Verdrag betreffende de arbeidsveiligheid en gezondheid in havenarbeid

Type Verdrag
Publication 1999-05-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar vijfenzestigste Zitting op 6 juni 1979;

Gelet op de bepalingen van bestaande, op dit gebied betrekking hebbende internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen, en in het bijzonder van het Verdrag betreffende de aanduiding van het gewicht op grote stukken, vervoerd per schip (1929), het Verdrag betreffende beveiliging machines (1963) en het Werkmilieuverdrag (luchtverontreiniging, lawaai en trillingen) (1977);

Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de herziening van het Verdrag betreffende de bescherming tegen ongevallen havenarbeiders (herzien), 1932 (nr. 32), welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de Zitting voorkomt;

Overwegende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag dienen te krijgen,

aanvaardt heden, de vijfentwintigste juni van het jaar negentienhonderd negenenzeventig het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als Verdrag betreffende de arbeidsveiligheid en gezondheid in havenarbeid (1979):

DEEL I. TOEPASSINGSGEBIED EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „havenarbeid” verstaan alle arbeid en elk deel van de arbeid met betrekking tot het laden en lossen van enig schip, alsmede alle hiermee verband houdende arbeid. De begripsomschrijving van deze arbeid dient te worden bepaald door de nationale wetgeving of het gebruik.

De betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties dienen te worden geraadpleegd of op andere wijze deel te nemen aan de vaststelling en herziening van deze begripsomschrijving.

Artikel 2
1.

Een Lid kan ontheffingen verlenen van of uitzonderingen toestaan op de bepalingen van dit Verdrag met betrekking tot havenarbeid op iedere plaats waar het verkeer onregelmatig is en beperkt tot kleine schepen. Dit geldt eveneens voor havenarbeid met betrekking tot vissersschepen of bepaalde categorieën daarvan, op voorwaarde dat:

2.

Van sommige bepalingen van deel III van dit Verdrag kan worden afgeweken, indien na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties het bevoegde gezag ervan overtuigd is, dat de afwijkingen overeenkomstige voordelen bieden en dat de algehele, aldus verzekerde bescherming niet minder is dan die welke zou voortvloeien uit de volledige toepassing van de bepalingen van dit Verdrag.

3.

Elke ontheffing of uitzondering als bedoeld in het eerste lid van dit artikel en elke wezenlijke afwijking, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dienen met redenen omkleed te worden vermeld in de verslagen over de toepassing van het Verdrag, ingediend volgens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Artikel 3

Voor de toepassing van dit Verdrag

DEEL II. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 4
1.

De nationale wetgeving dient te bepalen dat met betrekking tot havenarbeid maatregelen moeten worden getroffen in overeenstemming met deel II van dit Verdrag met het oog op:

2.

De krachtens dit Verdrag te nemen maatregelen dienen te omvatten:

3.

De praktische uitvoering van de volgens het eerste lid van dit artikel voorgeschreven voorzieningen dient te worden verzekerd of te worden gesteund door technische normen of praktijkvoorschriften, die door het bevoegde gezag zijn goedgekeurd of door andere geëigende methoden die in overeenstemming zijn met de nationale gebruiken en omstandigheden.

Artikel 5
1.

De nationale wetgeving dient de desbetreffende personen, hetzij werkgevers, eigenaars, gezagvoerders of andere personen, voor zover van toepassing, verantwoordelijk te stellen voor het nakomen van de maatregelen, bedoeld in artikel 4, eerste lid van dit Verdrag.

2.

Indien twee of meer werkgevers tegelijkertijd op eenzelfde arbeidsplaats werk uitvoeren, zijn zij, onverminderd de verantwoordelijkheid van elke werkgever voor de gezondheid en veiligheid van zijn werknemers, verplicht samen te werken ten einde te voldoen aan de voorgeschreven maatregelen.

In de daarvoor in aanmerking komende gevallen dient het bevoegde gezag algemene regels voor deze samenwerking vast te stellen.

Artikel 6
1.

Er dienen regels te worden opgesteld op grond waarvan werknemers:

2.

Voor zover hun het toezicht op de bedrijfsveiligheid is opgedragen, dienen werknemers op elke arbeidsplaats het recht te hebben deel te nemen aan het waarborgen van de bedrijfsveiligheid en hun mening te geven ten aanzien van de door hen toegepaste werkmethoden en gebruiksuitrusting in zover deze de veiligheid beïnvloeden. Voor zover er, in het kader van de nationale wetgeving en gebruiken veiligheids- en gezondheidscommissies krachtens artikel 37 van dit Verdrag zijn ingesteld, dient dit recht door tussenkomst van deze commissies te worden uitgeoefend.

Artikel 7
1.

Bij het ten uitvoer leggen van de bepalingen van dit Verdrag door nationale wetgeving of voorschriften of op andere passende wijze in overeenstemming met de nationale gebruiken en omstandigheden, dient het bevoegde gezag te handelen in overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties.

2.

Er dienen voorzieningen te worden getroffen voor een nauwe samenwerking tussen werkgevers en werknemers of hun vertegenwoordigers bij de uitvoering van de maatregelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van dit Verdrag.

