoolsysteem.

Artikel 3
1.

Ieder Lid dient zijn stelsels voor beroepskeuzevoorlichting en zijn stelsels van voortdurende voorlichting over de werkgelegenheid geleidelijk uit te breiden teneinde een allesomvattende informatie en zo ruim mogelijke voorlichting binnen het bereik te brengen van kinderen, jongeren en volwassenen, met inbegrip van passende programma's voor gehandicapten.

2.

Deze informatie en voorlichting dient de volgende gebieden te bestrijken: beroepskeuze, beroepsopleiding en de daarmede verband houdende onderwijsmogelijkheden, de huidige en de toekomstige werkgelegenheidssituatie, promotiekansen, arbeidsomstandigheden, bedrijfsveiligheid en -hygiëne alsmede andere aspecten van de arbeid in de diverse sectoren van het economische, sociale en culturele leven op alle niveaus van verantwoordelijkheid.

3.

Deze informatie en voorlichting dient te worden aangevuld met informatie omtrent de algemene aspecten van collectieve arbeidsovereenkomsten en de rechten en plichten van alle betrokken partijen op grond van de arbeidswetgeving; deze informatie dient te worden verstrekt overeenkomstig nationale wetten en gebruiken, rekening houdend met de onderscheiden functies en taken van de desbetreffende werknemers- en werkgeversorganisaties.

Artikel 4

Ieder Lid dient zijn verschillende stelsels van beroepsopleiding geleidelijk uit te breiden, aan te passen en te harmoniseren, teneinde te kunnen voorzien in de behoeften van jongeren en volwassenen gedurende hun hele leven, in alle sectoren van de economie, in alle bedrijfstakken en op alle niveaus van vakbekwaamheid en verantwoordelijkheid.

Artikel 5

Het beleid en de programma's voor beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding dienen te worden opgesteld en uitgevoerd in samenwerking met werkgevers- en werknemersorganisaties en, voor zover van toepassing, overeenkomstig nationale wetten en gebruiken, met andere belanghebbende organen.

Artikel 6

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel 7
1.

Dit Verdrag is slechts verbindend voor die Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.

2.

Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.

3.

Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.

Artikel 8
1.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaren na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij is geregistreerd.

2.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na het verloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaren op de voorwaarden voorzien in dit artikel.

Artikel 9
1.

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hem door de Leden der Organisatie zijn medegedeeld.

2.

Bij kennisgeving aan de Leden der Organisatie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.

Artikel 10

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.

Artikel 11

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit inzake de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda der Conferentie te plaatsen.

Artikel 12
1.

Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:

2.

Het onderhavige Verdrag blijft in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.

Artikel 13

De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen in haar Zestigste Zitting op 4 juni 1975;

Overwegende het belang van de beroepskeuzevoorlichting en de beroepsopleiding bij de uitvoering van het beleid en de programma's betreffende de werkgelegenheid;

Gelet op de bewoordingen van de bestaande internationale Verdragen en Aanbevelingen betreffende de arbeid die rechtstreeks verband houden met het werkgelegenheidsbeleid en in het bijzonder het Verdrag en de Aanbeveling betreffende discriminatie (beroep en beroepsuitoefening), 1958 en het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de werkgelegenheidspolitiek 1964;

Gelet op het feit dat de Algemene Vergadering van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur in haar achttiende zitting (1974) een aanbeveling heeft aangenomen betreffende het technische onderwijs en het beroepsonderwijs;

Gelet op het feit dat de Internationale Arbeidsorganisatie en de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur tot nauwe samenwerking zijn overgegaan teneinde de doelstellingen op elkaar af te stemmen en overlapping en tegenstrijdigheid van eikaars instrumenten te voorkomen, en dat zij nauw zullen blijven samenwerken teneinde de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van deze instrumenten te verzekeren;

Besloten hebbende bepaalde voorstellen aan te nemen betreffende de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen: beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding, hetgeen het zesde punt is op de agenda der Zitting;

Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een Aanbeveling,

Aanvaardt heden, de drieëntwintigste juni negentienhonderd vijfenzeventig, de volgende Aanbeveling, die kan worden aangehaald als „Aanbeveling betreffende de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen, 1975”:

The foregoing is the authentic text of the Convention duly adopted by the General Conference of the International Labour Organisation during its Sixtieth Session which was held at Geneva and declared closed the twenty-fifth day of June 1975.

IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-sixth day of June 1975.

The President of the Conference,

(sd.) BLAS F. OPLE

The Director-General of the International Labour Office,

(sd.) FRANCIS BLANCHARD

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.