DEEL III. TECHNISCHE MAATREGELEN

Artikel 8

Zodra een arbeidsplaats onveilig is geworden of er gevaar van schade voor de gezondheid optreedt, dienen doeltreffende maatregelen te worden getroffen zoals het aanbrengen van waarschuwingsborden, omheiningen of andere geschikte middelen, en zo nodig, van staking van het werk, om de werknemers te beschermen totdat de arbeidsplaats weer veilig is.

Artikel 9
1.

Elke plaats waar havenarbeid wordt verricht en alle toegangen daartoe dienen op passende en voldoende wijze te zijn verlicht.

2.

Elk obstakel dat gevaar kan opleveren voor het verplaatsen van een hijs- of hef inrichting, voertuig of persoon, dient, indien dit om praktische redenen niet kan worden verwijderd, op passende en opvallende wijze te worden gemarkeerd en, waar nodig, voldoende verlicht.

Artikel 10
1.

Alle oppervlakken, gebruikt voor voertuigverkeer of voor het stapelen van goederen of materialen, dienen voor dat doel geschikt te zijn en naar behoren te worden onderhouden.

2.

Indien goederen of materialen worden opgeslagen of overgeslagen, gestuwd, ontstapeld of ontstuwd, dient dit te geschieden op veilige en ordelijke wijze, rekening houdend met de aard der goederen of materialen en de verpakking daarvan.

Artikel 11
1.

Er dienen doorgangen van voldoende breedte te worden opengelaten om het veilig gebruik van voertuigen en laad- en losapparatuur mogelijk te maken.

2.

Er dienen afzonderlijke doorgangen voor voetgangersgebruik te worden ingericht waar dit noodzakelijk en uitvoerbaar is; deze doorgangen dienen voldoende breed te zijn en, voor zover doenlijk, gescheiden te zijn van door voertuigen gebruikte wegen.

Artikel 12

Op plaatsen waar havenarbeid wordt verricht, dienen doelmatige en voldoende middelen voor brandbestrijding ter beschikking te staan en te blijven.

Artikel 13
1.

Alle gevaarlijke delen van werktuigen dienen doeltreffend te zijn afgeschermd, tenzij deze zo zijn geplaatst of van een zodanige constructie zijn dat zij even veilig zijn als wanneer zij doeltreffend zouden zijn afgeschermd.

2.

Er dienen doeltreffende maatregelen te worden getroffen om in noodgevallen onmiddellijk de energietoevoer naar alle werktuigen waarvoor dit noodzakelijk is, te kunnen afsnijden.

3.

Indien schoonmaak-, onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan werktuigen moeten worden verricht waardoor personen aan gevaar worden blootgesteld, dienen de werktuigen te worden stilgezet voordat met deze werkzaamheden wordt aangevangen en dienen passende maatregelen te worden genomen om te verzekeren dat de werktuigen niet opnieuw kunnen worden gestart voordat de werkzaamheden zijn voltooid, met dien verstande, dat een verantwoordelijk persoon de machine weer mag starten voor beproevings- of afsteldoeleinden die niet uitgevoerd kunnen worden wanneer de werktuigen buiten werking zijn.

4.

Slechts een bevoegd persoon dient toestemming te verkrijgen om:

5.

Indien een beschutting wordt verwijderd, dienen voorzorgsmaatregelen te worden getroffen ter voorkoming van ongevallen, en dient de beschutting zo spoedig mogelijk weer te worden aangebracht.

6.

Indien een veiligheidsinrichting is verwijderd of buiten werking gesteld, dient deze zo spoedig mogelijk weer te worden aangebracht of weer in werking gesteld en dienen maatregelen te worden getroffen om te verzekeren dat de uitrusting in kwestie niet kan worden gebruikt of bij vergissing kan worden gestart, voordat de veiligheidsinrichting weer is aangebracht of weer in werking is gesteld.

7.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „werktuigen” verstaan alle hijs- en hefinrichtingen, gemechaniseerde luikafdekkingen of motorisch aangedreven uitrusting.

Artikel 14

Alle elektrische apparatuur en installaties dienen zodanig te zijn geconstrueerd, geïnstalleerd, bediend en onderhouden, dat ze geen gevaar opleveren en zij dienen aan alle normen die door het bevoegde gezag zijn erkend te voldoen.

Artikel 15

Wanneer een schip wordt geladen of gelost langs een kade of langszij van een ander schip, dienen passende en veilige toegangsmiddelen tot het schip, die behoorlijk geïnstalleerd en bevestigd zijn, ter beschikking te worden gesteld en gehouden.

Artikel 16
1.

Indien werknemers van of naar een schip of andere plaats over water moeten worden vervoerd, dienen passende maatregelen te worden getroffen om hun veiligheid bij het aan boord gaan, bij het transport en bij het van boord gaan te waarborgen. De voorwaarden waaraan de vaartuigen die voor dit doel worden gebruikt, moeten voldoen, dienen te worden vastgelegd.

2.

Indien werknemers van of naar een arbeidsplaats over land moeten worden vervoerd, dienen de door de werkgever ter beschikking gestelde middelen van vervoer veilig te zijn.

Artikel 17
1.

Toegang tot het ruim van een schip of ladingdek dient te worden verzekerd:

2.

Waar zulks redelijkerwijze uitvoerbaar is, dienen de in dit artikel vermelde toegangsmiddelen te zijn gescheiden van de luikopening.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.